50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko

40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq.

Samen met Marcel Mayer, Roger Wittewrongel en Antoon de Clercq behoorde Maurice de Clercq tot de belangrijkste vertegenwoordigers van het hyperrealisme in Vlaanderen.

Het hyperrealisme is als stroming in de schilderkunst in het begin van de jaren zeventig vanuit Amerika naar Europa overgewaaid.

Zo was hij voor het eerst te zien op de zevende Biënnale der Jongeren te Parijs in 1971 en op de vijfde Documenta te Kassel in 1972.

Hij had gewoon de term ‘hyperrealisme’ tijdens een gesprek opgevangen en onmiddellijk stond hem voor ogen hoe hij voortaan zou schilderen.

Het woord zelf werkte op een wonderlijke wijze inspirerend. Het was een revelatie voor de schilder, die steeds aan de spits van de avant-garde had gestaan.

Een schilder als Maurice de Clercq spitst zijn aandacht toe op het detail.

Niet alleen zijn de onderwerpen typisch Vlaams, maar ook de sfeer van deze werken is helemaal anders.

Maurice de Clercq vraagt steeds de aandacht voor één enkel voorwerp, dat volledig op de voorgrond wordt gebracht: een oude verroeste pomp, een vermolmd houten poortje met een hangslot, een plas water op de weg, een dweil die aan een touw te drogen hangt, een tafelkleed vol vouwen, een stuk buis.

Het allereenvoudigste voorwerp wordt uit de banaliteit geheven en tot kunstwerk gepromoveerd.

Het spreekt vanzelf dat alleen een echte kunstenaar daarin slaagt.

En Maurice de Clercq behoorde daar ongetwijfeld toe, ook al heeft hij in zijn geboortestad Gent steeds weinig erkenning gekregen.

Zoals voor vele anderen moest die erkenning ook weer uit het buitenland komen.

Aan de academie in Gent studeerde hij samen met Roger Raveel, Pierre Vlerick, Antoon de Clercq en Camille D’havé.

Hij kreeg er les van Jos Verdegem.

Het typisch Vlaamse karakter van Maurice de Clercqs hyperrealisme verklaart ongetwijfeld zijn succes in het buitenland.

De werkelijkheid was voor hem spannender geworden dan de rijkste fantasie.(Diverse bronnen, Ons Erfdeel nr 24, 1981 en De Post 6 juli 1980)

40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq.

50 jaar geleden, prins Albert te gast bij de Waalse schilder en beeldhouwer Charles Delporte.

Wereldwijd zijn meer dan 300 van zijn beeldende kunstwerken tentoongesteld in museums, organisaties, kerken en steden, zoals de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, het Koninklijk Paleis van Brussel, het Élysée-paleis en de Nationale Bibliotheek in Parijs, het Museum voor Hedendaagse Kunst in Tokio, het Museum voor Moderne Kunst in São Paulo, het Museum voor Schone Kunsten in Montevideo, de Belgische ambassade in Peking, de Universiteit van Houston, Sint-Pauluskerk (Antwerpen) en veel meer.

Daarnaast geniet Delporte ook erkenning als dichter en zanger.

Hij werd door paus Johannes Paulus II verheven tot de Orde van Sint-Silvester, een pauselijke ridderorde.

Charles Delporte was de broer van zanger en schrijver Paul Louka en van dichter Jacques Viesvil, en een volle neef van stripscenarist Yvan Delporte. (Diverse bronnen, Wikipedia en foto’s De Post van 5 juli 1970)

50 jaar geleden, prins Albert te gast bij de Vlaamse kunstenaar Charles Delporte

60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Georges Mathieu tijdens zijn creatie van zijn schilderij de intocht van Lodewijk de dertiende in Parijs.

Hij begon met een studie filosofie en literatuur voordat hij zich op eenentwintigjarige leeftijd aan de schilderkunst wijdde.

De eerste kunstwerken van Georges Mathieu tonen nog realistische landschappen en portretten, maar geleidelijk ontwikkelde hij een zeer persoonlijke, abstract expressionistische stijl.

Sinds het begin van zijn openbare carrière is zijn stijl nooit veranderd.

Hij voerde in het jaren 1956 een actie uit waarbij hij in het Theâtre Sarah Bernhardt voor een publiek van tweeduizend toeschouwers binnen dertig minuten een vier bij twaalf meter groot doek vulde met kalligrafische tekens, waarbij hij achthonderd tubes verf verbruikte.

Het ontstaansproces van zijn werk stond naast het beeldende resultaat op de voorgrond.

Hiermee was hij een vertegenwoordiger van de action painting.

In 1959 nam Mathieu met zijn werk deel aan de documenta II in Kassel.

Georges Mathieu wordt naast Jean Fautrier en Jean Dubuffet gezien als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Franse informele schilderkunst.

In de vroege jaren 1960 maakte hij ook sculpturale werken en produceerde ontwerpen voor meubels en wandtapijten.

Georges Mathieu maakte in 1963 met het artikel “Au delà du Tachisme” en andere geschriften naam als kunstbeschouwer.

Eervolle onderscheidingen:Chevalier de la Légion d’honneur, – Ridder in het erelegioen, Commandeur dans l’Ordre des Arts et des Lettres, Lid van de Académie des Beaux-Arts (sinds 1975) en Officier van de Belgische Kroonorde (1982) (Diverse bronnen en Wikipedia)

60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Georges Mathieu tijdens zijn creatie van zijn schilderij de intocht van Lodewijk de dertiende in Parijs
60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Georges Mathieu tijdens zijn creatie van zijn schilderij de intocht van Lodewijk de dertiende in Parijs
60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Georges Mathieu tijdens zijn creatie van zijn schilderij de intocht van Lodewijk de dertiende in Parijs
60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Georges Mathieu tijdens zijn creatie van zijn schilderij de intocht van Lodewijk de dertiende in Parijs

50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong.

50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong.
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong.
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong.
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong.
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong.
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong. (De Post 14 juni 1970)
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong. (De Post 14 juni 1970)
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong. (De Post 14 juni 1970)
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong. (De Post 14 juni 1970)
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong. (De Post 14 juni 1970)

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Felix De Boeck.

In 1905 werd in Ukkel een college gesticht, waar De Boeck mocht studeren.

Hij eindigde de Grieks-Latijnse humaniora als primus met de hoogste onderscheiding.

De directeur hoopte dat hij priester zou worden, maar zijn besluit stond vast: hij koos geen intellectueel beroep maar zou zijn intellect en filosofie kanaliseren als schilder.

Maar hij wilde zijn kunst niet ondergeschikt maken aan brood verdienen. Daarom zocht hij naar een bestaanszekerheid en werd boer op het ouderlijk erf.

Hij trouwde in 1924 met zijn nicht Marieke. Ze kregen vijf kinderen, van wie er vier stierven nog voor zij een jaar oud waren.

Het vijfde kind, Marcelleke, bleef leven, maar was gehandicapt.

Zijn hele leven verliep volgens een vast tijdsschema.

Zes dagen werkte hij op het veld en componeerde hij in gedachten allerlei doeken.

Op zondag stapte hij zijn atelier binnen en schilderde. De romantische voorstelling van Felix De Boeck als boer die schildert, wordt best omgebogen als Felix De Boeck de kunstschilder die de boerenstiel beoefent.

Marieke heeft dat leven in volle overgave van eigen persoon aanvaard en volbracht. Zonder Marieke zou de Felix De Boeck zoals we die kennen nooit mogelijk geweest zijn.

In 1970 werd Felix De Boeck lid van de Koninklijke Academie van België.

Er werd een Felix De Boeckmuseum geopend op de zolderverdieping van het gemeentehuis van Drogenbos en een Vereniging Zonder Winstoogmerk ter bevordering van zijn werk gesticht.

De Boeck heeft de eerste steen gelegd van het nieuwe Museum Felix De Boeck in 1995: FeliXart Museum.

Kort daarna blies hij zijn laatste adem uit.

Hij werd begraven naast zijn geliefde vrouw, die niet lang voordien gestorven was.(Diverse bronnen, De Post van 14 juni 1970 en Wikipedia)

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Felix De Boeck.
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Felix De Boeck.
op de foto minister Frans Van Mechelen met zijn echtgenote

Vandaag vernomen dat de Gentse kunstenaar Sleppe is overleden.

Ik maakte kennis met Sleppe in 1995 en had veel respect voor hem.

Heb nog altijd getekende bierkaartjes van hem en een mooi werk van hem.(foto 1)

Marc Vanslembrouck (Sleppe) geboren te Oostende is een schilder, tekenaar, graficus en keramist.

Opleiding aan de Academie van Gent (1968-75, voor keramiek C. Dionyse).

Vooral actief als keramist die met zijn creaties controversieel uitdrukking geeft aan zijn gevoelens van verontwaardiging en onmacht.

Werkte bij de Vlaamse Gemeenschap en in de Musea van Gent (Sierkunsten) en Oostende.

Maar we kennen hem vooral als oud-leerkracht tekenkunst aan de academie voor beeldende kunst in Gent.

Waar hij honderden leerlingen inspireerde (periode1980-2006).

Tijdens de zomermaanden ging hij altijd op vakantie naar Schotland.

Restauratie van zijn woning in 2018, een ontwerp van Kunstenaar Leo Copers.

De kunstenaar beschilderde de gevel niet zelf. ‘Ik kon een beroep doen op drie vrienden, onder wie Sleppe, de bewoner van het pand.

Samen hebben ze hier 1.000 manuren aan gewerkt.’

Vandaag vernomen dat de Gentse kunstenaar Sleppe is overleden
Vandaag vernomen dat de Gentse kunstenaar Sleppe is overleden
Vandaag vernomen dat de Gentse kunstenaar Sleppe is overleden

Vandaag 40 jaar geleden, te gast bij de Gentse schilder Camille D’Havé op zijn tentoonstelling in het cultureel centrum van Ledeberg.

Bij geen enkele andere schilder komt de ruwe bolster van de Vlaming sterker tot uiting dan bij de man afkomstig uit de onderste krochten van het Gentse arbeidersmilieu.

Was er kunstpaus Jan Hoet niet geweest, en zijn focus op de wilde kunstvormen die rond de jaren tachtig van de vorige eeuw wereldwijd doorbraken, Camille D’Havé zou niet meteen wereldberoemd, maar toch heel wat bekender zijn en internationale erkenning hebben gekregen.

Niet dat Jan Hoet Camille D’Havé niet genegen was, maar hij paste niet in de ‘vriendenkring’, met Panamarenko, Jan Fabre, Berlinde De Bruyckere, Wim Delvoye, Bruce Nauman, Joseph Beuys en Marcel Broodthaers in de binnenste cirkel.

Een prachtig artikel over D’Havé is van de hand van Hugo Claus.

Weinigen weten dat hij als jongeling kritieken geschreven heeft, om den brode, maar vaak ook uit sympathie.

Hugo Claus, vooraan in de twintig, kroont D’Havé al, alvorens hij tot volledige rijpheid komt: ‘Hij (D’Havé, GL) is een gefolterde natuur, die dicht bij het aardse, het primitief-volkse contact heeft.

Zijn wereld is een dramatische vervorming der waarden, die wij dadelijk als een andere waarheid aanvaarden. Eerlijk en persoonlijk beklemtoont hij deze waarheid in een typische, hem eigene vorm (…) met aanknopingspunten bij én Goya én Picasso.

Zijn vorm: een scherpe, uithalende tekening, die de massa’s sculpturaal doet voorkomen, een lichte materie met geraffineerde variaties van de kleur, en een verftechniek, die de Primitieven als voorbeeld heeft.’

Ook Pjeroo Roobjee schreef een mooi gedicht voor hem en dit voor zijn zijn afscheidsgroet op de uitvaart van Camille.

Want in hetzelfde jaar van zijn tentoonstelling stierf deze Gentse schilder in 1980.

Strofe voor Camille

Bij leven het leven vergeten

Door wat hem als droom werd aangewezen:

De hardnekkige wimperwenk van Neithart,

Het lonken van een gebarsten kom in Colmar.

Daardoor ook kakkerlakken gegeten

En meikevers gevreten om te overleven.

Al wat Grünewald hem geven kon,

Was de grijze tooi, de moede pels,

Die exegeten als de ziekte meden.

Bij leven vergeten en het leven vergeten.

Het bestaande heelal volgevloekt en verweten

En toch in niets tekort geschoten.

(Diverse bronnen, Guido Lauwaert en De Post van 1 juni 1980)

70 jaar geleden, affiche-wedstrijd om te gebruiken als propaganda voor het Marshallplan.

In elk van de achttien landen die hulp kregen dankzij het Marshallplan, organiseerde men een affiche-wedstrijd.

Voor ons land en dit samen met Luxemburg waren er 492 deelnemers, waarvan 84 uitverkoren waren om deel te nemen aan de tentoonstelling.

De jury bestond uit twee hoge ambtenaren, vier kunstenaars en een journalist.

De voorzitter was Baron Opsomer en de andere leden waren Roger Okrent, Pierre Elvinger, Paul Fierens, Herman Teirlinck, Ernest Storck en Jean Jacques Gaillard.

De winnaar was Van Mierlo uit Antwerpen, tweede was Bernard Ghobert uit Etterbeek-Brussel en de derde was Fernand Lacroix uit Niel.

De winnaar kreeg een reis van drie weken naar Parijs en Rome, de tweede kreeg een reis van twee weken naar Parijs en Londen en de derde kreeg een reis naar Parijs voor een week.

De drie kregen ook nog eens 850 Belgische frank per dag tijdens hun vakantie.(Diverse bronnen, foto 4 de winnaar Van Mierlo, Baron Opsomer en de heer Nuveen van de E.C.A en De Post van 7 mei 1950)

de winnaar
de tweede
de derde
Van Mierlo, Baron Opsomer en de heer Nuveen van de E.C.A