30 jaar geleden te gast bij de Gentse opera-intendant Gerard Mortier.

Mortier was de zoon van een bakker uit het Gentse Muidekwartier.


Hij doorliep de middelbare school aan het Sint-Barbaracollege in Gent, waarna hij het diploma van doctor in de rechten en een licentiaat in de Communicatiewetenschappen behaalde aan de Rijksuniversiteit Gent.


Op 25 augustus 1970 publiceerde hij zijn aanklacht tegen het Gentse operabeleid “De koninklijke Opera van Gent: Een Vlaams Kultuurschandaal!” in het blad Jeugd-Opera.


Daarin pakte hij de directeur van de opera en het stadsbestuur zwaar aan. Hij bepleitte de oprichting van een “Opera van Vlaanderen”.
Mortier werd bekend als opera-intendant bij De Munt in Brussel (1981-1991.


Hij werkte verder ook als directeur van de Salzburger Festspiele (1992-2001 en in de Opéra National de Paris (2004-2008).


Tijdens zijn loopbaan kreeg Mortier tal van eerbewijzen, onder andere een eredoctoraat van de universiteiten van Antwerpen en Salzburg, en in februari 2005 de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Algemene Culturele Verdienste 2004 voor zijn hele oeuvre.


Daarnaast was hij ook lid van de Akademie der Künste in Berlijn.
Hij werd in 2007 in de adelstand verheven met de titel van baron.


In 2009 zou Mortier beginnen als intendant bij de New York City Opera.


Toen het jaar voordien echter bleek dat Mortier niet de middelen ter beschikking zou krijgen die hem waren beloofd, bedankte hij voor de job.


Zijn laatste opdracht volbracht hij vanaf 2010 als intendant bij het Teatro Real in Madrid.


Hij werd daar, ondanks een contract tot 2016, in 2013 ontslagen. Uiteindelijk mocht hij nog een jaar aanblijven als adviseur.


In het voorjaar van 2013 werd bij Mortier tijdens een routinecontrole pancreaskanker vastgesteld.

‘In één dag veranderde mijn leven’, zei hij daarover eind vorig jaar in een interview in De Standaard. ‘Ik deel mijn ervaringen, zonder ze op te dringen.


Wat je nog mee te delen hebt als het einde in zicht is: het is een vraag waar je automatisch bij uitkomt.’


Gerard Mortier is 70 jaar geworden.

30 jaar geleden te gast bij de Gentse opera-intendant Gerard Mortier.
30 jaar geleden te gast bij de Gentse opera-intendant Gerard Mortier.
30 jaar geleden te gast bij de Gentse opera-intendant Gerard Mortier.
30 jaar geleden te gast bij de Gentse opera-intendant Gerard Mortier.

Vandaag 68 jaar geleden, maakte koning Boudewijn zijn Blijde Intrede in Gent.

Op diezelfde dag en ook in aanwezigheid van Koning Boudewijn werd de wijk Heldenhulde (Eiland Malem) officieel ingehuldigd.

De wijk is helemaal omgeven tussen de 2 armen van de Leie.

Het was eeuwenlang een onbewoond gebied net ten westen van de 16de-eeuwse stadsomwallingen en Ekkergem.

Vanaf 1950 werd het gebied volgens het tuinwijkprincipe bebouwd in een merkwaardig homogeen ensemble van 345 huizen en 73 appartementen.

Het was een samenwerking met de ‘Volkshaard’ (katholiek), ‘De Goede Werkmanswoning’ (socialist), ‘De Gentse haard’ (Liberaal) en ‘De Gentse Maatschappij voor Goedkope Woningen’ (neutraal).

De straten en pleinen werden genoemd naar steden en plaatsen uit de beide Wereldoorlogen: Weerstandsplein, Oud-strijderslaan, Heldenplein, Gijzelaarsweg, Politieke Gevangenenlaan, Herdenkingsplein, Breendonkstraat…

Vlakbij het Heldenplein werd een Katholieke school gebouwd, naast de kerk van Onze Lieve Vrouw van de Vrede.

Deze kerk werd in 2015 aangekocht door de culturele vereniging Circusplaneet om als circusschool te worden ingericht.

Ook de school heeft nu een andere functie.

De wijk is sinds december 2014 opgenomen in de Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed.(Diverse bronnen, en Wikipedia)

Vandaag 68 jaar geleden, maakte koning Boudewijn zijn Blijde Intrede in Gent.
Vandaag 68 jaar geleden, maakte koning Boudewijn zijn Blijde Intrede in Gent.
Vandaag 68 jaar geleden, maakte koning Boudewijn zijn Blijde Intrede in Gent.
Vandaag 68 jaar geleden, maakte koning Boudewijn zijn Blijde Intrede in Gent.

Vandaag vernomen dat de Gentse kunstenaar Sleppe is overleden.

Ik maakte kennis met Sleppe in 1995 en had veel respect voor hem.

Heb nog altijd getekende bierkaartjes van hem en een mooi werk van hem.(foto 1)

Marc Vanslembrouck (Sleppe) geboren te Oostende is een schilder, tekenaar, graficus en keramist.

Opleiding aan de Academie van Gent (1968-75, voor keramiek C. Dionyse).

Vooral actief als keramist die met zijn creaties controversieel uitdrukking geeft aan zijn gevoelens van verontwaardiging en onmacht.

Werkte bij de Vlaamse Gemeenschap en in de Musea van Gent (Sierkunsten) en Oostende.

Maar we kennen hem vooral als oud-leerkracht tekenkunst aan de academie voor beeldende kunst in Gent.

Waar hij honderden leerlingen inspireerde (periode1980-2006).

Tijdens de zomermaanden ging hij altijd op vakantie naar Schotland.

Restauratie van zijn woning in 2018, een ontwerp van Kunstenaar Leo Copers.

De kunstenaar beschilderde de gevel niet zelf. ‘Ik kon een beroep doen op drie vrienden, onder wie Sleppe, de bewoner van het pand.

Samen hebben ze hier 1.000 manuren aan gewerkt.’

Vandaag vernomen dat de Gentse kunstenaar Sleppe is overleden
Vandaag vernomen dat de Gentse kunstenaar Sleppe is overleden
Vandaag vernomen dat de Gentse kunstenaar Sleppe is overleden

Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.

Op 28 mei 1940 werden duizenden Belgische soldaten door de Duitsers krijgsgevangen genomen rond Gent.

Ze werden overgebracht naar Zeeuws-Vlaanderen en met vier schepen op transport gezet naar krijgsgevangenenkampen in Duitsland.

Op 30 mei voer het konvooi via de Westerschelde, het kanaal door Zuid-Beveland en de Oosterschelde naar het Hollands Diep.

Omstreeks 19.20 uur op 30 mei 1940 klonk er plots een luide knal die in Willemstad de huizen deed daveren: de “Rhenus 127” was op één van de magnetische mijnen gelopen die de Duitsers hadden gedropt!

Het was een hels tafereel: de “Rhenus 127”, de kiel opengereten, richtte zich met de voorsteven even op en vormde met de achtersteven als het ware een rechte hoek. Er ontstond grote paniek op het overvolle, zinkende schip: geschreeuw, gekrijs, angstkreten en daar bovenuit het aanhoudende gehuil van de scheepssirene …

Daar geen inschepinglijsten werden opgesteld, is niet exact geweten hoeveel Belgische militairen aan boord waren.

Bij het bergen van de “Rhenus 127”, einde augustus 1940, werden nog 22 zwaar verminkte lijken gevonden, waaronder de Duitse schipper.

Vijf onder hen konden niet meer worden geïdentificeerd.

De begrafenis van deze slachtoffers vond plaats in een massagraf.

De lijken waren niet gekist, werden met twee op elkaar gestapeld en vervolgens bestrooid met ongebluste kalk …

We mogen hierbij niet uit het oog verliezen dat deze lichamen reeds een drietal maanden, in volle zomer, in het water lagen.

De “Rhenus 127” werd later geborgen en hersteld (!) en is onder de naam “Grebbeland” terug in de vaart gekomen.

Later werd deze boot omgebouwd tot “Kerkschip”.

Op de plaats van de ramp werd in 1950 een monument met een breedte van 26 meter onthuld.(Diverse bronnen, koen.luts, Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, en De Post van 4 juni 1950)

Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.
Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.
Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.
Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.
Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.
Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.
Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.
Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.

Vandaag 40 jaar geleden, te gast bij de Gentse schilder Camille D’Havé op zijn tentoonstelling in het cultureel centrum van Ledeberg.

Bij geen enkele andere schilder komt de ruwe bolster van de Vlaming sterker tot uiting dan bij de man afkomstig uit de onderste krochten van het Gentse arbeidersmilieu.

Was er kunstpaus Jan Hoet niet geweest, en zijn focus op de wilde kunstvormen die rond de jaren tachtig van de vorige eeuw wereldwijd doorbraken, Camille D’Havé zou niet meteen wereldberoemd, maar toch heel wat bekender zijn en internationale erkenning hebben gekregen.

Niet dat Jan Hoet Camille D’Havé niet genegen was, maar hij paste niet in de ‘vriendenkring’, met Panamarenko, Jan Fabre, Berlinde De Bruyckere, Wim Delvoye, Bruce Nauman, Joseph Beuys en Marcel Broodthaers in de binnenste cirkel.

Een prachtig artikel over D’Havé is van de hand van Hugo Claus.

Weinigen weten dat hij als jongeling kritieken geschreven heeft, om den brode, maar vaak ook uit sympathie.

Hugo Claus, vooraan in de twintig, kroont D’Havé al, alvorens hij tot volledige rijpheid komt: ‘Hij (D’Havé, GL) is een gefolterde natuur, die dicht bij het aardse, het primitief-volkse contact heeft.

Zijn wereld is een dramatische vervorming der waarden, die wij dadelijk als een andere waarheid aanvaarden. Eerlijk en persoonlijk beklemtoont hij deze waarheid in een typische, hem eigene vorm (…) met aanknopingspunten bij én Goya én Picasso.

Zijn vorm: een scherpe, uithalende tekening, die de massa’s sculpturaal doet voorkomen, een lichte materie met geraffineerde variaties van de kleur, en een verftechniek, die de Primitieven als voorbeeld heeft.’

Ook Pjeroo Roobjee schreef een mooi gedicht voor hem en dit voor zijn zijn afscheidsgroet op de uitvaart van Camille.

Want in hetzelfde jaar van zijn tentoonstelling stierf deze Gentse schilder in 1980.

Strofe voor Camille

Bij leven het leven vergeten

Door wat hem als droom werd aangewezen:

De hardnekkige wimperwenk van Neithart,

Het lonken van een gebarsten kom in Colmar.

Daardoor ook kakkerlakken gegeten

En meikevers gevreten om te overleven.

Al wat Grünewald hem geven kon,

Was de grijze tooi, de moede pels,

Die exegeten als de ziekte meden.

Bij leven vergeten en het leven vergeten.

Het bestaande heelal volgevloekt en verweten

En toch in niets tekort geschoten.

(Diverse bronnen, Guido Lauwaert en De Post van 1 juni 1980)

Vandaag 50 jaar geleden, het einde van Lucky Albert.

De pakketboot Prins Albert was een Belgische mailboot, gebouwd op de Cockerill Yards in Hoboken, Antwerpen en te water gelaten op 23 april 1937.


Het schip had een lengte van 113 meter en een bruto tonnenmaat van 2938 T en deed dienst op de Oostende-Dover-lijn.

Tijdens de proefvaarten had de Prins Albert een snelheid van 25 ¼ knopen gehaald.


Het is echter tijdens de oorlogsjaren dat de Prins Albert een stevige reputatie heeft opgebouwd.
Wanneer de Belgische eenheden op 16-17 en 18 mei 1940 Oostende moesten verlaten is de Prins Albert met vluchtelingen op 18 mei vertrokken naar Le Havre en naar Southampton.


Op 28 mei 1940 is het schip door het Ministry of War and Transport overgenomen en begin oktober naar Harland & Wolf Shipyard om tot LSI te worden omgebouwd.

In december werd het schip naar Penarth docks gestuurd voor de verdere ombouw als LSI en bewapening.


Op 30 september werd het schip aan de Royal Navy overhandigd en hernoemd in HMS Prins Albert.
Hier begon de loopbaan en deelname aan de vele operaties en landingen over heel de wereld waar het schip steeds door zijn wendbaarheid en snelheid de taken ongeschonden wist te volbrengen.

Het kreeg dan ook de naam “Lucky Albert” wanneer het in april 1946 terug aan België werd gegeven en vanaf mei in Hoboken terug werd omgebouwd tot conventionele ferry.


Eind juni 1947 kon het schip weer terug in normale dienst worden gezet en nog een 19 jaren trouwe dienst kon leveren.

Vanaf 1967 werd het schip tijdens de zomer ingezet om in augustus 1969 volledig uit dienst te worden gehaald.


Op 25 mei 1970 werd het schip verkocht als schroot aan de firma Van Heyghen in Gent en dit voor de prijs van 5.125.000 Belgische frank(127045 euro).(Diverse bronnen, Eddy Lannoo, De Post 7 juni 1970 en Wikipedia)