30 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse stripauteur, kunstschilder en illustrator Jan Bosschaert.

Op 16-jarige leeftijd verscheen er al een publicatie van Bosschaert in het stripblad Robbedoes. Vervolgens studeerde hij Vrije Grafiek aan het Sint-Lucasinstituut in Brussel.

Zijn eerste stripverhaal Icarus kwam uit in 1981. In 1983 verscheen Pest in ’t Paleis, een persiflage op de Belgische politiek, naar een scenario van Humo-journalist Guido Van Meir.

In 1998 tekende hij voor Urbanus het eerste album van een nieuwe stripreeks: De Geverniste Vernepelingskes.

In 2012 stopte hij tijdelijk met de reeks om zich meer bezig te houden met andere projecten.

Ander bekend werk van Bosschaert zijn de reeksen Sam en Jaguar.

Naast zijn stripverhalen is Jan Bosschaert bekend als kunstschilder en als illustrator. Dit laatste doet hij eerst en vooral voor de VRT, nadien voor een grote hoeveelheid uitgeverijen (onder andere Averbode, Uitgeverij Lannoo …), tijdschriften (Panorama) en schrijvers (onder anderen Marc de Bel, Katie Velghe). Ook enkele platenhoezen (onder anderen voor Pitti Polak, Plastic Bertrand, The Paranoiacs) en affiches (Saint-Amour) van zijn hand zijn verschenen.

Ter gelegenheid van 70 jaar Suske en Wiske tekende hij het stripverhaal De verwoede verzamelaar geschreven door Jan Verheyen.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 11 januari 1991)

30 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse stripauteur, kunstschilder en illustrator Jan Bosschaert.

Vandaag 20 jaar geleden, voorstelling van het boek Paul McCartney Paintings in de Waterstone Bookstore in Londen.

Het boek bevat ruim 80 reprodukties van zijn werk, sinds hij begin jaren 80 is gaan schilderen.

Volgens McCartney-biograaf Barry Miles ,,brengt Paul al schilderend dezelfde humor en hetzelfde enthousiasme en plezier tot leven als hij dat deed met zijn muziek”.

De ex-Beatle zei er in The Guardian zelf over: Ik schilder gekke gezichtjes, landschappen, zeegezichten, waarvan u mij niet moet vragen wat ze voorstellen, maar mijn vrienden vinden ze leuk.”(Diverse bronnen, Foto 2 Kotsende Bowie 1990, Foto 4 Meneer Margrittes Liniaal 1995 en Foto 2 Paul en Bernd Zimmer )

Paul McCartney

Deze week 40 jaar geleden, publicatie van het boek De verbijsterde terugblik van een massaregisseur van de Nederlandse regisseur Carel Briels

Hij is vooral bekend geworden door het organiseren van massa-spektakels.

Het leverde hem de bijnaam “De Napoleon van het Massaspel” op.

Hij groeide op in Roosendaal. Al van jongs af speelde hij toneel.

Bijvoorbeeld op zijn middelbare school, het Sint Norbetuslyceum in Roosendaal tijdens Toneelavonden en tijdens een plechtige feestviering ter gelegenheid van zijn communiefeest op het Instituut St. Louis te Oudenbosch.

Hij verhuisde naar Amsterdam en volgde daar de toneelschool en behaalde in 1939 zijn diploma. Eind 1939 richtte hij zijn eigen toneelgezelschap op, Het Nederlands Toneellyceum.

Dit was meer dan een toneelgezelschap, het gezelschap had tot doel “het cultuurbezit te beschermen door begrip en liefde bij het Nederlandse volk aan te kweken voor de grote toneelwerken in de literatuur van alle tijden”.

Hoewel het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (DVK) Briels bij de start van Het Nederlands Toneellyceum gunstig gezind was, was het dat na de zomer van 1941 niet meer.

Het kwam zelfs zo ver dat Briels werd opgepakt en gevangen gezet in het Oranjehotel in Scheveningen (september 1942).

Hij werd gedwongen Het Nederlands Toneellyceum op te heffen waarna hij werd vrijgelaten.

Na de oorlog kreeg hij naamsbekendheid als artistiek leider en regisseur van talloze naoorlogse massaspelen.

Zo organiseerde hij in 1946 in het Olympisch Stadion in Amsterdam het spektakelstuk Het drama der bezetting.

In 1947 bracht hij het massaspel De waterweg heroverd in het Feyenoordstadion.

Bij het gouden regeringsjubileum van koningin Wilhelmina in 1948 leidde hij wederom in Amsterdam zo’n evenement.

Later regisseerde Briels onder meer het massaspel Zevenhonderd Jaar en één Nacht, bij het 700-jarig bestaan van de stad Breda (1952) en de expositie De Rijn in de RAI (1952).

In 1962 was opnieuw het Feyenoordstadion het podium voor One world or none, een vierdaags massaspel over het atoomtijdperk.

Deze productie werd via Eurovisie in vele landen uitgezonden en er waren ook filmploegen uit Amerika. Briels was een evenementenman avant la lettre en werd ook wel de Nederlandse Cecile B. de Mille genoemd. (Diverse bronnen, Theaterencyclopedie en De Post van 9 november 1980)

Deze week 40 jaar geleden, publicatie van het boek De verbijsterde terugblik van een massaregisseur van de Nederlandse regisseur Carel Briels

Vandaag 100 jaar geleden, verschijnt de Vlaamse literaire klassieker De Witte van Ernest Claes.

De figuur die Claes koos als type voor zijn verhaal heeft werkelijk bestaan, maar de enkele details uit het echte leven van de echte Witte werden ruimschoots aangevuld met verbeelding, observatie en eigen belevenissen van de schrijver.

Dat is ook het geval voor de andere figuren die een rol spelen in het verhaal. Claes schreef de eerste hoofdstukken al in 1908 voor het besloten gezelschap De Violier, een kleine vriendenkring van literatuurliefhebbers die Claes met enkele medestudenten van de Katholieke Universiteit Leuven had opgericht.

Daarna volgden nog enkele voorlezingen ervan in de studentenstad.

Pogingen om het verhaal te laten opnemen in De Nieuwe Gids of in Jong Dietschland mislukten.

Lodewijk Dosfel, hoofdredacteur van dit laatste tijdschrift, vond enkele passages toch te onkies en ongepast.

De volgende hoofdstukken kon Claes wel laten verschijnen in het Leuvense studentenblad Ons Leven, wat hem op een reprimande van de vice-rector kwam te staan.

Vanaf 1911 verschenen het vierde en de volgende hoofdstukken in diverse tijdschriften, zoals Het Land (opgericht in 1911 door Juul Grietens), Dietsche Warande, Groot Nederland en Vlaamsche Arbeid.

Tijdens de oorlogsjaren schreef Claes andere verhalen, waaronder enkele oorlogsnovellen. In 1919 hervatte hij het schrijven aan De Witte en schreef nog twee bijkomende hoofdstukken.

Het boek werd ten slotte afgewerkt toen Emmanuel de Bom hem in 1919 vroeg of hij de novelle De Witte uit kon brengen in de nieuwe serie Vlaamse Bibliotheek, als onderdeel van de Wereldbibliotheek.

Claes schreef toen de laatste vijf hoofdstukken.

Het boek verscheen met 12 pentekeningen van Jos Leonard. De oplage van vijfduizend exemplaren was na enkele maanden uitverkocht.

In totaal zijn er al 128 drukken van deze bijzondere schelmenroman gemaakt.

Hij werd twee keer verfilmd, in 1934 door Jan Vanderheyden (De Witte) en in 1980 door Robbe De Hert onder de titel De Witte van Sichem. (Diverse bronnen en Wikipedia)

Jef Bruyninckx

40 jaar geleden, te gast bij de Amerikaanse schrijver Tennessee Williams (oktober 1980)

Te gast bij de Amerikaanse schrijver Tennessee Williams (oktober 1980)
Te gast bij de Amerikaanse schrijver Tennessee Williams (oktober 1980)
Te gast bij de Amerikaanse schrijver Tennessee Williams (oktober 1980)
Te gast bij de Amerikaanse schrijver Tennessee Williams (oktober 1980)

30 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse schrijver Frans Pointl

Frans Pointl debuteerde met een dichtbundel in 1959, Afscheid van de laatste lente, maar het duurde decennia voordat hij met proza opnieuw naar buiten trad.

Pointl werd pas bekend toen hij vijftiger was met zijn boek De kip die over de soep vloog (1990) dat gelijk voor de AKO Literatuurprijs genomineerd werd.

De verhalenbundel gaat over zijn jeugd als zoon van een getraumatiseerde joodse moeder.

Van het boek werden niet alleen 100.000 exemplaren verkocht, het werd ook genomineerd voor de AKO-Literatuurprijs.

Het plotse succes had Pointl in niet geringe mate te danken aan zijn optreden in het boekenprogramma van Adriaan van Dis op de Nederlandse televisie.

Hij nam het publiek in Nederland en Vlaanderen voor zich in met zijn gevatte, aparte joodse humor.

Na “De kip die over de soep vloog” bleef Pointl kortverhalen schrijven, maar die wisten het succes van zijn debuut niet meer te evenaren.

Zijn laatste verhalenbundel verscheen in 2013.

De titel was “De laatste kamer”, een verwijzing naar het Amsterdamse rusthuis waar hij tegen zijn zin verbleef.(Diverse bronnen, Sara Van Poucke, Wikipedia en foto’s 1990)

30 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse schrijver Frans Pointl (oktober 1990)
30 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse schrijver Frans Pointl (oktober 1990)
30 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse schrijver Frans Pointl (oktober 1990)
30 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse schrijver Frans Pointl (oktober 1990)
30 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse schrijver Frans Pointl
30 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse schrijver Frans Pointl
30 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse schrijver Frans Pointl

Vandaag is het 75 jaar geleden dat de Oostenrijkse schrijver Felix Salten is overleden.

Zijn bekendste werk is Bambi, Eine Lebensgeschichte aus dem Walde, dat hij schreef in 1923.

Het werd vertaald in het Engels in 1928 en werd een boek-van-de-maand-clubhit.

In 1933 verkocht hij de filmrechten voor 1000 dollar aan de Amerikaanse filmregisseur Sidney Franklin, die deze later overdroeg aan The Walt Disney Company.

In 1939 schreef Salten een vervolg: Bambis Kinder: Eine Familie im Walde.

Hoewel Bambi bedoeld was als een waarschuwing voor “terug-naar-de-natuur”-aanhangers die in zijn ogen de natuur te veel idealiseerden, werd het tot Saltens verdriet door de Disney-studio’s “geïnfantiliseerd” tot een kinderverhaal.

Met dit filmscript verscheen in 1942 de succesvolle animatiefilm Bambi.

Salten is hoogstwaarschijnlijk ook de auteur van de satirische, maatschappijkritische, erotische roman Josefine Mutzenbacher, die Geschichte einer Wienerischen Dirne von ihr selbst erzählt, de fictieve autobiografie van een Weense prostituee, die anoniem verscheen in 1906.

Verondersteld werd dat Salten en Arthur Schnitzler het boek samen geschreven hadden, maar Schnitzler ontkende zijn aandeel categorisch.

Salten heeft zijn auteurschap nooit bevestigd of ontkend, maar het half-pornografische verhaal Die Gedenktafel der Prinzessin Anna (ook wel Die Bekentnisse einer Prinzessin), dat in 1902 onder zijn eigen naam verscheen, is te beschouwen als een voorstudie voor Josefine Mutzenbacher.

Ook in andere werken, waaronder de beide Bambi-boeken, nam hij beeldende verwijzingen naar seksuele handelingen op, die Disney’s scenaristen Perce Pearce en Larry Morey niet overnamen voor hun film.

Leven in Oostenrijk in de jaren dertig werd levensgevaarlijk voor een prominente jood.

In 1933 ontbrak hij nog op de “lijst van schadelijke en ongewenst geschriften” van de nazi’s van Adolf Hitler, maar in 1935 werd hij daar wel op geplaatst.

In 1939 ontvluchtte hij zijn land, toen Oostenrijk een deel was geworden van Duitsland.

Salten kreeg een Amerikaans visum aangeboden door de Amerikaanse consul “uit persoonlijk respect voor Bambi”.

Maar Salten wees dit aanbod af en koos voor Zwitserland, waar zijn dochter Anna woonde.

Hij verhuisde naar Zürich waar hij woonde tot zijn dood.

Felix Salten was een enthousiast jager, maar hij zag zichzelf niet als een ‘schieter’.

De plezierjacht van de Oostenrijkse adel was hem een gruwel.

Wel kwam hij er ruiterlijk voor uit dat hij in zijn leven zeker zo’n 200 ‘Bambi’s’ had omgelegd

Hij was getrouwd met de actrice Ottilie Metzl.

Zij hadden een zoon Paul en een dochter Anna-Katherina, die werk van haar vader geïllustreerd heeft.

Van al zijn werk worden in onze tijd alleen nog Bambi en Josefine Mutzenbacher herdrukt.

Felix Salten
Felix Salten

Vandaag is het ook al vijf jaar geleden dat de Vlaamse schrijver Jos Vandeloo is overleden.

Jos Vandeloo begon zijn schrijverscarrière met tientallen verhalen en reportages voor tijdschriften en kranten als De Zweep, Ons Volk en Het Belang van Limburg.

In 1953 publiceerde de auteur uit Zonhoven zijn eerste kortverhalenbundel “Mensen strijden elke dag”.

Eind jaren 50, begin jaren 60 brak hij door met de verhalenbundel “De muur” en de romans “Het gevaar” en “De vijand”.

In “Het gevaar” uit 1960 waarschuwt de schrijver voor de gevaren van nucleaire energie.

“Het gevaar” was decennialang verplichte leesstof op de leeslijsten van de middelbare scholen. “Dat ik in de lijst met meest gehate boeken sta, kan ik begrijpen. Mensen die niet graag lezen, willen graag kiezen wat ze lezen.

Als je op de lijst met verplichte literatuur staat, kan dat veel weerstand oproepen. Ik zou zelf ook liever de vrije keuze hebben”, zei Vandeloo daarover in 2004.

Jos Vandeloo schreef niet alleen romans en kortverhalen, hij was ook een gelauwerde dichter en schreef scenario’s voor de Vlaamse en de Nederlandse televisie en toneelstukken.

Walter van den Broeck heeft jarenlang samen met Vandeloo onderdak gevonden bij uitgeverij Manteau. “Ik herinner me Jos Vandeloo als een heel aimabele man die vol verhalen zat.

Hij had altijd wel iets te vertellen”, aldus Van den Broeck.”Jos Vandeloo is een van de eerste auteurs die de moderniteit en de gevaren van de moderniteit heeft toegelaten in de Vlaamse letteren.

Zijn boek “Het gevaar” is daar een mooi voorbeeld van. Dat gaat over een ongeval met kernenergie.

Zijn oeuvre gaat ook over de angst en de eenzaamheid die de moderniteit met zich meebrengt”, klinkt het.Jos Vandeloo heeft in zijn boeken een weinig optimistische levensvisie, waarin de mens het moet afleggen tegen de gevaren van de modernisering van de maatschappij.

Het werk van Vandeloo werd bekroond met verscheidene literaire prijzen en vertaald in meerdere Europese talen, onder meer in het Russisch.

In de stripreeks Nero (strip) door Marc Sleen waren in Nero’s boekenkast regelmatig boeken van Jos Vandeloo te zien. In “De Gele Gorilla” (1971) leest Nero in strook 27 een boek door Jos Vandeloo.

Marc Sleen was zelf een fan van Vandeloo.

Jos Vandeloo werd negentig jaar.(Diverse bronnen, Ludwig De Wolf, Wikipedia

Jos Vandeloo

Vandaag is het ook al 35 jaar geleden, dat de Franse actrice Simone Signoret is overleden.

Signoret was niet alleen een bewonderd actrice, ze bleek ook te kunnen schrijven.

Zij publiceerde haar autobiografie in 1976: La nostalgie n’est plus ce qu’elle était, die een bestseller werd.

In 1979 verscheen haar eerste roman: Le lendemain, elle était souriante…, waarvan de titel een verwijzing is naar een chanson uit 1908 over een jonge vrouw die tegen de klippen op vrolijk en optimistisch blijft.

Postuum, in 1985, verscheen haar in 1984 voltooide roman Adieu Volodia, over Russische en Poolse joden die zich aan het begin van de 20e eeuw in Frankrijk vestigden, over haar eigen wortels dus.

Ook dit boek was een groot verkoopsucces en de literaire kritiek was positief.

Vandaag is het ook al 35 jaar geleden, dat de Franse actrice Simone Signoret is overleden.
Simone Signoret in de film Les Sorcières de Salem van Raymond Rouleau 1956
Vandaag is het ook al 35 jaar geleden, dat de Franse actrice Simone Signoret is overleden.
Vandaag is het ook al 35 jaar geleden, dat de Franse actrice Simone Signoret is overleden.
Vandaag is het ook al 35 jaar geleden, dat de Franse actrice Simone Signoret is overleden.

40 jaar geleden, te gast bij de Nederlands schrijver, liedjesschrijver en copywriter Herman Pieter de Boer.

Herman Pieter de Boer werd in 1928 geboren in Rotterdam.

Nadat hij de HBS had afgerond en zijn dienstplicht van drie jaar had vervuld, richtte hij in 1954 samen met Dimitri Frenkel Frank en Hans Ferrée een Amsterdams reclame- en ideeënbureau op.

Later ging De Boer onder meer schrijven voor weekblad De Tijd.

Hij publiceerde onder meer columns, verhalenbundels en gedichten en werkte mee aan cabaretprogramma’s.

De Boer was ook actief als muziekschrijver.

Zo schreef hij bijvoorbeeld, onder het pseudoniem Johnny Austerlitz, de tekst van het lied Oh Waterlooplein (1969).

Het origineel is een nummer van Jason Crest, dat daarna vertaald wordt in het Frans.

Onder de naam Johnny Austerlitz schrijft Herman Pieter de Boer de Nederlandse vertaling.

Midden jaren zeventig verschijnen er drie platen van Conny Vandenbos. De Boer schrijft teksten voor elke plaat.

In 1977 komt het debuut van André Hazes uit: Zo Wil Ik Leven.

De Boer schrijft vier liedteksten voor de Amsterdamse volkszanger.

Hij krijgt van producer Eric Boom een bandje en bladmuziek van het lied Ma Dernière Volonté.

Of hij daar iets moois van wil maken voor Ramses Shaffy.

Er is haast bij want ze zijn al aan het opnemen.

Een paar dagen later belt Shaffy in de holst van de nacht De Boer op en zegt met veel gestommel op de achtergrond dat hij toch een tekst zou willen hebben.

De volgende middag sluit De Boer zich op in een kamer, luistert nog eens naar het bandje en schrijft in twintig minuten de tekst van Laat Me.

Een van de bekendste liedjes van Ramses Shaffy.

Een ander bekende liedtekst van zijn hand is Visite en Maar Ja dat door Lenny Kuhr werd gezonden.

Zij was ook zo’n twaalf jaar de levenspartner van De Boer.

Met Boudewijn de Groot schrijft hij het nummer Annabel.

Het nummer is bedoeld voor zijn plaat Van Een Afstand, maar De Groot laat het liedje links liggen.

Hans de Booij scoort er even later een grote hit mee.

Verder schreef Herman Pieter de Boer verschillende teksten voor Kinderen voor Kinderen.

De bekendste daarvan zijn Ik heb zo waanzinnig gedroomd en Op een onbewoond eiland.

In 2009 werd het laatstgenoemde nummer uitgeroepen tot grootste Kinderen voor Kinderen-klassiek.

In 1984 scoort Hans de Booij een hit met de single Thuis Ben. Herman Pieter de Boer tekent voor de tekst.

Herman Pieter de Boer schrijft verschillende teksten voor Dana Winner die op meerdere albums terechtkomen: Regenbogen (1993), Mijn Paradijs (1994), Regen Van Geluk (1995) en Waar Is Het Gevoel (1996).

In 1994 scoort Winner een hit met het door De Boer geschreven Westwind.

In 2002 wint Herman Pieter de Boer een Gouden Harp.In april wordt Herman Pieter de Boer benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.

Herman Pieter de Boer overlijdt in de nieuwjaarsnacht in 2014 in zijn woonplaats Eindhoven.

Hij is 85 jaar geworden.

40 jaar geleden, te gast bij de Nederlands schrijver, liedjesschrijver en copywriter Herman Pieter de Boer

Vandaag is het ook al vijftien jaar geleden dat de Gentse kursiefjesschrijver Prosper De Smet is gestorven.

Ongeveer 20 jaar geleden, leerde ik hem kennen dankzij Coenraed de Waele en ik nodigde hem dan ook uit om zijn gedichten bundel Gekke gedachten, stille gepeinzen voor te stellen in de Hotsy Totsy.

Hij werd geboren in het ouderlijk huis te Gent, in de Roggestraat.

Zijn vader, August, was dokwerker, zijn moeder, Cordula D’haese, naaister.Vader De Smet overleed in 1928.

Vanaf dat jaar, 9 jaar oud, tot oktober 1932, verbleef Prosper in het Stedelijk Weeshuis voor Jongens (“Kuldershuis” genoemd) op de Martelaarslaan te Gent.

Toen zijn moeder hertrouwde kon hij, vanaf november 1932, opnieuw bij haar en zijn stiefvader wonen, in de Roggestraat.

Na de Lagere Hoofdschool aan de Van Monckhovenstraat, volgde De Smet de beroepsschool aan de Martelaarslaan te Gent.

Tot de leeftijd van 17 jaar volgde hij daar een opleiding “letterzetter”. Hij ging naar de avondschool om zich te bekwamen in het Frans, Engels en Duits.Rond zijn veertiende jaar ontdekte hij het werk van Felix Timmermans, James Oliver Curwood en vooral Multatuli.

Na het verlaten van de school, in 1936, werkte hij in de drukkerij Heuvelmans aan de Lindelei. Kort daarop, 18 jaar oud, werd hij als soldaat gelegerd te Brussel.

Na 17 maanden dienst werd hij gemobiliseerd te velde.Het gezin verhuisde in januari 1940 naar de Hoppestraat (nu Poperingestraat).

In het ouderlijk gezin werd, met uitzondering van de krant Vooruit, niet gelezen. Prosper had vrij vroeg belangstelling voor de dagelijkse rubriek Boekuil (van Raymond Herreman) en voor de wekelijkse bladzijde Geestesleven.

In april 1946, na zijn huwelijk, verhuisde hij naar de Rooigemlaan.

In 1951 trok het gezin naar de Grensstraat en juli 1960 vestigden zij zich in de Bosuilstraat te Wondelgem, waar hij woonde tot aan zijn dood.

Vanaf 1945 werkte hij als drukker-letterzetter, eerst bij de Gentse firma Collier in de Jutestraat en vanaf 1948 bij het dagblad Vooruit, in de Sint-Pietersnieuwstraat.

Na een paar jaar verzorgde hij ook de lay-out van de krant. Na het stopzetten van Vooruit (1978) was hij nog enkele jaren verbonden aan de krant De Morgen.

In 1980 ging hij met pensioen.Van 1952 tot 1965 schreef hij – nog steeds letterzetter en lay out-man in de drukkerij – onder pseudoniem PDS boekbesprekingen voor de rubriek Geestesleven van Vooruit.

Van 1953 tot 1975 leverde hij (nu onder pseudoniem Polke Pluim) humoristische bijdragen voor de sportbladzijden.

In 1961 voegde hij daaraan nog een dagelijks cursiefje toe (ondertekend met P. Pluim).Dertig jaar lang zou hij dit volhouden, ook nadat Vooruit opging in De Morgen. In laatstgenoemde krant vertraagde het ritme iets: vanaf 1991 verschenen er wekelijks nog drie cursiefjes, dan twee en ten slotte nog één.

In september 2001 stopte hij definitief met zijn bijdragen.

De Smet schreef dus bijna 50 jaar voor de krant.In 1988 werd een bundel cursiefjes uitgegeven onder de titel In de Krabbel.

Zijn meestal optimistische stukjes hebben soms een vleugje weemoed.

Ze gaan vooral over het dagelijkse leven van de gewone man. Ze zijn vaak een milde, maar tezelfdertijd rake commentaar op de samenleving.

Tussen 1963 en 1965 publiceerde De Smet, onder zijn eigennaam, een tiental novellen in Elseviers weekblad.Novellen werden ook opgenomen o.m.in het Nieuw Vlaams tijdschrift, in Dietsche Warande & Belfort en in De Vlaamse gids.Tussen 1955 en 1990 werden ook een achttal romans, een toneelstuk, een verhalenbundel en enkele dichtbundels gepubliceerd.

In 1999 gaf hij, in eigen beheer, nog een dichtbundel uit: Gekke gedachten, stille gepeinzen.In 1957 werd de eerste roman van De Smet, De ontploffing, uitgegeven.

Hij werd ervoor onderscheiden met de publieksprijs, het zgn. Referendum van Vlaamse letterkundigen.

De Groene Amsterdammer riep dit werk uit tot boek van de maand.

Een jaar later verscheen het verhalend gedicht Aan de voet van ‘t Gravensteen; nog in hetzelfde jaar kende de stad Gent er hem haar Letterkundige prijs voor toe.

Zijn toneelstuk De ondernemingsraad werd in 1968 onderscheiden met de Visser Neerlandiaprijs; het werd nog in 1968 opgevoerd door de Gentse Multatulikring

In 1969 kreeg hij een tweede maal de Letterkundige prijs van zijn geboortestad, dit keer voor zijn verhalenbundel Prinses en coverboy.

Het geweer zonder kogels (1985) is een roman over zijn soldatentijd tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Met zijn romans en zijn novellen bevestigt De Smet dat hij een rasecht verteller is.

Zijn werk getuigt van rechtvaardigheidsgevoel en van een sterke sociale betrokkenheid.

Scherpzinnigheid en humor, naast wijsheid en mededogen, laten hem toe de kleinmenselijke kantjes liefdevol te relativeren.

Prosper De Smet stierf in 2005 op zesentachtigjarige leeftijd (diverse bronnen, Helena de Vetter en Wikipedia)

De Franse actrice Macha Méril mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen.

Méril stamt van haar vaders kant af van het Russische prinselijke huis Gagarin en van haar moeders kant uit een Oekraïense adellijke familie.

Ze verscheen in 125 films tussen 1959 en 2012, waaronder films geregisseerd door Jean-Luc Godard (A Married Woman / Une femme mariée), Luis Buñuel (Belle de jour) en Rainer Werner Fassbinder (Chinese Roulette).

Ze verscheen ook in de Canadese televisieserie Lance et Compte uit Quebec.

Ze trouwde in 1969 met de Italiaanse regisseur Gian Vittorio Baldi.

Het huwelijk eindigde in 1978.

Ze is wellicht het best bekend om haar rollen als medium Helga Ulmann in Deep Red van Dario Argento en als een sadistische rijke dame in Night Train Murders (1975) van Aldo Lado.

In 2014 trouwde ze met de Franse componist Michel Legrand. (Divers bronnen, Wikipedia en foto 1 en 3 uit de Franse film La Main Chaude (1960) en dit samen met Jacques Charrier, foto 4 samen met haar zus Hélène in hun flat in Parijs