35 jaar geleden, Falco gaat verhuizen

Falco wordt op 19 februari 1957 als Johann Holzel in Wenen geboren, een stad die een groot stempel zal drukken op zijn carriëre.

Hij is een goede leerling aan het Weense conservatorium voor lichte muziek, maar verlaat dat instituut op 11-jarige leeftijd om zich in duistere oefenkelders bezig te houden met voornamelijk jazz-muziek.

Na drie jaar vertrekt hij verveeld naar Berlijn, algemeen erkend als de hoofdstad van de Duitstalige muziekscene, maar ook daar vindt Hözel geen inspiratie.

Wel besluit hij daar zijn naam te veranderen in Falco.

Terug in Wenen sluit hij zich aan bij de tamelijk populaire groep Drahdiwaberl (spinnewiel) waarin hij zingt en basgitaar speelt.

In 1980 schrijft hij Ganz Wien, het lijflied van de Weense new wave-scene, dat echter door de radio wordt geboycot vanwege de zinsnede dat heel Wenen aan de heroïne zou zijn!

Zijn eerste schreden op het solopad zet Falco vervolgens met zijn goede vriend, muzikant/producer Robert Ponger, met wie hij zijn debuutelpee Einzelhaft opneemt.

Het daarvan afkomstige Der Kommissar wordt een reuzehit en typeert Falco’s unieke muzikale koers: als eerste blanke slaagt bij erin een zeer dansbare, in het Duits en Engels gerapte song af te leveren.

Via Oostenrijk, Duitsland, Zwitserland en de rest van Europa wordt de plaat ook een hit in de Verenigde Staten.

De opvolgers doen echter weinig, het nieuwtje is er inmiddels af.

Als gevolg daarvan gaat Falco door een diep dal. Hij besluit samen met wat vrienden naar Thailand af te reizen om daar nieuwe inspiratie op te doen en eenmaal terug in Europa wordt hij in contact gebracht met het Nederlandse productie-duo Rob en Ferdi Bolland.

Samen met hen schrijft en produceert hij eind 1985 de single Rock Me Amadeus, opnieuw een Engels/Duitse disco-rap die handig inspeelt op de dan heersende Mozart-manie, veroorzaakt door de speelfilm Amadeus.

De plaat wordt onmiddellijk een hit in Oostenrijk en Duitsland, maar alles bij elkaar duurt het nog meer dan een half jaar voordat uiteindelijk ook de rest van Europa en de Verenigde Staten ‘plat’ gaan!

Doordat Rock Me Amadeus nummer één wordt in de Verenigde Staten, betekent dat voor het eerst in jaren weer een Nederlandse productie op die felbegeerde plaats en internationale erkenning voor Falco en de Bolland-broers.

In de loop van 1986 tekent Falco een miljoenencontract bij een nieuwe platenmaatschappij.

De eerste single die daaruit voortvloeit is het in 1987 uitgebrachte The Sound Of Musik, een vrij ongeïnspireerd klinkende disco-rap die dan ook geen hit wordt.

Daarna wordt er weinig meer de zanger vernomen. De Oostenrijkse zanger woont sinds 1997 in de Dominicaanse Rebubliek waar hij een opnamestudio in Puerto Plato heeft laten bouwen.

Falco komt op 6 februari 1998 bij een verkeersongeluk in de Dominicaanse Republiek om het leven.

Op 12 februari 1998 wordt het stoffelijk overschot van Falco teruggevlogen naar Oostenrijk, waar hij twee dagen later in Wenen wordt begraven.

Oud-burgemeester Helmut Zilk van Wenen noemt de zanger tijdens de uitvaartdienst een muzikaal genie.

Falco is 40 jaar geworden.(Diverse bronnen, Wikipedia en Joepie 20 april 1986)

35 jaar geleden, Falco gaat verhuizen (Joepie 20 april 1986)

Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden.

Albert Servaes werd in april 1883 geboren in Gent.

Servaes werkte aanvankelijk als handelsreiziger.

Hij volgde in de jaren 1901 en 1902 avondlessen aan de Academie voor Beeldende Kunst (Gent)In 1905 trok hij naar Sint-Martens-Latem waar hij zich in een houten keet vestigde.

In Latem leerde Servaes een aantal kunstenaars kennen zoals Gustave Van de Woestyne en George Minne.

Hun religieussymbolistisch oeuvre inspireerde Servaes, maar tegelijk ging hij op zoek naar een eigen beeldtaal die brak met het werk van deze eerste Latemse kunstenaarsgroep.

Een zeer donker kleurenpalet en een expressieve verftoets werden zijn handelsmerk.

Met zijn werk beïnvloedde Servaes onder meer kunstenaars zoals Constant Permeke en Albert Saverys.

De expressieve stijl die Servaes vanaf 1910 ontwikkelde, kwam tot een hoogtepunt in de reeksen die hij in de periode 1918-1922 maakte rond het Passieverhaal en de Kruisweg van Christus.

Ook al werd dit werk verworpen door de Rooms-Katholieke Kerk, het bevestigde zijn reputatie van moderne kunstenaar die religieuze thema’s herinterpreteert, net als tijdgenoten Emil Nolde in Duitsland en Georges Rouault in Frankrijk.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in 1917 gaf hij opdracht aan architect August Desmet om op de plaats van een 18de-eeuws boerderijtje een woonhuis en atelier te bouwen.

In het ontwerp inspireerde architect A. Desmet in samenspraak met Servaes zich op romaanse kloosterarchitectuur en de traditionele hoevebouw.

Het Torenhuis, naam van het pand draagt het jaaranker 1917, maar werd pas na het einde van de oorlog, in 1919, voltooid.

In 1982 verkocht Piet Servaes, zoon van de schilder het pand.

Na de verkoop van het huis werd de atelierwoning omgebouwd tot hotel.

Vanwege sympathieën die hij openlijk koesterde voor de Duitse cultuurpolitiek tijdens het nationaalsocialisme.

Uit angst voor juridische vervolging, verliet hij in 1944 ons land en vestigde zich in 1945 te Lüzern en verwierf hij in 1961 de Zwitserse nationaliteit

In 2005 was hij ook een van de kansmakers op de titel De Grootste Belg, maar haalde de uiteindelijke nominatielijst niet en strandde op nr. 71 van diegenen die net buiten de nominatielijst vielen.

Servaes is de overgrootvader van Valerie De Booser. (Diverse bronnen, Museum Dhondt-Dhaenens, De Post 30 april 1961 en Wikipedia)

Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden
Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden
Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden
Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden

50 jaar geleden, te gast bij president Mohammed Anwar al-Sadat van Egypte

Sadat volgde een officiersopleiding aan de militaire academie en promoveerde in 1938.

Hij bereikte de rang van kolonel.

Door zijn anti-Britse politiek onderhield hij in de Tweede Wereldoorlog betrekkingen met nazi-Duitsland.

Hiervoor werd hij in oktober 1942 gearresteerd en gevangengezet in een interneringskamp waaruit hij in november 1944 wist te ontsnappen.

Na de oorlog, in januari 1946, werd hij opnieuw opgepakt op beschuldiging van deelname aan de moordaanslag op Nahas Pasha, de leider van de Wafdpartij.

Hij bleef gevangen tot eind 1948, waarna hij vrijgesproken werd en opnieuw toegelaten tot het leger (1950).

Sadat was samen met Djamal Abd al-Nasser een van de leiders van de geheime groepering van de Vrije Officieren en nam deel aan de geweldloze staatsgreep van 23 juli 1952 die het bewind van koning Faroek I omverwierp.

Hij werd hoofdredacteur van de krant Al Goemhoeria.

Sadat bekleedde verschillende posten in de regering van Nasser.

Hij werd in 1954 minister van Voorlichting en in 1960 werd hij voorzitter van de Nationale Vergadering en hij had ook de leiding over het Islamitisch Congres.

Later maakte hij ook deel uit van de opperste uitvoerende raad van de ASU (Arabisch-Socialistische Unie).

Op 20 december 1969 werd hij vicepresident onder Nasser, en na diens dood op 28 september 1970 werd hij interim-president.

Hij werd in die functie bevestigd door een referendum.

Hij ging al gauw een meer pro-westerse koers varen dan zijn voorganger en in juli 1972 zette hij alle militaire adviseurs van de Sovjet-Unie het land uit. Samen met Syrië lanceerde hij in 1973 de Jom Kipoeroorlog (ook wel Oktoberoorlog genoemd) tegen Israël, die werd gezien als een eerherstel voor de Zesdaagse Oorlog met Israël die in 1967 plaatsvond.

Het conflict zorgde ervoor dat de binnenlandse tegenstand tegen Sadat een stuk minder werd.

In 1976 werd hij herkozen voor een volgende periode van zes jaar.

Ondertussen veranderde ook zijn houding ten opzichte van aartsvijand Israël.

Op 19 en 20 november 1977 bracht hij, als eerste Arabische leider, een officieel bezoek aan dit land. Bij deze historische gelegenheid ontmoette hij de Israëlische eerste minister Menachem Begin en sprak hij de Knesset toe.

Door dit bezoek, waar een groot deel van de Arabische wereld schande van sprak, werd hij wegbereider voor verdere vredesgesprekken tussen Egypte en Israël met de Verenigde Staten als bemiddelaar.

Deze besprekingen mondden uiteindelijk uit in de Camp-David-akkoorden van 17 september 1978 en het in Washington getekende vredesverdrag van 26 maart 1979.

Egypte erkende hiermee formeel het bestaansrecht van Israël.

Sadat en Begin ontvingen voor deze overeenkomst de Nobelprijs voor de Vrede.

De andere Arabische landen veroordeelden deze vrede echter omdat de Arabische eenheid tegenover Israël was doorbroken en de Palestijnen niets waren opgeschoten.

Egypte raakte hierdoor geïsoleerd binnen de Arabische wereld en werd tijdelijk geschorst uit de Arabische Liga.

Bovendien was er ook binnen het eigen land heel wat weerstand tegen deze vrede, zowel uit fundamentalistische hoek als vanuit de nasseristische en communistische aanhang.

In september 1981 liet Sadat, in een reactie op dit verzet, bijna 1600 aanhoudingen verrichten, een praktijk waarmee hij zich de afkeuring van bijna heel de wereld op de hals haalde.

Op 6 oktober 1981 werd hij te Caïro neergeschoten tijdens een militaire parade, door fundamentalistische militairen (leden van de Egyptische Islamitische Jihad).

Hij overleed aan zijn verwondingen en werd opgevolgd door zijn vicepresident Hosni Moebarak.

50 jaar geleden, te gast bij president Mohammed Anwar al-Sadat van Egypte
50 jaar geleden, te gast bij president Mohammed Anwar al-Sadat van Egypte
50 jaar geleden, te gast bij president Mohammed Anwar al-Sadat van Egypte

50 jaar geleden, de lieve wereld van Frank Sinatra (De Post 18 april 1971)

50 jaar geleden, de lieve wereld van Frank Sinatra (De Post 18 april 1971)
50 jaar geleden, de lieve wereld van Frank Sinatra (De Post 18 april 1971)
50 jaar geleden, de lieve wereld van Frank Sinatra (De Post 18 april 1971)
50 jaar geleden, de lieve wereld van Frank Sinatra (De Post 18 april 1971)