Een aanrader om te lezen, Geert Van Doorne over de aanpassingen van het Gravensteen: onder het mom van de gehandicapten is dat het begin van om heel het Gravenkasteel stillekensaan te verleuken.

Er zijn zo’n aantal zaken die gezwind vergeten worden.

Ten eerste: op de plaats waar men dat paviljoen wil bouwen, en waar die groenzone is, daar stonden huizen in de Geldmunt.

En die huizen zijn afgebroken nadat ze onteigend waren door de overheid, door de stad en de Belgische staat.

Om de muren van het kasteel zichtbaar te maken werd alles afgebroken.

Dus die eigenaars zijn op dat ogenblik eigenlijk onterfd, en in compensatie heeft men dan met al die onteigende eigenaars afgesloten dat er nooit op die grond iets zou mogen terug gebouwd worden.

Dat kan niet! Dat de overheid u uit uw eigendom jaagt, dat afbreekt tot in de funderingen, zonder compensatie, zonder planschade. Ja, er is betaald, maar de psychologische planschade was: hier gaat nooit meer iets veranderen.

Zo is de bedoeling om het Gravensteen te ontmantelen gemotiveerd, zo is dat goedgemaakt om het zo te zeggen. ‘We gaan hier een stukske oudheidkundig erfgoed zichtbaar maken voor het publiek: were loate zien!’

Want er waren twee initiatiefnemers: de Belgische staat en de stad Gent. En daar zie je ‘t verschil.

Het ministerie, dus de Belgische staat, de minister zei: We gaan daar zoveel miljoen tegengooien om die centrale gebouwen van ’t kasteel te restaureren. ‘Jomoar,’ zei burgemeester Émile Braun, ‘daar hebben wij niks aan.

De Genteneirs willen die muren zien!

Wij gaan geen miljoenen investeren in gebouwen die onzichtbaar zijn, die achter de huizen wegzitten! En, da moe wéeg.

Allemaal weg’

Dus na een pittige discussie heeft de Belgische staat dan toch ook geld vrijgemaakt om de huizen te onteigenen, en de belofte te doen: daar zal nooit meer gebouwd worden, nooit nie meer!

Ze hebben daar wel definitieve beloften gedaan.

En de stad heeft ook de omgeving van het Gravensteen verfraaid, want na de afbraak van die huizen zaagt gij niet anders dan binnenmuren, dan koterijen achteraan, en dat paste niet bij het beeld van het Gravenkasteel.

En dan heeft de stad door de conventie af te sluiten met de eigenaars van de aanpalende woningen en huizen, heeft de stad een soort van pseudogevels gezet voor die afbraakterreinen – aan het Veerleplein, aan de Geldmunt, Dutry, ook in de Rekelingenstraat en heel de omgeving eigenlijk.

Ze hebben dus eerst de kant van het Veerleplein gedaan, dan de kant van de Geldmunt, en dan de gebouwen aan de binnenkant.

Dat is de chronologie van de restauratie. Deels een reconstructie, moeten we wel toegeven, en er zijn een beetje excessen gedaan, bijvoorbeeld het verbreden van het watervlak tot aan de muren, dat is niet origineel want op de gravure van Sanderus ziet ge dat daar geen druppel water was

De huizen stonden tot tegen het Kasteel.

En als ge nu op het Veerleplein komt, dat iets enig, en de wijk Patershol, dat is onlosmakelijk verbonden met het kasteel.

Dat is het Gravenstadje, zoals men in de middeleeuwen schreef: ’s Gravenstede, het Castrum: dat was eigendom van de graaf van Vlaanderen.

Na de Eerste Wereldoorlog was de meest urgente prioriteit de woonstverschaffing. Men heeft dan met het Albertfonds noodwoningen voorzien voor de bevolking.

Men moest de haveninstallaties die door de Duitsers compleet vernield waren her-maken, volledig. Men had dus de dokken en de sluizen vol met gezonken schepen gelegd, zodanig dat er geen doorvaart meer was in het kanaal van Terneuzen.

In feite werd de politiek van Gent in de tweede helft van de XIXde eeuw en in de Belle Époque bepaald door de katoenbarons.

Dat waren liberalen. Men had een hele suite van liberale burgemeesters: Lippens, en dan baron Braun – dus de Brauns dat waren mannen van de UCO.

Na de eerste oorlog had Eedje Anseele geweldig veel invloed op koning Albert en op de publieke opinie.

Hij dacht dat hij de Gentse Lenin was. Hij ging overal op het Sint-Pietersplein en op andere plaatsen, op de Vrijdagmarkt – met die vuist vooruit, gelijk dat hij gestandbeeld staat aan de Zuid – en met zijn klak op zijne kop het werkvolk gaan toespreken en gaan toezingen – want hij vond dat het proletarische een belangrijkste rol speelde – en ook schreef hij de Vooruit vol met artikels over het feit dat wereldoorlog een sociale crisis was en geen politieke crisis.

Na de Eerste Wereldoorlog, dus in ’18, en in ’20, de jaren twintig, de dolle jaren twintig dat dat de periode moest zijn van de marxistische gelijkschakeling, de klassenstrijd in feite, de dictatuur van het proletariaat.

En dat was de prioriteit op dat ogenblik.En voor oude gebouwen te restaureren, wat men gedaan had voor de oorlog, was er geen interesse meer, geen geld meer.

Men wilde verbetering van de cités, van de beluiken, rioleringen in de straten want de mensen stierven aan tyfus, aan cholera door die slechte hygiënische omstandigheden. Men wilde beter medische zorg enzovoort.

Nee, het was gedaan met de monumentenzorg.

En al die figuren als Joseph De Waele, die daar een grote rol in gespeeld heeft, Armand Janssens die in het Patershol woonde, in de Drongenhofstraat …en wie had ge zo nog?

Alfons]Van Werveke en Auguste de Maere Limnander een grote invloed had, en Paul de Smet de Naeyer, en Émile Braun die ook een fervente voorstander was van de restauratie, Armand Heins, allemaal grote figuren, Auguste Wagener in de gemeenteraad, die hebben allemaal ulderen bek gehouden na de eerste oorlog en gezegd: goed, laat ze nu maar rioleringen leggen, laat ze nu maar de waterlopen saneren, de beluiken enzovoort.

En dan …dan was het inderdaad gedaan tot …tot het Jaar van het Bouwkundig Erfgoed, tot in 1975.

Zij volgen de trend die overal opgeld maakt. Ik heb dat gezien in Frankrijk ook, het kasteel Saumur en op andere plaatsen.

Men wil die dingen als een soort speelgoed gebruiken – het kasteel van Anger is ook zo toegetakeld – en ook profiteren van het massatoerisme dat in de jaren ’90 tot stand gekomen is. Ja, het is het toerisme zien als een geldkraan en iets om mee uit te pakken. ’t Is omdat ze niet capabel zijn om op een andere manier de stad Gent een plaats te geven, dat men het zo maar probeert.

Gent probeert het via een leuk toerisme, dat ook nog lucratief is.

En wat [‘stadsbouwmeester’ Peter] Vanden Abeele zegt is stemmingmakerij. Ik kan dat alleen maar zo noemen: stemmingmakerij, de mensen opjagen.

Op den duur gaan de mensen nog zeggen dat De Waele het kasteel helemaal vanuit de grond heeft opgebouwd als een attractie.Het is dus een dubbele agenda, een verborgen agenda, duidelijk. En dat is vloeken hé!Dat is dus …Joseph De Waele is zich aan het keren in zijn graf.

Die mens heeft oprecht zijn best gedaan om correct te tonen waar hij begon en waar de ruïne eindigde.Hetgeen dat hij kreeg: hij kreeg niet meer dan hetgeen dat overschoot, en daar moest hij het mee doen.

En De Waele heeft gezegd: kom, ik ga die grens voor eeuwig en altijd tonen.

Ge kunt die grens niet wegcijferen: het zit hard in de steen.Ik heb dus veel buitenlandse kastelen bezocht ook, en overal heb ik vastgesteld – in de periode dat ik beroepsactief was – dat de eigenaars van kastelen het nodig vonden om hun kastelen te ‘verleuken’.

Ik kan het niet anders dan met een Hollandse term benoemen.

Bijvoorbeeld in het Muiderslot benoorden Amsterdam hebben ze de verleuking ver doorgevoerd.

Het is een soort pretpark geworden, dat kasteel.

Dat is nochtans een kasteel uit de XIVde eeuw, gebouwd door de graven van Holland, en in dat opzicht heel goed te vergelijken met het Gravensteen in Gent.

Het is ook een beetje een symbool, het Muiderslot.

Het graafschap Holland herkent zich in dat slot zoals het graafschap Vlaanderen zich kan vereenzelvigen met het Gravenkasteel van Gent, vermits bijvoorbeeld het Gravensteen van Brugge niet meer bestaat, het kasteel van Wijnendale neogotisch verbouwd is, en Rijsel ook.

Daar staat nog een stukje – ik heb dat ook bezocht – het Palais Rihour, maar dat is later herbouwd in de Boergondische periode, in Franse witsteen.

Het is, het is niet te vergelijken met het Gravenkasteel.

Als ge dat wilt visualiseren – het belang van Vlaanderen, van het graafschap in de middeleeuwen – visualiseert ge dat toch het gemakkelijkst in dat kasteel.

Want dat staat op topniveau, Europees bekeken: de Europese feodaliteit heeft niet veel dat daarmee te vergelijken valt.

Het is een gruwel, ’t en trekt er nie op! Het maken van een gat in de muur van het kasteel: een gruwel. Dat is absurdissimum.

Ingaan tegen de bedoeling.

En dat is een aspect dat samenhangt met het feodale kasteel. Het feodale kasteel is vanuit zij karakter ontoegankelijk gemaakt.

Het is defensief gedacht: houd ze buiten, houd ze weg! De muren zijn er om brutalistisch gesloten te zijn.

Men verwart blijkbaar een feodale burcht met een renaissancekasteel aan de boorden van de Loire. Dat lacht, Azay-le-Rideau, Chambord: dat zit vol deuren, en over de gracht ligt dat vol met bruggen.

Aan het Gravenkasteel gaat ge geen bruggen leggen.

Ge zoudt kunnen aan de westkant, aan de kant van het Gewad tien bruggen leggen over de Lieve, om het kasteel toegankelijk te maken.

Maar dat doe je toch niet hé!

Het culturele leven en het culturele erfgoed moet – zegt de UNESCO – in het kader van de mensenrechten voor iedereen toegankelijk zijn.

Maar ze zeggen er wel uitdrukkelijk bij: niet ten koste van andere waarden.

We gaan terug naar 1985.

Van toegankelijkheid voor gehandicapten was er geen sprake.

Stilletjes aan is door sensibilisering de mentaliteit, de publieke mentaliteit bewerkt, zodanig dat men daar nu een punt van maakt, dat belangrijk vindt.

Maar, ik ben nu zelf ook gehandicapt, als ik in de stad loop of rijd met mijn rolstoel: ik kan nergens een winkel binnen, ik kan nergens een trottoir berijden, ik kan nergens de straat oversteken.

Ik kan niet naar het Gravenkasteel, totaal onmogelijk, ik er niet bij en geen enkele gehandicapte.

Men gaat daar zoveel miljoenen uitgeven zonder resultaat, dat het beoogde publiek er toch niet bij kan.

Geef gij dertig miljoen euro uit om het Gravenkasteel met zware ingrepen toegankelijk te maken voor rolstoelpatiënten: geen enkel rolstoel kan erbij.

Ik geef u op mijn woord dat ik in de Geldmunt het trottoir niet kan berijden met de rolstoel, of niet met een scooter, of niet met een mobylette, wat dan ook.

Het Gravensteen kan ik nooit bereiken, zelfs dat paviljoen niet.

Ze hebben een beslissing genomen, lichtzinnig, zonder het dossier te kennen, zonder een keer over na te denken.

Er is een verborgen agenda.

Men wil dat er nu doorduwen en realiseren, als een begin. Onder het mom van de gehandicapten is dat het begin van om heel het Gravenkasteel stillekensaan te verleuken.

En misschien de andere Historische Huizen van de stad ook, ’t Belfort, ’t Stadhuis, Lakenhal. Allemaal topmonumenten hé!(Geert Van Doorne, voormalig Directeur Monumentenzorg Gent en beheerder van het Gravensteen en S.O.S Gravensteen, 23/04/2021)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s