40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.

Landuyt werd geboren op 26 december 1922 in Gent. Vanwege het werk van zijn vader moest het gezin vaak verhuizen.

Zo woonden de Landuyts in Eeklo (1929) en Kortrijk (1931).

Uit de kleiputten haalde hij materiaal om grote figuren te boetseren.

De grote metalen voorwerpen waaraan schepen zich ankeren langs het kanaal Kortrijk-Bossuit zouden later zijn typische vormen laten ontstaan voor vele werken.

Naast de wetenschappelijke humaniora doorliep hij met succes de teken- en schilderacademie van Kortrijk.

Hij kreeg een technisch-ambachtelijke vorming die in heel zijn verdere œuvre te zien is. In 1946 en 1947 behaalde hij de hogere diploma’s aan de middenjury.

In 1954 werd in België de eerste afdeling Plastische Kunsten opgericht: voor het eerst werden tekenleraars gevormd. Landuyt stond aan de wieg van deze afdeling aan de Rijksnormaalschool van Gent (nu departement Lerarenopleiding van de Hogeschool Gent) en was er de eerste leraar.

In 1965 vestigt hij zich definitief in Heusden bij Gent.In het begin zocht Landuyt inspiratie binnen droom- en waanbeelden.

Zijn onderwerpen verwijzen vaak naar dood, dreiging en verval.Zijn vroege werk sloot nauw aan bij de nationaal en internationaal sterk aanwezige magisch-realistische en surrealistische stromingen.

Later produceerde hij abstract werk (uitvergrotingen) met een voorkeur voor het tragische.

Begin de jaren 60 keerde hij terug naar de figuratie en schilderde hij enkele monumentale gezichten en dieren. Dit was het belangrijkste fragment van zijn oeuvre.

Leven en dood staan centraal.

In 1973 organiseerde het Gentse Stadsbestuur samen met het toenmalige Ministerie van Nederlandse Cultuur de “Retrospectieve tentoonstelling Octave Landuyt” in de Sint-Pietersabdij.

Vierendertig jaar later, van 11 mei tot en met 26 augustus 2007, organiseerde de Stad Gent in Kunsthal Sint-Pietersabdij opnieuw een Landuyt-tentoonstelling onder de naam Ricorso; dit was een totaaloverzicht van zijn œuvre.

Ongeveer in dezelfde periode was er ook werk te zien in het Caermersklooster te Gent en in het “Museum van Deinze en de Leiestreek”.

Bewonderaars van Landuyts kunst scharen hem onder de renaissance-kunstenaars of noemen hem een wedergeboorte van de Vlaamse Primitieven. (Diverse bronnen, De Post en Wikipedia)

Octave Landuyt
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.

Vandaag 130 jaar geleden, overlijdt de Nederlandse schilder Vincent van Gogh.

Op de nacht van 23 november 1888, sneed in een moment van razernij het hele lichaamsdeel af, en niet een stukje van zijn oor.

Dit zijn we te weten te komen dankzij de tekening die werd opgediept door de Britse, in de Provence woonachtige onderzoeker Bernadette Murphy.Louis van Tilborgh, senior onderzoeker van het museum, en Murphy’s raadspersoon spreekt van een mooie vondst. “Deze tekening komt in iedere toekomstige biografie.”

De oorspronkelijke functie van het document, uitvoerig door Murphy beschreven in haar vandaag verschijnende werk Van Gogh’s Oor (het ware verhaal), spreekt tot de verbeelding.

Het diende als research-materiaal voor het boek dat het beeld van Vincent van Gogh als heethoofdige schilder bij een groot publiek deed postvatten: Lust for Life, Irving Stone’s bestseller uit 1934 (later gelijknamig verfilmd met rollen van Vincente Minelli en Kirk Douglas).

De schrijver deed in de zomer van 1930 onderzoek voor zijn boek in de Provence en vroeg Rey, die als stagiair veertig jaar eerder Van Gogh’s hoofdwond had behandeld een tekeningetje van het oor te maken.

Het document is terug gevonden in de bibliotheek van Berkeley, San Francisco, Californië, waar Murphy het opspoorde.

De vondst maakt een eind aan een van de meest emotioneel geladen, en ook een van de meest bediscussieerde voetnoten in de kunstgeschiedenis.

Een discussie die des te verwarrender was daar verschillende ooggetuigen elkaar tegenspraken.Waar Gauguin, Vincents huisgenoot in Arles in zijn latere biografie beschreef dat Van Gogh zijn hele oor had afgesneden (“Hij moest een tijdlang hebben geprobeerd om de bloeding te stoppen, want de volgende dag lagen her en der een heleboel natte handdoeken over de tegelvloer van de benedenkamers verspreid”); observeerden de schilder Signac en van Jo van Gogh-Bonger, de weduwe van Vincents broer Theo, dat het enkel om de lel ging.

Aan dat meningsverschil komt nu een eind.De vondst heeft ook sterke implicaties voor ons beeld van de schilder, stelt Murphy: “Een: het incident met het oor was geen ongeluk, zoals nog wel geopperd werd; immers: zo’n grote wond verraad planning. En twee: Van Gogh was al gek in de periode dat hij zijn beste werk maakte.”

Je zou daar een derde aan toe kunnen voegen: Paul Gauguin, die door kunsthistorici nogal eens als een verzinner is neergezet, blijkt een meer betrouwbare bron dan werd aangenomen.

Er zitten meer onthullingen in Murphy’s boek.Zo wist de voormalige docent door handschriften- onderzoek de ondertekenaars van de petitie die Van Gogh na zijn daad van zelfverminking uit zijn buurt moest weren te identificeren.

Het gaat niet om “grote delen van de gemeenschap” zoals vaak is geschreven, maar een mannetje of dertig, die ‘onderlinge connecties hadden alsof ze deel uitmaakten van een reusachtig netwerk’ en allen links of rechtsom gelieerd blijken aan de eigenaar van Vincents woning en die van de aanpalende kruidenierszaak.Bernadette Murphy: “Die twee zagen in Het Gele Huis mooi onroerend goed, en beschouwden Vincent als een sta-in-de-weg.Een scam zal ik het niet noemen, maar er waren zeker economische belangen in het spel.”

Een andere vondst is de identificatie van de ‘prostituee’ aan wie Van Gogh zijn afgesneden – en inmiddels schoongewassen – oor aanbood.Zij heette in werkelijkheid geen Rachel, zoals tot op heden werd aangenomen, maar Gabrielle, en zou geen prostituee, maar schoonmaakster zijn geweest; ze reinigde onder meer de kantoren bij Vincent in de buurt.Tenminste, zo wil het verhaal van Gabrielle’s achterkleinkinderen, die Murphy verscheidene malen bezocht, en wier naam de onderzoekster niet bekendmaakt; een verhaal met sociaal wenselijke trekken.Louis van Tilborgh: “Een theorie als deze moet je als historicus kritisch tegen het licht houden.

Ik bedoel: als Gabrielle schoonmaakster was, waarom hing ze dan zo laat nog rond bij het bordeel?” (Stefan Kuiper)

Vincent van Gogh

60 jaar geleden, te gast bij de Franse beeldhouwer César Baldaccini.

In 1943 kwam de jonge kunstenaar Baldaccini, geboren uit Italiaanse ouders, naar Parijs om er als smid een lange academische vorming door te maken.

Zijn eerste expositie was bij galerie Lucien Durand, te Parijs in 1955. Zijn insecten, zijn personages, zijn uit oud ijzer gelaste portretten trokken meteen de aandacht.

Zijn succes werd twee jaar later hernieuwd bij galerie Claude Bernard, ook in Parijs.

César was een meester in de metaalsculptuur. Virtuoos smeedde hij ingenieuze beelden zoals Punaise en Bas-relief à l’insecte in 1955, Aile in 1956, L’Homme de Draguignan en La Tortue in 1958.

Met zijn vrouw Rosine en zijn dochter Anna woonde César in de Rue Boulard van het Quartier du Montparnasse in het 14e arrondissement.

Al in 1960 had César opzien gebaard, toen hij voor de jaarlijkse ‘Salon de Mai’ drie blokken van geperste autowrakken had ingestuurd.

Het Franse tijdschrift Paris Match stuurde een fotograaf, de burgerij had haar schandaal. Is dit kunst? César vond van wel. In 1962 zei hij tegen Vrij Nederland: ‘Mij komt het vaderschap toe van het nieuwe materiaal. Op een dag zag ik dat blok, dat bestond uit vermorzelde auto’s. Ik zag het… ik ben ernaar toegegaan en heb het getekend met mijn naam: César. Het was van mij. Ik had het gezien.’

César heeft zijn autowrakken, zijn compressies, nooit verlaten. Net zo min als hij zijn expansions – zijn soms fallische uitstulpingen van gestold polyethuraan – zijn empreintes, lichaamsafdrukken van vooral zijn eigen duim, en zijn academische beginnersbeeldjes van naakten, mannen en dieren vaarwel kon zeggen.

Zelfs ontwierp hij in 1976 de ‘César’, de Franse Oscar, die de Franse filmindustrie jaarlijks uitreikt.

Enkele van zijn werken zijn: Zittend naakt, waarmee César verwees naar de versteende slachtoffers van de Pompeïaanse vulkaanuitbarsting; Le Centaure, een hommage aan zijn vriend Picasso; Le Pouce; Compression Motobécane; Compression de voiture; Le Sein; Françis Bacon; Grosse Ginette of de Venus de Villateneuse; Gustave Eiffel en een reeks Marionettes.

Met Gérard Blandin, een juwelier uit Nice, verwerkte hij goud en edelstenen van gedragen juwelen tot compressies die goed verkochten.

In 1988 ontmoette César op 67-jarige leeftijd zijn nieuwe partner, de jonge Stéphanie Busutti.

Hij overleed in 1998 op 77-jarige leeftijd in zijn woning te Parijs aan de gevolgen van kanker. (diverse bronnen en Wikipedia)

60 jaar geleden, te gast bij de Franse beeldhouwer César Baldaccini.
60 jaar geleden, te gast bij de Franse beeldhouwer César Baldaccini.
60 jaar geleden, te gast bij de Franse beeldhouwer César Baldaccini.
60 jaar geleden, te gast bij de Franse beeldhouwer César Baldaccini.

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Panamarenko

40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq.

Samen met Marcel Mayer, Roger Wittewrongel en Antoon de Clercq behoorde Maurice de Clercq tot de belangrijkste vertegenwoordigers van het hyperrealisme in Vlaanderen.

Het hyperrealisme is als stroming in de schilderkunst in het begin van de jaren zeventig vanuit Amerika naar Europa overgewaaid.

Zo was hij voor het eerst te zien op de zevende Biënnale der Jongeren te Parijs in 1971 en op de vijfde Documenta te Kassel in 1972.

Hij had gewoon de term ‘hyperrealisme’ tijdens een gesprek opgevangen en onmiddellijk stond hem voor ogen hoe hij voortaan zou schilderen.

Het woord zelf werkte op een wonderlijke wijze inspirerend. Het was een revelatie voor de schilder, die steeds aan de spits van de avant-garde had gestaan.

Een schilder als Maurice de Clercq spitst zijn aandacht toe op het detail.

Niet alleen zijn de onderwerpen typisch Vlaams, maar ook de sfeer van deze werken is helemaal anders.

Maurice de Clercq vraagt steeds de aandacht voor één enkel voorwerp, dat volledig op de voorgrond wordt gebracht: een oude verroeste pomp, een vermolmd houten poortje met een hangslot, een plas water op de weg, een dweil die aan een touw te drogen hangt, een tafelkleed vol vouwen, een stuk buis.

Het allereenvoudigste voorwerp wordt uit de banaliteit geheven en tot kunstwerk gepromoveerd.

Het spreekt vanzelf dat alleen een echte kunstenaar daarin slaagt.

En Maurice de Clercq behoorde daar ongetwijfeld toe, ook al heeft hij in zijn geboortestad Gent steeds weinig erkenning gekregen.

Zoals voor vele anderen moest die erkenning ook weer uit het buitenland komen.

Aan de academie in Gent studeerde hij samen met Roger Raveel, Pierre Vlerick, Antoon de Clercq en Camille D’havé.

Hij kreeg er les van Jos Verdegem.

Het typisch Vlaamse karakter van Maurice de Clercqs hyperrealisme verklaart ongetwijfeld zijn succes in het buitenland.

De werkelijkheid was voor hem spannender geworden dan de rijkste fantasie.(Diverse bronnen, Ons Erfdeel nr 24, 1981 en De Post 6 juli 1980)

40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq. (De Post 6 juli 1960)
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq. (De Post 6 juli 1960)
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq. (De Post 6 juli 1960)

50 jaar geleden, prins Albert te gast bij de Waalse schilder en beeldhouwer Charles Delporte.

Wereldwijd zijn meer dan 300 van zijn beeldende kunstwerken tentoongesteld in museums, organisaties, kerken en steden, zoals de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, het Koninklijk Paleis van Brussel, het Élysée-paleis en de Nationale Bibliotheek in Parijs, het Museum voor Hedendaagse Kunst in Tokio, het Museum voor Moderne Kunst in São Paulo, het Museum voor Schone Kunsten in Montevideo, de Belgische ambassade in Peking, de Universiteit van Houston, Sint-Pauluskerk (Antwerpen) en veel meer.

Daarnaast geniet Delporte ook erkenning als dichter en zanger.

Hij werd door paus Johannes Paulus II verheven tot de Orde van Sint-Silvester, een pauselijke ridderorde.

Charles Delporte was de broer van zanger en schrijver Paul Louka en van dichter Jacques Viesvil, en een volle neef van stripscenarist Yvan Delporte. (Diverse bronnen, Wikipedia en foto’s De Post van 5 juli 1970)

50 jaar geleden, prins Albert te gast bij de Vlaamse kunstenaar Charles Delporte

60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Georges Mathieu tijdens zijn creatie van zijn schilderij de intocht van Lodewijk de dertiende in Parijs.

Hij begon met een studie filosofie en literatuur voordat hij zich op eenentwintigjarige leeftijd aan de schilderkunst wijdde.

De eerste kunstwerken van Georges Mathieu tonen nog realistische landschappen en portretten, maar geleidelijk ontwikkelde hij een zeer persoonlijke, abstract expressionistische stijl.

Sinds het begin van zijn openbare carrière is zijn stijl nooit veranderd.

Hij voerde in het jaren 1956 een actie uit waarbij hij in het Theâtre Sarah Bernhardt voor een publiek van tweeduizend toeschouwers binnen dertig minuten een vier bij twaalf meter groot doek vulde met kalligrafische tekens, waarbij hij achthonderd tubes verf verbruikte.

Het ontstaansproces van zijn werk stond naast het beeldende resultaat op de voorgrond.

Hiermee was hij een vertegenwoordiger van de action painting.

In 1959 nam Mathieu met zijn werk deel aan de documenta II in Kassel.

Georges Mathieu wordt naast Jean Fautrier en Jean Dubuffet gezien als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Franse informele schilderkunst.

In de vroege jaren 1960 maakte hij ook sculpturale werken en produceerde ontwerpen voor meubels en wandtapijten.

Georges Mathieu maakte in 1963 met het artikel “Au delà du Tachisme” en andere geschriften naam als kunstbeschouwer.

Eervolle onderscheidingen:Chevalier de la Légion d’honneur, – Ridder in het erelegioen, Commandeur dans l’Ordre des Arts et des Lettres, Lid van de Académie des Beaux-Arts (sinds 1975) en Officier van de Belgische Kroonorde (1982) (Diverse bronnen en Wikipedia)

60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Georges Mathieu tijdens zijn creatie van zijn schilderij de intocht van Lodewijk de dertiende in Parijs
60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Georges Mathieu tijdens zijn creatie van zijn schilderij de intocht van Lodewijk de dertiende in Parijs
60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Georges Mathieu tijdens zijn creatie van zijn schilderij de intocht van Lodewijk de dertiende in Parijs
60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Georges Mathieu tijdens zijn creatie van zijn schilderij de intocht van Lodewijk de dertiende in Parijs

50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong.

50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong.
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong.
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong.
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong.
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong.
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong. (De Post 14 juni 1970)
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong. (De Post 14 juni 1970)
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong. (De Post 14 juni 1970)
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong. (De Post 14 juni 1970)
50 jaar geleden, Louis Paul Boon speurt in Aalst naar zijn ware oorsprong. (De Post 14 juni 1970)

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Felix De Boeck.

In 1905 werd in Ukkel een college gesticht, waar De Boeck mocht studeren.

Hij eindigde de Grieks-Latijnse humaniora als primus met de hoogste onderscheiding.

De directeur hoopte dat hij priester zou worden, maar zijn besluit stond vast: hij koos geen intellectueel beroep maar zou zijn intellect en filosofie kanaliseren als schilder.

Maar hij wilde zijn kunst niet ondergeschikt maken aan brood verdienen. Daarom zocht hij naar een bestaanszekerheid en werd boer op het ouderlijk erf.

Hij trouwde in 1924 met zijn nicht Marieke. Ze kregen vijf kinderen, van wie er vier stierven nog voor zij een jaar oud waren.

Het vijfde kind, Marcelleke, bleef leven, maar was gehandicapt.

Zijn hele leven verliep volgens een vast tijdsschema.

Zes dagen werkte hij op het veld en componeerde hij in gedachten allerlei doeken.

Op zondag stapte hij zijn atelier binnen en schilderde. De romantische voorstelling van Felix De Boeck als boer die schildert, wordt best omgebogen als Felix De Boeck de kunstschilder die de boerenstiel beoefent.

Marieke heeft dat leven in volle overgave van eigen persoon aanvaard en volbracht. Zonder Marieke zou de Felix De Boeck zoals we die kennen nooit mogelijk geweest zijn.

In 1970 werd Felix De Boeck lid van de Koninklijke Academie van België.

Er werd een Felix De Boeckmuseum geopend op de zolderverdieping van het gemeentehuis van Drogenbos en een Vereniging Zonder Winstoogmerk ter bevordering van zijn werk gesticht.

De Boeck heeft de eerste steen gelegd van het nieuwe Museum Felix De Boeck in 1995: FeliXart Museum.

Kort daarna blies hij zijn laatste adem uit.

Hij werd begraven naast zijn geliefde vrouw, die niet lang voordien gestorven was.(Diverse bronnen, De Post van 14 juni 1970 en Wikipedia)

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Felix De Boeck.
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Felix De Boeck.
op de foto minister Frans Van Mechelen met zijn echtgenote