Vandaag vijf jaar geleden, brengen Tony Bennett en Lady Gaga hun album Cheek To Cheek uit

Cheek to Cheek bevat klassieke jazzstandards gezongen door Lady Gaga en Tony Bennett in zowel duet- als solo-uitvoeringen. Van het titelnummer via But Beautiful tot I Will not Dance laat het album de chemie horen tussen de twee artiesten, die 60 jaar in leeftijd verschillen. De klassieker van Cole Porter ‘Anything Goes’ is de eerste single van het album dat een ode is aan ‘The Great American Songbook’, een verzameling van de beste jazz en lichte popnummers uit de eerste helft van de vorige eeuw.Het is niet de eerste keer dat Bennett samenwerkt met Lady Gaga. Op zijn succesvolle plaat ‘DUETS II’ uit 2011 – de eerste uit Bennett’s lange carrière die direct op de eerste plek van de Billboard albumlijst terechtkwam – zingen ze samen ‘The Lady Is a Tramp’. Het succes van deze single smaakte beide artiesten naar meer en een samenwerkingsproject kon niet uitblijven. Zoals Bennett zegt: “Wat ik echt leuk vind aan jazz zanger zijn, is dat jazzartiesten zeer creatief zijn, erg eerlijk, van frase tot frase.” Lady Gaga voegt daaraan toe: “We wilden iets maken dat perfect klinkt vanwege de kwaliteit van de emotie, de eerlijkheid.” Op Cheek to Cheek staat als solonummer van Lady Gaga Lush Life, terwijl Tony Bennetts een uitvoering brengt van Sophisticated Lady. De nummers vullen elkaar aan, legt Lady Gaga uit: “Ik vond het geweldig om Lush Life op te nemen, Tony heeft me emotioneel door het proces begeleid.” Bennett vult aan: “Ik zong Sophisticated Lady als antwoord op haar Lush Life. En omdat Duke Ellington het nummer schreef; hij werkte samen met Billy Strayhorn, de componist van Lush Life”. Cheek to Cheek werd in ruim een jaar tijd in New York opgenomen. Op het album spelen jazzmuzikanten mee die verbonden zijn aan beide artiesten. Zoals de leden van Bennett’s kwartet: Mike Renzi, Gray Sargent, Harold Jones en Marshall Wood, alsmede pianist Tom Ranier. Ook de jazztrompettist Brian Newman, een oude vriend en collega van Lady Gaga, doet op het album mee met zijn New Yorkse kwintet. Jazzsolisten op de verschillende nummers zijn onder anderen tenorsaxofonist Joe Lovano, trompettist George Rabbi en de in juli overleden fluitist Paul Horn.(diverse bronnen, Wikipedia)

Earl Bostic ‎ The Best Of Earl Bostic

Het bekendste was Bostic voor zijn markante alt-saxofoon-sound.

Bovendien speelde hij tenor-saxofoon, fluit en klarinet.

De romantische, maar ook ondernemende klank van de Bostic-band, gewoonlijk in de bezetting Gene Redd (vibrafoon), Fletcher Smith (piano), Margo Gibson (bas), Charles Walton (drums) en Alan Seltzer (gitaar) en Earl Bostic (alt-saxofoon) was een van de onmiskenbare sounds zowel van de jazz alsook van de R&B.

Zijn plaatopnamen waren in de jaren 50 succesnummers in de jukeboxen.

Bostic genoot een elementaire opleiding tot muzikant en kreeg van de Xavier University in New Orleans een onderscheiding in muziektheorie.

Hij verhuisde in 1938 naar New York en richtte een jazz-combo op.

Tijdens de vroege jaren 40 speelde hij in de band van Lionel Hampton.

In 1945 verliet hij de band, richtte opnieuw een combo op, waarmee hij voor Majestic Records opnamen maakte.

Het grote succes bleef echter uit, totdat hij in 1948 bij Gotham Records in New York een contract tekende en overging naar de R&B.

Met het muziekstuk Temptation had hij direct succes (10e plaats, R&B-charts).

In de verloop van de jaren 50 nam Bostic veel op voor King Records uit Cincinnati, waar hij twee zeer succesvolle singles uitbracht: Sleep (1950, 6e plaats) en zijn grootste succes Flamingo (1951, 1e plaats).

De interpretatie van het laatste nummer werd zijn handelsmerk.

Tijdens de jaren 60 nam hij voor King Records diverse albums op, waarvan de muzikale stijl in toenemende mate richting soul-jazz neigde.

Op 28 oktober 1965 overleed Earl Bostic op 52-jarige leeftijd aan de gevolgen van een zwaar hartinfarct tijdens een optreden in Rochester.(Diverse bronnen en Wikipedia)

Earl Bostic ‎ The Best Of Earl Bostic

Vandaag 30 jaar geleden, overlijdt de Koning van de Mambo Dámaso Perez Prado aan een beroerte in Mexico City.

Damaso Perez Prado is op 11 December 1916 geboren op Cuba.

In 1947 brengt hij voor het eerst een bezoek aan Mexico. Een jaar later besluit hij er te gaan wonen.

Nooit meer zet hij een voet op Cubaanse bodem. Na 33 jaar, krijgt in 1980 Pérez Prado de Mexicaanse nationaliteit

In 1955 breekt The King Of Mambo wereldwijd door met Cherry Pink And Apple Blossom White, dat overigens oorspronkelijk uit Frankrijk stamt (gecomponeerd door de Franse componist Louiguy ). waar het in 1950 door André Claveau wordt opgenomen als Cerisier Rose Et Pommier Blanc.

Cherry Pink And Apple Blossom White staat 10 weken lang aan de top van de Amerikaanse hitparade, drie jaar later bereikt het nummer Patricia de eerste plaats.

Tien jaar na zijn dood komt Perez Prado opnieuw in de belangstelling te staan wanneer Lou Bega een enorme hit scoort met Mambo # 5, waarvoor hij zich laat inspireren door Prado’s muziek.

Dámaso Perez Prado is 72 jaar geworden.

Zijn zoon, Pérez Jr., blijft tot op de dag van vandaag het Pérez Prado-orkest leiden.

Mambo Dámaso Perez Prado