Vandaag 30 jaar geleden de derde veroordeling voor de Gentse professor toxicologie Aubin Heyndrickx.

De wat ouderen onder ons zullen zich zeker de Gentenaar Aubin Heyndrickx herinneren.

De erg charmant overkomende man was een professor toxicologie aan de Gentse Universiteit, hoofd van het Labo voor Toxicologie en de eerste deken van de Farmaceutische Faculteit van de UG.

Een kei van een wetenschapper dacht bijna iedereen die in zijn glorieperiode niet weg te branden was uit de gazetten, boekjes, radio en tv.

Wie in de jaren zeventig en ook tachtig het woord wetenschapper uitsprak, dacht onmiddellijk aan de charmante erg intelligent overkomende professor, doctor en apotheker – de namen die hij zich steevast toe-eigende – uit Gent.

De Vlaamse pers lag aan zijn voeten en aanbad als het ware de man.

Journalisten als Walter Zinzen, die toen voor Panorama werkte en de man regelmatig aan het woord liet, geloofden zelfs de meest onzinnige prietpraat die onze Gentenaar verkondigde.

Van enige kritische zin – toch een essentiële voorwaarde voor een journalist – was helemaal geen sprake.

Opmerkingen plaatsen bij zijn beweringen was in de media onmogelijk.

Zelfs lezersbrieven raakten niet geplaatst. “.. wens ik ze toch niet te plaatsen omdat de opmerkingen die u maakt met te veel farizeïsme kwade trouw veronderstellen bij prof. Heyndrickx”, schreef Lode Bostoen, toen hoofdredacteur van De Standaard op 23 augustus 1983.

Alleen in de zogenaamde alternatieve media als wijlen De Zwijger en De Nieuwe raakten dit soort beschouwingen geplaatst.

Op zeker ogenblik beweerde de man zelfs een Amerikaanse regeringstheorie te kunnen bewijzen dat Rusland biologische wapens gebruikte in Laos en Cambodja; de zogenaamde ‘Gele Regen’ gebaseerd op mycotoxines, schimmelgiffen soms weergevonden in oud brood.

Een overtreding van het verdrag over biologische wapens. De beweringen van Heyndrickx wekten dan ook in de ganse wetenschappelijke en militaire wereld overal zeer grote verbazing.

Het was de periode van het ontstaan van het internet met de eerste connecties tussen westerse wetenschappelijke instellingen.

Dra ontdekten de specialisten dan ook dat onze Gentse supergeleerde nooit iets over dat soort zaken had geschreven in welke wetenschappelijke tijdschriften ook.

In wezen had hij zelfs nooit iets van enig wetenschappelijk niveau geschreven.

En toen hij kort na zijn beweringen, gedaan in onder meer De Standaard en Panorama op tv in Gent hierover zelfs een wereldcongres gaf was het kot te klein.

Van overal in de wereld kwamen de specialisten luisteren naar de man.

Het werd mogelijks het meest verbazingwekkend wetenschappelijk congres uit de wereldgeschiedenis.

In Gent dan nog.

Eerst was er zijn hoofdassistent die moest verklaren hoe men in Irak mosterdgas had gedetecteerd.

De arme man, geheel bedolven onder een spervuur van erg gerichte vragen van de Belgische militaire specialisten Willems en De Bisschop moest dieprood aangeslagen toegeven dat ze helemaal van niets zeker waren.

Was diens voordracht in de grootste zaal dan hield het Gentse wereldwonder zijn toespraak over de biologische wapens in het kleinste zaaltje waar amper iemand binnen raakte.

Toen diens uiteenzetting gedaan was liep een geheel van de plank zijnde Amerikaanse professor Matthew Meselson minutenlang totaal verdwaasd rond, steeds maar op zijn voorhoofd kloppend en constant herhalend: ‘that’s not science, that’s not science.’ Het leek even Monthy Python.

Matthew Meselson was toen professor in biochemie aan de Harvard University en tot president Ronald Reagan steevast adviseur voor biologische wapens van het Witte Huis en de man die als eerste samen met Franklin Stahl in 1957 het bestaan van de DNA-structuur proefondervindelijk bewees.

Hij was ook de geestelijke vader van het verdrag rond biologische wapens.

Uiteraard werd Heyndrickx door het ganse wetenschappelijke gezelschap uitgelachen en uitgescholden.

Zelfs de Wall Street Journal, nooit vies van een stevig pak demagogie wanneer het over de Sovjet-Unie ging, viel de man later in een editoriaal af.

Maar geen probleem voor onze pers die nog dagen daarna van de Standaard tot de VRT kopte alsof de ganse wetenschappelijke wereld als een blok achter de man stond.

Voorzien van stevige beschouwingen over zijn successen en mooie foto’s van de breed glimlachende professor Charmant.

Met een wetenschappelijk fenomeen en brave man als Meselson hadden ze uiteraard niet gesproken.

Ook niet met de Belgische regerings- specialisten die woedend waren over Aubin en de prietpraat die de pers brachten.

Voor de pennenlikkers toen was de man een genie en wee diegene die er aan twijfelde.

Zelfs diegenen die beter wisten als een Herman Hendrickx (VRT Radio Actueel), Frans De Smet (De Morgen) of Ron Hermans (Knack) durfden alleen heel voorzichtig en erg omfloerst de kritiek op de man weer te geven.

In wezen was Aubin Heyndrickx dan ook een totaal immorele kwakzalver die amper iets wist van het vakgebied waarin hij werkte.

Zoon van een katholieke burgemeester, apotheker en verzetsstrijder uit Ledeberg – een straat is naar zijn naam genoemd – huwde hij een kleindochter van de oude socialistische voorman Edward Anseele en klaar was kees.

Zijn carrière lag open en voor het rapen. En toen bleek dat er uit de erfenis van die Anseele niets te grijpen viel, liet hij zijn echtgenote als een baksteen en gepluimd vallen.

Typerend was dat volgens een serie bronnen iedereen die op zijn labo kwam werken een ongedateerde ontslagbrief moest ondertekenen.

En wee, aldus die verhalen, de dame die voor de man niet plat ging.

Kende hij van toxicologie amper iets, van vrouwen blijkbaar des te meer, en liefst van jonge.

Een praktijk die goed geweten was op de Gentse Universiteit zoals professor Moraliteit Etienne Vermeersch, in die periode ooit vicerector, toegaf.

Een praktijk waar ook Vermeersch niets tegen ondernam.

Heyndrickx zelf heeft steevast elke fout straal ontkend zowel op moreel, financieel als wetenschappelijk vlak. Tot zelfs na zijn drie strafrechtelijke veroordelingen toe.

De enige die er publiek op de universiteit tegen inging was zijn collega-professor aan de Farmacie André De Leenheer, de latere rector.

Het is onder andere dankzij zijn hardnekkigheid en het feit dat er een nieuwe Gentse procureur-generaal kwam dat Aubin Heyndrickx ten val kwam.

Een geactualiseerde en, opgefriste herhaling door Dirk Draulans en Chris De Stoop – Chris De Stoop: “, Maar dat is een gek” – in Knack van de eerder in de Zwijger en De Nieuwe gepubliceerde artikels zorgde voor zijn val.

Samen dan met een strafklacht van een man waarop Heyndrickx jaloers was.

Het gevolg van een klassieke vrouwenzaak. Ditmaal trok het parket wel op pad.

Aubin Heyndrickx werd wegens onder meer examenfraude voorwaardelijk veroordeelde en, belangrijk, van zijn titels en emeritaat ontdaan.

Driemaal werd hij correctioneel veroordeeld, zij het steeds voorwaardelijk.

De laatste maal in een zaak van zwartgeld vermoedelijk gelieerd aan Zuid-Afrika en het vroegere Apartheidsregime dat hij voluit steunde.

De naam van Heyndrickx viel er trouwens tijdens een van de meer gruwelijke processen uit de periode van de Apartheid.

De laatste maal dat hij als expert werd opgevoerd was in het tijdschrift Jane’s Defence Weekly, een blad dat in wezen propaganda maakt voor de Britse militaire industrie en de regering.

Ditmaal had Heyndrickx ‘bewezen’ dat de Serviërs chemische wapens hadden gebruikt in Kosovo.

De man werkte toen voor het door de VS gefinancierde Kosovaarse rebellenleger UCK, in wezen een criminele organisatie gespecialiseerd in vooral zware misdaad.

Gevraagd aan de hoofdredacteur van Jane’s Defence Weekly of ze dan niet wisten van het feit dat de man zijn titel was ontnomen en weet hadden van zijn strafrechtelijk verleden moest hij erkennen dat niet te weten.

En een heel simpele navraag naar zijn wetenschappelijke bagage was duidelijk ook niet gebeurd.

Je kon zo aan de telefoon voelen hoe de hoofdredacteur in zijn broek nattigheid voelde.

Maar ja, Serviërs waren toen des duivels voor de Britse regering en dus was bij Jane’s Defence Weekly alles toegestaan.

Ook het zich belachelijk en geheel ongeloofwaardig maken. Toch wordt Jane’s Defence Weekly nog steeds bijna overal steevast omschreven als een autoriteit in haar vlak en is een abonnement erop peperduur.(Diverse bronnen, Willy Van Damme en Wikipedia)