Vandaag 32 jaar geleden, op een veiling bij Sotheby’s in Londen haalt het schilderij van Gentenaar Gustaaf De Smet, De blauwe Canpé de recordprijs van 550000 pond

Gustaaf De Smet werd geboren als zoon van de huisschilder-decorateur en fotograaf Jules De Smet.

Gustave had een 4 jaar jongere broer, de impressionistische Léon De Smet.

Beiden volgden de Gentse Academie.

Terwijl Gustave eerder onregelmatig volgde, was Léon een schitterend student.

De Smet trouwde in 1898 met Gusta Van Hoorebeke en bleef in Gent wonen.

Eerst in 1908 volgde hij zijn broer Léon naar Sint-Martens-Latem.

Daar ging hun aandacht eerder uit naar het impressionistische luminisme van Emile Claus, die in het nabijgelegen Astene verbleef, in zijn villa Zonneschijn.

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, week Gustave met zijn gezin en zijn vriend Frits Van den Berghe uit naar Nederland.

Van 1914 tot 1922 verbleven zij te Amsterdam, te Hilversum, te Laren en te Blaricum.

In Nederland leerde hij zowel het Duitse als het Hollandse expressionisme kennen, waarbij de Franse schilder Henri Le Fauconnier een voortrekkersrol speelde.

Dit betekende het grote keerpunt in zijn kunst.

Zijn enig kind, Firmin De Smet, overleed in 1918 toen hij twintig was, tijdens een spoorwegongeluk in het Nederlandse Weesp.

In 1922 keerde hij naar België terug, om samen met Frits Van den Berghe bij Permeke in te trekken, te Oostende.

Toen had hij toch al de Sélection-beweging op gang gebracht, met de Brusselse kunstkenners André de Ridder en Paul-Gustave van Hecke.

Na enige maanden trok hij weer naar zijn Leiestreek en in 1923 ging hij in Bachte-Maria-Leerne wonen en daarna in Afsnee, om zich ten slotte in 1927 in Deurle te vestigen.

In 1923 verscheen in de reeks Junge Kunst, een uitgave van Klinkhardt & Biermann in Leipzig, als Band 38 de eerste monografie van Gust De Smet met een dertigtal afbeeldingen.

Desmets expressionisme, met de eigen kubistische inslag, had op dat moment een hoogtepunt bereikt, met zijn circus- en kermistaferelen, zijn accordeonspelers en zijn evocaties van dorp en huis, doordrenkt van zijn specifiek coloriet.

Op dat ogenblik stond zijn expressieve kracht mijlenver van de visie van zijn broer Léon.

De Smet overleed op 66-jarige leeftijd te Deurle aan tuberculose.

In reactie op De Smets dood zei Permeke: “Hij was nooit klein.”

De Smets woonhuis wordt bewaard als lokaal museum, het Museum Gust De Smet, dat een duidelijk beeld geeft van de leefomgeving en het atelier.

Om de tand des tijds een beetje bij te vijlen heeft de gemeente gekozen om het museum te restaureren onder leiding van architect Maarten Dobbelaere.

De restauratie heeft plaatsgevonden in 2015-2016 en het museum is opnieuw geopend op 15 oktober 2016.

Het gebouw heeft opnieuw de uitstraling van weleer.

Je stapt als het ware binnen in het leven van Gust en Gusta De Smet. (diverse bronnen, Wikipedia en Foto 4 en 5 zijn oud huis , nu een museum)

Vandaag 25 jaar geleden, botste een luchtballon tegen de Sint-Jacobskerk.

Zondagavond 9 juni 1996 rond half tien ’s avonds botste er een heteluchtballon tegen de Sint-Jacobskerk.

De brandweer werd opgetrommeld en de inzittenden werden bevrijd, maar de toren was jarenlang kruisloos.
Yves Pieters was op het moment van de feiten 25 jaar oud.

Hij werkte een aantal maanden bij de brandweer toen hij opgeroepen werd voor de klus van zijn leven: “Ik heb daarna nog spectaculaire dingen meegemaakt, maar de luchtballon blijft toch een hoogtepunt in mijn carrière”, vertelt hij.


Om de drie inzittenden te kunnen bevrijden moest de brandweer creatief zijn: “Het eerste waar ik aan dacht was: hoe kom ik zo snel mogelijk bij die mensen”, vertelt Pieters. “Ik wilde eerst de ladderwagen nemen, maar die is maar 30 meter lang en de toren is hoger.


Het moest dus via de binnenkant gebeuren. We hebben een gat gemaakt in de toren en zo hebben we iedereen bevrijd.”


Na de reddingsopperatie was de toren beschadigd. “Het kruis moest ook verwijderd worden”, herinnert Pieters zich nog. “Het heeft zelfs nog een aantal jaren geduurd voor er een nieuw in de plaats kwam.” (Diverse bronnen en Anke Van Meer)

60 jaar geleden, Gentenaar Leo Martin met zijn orkest

Leo Martin was muzikant, klarinetspeler, orkestleider en acteur, en trad vroeger met zijn orkest op in Gent, met Bobbejaan Schoepen (in Bobbejaanland), en in “Het Witte Paard” te Blankenberge.

Martin voegde zich na zijn opleiding klarinet aan het conservatorium van Gent bij The Blue Swingers van Jean Daskalides.

Hij speelde later ook in de big band van de Wetterse orkestleider Willy Rockin’. (Willy Rockin’ die veel grote namen heeft voortgebracht onder de Belgische muzikanten o.a. Freddy Sunder.)

Toen deze er in 1958 er de brui aan gaf kon Martin het orkest overnemen.

60 jaar geleden, Gentenaar Leo Martin met zijn orkest

Tijdens de periode van de Gentse “Ancien Belgique” (rond 1956) was Leo en François een duo die in het Gents dialect komische optredens hadden in deze zaal.

Het duo had een groot succes bij de Gentenaars. Van diverse sketches bestaan er LP-platen.

Aan het duo kwam een abrupt einde door het overlijden van François (François Wiedemans).

In 1972 stopte Martin met het orkest en ging samen met Gaston in zee als “Gaston en Leo”.Leo leerde Gaston Berghmans voor het eerst kennen in 1957 in de Billiard Palace waar het orkest van Willy Rockin speelde.

Leo speelde er saxofoon en klarinet en Gaston voerde soms samen met hem enkele sketches voor twee man op. Hun komische optredens dienden vaak als proloog voor Leo’s muzikale momenten.

Met deze optredens werd de basis gelegd voor wat later Gaston en Leo zou worden.

Willy Rockin en zijn orkest met onder het Brt icoontje staat Gaston Berghmans te zwaaien en tweede van rechts is Leo Martin

Tot 1972 bleven ze echter apart van elkaar optreden.

Gaston trad ’s winters in de Ancienne Belgique op en ’s zomers speelde hij in Blankenberge in de Eden met het orkest van Bobby Setter.

Leo trad toen in Blankenberge op in “Het Witte Paard” en zo bleven ze regelmatig in contact om samen de zalen te vermaken.

Toen in 1968 de baas van “Het Witte Paard” Gaston in vaste dienst nam, nam de eigenaar van de Eden prompt ontslag omdat hij vond dat hij zonder Gaston niets was.

Gaston en Leo voerden hun acts ook op in het Engels vanwege de toeristen die vanuit dat land “Het Witte Paard” aandeden.

In 1972 doekte Leo zijn orkest op en traden hij en Gaston nog uitsluitend op als komieken.

Toch bleven ze nog geruime tijd hun shows in Oostende doen, tot “Het Witte Paard” in 1974 afbrandde.

In die periode had Leo ook een platenzaak aan de Dampoort in Gent.

Mathonet kreeg het idee om de legendarische revue Slisse & Cesar weer terug op te voeren. Berghmans was van de oorspronkelijke versie vroeger al een fan en had de revue in de jaren 60 al eens gespeeld in de Koninklijke Nederlandse Schouwburg met Nand Buyl, Jan Reusens en Anton Peters.Peters speelde toen Slisse, Reusens Cesar en Berghmans de postbode.

Peters verknoeide eens de act van Berghmans door zijn personage ongeïnteresseerd uit het raam te laten kijken terwijl Berghmans allerlei leuke spullen uit zijn posttas haalde.

Berghmans zag hoe hij afging en verliet vroeger dan gepland het podium. De dag erop toen Peters hetzelfde deed begon hij echter te improviseren en stal de show.

Peters schrok en hervatte de scène weer zoals gepland, al maakte Berghmans zijn deel nog langer.

In 1976 begonnen Berghmans, Tony Bell en zijn vrouw, Yvonne Verbeeck, Norma Hendy, Lucienne Steiner voor uitverkochte zalen de revue Slisse & Cesar op te voeren.

Mathonet besloot echter op zeker moment dat de tweede voorstelling op zondag gratis moest worden opgevoerd omdat er al zoveel kosten waren.

Na twee maanden hadden ze er genoeg van en besloten Berghmans en hij ermee te kappen omdat Martin vond dat Mathonet “geld genoeg verdiende”.

Vanaf 1972 waren Berghmans en Martin ook op televisie te zien.

Ze verdienden echter niet goed doordat de openbare televisie toen nog het monopolie had inzake televisiezenders.

In België hadden ze een beter verdienend programma Hallo met Henk met Henk van Montfoort waar ze wekelijks één sketch opvoerden.

Ze hadden ook geen impresario: iedereen belde gewoon de BRT om naar hen te vragen of stuurde brieven naar de BRT te hunner attentie.

In 1980 traden Berghmans en Martin samen met Yvonne Delcour en Romain Deconinck op in de komische politiereeks De Kolderbrigade.

Leo Martin werd in 1981 door de Snorrenclub Antwerpen tot “Snor van het Jaar” uitgeroepen.

Vanaf 1981 kwamen dan hun legendarische eindejaarsshows op de BRT.

Elk oudjaar zond de zender hun shows uit die tegen de 2.680.000 kijkers scoorden en waarvan vele klassiekers zijn geworden; zoals onder meer Restaurant De Gouden Leeuw en de bekendste van allemaal: Joske Vermeulen.

Tussendoor bleven de komieken ook zaaloptredens geven in Vlaanderen en draaiden ook vijf films: “De Witte van Sichem” (1980), “De boot naar Spanje” (1982) (regie: Willy Vanduren), “Zware Jongens” (1984) (regie: Robbe De Hert), “Paniekzaaiers” (1986) (regie: Patrick Lebon) en “Gaston en Leo in Hong Kong” (1988) (regie: Paul Cammermans).

Ondanks de hoge kijkcijfers en hun weergaloze succes keek de toenmalige top van de openbare televisieomroep erg neer op Berghmans en Martin en waren hun lonen bijgevolg ook erg laag.

Bob Boon kon niet meer lachen om hun meest recente scenario’s en directeur Paul Van Dessel liet weten dat hij niet meer met “gepensioneerde komiekskes” kon blijven werken.

De zopas opgestarte commerciële omroep VTM en haar bazen Mike en Guido ontvingen hen met open armen en betaalden veel beter.

Ondanks een laatste smeekpoging van BRT-kopstuk Jan Geysen maakten Berghmans en Martin dus de overstap.

Een van hun eerste komische series die ze tot stand brachten bij VTM was De Burgemeesters Van Bos.

Tijdens hun niet dalende succes kregen de komieken allebei met gezondheidsproblemen te kampen. Berghmans kreeg darmkanker.

Hij herstelde, maar Martin bij wie longkanker was vastgesteld overleed op 18 maart 1993 in het UZ Gent op 68 jarige leeftijd

Een half jaar eerder werden ze nog gevierd in de VTM-show “20 jaar Gaston en Leo” die gepresenteerd werd door Luc Appermont.

Hier speelde Martin ondanks de longkanker nog saxofoon onder leiding van dirigent Willy Claes.

Voor Gaston Berghmans, die nadien zei dat Leo altijd een broer voor hem was geweest, was dit een enorm zware klap.

Gaston Berghmans overleed op zaterdagochtend 21 mei 2016 in een rusthuis in Schoten op 90-jarige leeftijd.(Diverse bronnen en Wikipedia)

22Annie Rousseau, Anne Bruyneel en 20 anderen4 opmerkingenLeukOpmerking plaatsen

De Gentse Belleman Jean-Pierre Van de Perre is overleden.

Ik leerde hem kennen toen ik deken was van de dekenij Sint-Mighiels in Gent.

Beste Jean-Pierre, dank voor alles en aan de familie veel sterkte en mijn innige deelneming.

Jean-Pierre Van De Perre overleed vrijdag in het ziekenhuis, met zicht op de drie torens waar hij zo van hield.

Hij was al jaren ziek, maar zij enthousiasme en vooral zijn luide stem, die verloor hij nooit.

Sinds 2016 was hij officieel ‘de eerste Belleman van Gent’.

Hij volgde daarmee Belleman Willy Van De Putte op, en die was op zijn beurt de opvolger van de bijna legendarische Gentse Belleman Julien Pauwels.

Het was net omdat Julien zoveel opdrachten kreeg, dat er op zoek werd gegaan naar hulp.

Jempi werd verkozen tijdens de ‘2de Grote Prijs Orde Van de Belleman’, gehouden op zondag 18 juli 1993, op het Veerleplein.

Hij werd twee jaar later aangesteld als 2de aspirant Belleman, en na een stage kon hij in 1996 beginnen deelnemen aan wedstrijden in het buitenland.

Dat deed hij, onder meer in Groot-Brittannië en Nederland.

Hij was ook medewerker bij de organisatie van het ‘Millennium Wereldkampioenschap 2000’, dat in Gent plaatsvond.

In 2009 werd hij nog bekender dan hij al was, toen hij werd gevraagd om deel te nemen aan het VT4-programma The Block.

Hij werd er ‘de schrik van de deelnemers’, want als de bel van Jempi weerklonk, moest de te verbouwen kamer zijn afgewerkt.

Het was een opdracht die hij met veel plezier vervulde.

In 2016 werd Jean Van De Perre Belgisch Kampioen in Gooik, tijdens een uiterst spannende wedstrijd.

In Gent was de Belleman alom tegenwoordig.

Vorig jaar nog stond hij – omwille van de lockdown – helemaal alleen in het Zuidpark, voor de herdenking van 8 mei.

Opening van kermissen, markten, maatjesfestijnen, niks sloeg hij over.

En bovenal: alles wat hij beloofde, deed hij ook. het maakte hem een geliefd figuur in de Arteveldestad. (Sabine Van Damme, Nieuwsblad 14/05/2021 en foto’s viering boekenmarkt 10 jaar, 17 september 2017)

Belleman Gent – Jean-Pierre Van de Perre

Vandaag 30 jaar geleden, vernissage van de tentoonstelling Waanzin in het Museum Dr. Guislain in Gent.

Dees De Bruyne woont in 1991 enkele weken op de zolder van het Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain in Gent en heeft er veel contacten met de patiënten.

Roland De Bruyne, broer van Dees, werkt er in die tijd.

Wanneer de kunstenaar wordt gevraagd om er een tentoonstelling te houden, is zijn voorwaarde dat hij er een tijdje zou verblijven, samen met zijn vrouw Octavia De Buysscher.

Ze wonen er samen in een oude slaapzaal van de meisjesafdeling.

Dit vormde de basis van een reeks schilderijen, die een merkwaardige stap vormen in een œuvre gekenmerkt door passie, erotiek, agressie en een ontwricht wereldbeeld.

Zijn werken komen deels bijtend kritisch, deels ontroerend romantisch over.

Vooral de zuiver erotische werken ademen een sfeer van vrede.

De kunstenaar: “Ik wil geen werk maken zonder een mens erop.”(Diverse bronnen, Foto’s Humo 2 mei 1991, Museum De Rede, Galerie Waterfront, Gent, Video zien we Celia van café de Oceaan)