60 jaar geleden, prins Albert, prinses Paola en prins Filip op vakantie aan de kust van Marina di Massa bij Viareggio (De Post 16 juli 1961)

60 jaar geleden, prins Albert, prinses Paola en prins Filip op vakantie aan de kust van Marina di Massa bij Viareggio (De Post 16 juli 1961)
60 jaar geleden, prins Albert, prinses Paola en prins Filip op vakantie aan de kust van Marina di Massa bij Viareggio (De Post 16 juli 1961)
60 jaar geleden, prins Albert, prinses Paola en prins Filip op vakantie aan de kust van Marina di Massa bij Viareggio (De Post 16 juli 1961)
60 jaar geleden, prins Albert, prinses Paola en prins Filip op vakantie aan de kust van Marina di Massa bij Viareggio (De Post 16 juli 1961)

Vandaag 190 jaar geleden, laatste dag voor de eerste regent Erasme Louis Surlet de Chokier van België.

Na de nederlaag van Napoleon bij de Slag bij Waterloo, werd het huidige België toegevoegd aan het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden op het Congres van Wenen in 1815.

Surlet de Chokier trad op als leider van de Zuidelijke oppositie in de Tweede Kamer van de Staten-Generaal. Zijn stokpaardjes waren vooral de eerbiediging van de parlementaire procedures, en de te grote macht van de regering en de koning.

Door zijn verzet tegen de regering en vanwege zijn kritische en scherpzinninge aard kreeg hij de bijnaam ‘Surlet de Choquant’ (Surlet de ergerlijke).

In 1816 werd hij door koning Willem I tot baron in de Nederlandse adel benoemd, maar door zijn oppostie tegen de koning, zorgde Willem er persoonlijk voor dat hij in 1828 niet meer verkozen werd voor de Tweede Kamer.

Het proces tegen Jean-François Hennequin had ondertussen de reputatie van Surlet de Chokier als oppositielid nog verstevigd.

Hennequin was mede-burgemeester van Maastricht en had een bevel van de koning over de betalingen aan de Burgerwacht naast zich neergelegd.

Hij werd voor het hof van assisen in Luik gedaagd en werd er verdedigd door Surlet de Chokier, samen met Charles Destouvelles en Etienne de Sauvage. Hennequin werd vrijgesproken en de Chokier kwam bij de regering nog meer in een slecht daglicht te staan, vanwege de agressieve taal die hij had gesproken.

De beschuldigde en zijn drie advocaten zouden elkaar in 1830 terugvinden als leden van het Nationaal Congres.

Het belette niet dat Surlet de Chokier toenadering zocht en in brieven aan minister Anton Reinhard Falck verzoenende woorden sprak.

Het resultaat bleef niet uit. In 1824 werd hij tot schout benoemd en in 1825 opnieuw tot burgemeester van Gingelom.

Maar ondertussen was de oppositie in de Zuidelijke Nederlanden aan het groeien en sloot hij zich aan bij de voorstanders van het unionisme tussen katholieken en liberalen.

Ook al was hij gaandeweg gewonnen voor een bestuurlijke scheiding tussen Noord en Zuid, bleef hij voorstander van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

In augustus 1830 voegde hij zich niet bij de voorstanders van de scheuring. In september trok hij naar de extra zitting van de Tweede Kamer in Den Haag, waar hij zijn mening verkondigde: behoud van de Oranjedynastie en van een gemeenschappelijk beleid inzake financies, landsverdediging, marine en kolonies, terwijl justitie, onderwijs, eredienst, openbare werken moesten gescheiden worden.

Zijn stellingen werden al vlug achterhaald toen het Voorlopig Bewind werd gevormd en de onafhankelijkheid uitgeroepen.

Na de Belgische Revolutie, stelde Surlet de Chokier zich kandidaat voor het Nationaal Congres, de grondwetgevende en voorlopige vergadering van het onafhankelijk België.

Hij stelde zich kandidaat in het Arrondissement Hasselt en werd verkozen.

Tijdens de eerste zitting van het Nationaal Congres werd Surlet de Chokier verkozen tot voorzitter.

Hij werd met een ‘liberaal’ etiket voorgedragen, tegen de katholiek Etienne de Gerlache.

Er waren toch nog drie stemronden nodig en het vroeg enige tijd om hem als centrumfiguur te doen aanvaarden.

Onder zijn voorzitterschap werd vrij snel de eerste Belgische Grondwet goedgekeurd.

Surlet de Chokier kwam als voorzitter niet tussenbeide in de debatten, tenzij voor dienstmededelingen. Hieruit was zijn persoonlijke mening niet af te leiden.

Die bleek al evenmin uit zijn kiesgedrag.

Hij stemde als voorzitter altijd als laatste en altijd voor het standpunt van de meerderheid.

Zo komt het dat hij, tegen zijn overtuiging, stemde bij de uitsluiting van de Nassaus van de Belgische troon. Hij stemde voor het erfelijk koningschap en voor een verkozen senaat.

Op 25 januari 1831 liet hij zich wel wat duidelijker kennen, door een van de 51 indieners te zijn van het voorstel om Lodewijk van Orléans, de hertog van Nemours, tot koning van België te kiezen.

De verkiezing van deze kandidaat draaide op niets uit, omdat Lodewijks vader, Lodewijk Filips I van Frankrijk, onder druk van de grote mogendheden, onder andere het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland, deze benoeming afwees.

Omdat het nog enige tijd duurde om een passende kandidaat te vinden voor het koningschap, besliste men om een regent aan te stellen.

Hiervoor had Surlet de Chokier de gepaste kwaliteiten, zijn prestige als voorzitter van het Nationaal Congres, het feit dat hij aanvaardbaar was voor links en rechts, geen slechte reputatie op internationaal vlak en niet te ambitieus, in tegenstelling tot de andere kandidaat Félix de Mérode.

Op 24 februari 1831 werd hij verkozen als regent van België.

Het land stond er echter niet goed voor.

Er dreigde chaos: binnenlands trad er radicalisering op na de (mislukte) orangistische staatsgreep van Ernest Grégoire en Jacques Van der Smissen in februari-maart 1831, Vlaamse handelaars wilden een terugkeer naar Nederland en export naar de Nederlandse kolonies, Waalse industriëlen wilden een aanhechting bij Frankrijk, een goede klant van hun steenkool en wapens, internationaal lag het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland dwars, omdat het een te grote toenadering tot Frankrijk vaststelde.

Ondertussen werd het Voorlopig Bewind onpopulair vanwege de verslechterende economische toestand. In dit klimaat vervulde Surlet de Chokier zijn grondwettelijke functie op een uiterst voorzichtige en minimalistische wijze, uit respect voor de grondwet volgens de enen, uit onbekwaamheid volgens de anderen.

De regeringen die Surlet de Chokier benoemde, bleven niet lang in functie.

De bekendste regering is deze onder leiding van Etienne de Sauvage.

Het was merkwaardig dat de regent geen wetgevende bevoegdheden had.

Hij kon dus geen wetten afkondigen, een parlementair decreet van 24 februari 1831 verhinderde hem dat.

De toenadering van België tot het Verenigd Koninkrijk en de kandidatuur van Leopold van Saksen-Coburg voor het koningschap, was niet naar de zin van Surlet de Chokier.

Hij was duidelijk voor een toenadering tot Frankrijk, maar hij kon er niets tegen ondernemen.

Op 4 juni 1831 werd Leopold verkozen tot eerste koning van België. Hij was zelf geen kandidaat, maar kreeg toch nog 14 stemmen achter zijn naam. In de daaropvolgende weken uitte hij zijn pessimisme over de verdere evolutie.

Hij vreesde oorlog, omdat hij dacht dat het Congres de XVIII artikelen niet zouden goedkeuren.

Hij vond dat alleen aanhechting bij Frankrijk de vrede kon garanderen.

Een Belgisch koninkrijk met Leopold als koning had weinig overlevingskansen, vond hij.

Het liep echter toch beter af dan Surlet de Chokier had gevreesd.

Er kwamen enkele schermutselingen, maar geen oorlog, de XVIII artikelen werden goedgekeurd, Leopold aanvaardde de troon en op 21 juli 1831 legde hij de grondwettelijke eed af. Hiermee kwam er na vijf maanden een einde aan het regentschap.

Surlet de Chokier werd uitvoerig bedankt voor de bewezen diensten en met een pensioen van tienduizend gulden per jaar naar Gingelom uitgewuifd.

In augustus 1831 werd hij nog verkozen tot senator, maar hij weigerde het ambt te aanvaarden en trok zich voorgoed terug uit de nationale politiek.

Tot aan zijn overlijden, op 7 augustus 1839, leefde hij als vrijgezel teruggetrokken op het Kasteel van Gingelom en bleef hij alleen nog burgemeester van Gingelom.

In 1877 werd tijdens verbouwingswerken in de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Sneeuwwijk, in Brussel, als eerbetoon een plein vernoemd naar hem, het Surlet de Chokierplein.

Dit plein ligt vlak tegenover het Madouplein.

In 1930, werd op het plein ter versiering een bronzen standbeeld, een vrouw die fier de Belgische vlag omhoog steekt, van de bekende beeldhouwer Charles Samuel ingehuldigd.

Op de sokkel is een plaat bevestigd met daarop, in het Frans en in het Nederlands, de eerste drie alinea’s van de Brabançonne.

Het beeld werd op 16 november onthuld.

Sinds 2000 wordt in De Proefbrouwerij te Hijfte, het Belgische bier de Chokier, dat naar de regent vernoemd is, gebrouwen.

Het is een amberkleurig bier met een alcoholpercentage van 7%. Het bier werd op de markt gebracht om de herinneringen aan de baron en oud-burgemeester van Gingelom levend te houden.

Daarnaast staat er nog een bronzen borstbeeld van de Chokier in de raadszaal van het gemeentehuis van Gingelom en is er een straat in de deelgemeente Gingelom naar hem genoemd: een deel van de voormalige Steenstraat werd omgedoopt tot Surlet de Chokierstraat.(Diverse bronnen, De Post 22 juli 1951 en Wikipedia)

Vandaag 190 jaar geleden, laatste dag voor de eerste regent Erasme Louis Surlet de Chokier van België.

Vandaag 70 jaar geleden, Boudewijn legt de eed af als vijfde koning der Belgen. (17 juli 1951)

Boudewijn beloofde hierbij voor de verenigde Kamers om de Grondwet en de wetten van het Belgische volk te respecteren.

Tijdens deze plechtigheid riep iemand « Vive la République ! ».

Deze kreet werd toegeschreven aan de communistische voorman Julien Lahaut.

Lahaut werd zeven dagen later in diens eigen huis vermoord.

De Belgen accepteerden Boudewijn als staatshoofd, terwijl de verbitterde Leopold III achter de schermen nog veel invloed behield.

Vandaag 70 jaar geleden, Boudewijn legt de eed af als vijfde koning der Belgen. (17 juli 1951)
Vandaag 70 jaar geleden, Boudewijn legt de eed af als vijfde koning der Belgen. (17 juli 1951)
Vandaag 70 jaar geleden, Boudewijn legt de eed af als vijfde koning der Belgen. (17 juli 1951)
Vandaag 70 jaar geleden, Boudewijn legt de eed af als vijfde koning der Belgen. (17 juli 1951)

Vandaag 60 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola te gast bij prinses Colonna en haar man in hun Palazzo Colonna (De Post 18 juni 1961)

Volgens de overlevering is de familie Colonna een tak van de graven van Tusculum, met als eerste Pieter de Columna (1099-1151), zoon van Gregorius III, graaf van Tusculum.

Pieter was eigenaar van het kasteel Columna in Colonna, in de Albaanse Heuvels.

Verder terug gaat hun afstamming langs de graven van Tusculum via Lombarden en Italo-Romeinse edelen, kooplieden en geestelijken door tot in de vroege middeleeuwen.

Uiteindelijk beweerden ze af te stammen van de Julio-Claudiaanse dynastie, dit wil zeggen van Julius Caesar en van de keizers Augustus, Claudius, Caligula, Nero enz.

Zoals de graven van Tusculum, speelden de Colonna’s een grote rol binnen de Romeinse katholieke kerk, sommigen als trouwe verdedigers van de paus, anderen als tegenstanders.

Ze leverden aan de kerk de zalige Margaritha Colonna, een paus, Martinus V en drieëntwintig kardinalen.

De eerste kardinaal binnen de familie was, in 1206, Giovanni Colonna di Carbognano, benoemd tot kardinaal-deken.

De familie Colonna is sinds 1710 prins-assistent van de pauselijke troon, hoewel hun pauselijke prinselijke titel pas van 1854 dateert.

Het Palazzo Colonna werd gebouwd in de 15de eeuw door paus Martinus V, lid van de adellijke familie Colonna.

In 1527 werd het gebouw tijdens plunderingen gespaard, omdat marchesa Isabella d’Este er te gast was en zij de moeder was van de commandant van de plunderaars.

Gedurende de 17de eeuw begon kardinaal Girolamo Colonna aan een grondige restauratie.

Hij liet tevens een galerie bijbouwen voor hun collectie kunstwerken die door zijn vader Filippo begonnen was. Later werd er nog door Lorenzo Onofrio Colonna en Fabrizio Colonna bijgebouwd.

Er hangen kunstwerken van Titiaan, Guercino, Reni, Bronzino (Venus, Cupido), Tintoretto (Narcissus bij de vijver) en Annibale Carracci (De boneneter).

Daarnaast zijn er ook kunstwerken te zien van Paul Bril, Jan Brueghel, Joos de Momper, Jan Frans van Bloemen, Antoon van Dyck en Jean Boulogne.

De residentie van de familie in Rome, het Palazzo Colonna, is elke zaterdagochtend voor het publiek geopend.

Vandaag 60 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola te gast op de Belgische ambassade in Rome. (De Post 18 juni 1961)

Vandaag 60 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola te gast op de Belgische ambassade in Rome. (De Post 18 juni 1961)
Lucien De Bruyne werd hij in 1928 priester gewijd. Hij behaalde te Rome, aan het Pauselijk Instituut voor Christelijke Archeologie zijn doctoraat in de archeologie (summa cum laude) in 1931. Na de oorlog werd hij in 1946 directeur van het Pauselijke Commissie voor Gewijde Archeologie, en later censor bij de Pauselijke Academie voor Oudheidkunde. Tevens werd hij benoemd tot rector van de Sint-Juliaan-der-Vlamingen. Hij werd verheven tot protonotaris in 1965, en was lid van het Sint-Baafskapittel. Hij kwam te overlijden op 12 mei 1978 in Waarschoot.

Vandaag 60 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola op bezoek bij paus Johannes XXIII in Rome.

De paus kreeg daar als eerste te horen dat koningin Fabiola in blijde verwachting is.

Een groep Belgische journalisten mag met koning Boudewijn en koningin Fabiola mee naar het Vaticaan.

De vorsten krijgen hun audiëntie op donderdagmiddag, vrijdagochtend zijn de journalisten aan de beurt.

Bij elke journalist die zichzelf en zijn krant voorstelt, maakt de paus een grapje. Meneer X. van La Dernière Heure: ‘Laten we hopen dat uw laatste uur nog niet geslagen is.’ Yvon Toussaint en Hugues Vehenne van Le Soir: ‘Hoe later op de avond, hoe schoner volk.’ Meneer Y. van La Laterne: ‘Laat uw licht maar schijnen.’

Of de Paus ook zulke komische opmerkingen maakte voor de Vlaamse journalisten, kon ik helaas niet terug vinden (De Post 18 juni 1961 en Béatrice Delvaux).

Vandaag 60 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola op bezoek bij paus Johannes XXIII in Rome.
Vandaag 60 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola op bezoek bij paus Johannes XXIII in Rome.

40 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola op staatsbezoek aan China

40 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola op staatsbezoek aan China
40 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola op staatsbezoek aan China
40 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola op staatsbezoek aan China
40 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola op staatsbezoek aan China
40 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola op staatsbezoek aan China
40 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola op staatsbezoek aan China
40 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola op staatsbezoek aan China
40 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola op staatsbezoek aan China

Vandaag 60 jaar geleden, Koning Boudewijn en Koningin Fabiola te gast in Frankrijk voor een vierdaags staatsbezoek.

Vandaag 60 jaar geleden, Koning Boudewijn en Koningin Fabiola te gast in Frankrijk voor een vierdaags staatsbezoek.
Vandaag 60 jaar geleden, Koning Boudewijn en Koningin Fabiola te gast in Frankrijk voor een vierdaags staatsbezoek.
Vandaag 60 jaar geleden, Koning Boudewijn en Koningin Fabiola te gast in Frankrijk voor een vierdaags staatsbezoek.
Vandaag 60 jaar geleden, Koning Boudewijn en Koningin Fabiola te gast in Frankrijk voor een vierdaags staatsbezoek.

Vandaag 20 jaar geleden, driedaagse officieel bezoek van het Zweedse vorstenpaar en hun oudste dochter, kroonprinses Victoria aan ons land.

Vandaag 20 jaar geleden, drie daagse officieel bezoek van het Zweedse vorstenpaar en hun oudste dochter, kroonprinses Victoria aan ons land.
Victoria Ingrid Alice Désirée is het oudste kind van koning Carl XVI Gustaf en koningin Silvia. Ze werd geboren op 14 juli 1977. Ze kreeg niet de titel kroonprinses. Door de toenmalige grondwet konden vrouwen geen staatshoofd worden in Zweden. Haar in 1978 geboren broertje, prins Carl Philip, werd dus kroonprins van Zweden. Door een wetswijziging in 1979, waardoor vrouwen wel staatshoofd konden worden, kreeg zij de titel kroonprinses van Zweden en was haar broertje kroonprins af. In 1980 kreeg ze door de Zweedse koning de titel hertogin van Västergötland toegekend.