Vandaag is het ook al 40 jaar geleden dat de Vlaamse dichter en kunstschilder Paul Snoek is overleden.

Paul Snoek was de oudste zoon van Omer William Schietekat en Paula Sylvia Snoeck.

In 1961 trouwde hij met Maria Magdalena Vereecke (Mylène) en samen hadden ze drie kinderen: een tweeling, Jan en Paul in 1963, en Sophie in 1966.

Hij was een middelmatige leerling in de nonnenschool Berkenboom en later in het St. Jozefsinstituut van zijn geboortestad.

Reeds van jongs af ging zijn interesse uit naar de natuur, maar ook naar het schilderen. Zijn vader had gedurende de Tweede Wereldoorlog ook schilderijen gemaakt om deze te ruilen bij de boeren voor voedsel.

Schietekat studeerde aan het Sint-Lievenscollege te Antwerpen en later aan het Sint-Jozef-Klein-Seminarie te Sint-Niklaas.

De priester-dichter Anton Van Wilderode was aldaar zijn leraar Nederlands en introduceerde hem in de poëziekunst.

Hij publiceerde toen als scholier enkele sonnetten in de literaire tijdschriften ‘Nieuwe Stemmen’, ‘De Tafelronde’ en in de ‘Dietsche Warande en Belfort’.

Paul Snoek studeerde rechten aan de Universiteit Gent, maar zijn literaire interesses waren zo opslorpend dat er van studeren zelf minder in huis kwam.

Hij schreef veel en probeerde zijn gedichten te publiceren.

Na een conflict met De Tafelronde besloot hij het pseudoniem Paul Snoek aan te nemen.

Zijn eerste gedichtenbundel “Archipel” verscheen in 1954 (maar geschreven in 1953).

Hij stopte zijn studies in 1956. Paul Snoek was in 1955 een van de medeoprichters van het avant-gardistisch tijdschrift Gard Sivik dat hij reeds in 1957 verliet.

Hij gaf in 1957 een tentoonstelling van zijn schilderijen in de Brusselse kunstgalerij ‘Taptoe’.

In hetzelfde jaar werd hij opgeroepen voor zijn legerdienst. Zoals zovele miliciens in die tijd vervulde hij zijn legerdienst in Duitsland, waar hij een leuke job als redacteur van het legertijdschrift ‘Vici’ kreeg.

Na zijn legerdienst besloot hij om een voltijdse kunstenaar te worden. Al snel stopte hij daar echter mee. Hij ging in zijn vaders textielbedrijf werken en bezocht vele landen als vertegenwoordiger.

In 1963 startte hij zijn eigen importbedrijfje op van Japanse zijde.

In 1965 werd hij vertegenwoordiger in het bedrijf “Atlas”, waar hij als verkoopdirecteur van paalfunderingen aan de slag ging.

In 1967 kocht hij een boerderij in Slijpe en vanaf 1972 begon hij weer volop te schilderen.

Er volgden verschillende succesvolle exposities en de verkoop van zijn schilderijen liep zodanig goed dat hij parttime ging werken bij Atlas.

In 1975 werd hij fulltime kunstschilder, maar de verkoop van zijn schilderijen viel nu tegen, waardoor hij in financiële moeilijkheden kwam.

Nadien probeerde hij de ene job na de andere: public relations, een antiekzaak, een bureau voor copywriting en een meubelzaak.

Hij werd journalist voor het “Nieuw Vlaams tijdschrift”. In zijn vrije tijd verzamelde hij antiek en deed hij aan amateurmotorcross.

Hij was een goede vriend van Gaston Burssens.

In 1975 ging hij ook een nieuwe relatie aan. Hij verliet vrouw en kinderen en verhuisde naar Oostende. De scheiding met zijn vrouw werd uitgesproken in 1976 en hij hertrouwde in 1977.

Hij verhuisde opnieuw, eerst naar Loppem en dan naar Varsenare.

In zijn laatste jaren leed hij aan manisch-depressieve buien en sprak hij tegen zijn vrienden regelmatig over de dood. Hij stierf in een auto-ongeluk in Egem en werd begraven in Varsenare.

60 jaar geleden, Vlaanderen maakt kennis met de Franse cartoonist Edmond Kiraz

Geboren in Caïro en van Armeense afkomst, begon Kiraz vanaf zijn zeventiende zijn carrière als politiek cartoonist in Egypte.

Na de Tweede Wereldoorlog emigreerde hij naar Parijs.

In 1950 creëerde hij het stripverhaal Line.

In 1959, terwijl hij voor het Franse tijdschrift Jours de France werkte, liet zijn baas, Marcel Dassault, hem overstappen van politiek naar humoristische cartoonist.

Naarmate de tijd verstreek, ontwikkelde Kiraz een kenmerkende en humoristische picturale stijl van vrouwen die hij Les Parisiennes noemde : erg dun, met lange benen, kleine borsten en een pruilend gezicht.

Zijn cartoons zijn vaak niet alleen humoristisch, maar ook een beetje ondeugend of erotisch, en sinds 1970 leverde hij regelmatig bijdragen aan Playboy magazine. (Diverse bronnen, De Post 8 oktober 1961 en Wikipedia)

60 jaar geleden, Vlaanderen maakt kennis met de Franse cartonist Edmond Kiraz

Vanavond, Fakkeltheater viert 65ste verjaardag met portrettenexpo van de kunstenaar Jan Scheirs.

Voor de expo ging het Fakkeltheater een samenwerking aan met kunstenaar Jan Scheirs.

Die maakte een reeks olieverfschilderijen en aquarellen.

De portretten zijn van pioniers van het Fakkeltheater zoals stichter Walter Groener en acteurs zoals Johny Voners, Marilou Mermans, Herbert Flack en Jenny Tanghe.“Stuk voor stuk zijn het mensen die veel betekend hebben voor de totstandkoming van het Fakkeltheater of die nu nog helpen om het theater levendig te houden”, zegt directeur Sam Verhoeven.

Op 5 oktober huldigen we de werken in, in het bijzijn van alle nog levende geportretteerden.

In 1999 maakte Jan Scheirs een portret van mij en dit voor de tentoonstelling over de Hotsy Totsy in de Galerij Alcantara in Gent

Scheirs werd op 11 oktober 1973 geboren in Sint-Martens-Latem en volgde een toneelopleiding van Dora van der Groen aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen.

Hij werd hierin gesteund door zijn oom, de acteur Eric van Herreweghe, die Scheirs als zijn grote voorbeeld zag.

In eerste instantie wilde hij zelf ook acteur worden en in de voetsporen van zijn oom treden, maar haalde de selectie niet.

In 1995 maakte Scheirs in Florence een aantal schetsen die het begin vormden van zijn carrière als beeldend kunstenaar, maar zelfs als kunstenaar bleef hij nauw betrokken met het theaterleven.

Hij werd regelmatig uitgenodigd door mensen die hij had leren kennen in de theaterwereld om voorstellingen of repetities te komen schetsen.

Naast theateroptredens is Scheirs ook sinds 1996 elk jaar actief op Pride in Antwerpen als kunstenaar.

In 2010 kreeg Jan Scheirs de opdracht om een muurschildering te maken aan de Bonapartedok in Antwerpen.

Dit kunstwerk, getiteld Mural, is een van zijn meest bekende werken.

Scheirs heeft solo-tentoonstellingen gehad in onder meer Gent, het ZSenne art lab in Brussel, het Justitiepaleis in Antwerpen en Galerie Garten114 in Berlijn.

Patrick De Graeve (Jan Scheirs 1999)
Jan Scheirs (Hotsy Totsy 11 december 1999)

60 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse schilder Kees van Dongen (De Post 10 september 1961)

Kees van Dongen is geboren in 1877 in Delfshaven, in een voor zijn tijd relatief klein gezin van maar vier kinderen.

Zijn vader was eigenaar van twee mouterijen, bedrijven die mout aanleveren voor het brouwen van bier.

De jonge Van Dongen krijgt volledige vrijheid van zijn ouders om zijn roeping als kunstschilder te volgen.

In 1897 breekt hij zijn studie af om zich voor een paar maanden in Montmartre, Parijs te vestigen.

Twee jaar later besluit hij voorgoed in Parijs te blijven, waar hij al na vijf jaar bekendheid geniet binnen de avant-garde van de kunstwereld.

Van Dongen schilderde vooral graag vrouwen.

Na de Eerste Wereldoorlog krijgt Van Dongen bekendheid vanwege zijn portretten van vooraanstaande, meestal vrouwelijke personen.

In 1967 valt hem de eer te beurt, dat een retrospectieve tentoonstelling wordt gehouden in het Musée National Moderne te Parijs.

Nadat hij verschillende keren is opgenomen in het ziekenhuis, sterft Van Dongen in 1968 in zijn woning te Monaco.

In februari 2008 werd het doek Ouled Naïl voor een recordprijs van 7,5 mln. euro verkocht bij Christie’s in Londen.La Gitane (De Zigeunerin) bracht op 1 februari 2010 ruim 8 miljoen euro op tijdens een veiling bij Christie’s in Londen en Les escarpins mauves (De paarse pumps) bracht 2,3 miljoen euro op. (Diverse bronnen, Wikipedia en Foto 3 Brigitte Bardot)

60 jaar geleden, te gast op de tentoonstelling van de Frans kunstenaar Marc Chagall in Parijs. (De Post 13 augustus 1961)

60 jaar geleden, te gast op de tentoonstelling van de Frans kunstenaar Marc Chagall in Parijs. (De Post 13 augustus 1961)
60 jaar geleden, te gast op de tentoonstelling van de Frans kunstenaar Marc Chagall in Parijs. (De Post 13 augustus 1961)
60 jaar geleden, te gast op de tentoonstelling van de Frans kunstenaar Marc Chagall in Parijs. (De Post 13 augustus 1961)
60 jaar geleden, te gast op de tentoonstelling van de Frans kunstenaar Marc Chagall in Parijs. (De Post 13 augustus 1961)
60 jaar geleden, te gast op de tentoonstelling van de Frans kunstenaar Marc Chagall in Parijs. (De Post 13 augustus 1961)

35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke

Paul Permeke behoorde tot een kunstzinnige familie.

Hij was de zoon van de kunstschilder Constant Permeke en Marie Delaere, die als oorlogsvluchtelingen verbleven in Sidford, en kleinzoon van de kunstschilder Henri Permeke.

Ook was hij was neef van de kunstfotograaf Maurice Antony, die het gezin van Constant Permeke (en de jonge Paul Permeke) diverse keren fotografeerde tijdens het interbellum.

Hij was ook de neef van Emiel Veranneman, kunstcriticus en meubelontwerper. Paul Permeke heeft drie kinderen, Mark, Cathy en zoon Paul die ook schildert en beeldhouwt.

Zijn broer John Permeke (overleden 1993) manifesteerde zich als kunstschilder en diens zoon James Permeke (Joopie) (geboren 1938) is beeldhouwer.

Als kind woonde Permeke kort in Engeland, want al in 1919 gingen zijn ouders naar Oostende terug, waar ze op diverse adressen woonden alvorens naar hun in 1929-1930 gebouwde woning met atelier in Jabbeke te verhuizen (nu Provinciaal Museum Constant Permeke).

Permeke was autodidact.

35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke

Na meningsverschillen met zijn vader over zijn toekomst en opleiding tot kunstschilder vertrok hij op zestienjarige leeftijd uit het ouderlijke huis.

Hij leefde korte tijd in Lausanne en keerde uiteindelijk terug naar België, waar hij in Dudzele samen met twee bevriende kunstenaars, Rik Slabbinck en Luc Peire, een soort schildersgemeenschap vormde met als naam “Het Luizengevecht’.

Dit trio hield één jaar stand. In 1937 verhuisde hij naar Snellegem (in de buurt van Jabbeke). Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam hij in problemen omwille van het feit dat hij in Engeland was geboren en het “Engels staatsburgerschap” had.

Hij werd hierom in Duitsland geïnterneerd. In de jaren 50 verbleef hij langere tijd in Spanje en Portugal, in Parijs en in Zuid-Frankrijk. Uiteindelijk kwam hij in 1960 in Westkapelle wonen.

Permeke schilderde figuratief en verwerkte invloeden van het expressionisme, het impressionisme, meer specifiek elementen van James Ensor, Marc Chagall en Bernard Buffet.

Hij schilderde met een uitgesproken coloriet volkse taferelen: stads- en dorpsgezichten, boerentaferelen, circusartiesten en variété-kunstenaars, fantasietaferelen, carnavals- en strandscènes.

Na zijn verblijf in de zuidelijke landen verhelderde zijn palet.

Zijn werk wordt als toegankelijke salonkunst beschouwd: wellicht kwamen vele galeriebezoekers destijds onder de indruk van de signatuur “Permeke”, maar een blijvende “indruk” heeft zijn kunst niet nagelaten.

35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke
35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke
35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke
35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke

Vandaag 50 jaar geleden, poging om Panamarenko’s Zeppelin The Aeromodeller in de lucht te krijgen.

Tussen 1969 en 1971 bouwt Panamarenko zijn meest tot de verbeelding sprekende zeppelin, The Aeromodeller.

Het luchtschip belichaamt de droom van de kunstenaar om zich te allen tijde vrij te kunnen voortbewegen door het luchtruim.

De gondel van gevlochten rotan is geconcipieerd als woonruimte.

Boven op de gondel staan twee vliegtuigmotoren voor de besturing van het imposante luchtschip, dat gedragen wordt door een sigaarvormige ballon van bijna 30 meter lang.

Op 3 juli 1971 probeert Panamarenko de luchtwaardigheid van de zeppelin te testen op de weide van kunstenaar Jef Geys in Balen met als doel de oversteek te wagen naar het kunstenevenement ‘Sonsbeek buiten de perken’ in Nederland.

De overtocht wordt echter verboden door de Nederlandse luchtvaartpolitie, die Panamarenko hiervan per telegram op de hoogte brengt.

Tot overmaat van ramp steekt boven de weide in Balen een storm op, die de poging om op te stijgen doet mislukken.

The Aeromodeller groeit uit tot het icoon van Panamarenko’s oeuvre.

In de decennia die volgen, bouwt Panamarenko tal van variante modellen en prototypes voor luchtschepen, telkens met andere vormen, kleuren en verhoudingen. (Diverse bronnen, M HKA, Wikipedia en De Post 11 juli 1971)

Vandaag 50 jaar geleden, poging om Panamarenko’s Zeppelin The Aeromodeller in de lucht te krijgen.
Vandaag 50 jaar geleden, poging om Panamarenko’s Zeppelin The Aeromodeller in de lucht te krijgen.

Vandaag 32 jaar geleden, op een veiling bij Sotheby’s in Londen haalt het schilderij van Gentenaar Gustaaf De Smet, De blauwe Canpé de recordprijs van 550000 pond

Gustaaf De Smet werd geboren als zoon van de huisschilder-decorateur en fotograaf Jules De Smet.

Gustave had een 4 jaar jongere broer, de impressionistische Léon De Smet.

Beiden volgden de Gentse Academie.

Terwijl Gustave eerder onregelmatig volgde, was Léon een schitterend student.

De Smet trouwde in 1898 met Gusta Van Hoorebeke en bleef in Gent wonen.

Eerst in 1908 volgde hij zijn broer Léon naar Sint-Martens-Latem.

Daar ging hun aandacht eerder uit naar het impressionistische luminisme van Emile Claus, die in het nabijgelegen Astene verbleef, in zijn villa Zonneschijn.

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, week Gustave met zijn gezin en zijn vriend Frits Van den Berghe uit naar Nederland.

Van 1914 tot 1922 verbleven zij te Amsterdam, te Hilversum, te Laren en te Blaricum.

In Nederland leerde hij zowel het Duitse als het Hollandse expressionisme kennen, waarbij de Franse schilder Henri Le Fauconnier een voortrekkersrol speelde.

Dit betekende het grote keerpunt in zijn kunst.

Zijn enig kind, Firmin De Smet, overleed in 1918 toen hij twintig was, tijdens een spoorwegongeluk in het Nederlandse Weesp.

In 1922 keerde hij naar België terug, om samen met Frits Van den Berghe bij Permeke in te trekken, te Oostende.

Toen had hij toch al de Sélection-beweging op gang gebracht, met de Brusselse kunstkenners André de Ridder en Paul-Gustave van Hecke.

Na enige maanden trok hij weer naar zijn Leiestreek en in 1923 ging hij in Bachte-Maria-Leerne wonen en daarna in Afsnee, om zich ten slotte in 1927 in Deurle te vestigen.

In 1923 verscheen in de reeks Junge Kunst, een uitgave van Klinkhardt & Biermann in Leipzig, als Band 38 de eerste monografie van Gust De Smet met een dertigtal afbeeldingen.

Desmets expressionisme, met de eigen kubistische inslag, had op dat moment een hoogtepunt bereikt, met zijn circus- en kermistaferelen, zijn accordeonspelers en zijn evocaties van dorp en huis, doordrenkt van zijn specifiek coloriet.

Op dat ogenblik stond zijn expressieve kracht mijlenver van de visie van zijn broer Léon.

De Smet overleed op 66-jarige leeftijd te Deurle aan tuberculose.

In reactie op De Smets dood zei Permeke: “Hij was nooit klein.”

De Smets woonhuis wordt bewaard als lokaal museum, het Museum Gust De Smet, dat een duidelijk beeld geeft van de leefomgeving en het atelier.

Om de tand des tijds een beetje bij te vijlen heeft de gemeente gekozen om het museum te restaureren onder leiding van architect Maarten Dobbelaere.

De restauratie heeft plaatsgevonden in 2015-2016 en het museum is opnieuw geopend op 15 oktober 2016.

Het gebouw heeft opnieuw de uitstraling van weleer.

Je stapt als het ware binnen in het leven van Gust en Gusta De Smet. (diverse bronnen, Wikipedia en Foto 4 en 5 zijn oud huis , nu een museum)