De Franse acteur, filmregisseur, scenarist en schrijver Jean-Claude Brialy.

Jean-Claude Brialy werd geboren in Aumale, een stad in Algerije.

Zijn vader was een hoge legerofficier die daar op het ogenblik van zijn geboorte was gekazerneerd.

In Algerije werd zijn vader verscheidene keren overgeplaatst.

In 1943 kwam de familie terecht in Frankrijk, eerst in Marseille en daarna in Angers.

Hij en zijn broer Jacques kregen een zeer strenge opvoeding.

Hij voelde zich enkel gelukkig als hij zijn vakanties mocht doorbrengen bij zijn grootouders die dicht bij Angers woonden en als hij zijn fantasie de vrije loop kon geven.

Zijn vader werd echter opnieuw overgeplaatst, naar Duitsland.

Daarna vestigde de familie zich uiteindelijk in Straatsburg. Ondertussen was Brialy bezeten geraakt door de wereld van het spektakel en door de film.

Daarom haalde hij slechts na veel moeite zijn ‘baccalauréat’.

Hij volgde toneellessen wat niet naar de zin was van zijn vader die droomde van een militaire carrière voor zijn zoon.

Hij kreeg de eerste prijs voor toneel aan het conservatorium en hij werd als acteur geëngageerd aan het ‘centre d’art dramatique de l’Est’.

Tijdens zijn legerdienst werkte hij op de afdeling programmatie van de filmdienst. Dit liet hem toe verder de wereld van de film te verkennen.

Eind 1954 trok hij naar Parijs waar hij leefde van allerlei klusjes vermits zijn ouders weigerden hem geld toe te stoppen.

Hij kwam er in contact met de redactieleden van Cahiers du cinéma.

Zo kreeg hij de kans te spelen in de korte film Le Coup du berger van Jacques Rivette.

Hij deed regie-ervaring op bij Jean Renoir als stagiair regieassistent voor French Cancan.

Hij bemachtigde rollen in enkele andere korte films van onder meer Godard, Truffaut en Rohmer, allen toekomstige voormannen van de opkomende Nouvelle Vague, en in langspeelfilms zoals Un amour de poche (Pierre Kast, 1957) en Le Triporteur (Jack Pinoteau, 1957).

Zijn vertolkingen in de komedie L’Ami de la famille (Jack Pinoteau, 1957) en in het drama Christine (Pierre Gaspard-Huit, 1958) waren zijn eerste belangrijke rollen in films die ook uitgroeiden tot een commercieel succes.

Het waren echter vooral Le Beau Serge en Les Cousins (Claude Chabrol, 1958) die hem (en de Nouvelle Vague) bekend maakten.

Zijn naambekendheid werd zo groot dat hij tussen 1957 en 1987, zijn topperiode, in ongeveer honderddertig films speelde.

In de eerste plaats bleef hij samenwerken met de Nouvelle Vaguecineasten: met Chabrol in de tragikomedie Les Godelureaux (1961) en in de misdaadfilm Inspecteur Lavardin (1985), met Godard in de komedie Une femme est une femme (1961), met Truffaut in het drama La mariée était en noir (1968), met Rohmer in de zedenstudie Le Genou de Claire (1970) of met Agnès Varda in de tragikomedie Cléo de 5 à 7 (1962).

Hij was daarnaast te zien in verscheidene films van meer lichtvoetige regisseurs als Edouard Molinaro, Roger Vadim, Philippe de Broca en Claude Lelouch.

Bij André Téchiné en Claude Miller bewees hij dan weer meermaals dat hij niet enkel in staat was elegante en leuke rollen te vertolken maar dat hij ook serieuze en duistere rollen aankon.

Zo verwachtte het publiek hem bijvoorbeeld niet meteen als de ernstige procureur in het historisch drama Le Juge et l’Assassin (Bertrand Tavernier, 1976) maar zijn prestatie leverde hem wel een Césarnominatie op.

Hetzelfde gold voor zijn vertolking van de alcoholverslaafde en biseksuele dirigent die het niet meer ziet zitten in het drama Les Innocents (1987) van Téchiné.

Voor die prestatie werd Brialy wel beloond met een César.

Van meet af aan werd hij ook gevraagd door buitenlandse cineasten (voornamelijk Italianen, onder meer Mauro Bolognini en Alberto Lattuada).

Later deden ook Luis Buñuel, Ettore Scola, Costa-Gavras en Roberto Benigni een beroep op hem.

In de jaren negentig kreeg hij het wat moeilijker om geschikte rollen te vinden.

Zijn geraffineerde acteerstijl kwam het best tot zijn recht in de historische films La reine Margot (Patrice Chéreau, 1994) en Beaumarchais, l’insolent (Edouard Molinaro, 1995). Vermeldenswaardig in de jaren 2000 was vooral zijn rol in de komedie C’est le bouquet! (Jeanne Labrune, 2001).

De innemende Brialy was de vriend van heel wat collega’s uit de filmwereld en van talrijke kunstenaars.

Hij was een algemeen erkend en heel populair figuur.

In Parijs was hij de eigenaar van een door de beau monde uit binnen- en buitenland gefrequenteerd nachtrestaurant.

Hij woonde in Parijs ook heel trouw de begrafenisplechtigheden bij van heel wat beroemdheden.

Dit leverde hem de bijnaam ‘la Mère Lachaise’ op.

In 2007 overleed Jean-Claude Brialy in Monthyon op 74-jarige leeftijd aan kanker.

Hij ligt begraven op het cimetière de Montmartre. (Diverse bronnen en Wikipedia)

Claude Brialy (juni 1960)
Claude Brialy (juni 1980)
De Franse acteur, filmregisseur, scenarist en schrijver Jean-Claude Brialy.
Serge Gainsbourg & Jean-Claude Brialy

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s