70 jaar geleden, certificaat van vakbekwaamheid voor de slagerij van mijn grootvader Albert De Graeve (1952)

70 jaar geleden, certificaat van vakbekwaamheid voor de slagerij van mijn grootvader Albert De Graeve (1952)

Mijn grootvader (Bompa) en grootmoeder (Bomma) en mijn kozijn Eric, 1962

Mijn grootouders en tante Madeleine (de zus van mijn grootvader) en tante Maddy, 1962

mijn grootmoeder en haar dochter Maddy (mijn tante), 1949

tante Maddy met haar lief en daarna haar man André met mijn kozijn Erik

Vandaag mag de Gentse dichter Coenraed De Waele 70 kaarsjes uitblazen.

Coenraed de Waele werd op 29 augustus 1952 te Deinze geboren en groeide op in Machelen aan de Leie.

Hij volgde aanvankelijk lager onderwijs aan de Gemeenteschool aldaar (eerste vier jaren), om vervolgens over te gaan naar de nonnen van Aarsele (laatste twee jaren).

Zijn middelbare school begon met twee jaar Grieks-Latijn bij de paters Oblaten in Waregem, hierna twee jaar Handel in het Sint-Hendrikscollege in Deinze en tenslotte drie jaar Hotelschool ‘Ter Duinen’ in Koksijde.

In een impulsieve bui verliet hij het ouderlijk dak en trok naar Gent.

Hij vond werk als barman in het muziekcafé ‘Finkle’s’ in de Belfortstraat.

Op 15 juli, 1976 opende Coenraed de Waele zijn kroeg ‘Villa des Roses’ op de hoek van de Sint-Jacobsnieuwstraat met de Gildestraat, zo geheten naar de debuutroman van Willem Elsschot.

Op de draaitafel lag naast jazz de ‘betere’ popmuziek.

Naar verluidt zou de auteur en jazzkenner Jules Deelder er zijn eerste optreden in Vlaanderen hebben gegeven.

Na verloop van tijd zal Coenraed de Waele zich meer en meer gaan spiegelen aan deze nachtburgemeester van Rotterdam.

Een regelmatige gast op het podium was Marcel Van Maele, door De Waele omschreven als “de meest onderschatte dichter in de Nederlanden”

Coenraed De Waele viert twintig jaar Villa des Roses (De Gentenaar 20 december 1996)

Rond ’83 maakte de WAELE deel uit van Theater de Bron, een theatercommune in de Komijnstraat.

Uiteindelijk debuteerde hij in 1984 met een gedichtenbundel ‘Pluimgewichten’.

Uit die bundel werden meteen vier gedichten geselecteerd door Gerrit KOMRIJ voor zijn bloemlezing “De beste Nederlandstalige gedichten van de 19e en 20e eeuw”.


De bundel ‘Plankgas’ werd uitgegeven door het Poëziecentrum van Gent.

In ’88 werd hij uitgenodigd op de ‘De Nacht van de Poëzie’ in Utrecht

Vandaag mag de Gentse dichter Coenraed De Waele 70 kaarsjes uitblazen.

Organiseerde een soortement ‘Nacht van de Poëzie’ in de Vooruit ten bate van dagblad de Morgen.

Er namen 42 dichters deel, waaronder Hugo Claus, Simon Vinkenoog, Herman De Coninck, Marcel Van Maele en andere kanonnen.

In 1990 liet hij zich opsluiten in een kooi die vier meter hoog hing in een boom op het Sint-Jacobpleintje tijdens de Gentse Feesten.

Hij schreef er elke avond een klassiek sonnet dat s’anderdaags in dagblad De Morgen werd afgedrukt.

In 1991 daalde hij tien dagen af in een vergeetput in het Gravenkasteel, wederom tijdens de Gentse feesten.

Daar schreef hij elke dag een sprookje. Die sprookjes werden gebundeld in het boek :’Sprookjes voor Fabiola’.

Vandaag mag de Gentse dichter Coenraed De Waele 70 kaarsjes uitblazen.

In 1990 schreef Coenraed de Waele de tekst voor het lied ‘Volle Maan’ van Johan Verminnen.

Dit nummer werd naar aanleiding van “Johan Verminnen ’60 door zijn fans als lievelingslied verkozen.

Later schreven zij samen ook het lied ‘doah doah”.

Vandaag mag de Gentse dichter Coenraed De Waele 70 kaarsjes uitblazen.

n de bloemlezing ‘Hotel New Flanders’ samengesteld door Dirk Van Bastelare werd 1 gedicht opgenomen van Coenraed De Waele.

Ook in de bloemlezing ‘Om Gent gedicht’, gekozen door Guido Lauwaert, prijkt 1 gedicht.

Vandaag mag de Gentse dichter Coenraed De Waele 70 kaarsjes uitblazen.

In 2014 schreef hij de tekst voor het nummer Gent Herleeft van de Gentse zanger Kazzen.

Het nummer is terug te vinden op zijn album Dansen Op de Vulkaan.

Vandaag mag de Gentse dichter Coenraed De Waele 70 kaarsjes uitblazen.

Vandaag 135 jaar geleden, de geboorte van de Gentse schrijver Raymundus Joannes de Kremer of Raymond Jean de Kremer, die onder de pseudoniemen Jean Ray en John Flanders honderden fantastische verhalen publiceerde (8 juli 1887)

Jean Ray werd geboren in een herenhuis in de Gentse Ham en in juli 1895 verhuisden zijn ouders naar de Sint-Jansdreef.

In februari 1912, na zijn huwelijk met de revueactrice Virginie Bal (Nini Balta), vestigde hij zich in de Zondernaamstraat en vanaf oktober 1913 woonde hij in de Baudelostraat.

In juni 1917 in de Wolfstege en vanaf juli 1924 opnieuw in de Baudelostraat.

Vanaf juli 1926 aan de Albertkaai (thans Gordunakaai); nadat hij in oktober 1930 zijn vrouw verliet, betrok hij een appartement in de Normaalschoolstraat.

Vanaf november 1934 treffen we hem aan in de Sint-Jansdreef en vanaf juli 1937 woonde hij in de Borluutstraat (nu Belfortstraat.

Vanaf september 1939 in de Prinses Clementinalaan, in juli 1952 verhuisde hij naar de Tentoonstellingslaan en in december 1954 trok hij in bij zijn dochter aan de Rooigemlaan.

Hij kreeg lager onderwijs in het Laurentinstituut (Onderstraat).

Vanaf oktober 1901 was hij op internaat in Pecq bij Doornik.

In 1903 en 1904 volgde hij het derde jaar moderne humaniora aan het Koninklijk Atheneum in Gent (Ottogracht).

Uit die tijd stammen zijn eerste pennenvruchten in het studentenblad De Goedendag.

De twee schooljaren daarop studeerde (en mislukte) hij aan de Gentse Rijksnormaalschool, in de Ledeganckstraat. In de Almanak van ’t Zal Wel Gaan (1907-1908) verschenen enige gedichten van zijn hand.

Van 15 juli 1910 tot eind april 1919 was hij klerk bij het Gentse stadsbestuur.

Een voorbeeldige ambtenaar was hij blijkbaar niet.

In 1912 was er zelfs een duistere affaire met het uitgeven van wissels.

Hij bleef enkel in dienst dank zij politieke bescherming.

Inmiddels debuteerde hij in 1911 – als Jean Ray – met Franstalige coupletten voor de revue Ze zijn daar, op liberetto van R. Schmidt en Henri van Daele.

Met laatstgenoemde, “keizer” van het Gentse volkstoneel, werkte hij later nog regelmatig samen en onderhield hij een levenslange vriendschap.

Na de Eerste Wereldoorlog vestigde hij zich als zelfstandig wisselagent.

In die periode was hij op het toppunt van zijn literaire roem.

Begin 1925 verscheen zijn eerste verhalenbundel, Les Contes du Whisky.

Duistere praktijken met leningen leverden hem in januari 1927 een veroordeling tot een gevangenisstraf van 6 jaar en 6 maanden op.

Wegens voorbeeldig gedrag (in de Nieuwe Wandeling) kwam hij al vrij in februari 1929.

Ondertussen was hij broodschrijver geworden.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verschenen zijn verhalenbundels Le Grand Nocturne (1942), Les Cercles de l’épouvante (1943), Cité de l’indicible peur (1943), Malpertuis (1943, geïnspireerd door het Gent van Jules de Bruycker) en de raamvertelling Derniers contes de Canterbury (1943) – allemaal voor volwassenen, allemaal met een soms zeer hoog “Gent-gehalte”.

Na de Tweede Wereldoorlog sleet hij, als John Flanders, jeugdverhalen bij uitgeverij Averbode en werkte hij mee aan verschillende tijdschriften (’t Kapoentje, Ons Volkske, Zonneland…).

Tegelijkertijd publiceerde hij, als Jean Ray, tal van verhalen voor volwassenen.

Op het einde van zijn leven kende hij een late glansperiode toen uitgeverij Gérard zijn Les 25 meilleures histoires noires et fantastiques (1961) op de markt bracht.

Twee jaar later werd hem de enige prijs toegekend die hem bij leven te beurt viel: de Franse Prix des Bouquinistes.

Op 17 september 1964 werd een hartaandoening hem fataal. Hij werd begraven op de Westerbegraafplaats (graf F 4-8).

Niettegenstaande honderden van zijn verhalen zich afspelen in allerhande exotische oorden, ademt gans zijn oeuvre de sfeer van het Gent van zijn jeugd.

Ook wanneer hij zijn verhalen in het mistige Londen situeert, baseert hij zich duidelijk op het Gent dat hij zo liefhad.

Bovendien schreef hij tal van columns over “zijn” Gent in de rubriek Dat was een tijd! van de krant Het Volk; ze werden in 1996 gebundeld uitgegeven.

Vanaf 1934 schreef hij reportages, cursiefjes en Gents nieuws in De Dag, meestal over Gentse volkswijken.

Befaamd is zijn La Main de Goetz von Berlichingen (1951), waarin “Oom Kwansuys” opduikt die zich het liefst omringde met vrienden die hem veel aandacht gaven en in “stomme bewondering voor zijn redevoeringen” stonden.

Deze oom was niemand minder dan Edward (“Eedje”) Anseele (zijn echte oom langs moederszijde) die ook een belangrijke rol kreeg toebedeeld in de roman Malpertuis, het “vervloekte huis van de hel”.

Met Malpertuis werd klaarblijkelijk Feestlokaal van de Vooruit in de Sint-Pietersnieuwstraat bedoeld dat werd gebouwd in 1913, onder impuls van oom Anseele.

De Anseeles waren weinig opgezet met dit boek: in de personages herkenden zij immers veel van hun eigen kleinburgerlijkheid.

De roman werd in 1972 in het Nederlands vertaald door Hubert Lampo én in 1972 verfilmd door Harry Kümel, met Orson Welles in de hoofdrol.(Diverse bronnen, Geert Vandamme en Ons Land 14 juli 1962)

Vandaag 135 jaar geleden, de geboorte van de Gentse schrijver Raymundus Joannes de Kremer of Raymond Jean de Kremer, die onder de pseudoniemen Jean Ray en John Flanders honderden fantastische verhalen publiceerde (8 juli 1887)

Vandaag 135 jaar geleden, de geboorte van de Gentse schrijver Raymundus Joannes de Kremer of Raymond Jean de Kremer, die onder de pseudoniemen Jean Ray en John Flanders honderden fantastische verhalen publiceerde (8 juli 1887)

Vandaag 25 jaar geleden, persvoorstelling strip-album Baron Ignace Karnemelk, de Steen Der Wijven van Tom De Cuyper (2 juli 1997)

Vandaag 25 jaar geleden, persvoorstelling strip-album Baron Ignace Karnemelk, de Steen Der Wijven van Tom De Cuyper (2 juli 1997)

Vandaag 25 jaar geleden, persvoorstelling strip-album Baron Ignace Karnemelk, de Steen Der Wijven van Tom De Cuyper (2 juli 1997)

Net vernomen dat onze vriend Geert Vandamme gisteren is overleden.

Geert studeerde af als Licentiaat in de Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde.

Hij was de oprichter van het culttijdschrift Mascara-Gent en oprichter en voorzitter van vzw De Trap (Gentse vereniging voor stadsgeschiedenis).

Geert Vandamme

Als gids werkzaam voor meer dan honderd tijdelijke tentoonstellingen en dit in Brussel (Galerij van het Gemeentekrediet, Legermuseum, Paleis voor Schone Kunsten), Gent (Caermersklooster, Designmuseum, Kunsthal Sint-Pietersabdij, MIAT, Museum voor Schone Kunsten, SMAK, STAM) en Tervuren (Afrikamuseum).

Als docent werkzaam voor tal van Gentse organisaties, waaronder Amarant, Masereelfonds, Ten Hove, Vlied en Vormingplus.

Als freelance organisator werkzaam geweest voor volgende vzw’s/organisaties/personen:

Clio (medewerker)

Dany Vandenbossche – Vlaams Parlement (politiek secretaris)

De Geus van Gent vzw (medestichter, secretaris)

De Verenigde Muze vzw (medestichter, secretaris)

Edad de Oro vzw (medestichter, secretaris)

Gandante vzw (medestichter, voorzitter)

Geschiedkundige Heruitgeverij vzw (wetenschappelijk adviseur)

November Music vzw (secretariaat)

Vlink vzw (secretariaat)

Auteur van de tweedelige biografie “Soms overtreft de werkelijkheid de fantasie. Raymond De Kremer alias Jean Ray John Flanders.

Postuum zal er nog twee boeken verschijnen van Geert, namelijk “Stadsbeeldhouwer Geo Verbanck in de Gentse publieke ruimte’ en “Een geschiedenis van Gent”.

Tevens wordt er gewerkt aan een Franse vertaling van zijn Jean Ray/John Flanders-biografie die zal uitgeven worden door de universiteit van Valenciennes.

Vanavond is het ook al 25 jaar geleden dat Jan Hoet en Dany Vandenbosche in debat gingen over cultuur, politiek en beeldende kunst in de Hotsy Totsy (26 juni 1997)

Een avond om nooit te vergeten. Helaas was Wim ziek maar dit hebben we vlug kunnen oplossen.

Trouwens Jan en Dany hebben niet echt een moderator nodig om zich te laten sturen in het debat en er een leuke avond van te maken.

Conservator Jan Hoet, die sinds hij zich bij de CVP engageerde terecht « kunst-paus » wordt genoemd, ging vorig jaar in tal van debatten in de clinch met Dany Vandenbossche, de toenmalige SP-schepen voor cultuur.

De laatste tijd zaten ze elkaar niet meer in de haren.

Hebben ze misschien hun wilde haren verloren ?

We zullen het vanavond weten, want om 22 uur treden ze in de Hotsy Totsy in de ring voor een terugmatch.

We gebruiken opzettelijk de boksterm, want wie de Hotsy Totsy kent, weet dat dat toepasselijk is. En ook omdat het de lievelingssport is van Hoet natuurlijk.

Scheidsrechter is Wim Van Gansbeke. Eens zien of hij slagen onder de gordel toelaat, nu hij er daar onlangs zelf een aantal mocht incasseren… (met dank aan Ronny De Schepper voor het krantenartikel van het HLN, 26/6/1997)

Vanavond is het ook al 25 jaar geleden dat Jan Hoet en Dany Vandenbosche in debat gingen over cultuur, politiek en beeldende kunst in de Hotsy Totsy (26 juni 1997)

Vandaag is het ook al 20 jaar geleden dat de Gentse onderzoeksrechter Guy Jespers is overleden

Guy Jespers was de zoon van een rijke handelaar. Hij werd de jongste onderzoeksrechter van het land en won verschillende rechtszaken

Het hof van Assisen veroordeelde op 28 januari, precies 2 maanden nadat het proces was begonnen, de ex-onderzoeksrechter Guy Jespers tot 20 jaar dwangarbeid.

Na urenlang beraad had de jury hem schuldig bevonden aan een poging tot moord, roof, diefstal uit een bankkluis en valsheid in geschrifte.

Jespers werd wel vrijgesproken van de hem ten laste gelegde moord (verdrinking van zijn vrouw in de badkuip)

Zijn vriend en mede-hoofdverdachte Luc de Cramer kreeg wegens gebleken schuld aan dezelfde door Jespers uitgelokte wandaden vijftien jaar.

Beiden tekende hoger beroep aan, maar eind april werd hun vonnis door het Hof Van Cassatie bevestigd.

Intussen was Jespers in de gevangenis getrouwd mijn zijn vriendin Chislaine Clyncke.

In 1980 werd hij vanwege gezondheidsproblemen vervroegd vrijgelaten.

Hij had in de gevangenis een zenuwaandoening opgelopen en kampte met spraak- en evenwichtsstoornissen.

Hij kwam er nooit meer bovenop.

Hij opende een tijdlang een café in de buurt van het Gentse justitiepaleis.

In 1982 kwam ook Luc De Craemer vervroegd vrij. Hij werd opnieuw zakenman.

Zijn hele leven lang bleef Jespers zijn onschuld staande houden. Zijn laatste levensjaren leefde hij teruggetrokken.

Hij overleed in 2002 aan keelkanker.

Guy Jespers

45 jaar geleden, Romain Deconinck, de duizendpoot van het volkstheater (De Post juni 1977)

45 jaar geleden, Romain Deconinck, de duizendpoot van het volkstheater (De Post juni 1977)

45 jaar geleden, Romain Deconinck, de duizendpoot van het volkstheater (De Post juni 1977)

45 jaar geleden, Romain Deconinck, de duizendpoot van het volkstheater (De Post juni 1977)

45 jaar geleden, Romain Deconinck, de duizendpoot van het volkstheater (De Post juni 1977)
45 jaar geleden, Romain Deconinck, de duizendpoot van het volkstheater (De Post juni 1977)

45 jaar geleden, Romain Deconinck, de duizendpoot van het volkstheater (De Post juni 1977)

50 jaar geleden, te gast bij Delphine Lambrecht van café Vissershof waar men gratis muskusratten kon eten (De Post mei 1972)

‘Waterkonijn’ in het kleine Vissershof was meer dan lekker. En Delphine Lambrecht was de keukenprinses die dit vreemde gerecht als de beste kon klaar maken
‘Waterkonijn’ in het kleine Vissershof was meer dan lekker. En Delphine Lambrecht was de keukenprinses die dit vreemde gerecht als de beste kon klaar maken
‘Waterkonijn’ in het kleine Vissershof was meer dan lekker. En Delphine Lambrecht was de keukenprinses die dit vreemde gerecht als de beste kon klaar maken
‘Waterkonijn’ in het kleine Vissershof was meer dan lekker. En Delphine Lambrecht was de keukenprinses die dit vreemde gerecht als de beste kon klaar maken
‘Waterkonijn’ in het kleine Vissershof was meer dan lekker. En Delphine Lambrecht was de keukenprinses die dit vreemde gerecht als de beste kon klaar maken