Vandaag 40 jaar geleden, is de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq te komen overlijden.

Aan de academie in Gent studeerde hij samen met Roger Raveel, Pierre Vlerick, Antoon de Clercq en Camille D’havé.

Hij kreeg er les van Jos Verdegem.

Het allereenvoudigste voorwerp wordt uit de banaliteit geheven en tot kunstwerk gepromoveerd.

Het spreekt vanzelf dat alleen een echte kunstenaar daarin slaagt.

En Maurice de Clercq behoorde daar ongetwijfeld toe, ook al heeft hij in zijn geboortestad Gent steeds weinig erkenning gekregen.

Zoals voor vele anderen moest die erkenning ook weer uit het buitenland komen.

De voorwerpen die Maurice de Clercq schilderde, zijn op zijn minst op de werkelijke grootte weergegeven.

Soms vergrootte hij ze zelfs om het banale indrukwekkender te maken.

Hij wilde er een blikvanger van maken.

Meteen viel ook het perspectief weg, want alles kwam immers op de voorgrond te staan.

Er bestond gewoon geen achtergrond meer.

Toch wilde Maurice de Clercq de al te nuchtere werkelijkheid vermijden.

Hij heeft het realisme dan ook steeds een vleugje lyriek geschonken.

Net zoals destijds de Vlaamse expressionisten een heel eigen schilderkunst hebben gevonden, die geënt was op het Duitse expressionisme, heeft ook Maurice de Clercq een Vlaams hyperrealisme gevonden, dat geënt was op het Amerikaanse.

Zo bleef deze Vlaamse hyperrealist in zijn werk steeds nauw betrokken bij de mens, zelfs al werd de mens er niet in uitgebeeld.

Want aan de schijnbaar objectieve uitbeelding van een paar strandstoelen of een gordijn voor een raam gaat steeds een subjectieve keuze van een detail uit een hoeveelheid waargenomen objecten vooraf.

Dit detail is nooit willekeurig gekozen, maar beantwoordt aan de persoonlijke gevoelswereld van de kunstenaar.

Het typisch Vlaamse karakter van Maurice de Clercqs hyperrealisme verklaart ongetwijfeld zijn succes in het buitenland.

De werkelijkheid was voor hem spannender geworden dan de rijkste fantasie.

Een boeiend avontuur werd door de dood plotseling afgebroken.(Diverse bronnen, Willem M. Roggeman en foto’s De Post 6 juli 1980)

Vandaag 40 jaar geleden, is de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq te komen overlijden.
Vandaag 40 jaar geleden, is de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq te komen overlijden.
Vandaag 40 jaar geleden, is de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq te komen overlijden.
Vandaag 40 jaar geleden, is de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq te komen overlijden.
Vandaag 40 jaar geleden, is de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq te komen overlijden.
Vandaag 40 jaar geleden, is de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq te komen overlijden.
Vandaag 40 jaar geleden, is de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq te komen overlijden.

Vandaag is het ook al 40 jaar geleden dat de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq is overleden.

Aan de academie in Gent studeerde hij samen met Roger Raveel, Pierre Vlerick, Antoon de Clercq en Camille D’havé.

Hij kreeg er les van Jos Verdegem.

Het allereenvoudigste voorwerp wordt uit de banaliteit geheven en tot kunstwerk gepromoveerd.

Het spreekt vanzelf dat alleen een echte kunstenaar daarin slaagt.

En Maurice de Clercq behoorde daar ongetwijfeld toe, ook al heeft hij in zijn geboortestad Gent steeds weinig erkenning gekregen.

Zoals voor vele anderen moest die erkenning ook weer uit het buitenland komen.

De voorwerpen die Maurice de Clercq schilderde, zijn op zijn minst op de werkelijke grootte weergegeven.

Soms vergrootte hij ze zelfs om het banale indrukwekkender te maken.

Hij wilde er een blikvanger van maken. Meteen viel ook het perspectief weg, want alles kwam immers op de voorgrond te staan.

Er bestond gewoon geen achtergrond meer. Toch wilde Maurice de Clercq de al te nuchtere werkelijkheid vermijden.

Hij heeft het realisme dan ook steeds een vleugje lyriek geschonken.

Net zoals destijds de Vlaamse expressionisten een heel eigen schilderkunst hebben gevonden, die geënt was op het Duitse expressionisme, heeft ook Maurice de Clercq een Vlaams hyperrealisme gevonden, dat geënt was op het Amerikaanse.

Zo bleef deze Vlaamse hyperrealist in zijn werk steeds nauw betrokken bij de mens, zelfs al werd de mens er niet in uitgebeeld.

Want aan de schijnbaar objectieve uitbeelding van een paar strandstoelen of een gordijn voor een raam gaat steeds een subjectieve keuze van een detail uit een hoeveelheid waargenomen objecten vooraf.

Dit detail is nooit willekeurig gekozen, maar beantwoordt aan de persoonlijke gevoelswereld van de kunstenaar.

Het typisch Vlaamse karakter van Maurice de Clercqs hyperrealisme verklaart ongetwijfeld zijn succes in het buitenland.

De werkelijkheid was voor hem spannender geworden dan de rijkste fantasie.

Een boeiend avontuur werd door de dood plotseling afgebroken.(Diverse bronnen, Willem M. Roggeman en foto’s De Post 6 juli 1980)

Maurice de Clercq

De Antwerpse kunstenaar Paul Van Hoeydonck mag vandaag 95 kaarsjes uitblazen.

Van Hoeydonck was een ­bekende kunstenaar in zijn tijd.Hij boerde goed, zoals dat dan heet.

Had exposities in de hele wereld.Alleen in België bleef hij wat ondergesneeuwd.

‘In die tijd maakte je als kunstenaar nog niet zoveel lawaai hé’, zegt hij. ‘Ik gooide geen katten in de lucht om gezien te zijn.

Mijn dochter is trouwens meer dan tien jaar samen geweest met Luc Tuymans.

Tuymans is hier dus vaak geweest. Waar denk je dat hij de mosterd gehaald heeft?’

Hij is de enige kunstenaar van wie een sculptuur zelfs op de maan belandde.

Hoe het beeldje van deze man in vredesnaam op de maan terechtkwam?

‘Ik had een expositie in Amerika en maakte kunstwerken over de ruimte.

De directrice van de galerij zei op een dag dat ze mijn beeldje op de maan wou. Ge zijt zot, zei ik.’ Maar ze was niet zot. Het lukte haar.

President Nixon vroeg of ik een Democraat of een Republikein was. He’s a Belgian’, hadden ze hem geantwoord. Waarop Nixon: oké, dan is het geen probleem en hop, ik mocht het beeld maken.

’Van Hoeydonck kreeg instructies. ‘Het moest licht, stevig en geslachtsloos zijn.

En bestand tegen de extreme koude en warmte op de maan. Het mocht ook niet tot een etnische groep behoren.

’Van Hoeydonck ging zelfs naar Cape Canaveral en ontmoette de bemanning.

Maar later kreeg hij woorden met commandant Scott. ‘Mijn naam moest geheim blijven’, zegt van Hoeydonck. ‘Scott vond dat ik als eenvoudige ambachtsman blij moest zijn dat ik dat beeldje voor de mensheid mocht maken.

Ik heb geantwoord dat hij als eenvoudige astronaut zijn naam dan ook niet mocht bekendmaken.

’Kortom: ruzie tussen de kunstenaar en de commandant.

Zeker toen Van Hoeydoncks galeriste 950 replica’s van het beeld wou verkopen.

‘Ze had veel geïnvesteerd in het beeldje en wou zo de kosten recupereren. Maar dat mocht niet. En ik wou het uiteindelijk ook niet toen ik hoorde dat het beeldje bedoeld was als decoratie naast een gedenkplaat voor alle overleden astronauten.

Ik wou niet dat er geld op de rug van overledenen zou komen.

’Dus kreeg Van Hoeydonck geen cent voor zijn beeldje. ‘Ik heb er dan maar een paar uitgedeeld.

Onder andere aan koning Boudewijn, maar die zal het ook wel alweer verloren zijn zeker?’

‘Ik ben Nixon wel nog later tegengekomen.

Hij woonde niet ver van waar ik logeerde als ik in Amerika was.

Ik liep naar hem toe. Zijn bodyguards hielden me tegen.

Maar Nixon herkende me en zei You are Van Hoeydonck.’Toch werd Paul niet wereldberoemd met zijn beeldje op de maan.

‘Ik dacht nochtans als ik dat beeldje op de maan krijg, dan word ik even beroemd als Picasso.

Niet dus.’Hij lacht. ‘Eigenlijk heb ik dat beeld al vaak vervloekt.

Mensen dachten dat dit het enige was wat ik heb ontworpen. Terwijl ik verdorie meer dan drieduizend kunstwerken heb gemaakt.’

Van Hoeydonck
Van Hoeydonck
Van Hoeydonck
Van Hoeydonck
Van Hoeydonck

Vandaag is het al 25 jaar geleden dat de Cobra-schilder Jan Cobbaert overleden is

Jan Cobbaert wordt geboren te Heverlee op 24 juni 1909.

Hij stamt uit een welgestelde familie.

Hij was een schilder, tekenaar, graficus, beeldhouwer, keramist en ontwerper van glasramen en juwelen

Opleiding aan de Academie te Leuven, aan het Brussels Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis, aan de Academie te Brussel o.l.v. A. Carte en A. Bastien (1933-1936).

In 1937 mag hij de Prix de Rome in ontvangst nemen.

Naar aanleiding hiervan wordt zijn werk in het openbaar getoond in het stadhuis van Leuven.

Dit is zijn eerste tentoonstelling.

Zijn werk stuit echter op veel onbegrip bij de Leuvense bevolking.

Het wordt te vooruitstrevend gevonden.

Zijn jeugdwerken vergeleek C. Heyman met het oeuvre van G. De Smet.

De kunstenaar zelf noemde zijn stijl ‘krachtig maar nooit agressief, gevoelig maar nooit sentimenteel’.

Hij liet zich inspireren door de Brabantse heuvels en door persoonlijke waarnemingen.

Hij is ook medestichter van de Groep Apport.

Vond zijn draai echter niet in de Jeune Peinture Belge-beweging, die uit deze groep en ging zijn eigen weg.

Hij koos voor vereenvoudigde figuratie.Leunde vanaf 1959 aan bij de Cobra-beweging, maar bracht zijn kleuren minder brutaal op het doek aan dan bv. Appel, Corneille of Alechinsky.

Met het verlies van zijn zoon Marc in 1958 en acht jaar later ook dat van zijn vrouw, is zijn creativiteit even zoek.

Na enige tijd vindt hij de moed om de draad weer op te pakken.

Enkele jaren later ontmoet hij Vika Lambrechts, met wie hij trouwt.Cobbaert heeft zijn levensoptimisme teruggevonden.

Dit vindt een weerspiegeling in zijn werk, dat een metamorfose ondergaat.

Was vanaf 1961 leraar schilderkunst aan de Academie te Leuven, tot aan zijn pensioen in 1974.

Cobbaert sterft op 3 oktober 1995, maar zijn werken vindt men nog steeds in verschillende galerieën.

Zijn werken bevinden zich in de musea te Bergen (Noorw.),
Brussel, Luik, Leuven, Verviers, Zürich, Oostende, Gent,
Silkeborg (Denemarken), Museum Luxembourg (G.H.)

In oktober 2010 werd het Jan Cobbaertplein in Leuven naar hem vernoemd. (Diverse bronnen en Wikipedia)

Vandaag is het al 25 jaar geleden dat de Cobra-schilder Jan Cobbaert overleden is
Vandaag is het al 25 jaar geleden dat de Cobra-schilder Jan Cobbaert overleden is
Vandaag is het al 25 jaar geleden dat de Cobra-schilder Jan Cobbaert overleden is

40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.

Landuyt werd geboren op 26 december 1922 in Gent. Vanwege het werk van zijn vader moest het gezin vaak verhuizen.

Zo woonden de Landuyts in Eeklo (1929) en Kortrijk (1931).

Uit de kleiputten haalde hij materiaal om grote figuren te boetseren.

De grote metalen voorwerpen waaraan schepen zich ankeren langs het kanaal Kortrijk-Bossuit zouden later zijn typische vormen laten ontstaan voor vele werken.

Naast de wetenschappelijke humaniora doorliep hij met succes de teken- en schilderacademie van Kortrijk.

Hij kreeg een technisch-ambachtelijke vorming die in heel zijn verdere œuvre te zien is. In 1946 en 1947 behaalde hij de hogere diploma’s aan de middenjury.

In 1954 werd in België de eerste afdeling Plastische Kunsten opgericht: voor het eerst werden tekenleraars gevormd. Landuyt stond aan de wieg van deze afdeling aan de Rijksnormaalschool van Gent (nu departement Lerarenopleiding van de Hogeschool Gent) en was er de eerste leraar.

In 1965 vestigt hij zich definitief in Heusden bij Gent.In het begin zocht Landuyt inspiratie binnen droom- en waanbeelden.

Zijn onderwerpen verwijzen vaak naar dood, dreiging en verval.Zijn vroege werk sloot nauw aan bij de nationaal en internationaal sterk aanwezige magisch-realistische en surrealistische stromingen.

Later produceerde hij abstract werk (uitvergrotingen) met een voorkeur voor het tragische.

Begin de jaren 60 keerde hij terug naar de figuratie en schilderde hij enkele monumentale gezichten en dieren. Dit was het belangrijkste fragment van zijn oeuvre.

Leven en dood staan centraal.

In 1973 organiseerde het Gentse Stadsbestuur samen met het toenmalige Ministerie van Nederlandse Cultuur de “Retrospectieve tentoonstelling Octave Landuyt” in de Sint-Pietersabdij.

Vierendertig jaar later, van 11 mei tot en met 26 augustus 2007, organiseerde de Stad Gent in Kunsthal Sint-Pietersabdij opnieuw een Landuyt-tentoonstelling onder de naam Ricorso; dit was een totaaloverzicht van zijn œuvre.

Ongeveer in dezelfde periode was er ook werk te zien in het Caermersklooster te Gent en in het “Museum van Deinze en de Leiestreek”.

Bewonderaars van Landuyts kunst scharen hem onder de renaissance-kunstenaars of noemen hem een wedergeboorte van de Vlaamse Primitieven. (Diverse bronnen, De Post en Wikipedia)

Octave Landuyt
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.

Vandaag 130 jaar geleden, overlijdt de Nederlandse schilder Vincent van Gogh.

Op de nacht van 23 november 1888, sneed in een moment van razernij het hele lichaamsdeel af, en niet een stukje van zijn oor.

Dit zijn we te weten te komen dankzij de tekening die werd opgediept door de Britse, in de Provence woonachtige onderzoeker Bernadette Murphy.Louis van Tilborgh, senior onderzoeker van het museum, en Murphy’s raadspersoon spreekt van een mooie vondst. “Deze tekening komt in iedere toekomstige biografie.”

De oorspronkelijke functie van het document, uitvoerig door Murphy beschreven in haar vandaag verschijnende werk Van Gogh’s Oor (het ware verhaal), spreekt tot de verbeelding.

Het diende als research-materiaal voor het boek dat het beeld van Vincent van Gogh als heethoofdige schilder bij een groot publiek deed postvatten: Lust for Life, Irving Stone’s bestseller uit 1934 (later gelijknamig verfilmd met rollen van Vincente Minelli en Kirk Douglas).

De schrijver deed in de zomer van 1930 onderzoek voor zijn boek in de Provence en vroeg Rey, die als stagiair veertig jaar eerder Van Gogh’s hoofdwond had behandeld een tekeningetje van het oor te maken.

Het document is terug gevonden in de bibliotheek van Berkeley, San Francisco, Californië, waar Murphy het opspoorde.

De vondst maakt een eind aan een van de meest emotioneel geladen, en ook een van de meest bediscussieerde voetnoten in de kunstgeschiedenis.

Een discussie die des te verwarrender was daar verschillende ooggetuigen elkaar tegenspraken.Waar Gauguin, Vincents huisgenoot in Arles in zijn latere biografie beschreef dat Van Gogh zijn hele oor had afgesneden (“Hij moest een tijdlang hebben geprobeerd om de bloeding te stoppen, want de volgende dag lagen her en der een heleboel natte handdoeken over de tegelvloer van de benedenkamers verspreid”); observeerden de schilder Signac en van Jo van Gogh-Bonger, de weduwe van Vincents broer Theo, dat het enkel om de lel ging.

Aan dat meningsverschil komt nu een eind.De vondst heeft ook sterke implicaties voor ons beeld van de schilder, stelt Murphy: “Een: het incident met het oor was geen ongeluk, zoals nog wel geopperd werd; immers: zo’n grote wond verraad planning. En twee: Van Gogh was al gek in de periode dat hij zijn beste werk maakte.”

Je zou daar een derde aan toe kunnen voegen: Paul Gauguin, die door kunsthistorici nogal eens als een verzinner is neergezet, blijkt een meer betrouwbare bron dan werd aangenomen.

Er zitten meer onthullingen in Murphy’s boek.Zo wist de voormalige docent door handschriften- onderzoek de ondertekenaars van de petitie die Van Gogh na zijn daad van zelfverminking uit zijn buurt moest weren te identificeren.

Het gaat niet om “grote delen van de gemeenschap” zoals vaak is geschreven, maar een mannetje of dertig, die ‘onderlinge connecties hadden alsof ze deel uitmaakten van een reusachtig netwerk’ en allen links of rechtsom gelieerd blijken aan de eigenaar van Vincents woning en die van de aanpalende kruidenierszaak.Bernadette Murphy: “Die twee zagen in Het Gele Huis mooi onroerend goed, en beschouwden Vincent als een sta-in-de-weg.Een scam zal ik het niet noemen, maar er waren zeker economische belangen in het spel.”

Een andere vondst is de identificatie van de ‘prostituee’ aan wie Van Gogh zijn afgesneden – en inmiddels schoongewassen – oor aanbood.Zij heette in werkelijkheid geen Rachel, zoals tot op heden werd aangenomen, maar Gabrielle, en zou geen prostituee, maar schoonmaakster zijn geweest; ze reinigde onder meer de kantoren bij Vincent in de buurt.Tenminste, zo wil het verhaal van Gabrielle’s achterkleinkinderen, die Murphy verscheidene malen bezocht, en wier naam de onderzoekster niet bekendmaakt; een verhaal met sociaal wenselijke trekken.Louis van Tilborgh: “Een theorie als deze moet je als historicus kritisch tegen het licht houden.

Ik bedoel: als Gabrielle schoonmaakster was, waarom hing ze dan zo laat nog rond bij het bordeel?” (Stefan Kuiper)

Vincent van Gogh

60 jaar geleden, te gast bij de Franse beeldhouwer César Baldaccini.

In 1943 kwam de jonge kunstenaar Baldaccini, geboren uit Italiaanse ouders, naar Parijs om er als smid een lange academische vorming door te maken.

Zijn eerste expositie was bij galerie Lucien Durand, te Parijs in 1955. Zijn insecten, zijn personages, zijn uit oud ijzer gelaste portretten trokken meteen de aandacht.

Zijn succes werd twee jaar later hernieuwd bij galerie Claude Bernard, ook in Parijs.

César was een meester in de metaalsculptuur. Virtuoos smeedde hij ingenieuze beelden zoals Punaise en Bas-relief à l’insecte in 1955, Aile in 1956, L’Homme de Draguignan en La Tortue in 1958.

Met zijn vrouw Rosine en zijn dochter Anna woonde César in de Rue Boulard van het Quartier du Montparnasse in het 14e arrondissement.

Al in 1960 had César opzien gebaard, toen hij voor de jaarlijkse ‘Salon de Mai’ drie blokken van geperste autowrakken had ingestuurd.

Het Franse tijdschrift Paris Match stuurde een fotograaf, de burgerij had haar schandaal. Is dit kunst? César vond van wel. In 1962 zei hij tegen Vrij Nederland: ‘Mij komt het vaderschap toe van het nieuwe materiaal. Op een dag zag ik dat blok, dat bestond uit vermorzelde auto’s. Ik zag het… ik ben ernaar toegegaan en heb het getekend met mijn naam: César. Het was van mij. Ik had het gezien.’

César heeft zijn autowrakken, zijn compressies, nooit verlaten. Net zo min als hij zijn expansions – zijn soms fallische uitstulpingen van gestold polyethuraan – zijn empreintes, lichaamsafdrukken van vooral zijn eigen duim, en zijn academische beginnersbeeldjes van naakten, mannen en dieren vaarwel kon zeggen.

Zelfs ontwierp hij in 1976 de ‘César’, de Franse Oscar, die de Franse filmindustrie jaarlijks uitreikt.

Enkele van zijn werken zijn: Zittend naakt, waarmee César verwees naar de versteende slachtoffers van de Pompeïaanse vulkaanuitbarsting; Le Centaure, een hommage aan zijn vriend Picasso; Le Pouce; Compression Motobécane; Compression de voiture; Le Sein; Françis Bacon; Grosse Ginette of de Venus de Villateneuse; Gustave Eiffel en een reeks Marionettes.

Met Gérard Blandin, een juwelier uit Nice, verwerkte hij goud en edelstenen van gedragen juwelen tot compressies die goed verkochten.

In 1988 ontmoette César op 67-jarige leeftijd zijn nieuwe partner, de jonge Stéphanie Busutti.

Hij overleed in 1998 op 77-jarige leeftijd in zijn woning te Parijs aan de gevolgen van kanker. (diverse bronnen en Wikipedia)

60 jaar geleden, te gast bij de Franse beeldhouwer César Baldaccini.
60 jaar geleden, te gast bij de Franse beeldhouwer César Baldaccini.
60 jaar geleden, te gast bij de Franse beeldhouwer César Baldaccini.
60 jaar geleden, te gast bij de Franse beeldhouwer César Baldaccini.

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko