60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni.

60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni (De Post 6 mei 1962)

60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni (De Post 6 mei 1962)

60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni (De Post 6 mei 1962)

60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni (De Post 6 mei 1962)

60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni (De Post 6 mei 1962)

Gentenaar Walter Ertvelt met zijn nummer L’Origine Du Monde

Walter Ertvelt brengt met L’Origine du Monde een ode aan kunst, schoonheid, erotiek en liefde

Bij de start van de lente lanceert Walter Ertvelt ‘L’Origine du Monde, Een Wondermooi Landschap’ op vinyl.

Een biografische ode aan de kunst, schoonheid, erotiek en liefde. Ook de hoes is opvallend én gekend want het is het kunstwerk uit 1866 van Gustave Courbet dat te bewonderen is in Musée d’Orsay in Parijs of je haalt het in huis met deze LP.

Na vijftig jaar gepassioneerd liedjes schrijven voor anderen, verscheen in 2020 – het jaar dat Walter Ertvelt zeventig werd – zijn dubbelalbum ROARING 2020.

Nu, bij het begin van de lente 2022, verschijnt zijn werk op vinyl: L’Origine du Monde – Een Wondermooi Landschap.

Het is een compilatie van zeven spokenword-songs, ontstaan uit verwondering en bewondering. De magie van serendipiteit.

Walter Ervelt: “Ik wilde een uniek stuk maken. De nummers op deze plaat vormen mijn ‘statement’ – my Howl – na een rusteloze zwerftocht van een turbulente halve eeuw door het ‘labyrint’ van de media, de muziek- en filmindustrie, de podium- en beeldende kunsten.

Blues & Saudade, Rock & Folk, Chanson & Poëzie, hebben mijn leven dooraderd: van Allen Ginsberg tot Serge Gainsbourg, van Jacques Brel tot B.B.King. Deze LP is mijn biografische ode aan de kunst, schoonheid, erotiek en liefde.“

Na 50 jaar liedjes schrijven voor anderen vond hij die verjaardag een uitgelezen moment om zelf een album uit te brengen. Twee zelfs, want ‘Roaring 2020’ is een dubbel-cd geworden.

Bij wie zijn naam niet meteen een belletje doet rinkelen doet zijn werk dat ongetwijfeld wel.

Walter Ertvelt schreef de tekst van ‘Vreemde Vogels’, een nummer dat in 1973 een zomerhit werd voor Claire en nog altijd overeind staat als een huis.

Hij schreef liedjes voor Rob De Nijs, Johan Verminnen, Kris De Bruyne, Ann Christy en Miek en Roel.

Als producer werkte hij samen met Roland, Skyblasters, Zaki en tal van andere artiesten.

Met Herwig Deweerdt maakte hij de film Jacques Brel aux Marquises.

Tot 2001 verzorgde hij op Radio 1 een column in het programma Het Einde van de Wereld.

En hij stampte de Waterfront Galerie uit de grond op de Meulestede in Gent.

De muziek is van Yves Meersschaert.

Voor de opnames liet hij zich omringen door het kruim van de Gentse muziekscene.

Naast tal van anderen speelt Roland mee op de plaat, Steven De bruyn, Bart Maris en Edward Buadee van Skyblasters.

Gentenaar Walter Ertvelt met zijn nummer L’Origine Du Monde

90 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Jules De Bruycker

Jules De Bruycker werd op 29 maart 1870 geboren in de Jan Breydelstraat in Gent, in de schaduw van het Gravensteen, het Sint-Veerleplein en de Vismarkt.

De dood van zijn vader in 1884 noodzaakte de jonge Jules te gaan werken als hulpstoffeerder.

In 1893 trekt hij naar de Academie, en in zijn vrije tijd begint hij te tekenen en te aquarelleren.

Het is pas na de eeuwwisseling dat de eerste beroemde werken ons kunstpatrimonium sieren.

In 1903 exposeert hij voor het eerst in het Driejaarlijks Salon van Gent.

90 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Jules De Bruycker

De regering koopt zijn aquarel “Voddenmarkt”.

Hij is 35 als hij in het Museum van Gent de etser Albert Bartsoen ontdekt.

De eerste platen dateren van 1906, maar zijn nog zeer leeg.

Werk per werk ziet men de evolutie.

De platen worden steeds groter en het etsen neemt het meeste van zijn tijd in beslag.

Sommige werken worden rechtstreeks op de plaat gegrift, zonder voorafgaande tekening.

Vandaar het bestaan van verschillende platen die het werk in spiegelbeeld weergeven.

In 1913 komen er onder invloed van Prosper Böss een 8-tal olieverfwerken, waaronder het volksfeest aan Sint-Jacobs “De Lochte Genteneers” genoemd.

Had Jules De Bruycker in deze trend verder gewerkt dan hadden nu slechts enkele bevoorrechten een werk van hem. “De Lochte Genteneers” moet immers niet onderdoen voor de werken van de andere “Moderne Meesters”.

In 1914 wijkt hij uit naar Londen.

Hier leert hij zijn echtgenote Raphaëlle kennen, en ontstaat zijn vriendschap met Peter Bonnel.

Hij tekent en etst er in het atelier van Whistler, maakt er zijn oorlogstekeningen die gekocht worden door de heer De Graaff (verzameling De Graaff-Bachienne) en wordt bevriend met Brangwijn.

90 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Jules De Bruycker

In 1919 vindt hij zijn Gent terug, maar zijn stijl is nu niet meer dezelfde als voor de oorlog, alles wordt meer veredeld.

Onder invloed van zijn echtgenote maakt hij ook enkele korte trips naar Frankrijk, voornamelijk naar Parijs.

Hier gaat zijn interesse vooral naar de oudste brug van de stad “Le Pont Neuf”.

Te Bourges, Rouen en Amiens inspireert het stenen kantwerk van de kathedralen hem tot het maken van enkele schitterende werken.

In 1927 kent de Belgische regering hem de grote Prijs voor Beeldende Kunst toe.

De lange ziekte en dood van zijn moeder onderbreken zijn carrière.

In die periode houdt hij zich schuil in zijn atelier, waar hij tal van werken etst van vroegere tekeningen, vooral de Sint-Niklaaskerk, zijn obsessie.

In 1932 geeft hij zijn eerste bundel uit: “Sites et Visions de Gand”.

In 1933 verschijnt “l’Oeuvre Gravé” van Jules De Bruycker door Grégoire Le Roy.

Daarna legt hij zich volledig toe op zijn Sint-Niklaaskerk en maakt de prachtigste tekening uit zijn loopbaan.

90 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Jules De Bruycker

Vele Gentenaars zijn ervan overtuigd dat de redding van deze vervallen monumentale kerk grotendeels te wijten is aan Jules De Bruycker.

Het etsen wordt om gezondheidsredenen drastisch verminderd. De zuren die gebruikt worden hebben bij de man veel schade aangericht.

In 1940 tekent hij tientallen schetsen vanop het terras van de “ Wilson” in Gent.

De beste ervan etst hij en brengt hij uit in een album “Gens de chez nous – 1942”.

Ook werkt hij aan een ander album “Gens pas de chez nous”.

De tekeningen zijn af, zes exemplaren zijn geëtst.

Na zijn overlijden op 5 september 1945 geeft zijn weduwe Raphaëlle deze postuum uit.

Enkele dagen voor zijn dood – in het ziekenhuis Toevlucht van Maria aan de Coupure in Gent – komt zijn dochter, zijn beste vriendin, zich tonen in haar bruidsjurk.

Het overlijden van Jules De Bruycker is een zware klap voor de Gentse kunstwereld, die na zijn begrafenis plechtig een stille wandeling maakt door zijn Gent.

Allen herinneren zich de woorden van Frans Heilens:

“Zijn gehechtheid aan zijn geboortegrond stond ongetwijfeld zijn internationale doorbraak in de weg, hij had moeten reizen, deelnemen aan eigentijdse bewegingen, maar Gent weerhield hem volledig…” (Diverse bronnen, Tijdschrift De Stad 26 februari 1932, John De Bruycker en Wikipedia)

90 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Jules De Bruycker

63 jaar geleden, te gast bij Pablo Picasso die toen net eigenaar was geworden van een kasteel.

Het Kasteel van Vauvenargues werd eind december 1958 verworven door de verbannen Spaanse kunstenaar Pablo Picasso , op zoek naar een meer geïsoleerde werkplek dan zijn vorige huis,” La Californie” in Cannes.

Maar hij kreeg pas half januari de sleutels van het kasteel.

63 jaar geleden, te gast bij Pablo Picasso die toen net eigenaar was geworden van een kasteel.

Het terrein was 1500 hectaren groot.

Hij verbouwde het kasteel van 1959 tot 1962, waarna hij naar Mougins verhuisde.

63 jaar geleden, te gast bij Pablo Picasso die toen net eigenaar was geworden van een kasteel.

Tijdens deze periode kocht Picasso de Provençaalse villa met de naam Mas Notre-Dame-de-Vie de Mougins in Mougins , waar hij zich permanent vestigde in juni 1961.

Hij kwam af en toe terug naar Vauvenargues, maar dat stopte in 1965 na een ernstige operatie.

63 jaar geleden, te gast bij Pablo Picasso die toen net eigenaar was geworden van een kasteel.

Picasso stierf in zijn villa in Mougins op zondag 8 april 1973, op 91-jarige leeftijd.

De plaatselijke autoriteiten zouden zijn wil om ​​daar te worden begraven niet hebben goedgekeurd, dus koos zijn vrouw Jacqueline het terrein van het Château van Vauvenargues als zijn laatste rustplaats.

Hij en zijn vrouw Jacqueline liggen begraven op het terrein van het kasteel van Vauvenargues, dat nog steeds het privébezit is van de familie Picasso.

63 jaar geleden, te gast bij Pablo Picasso die toen net eigenaar was geworden van een kasteel.

De Amerikaanse negersoldaat Robert D’Hue werd kunstschilder in ons land (Ons Land 10 maart 1962)

D’Hue werd in 1917 geboren in Cleveland, Ohio.

Hij was portretschilder en landschapsarchitect.

Hij diende in het leger tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Hij was een student aan de Yale School of Fine Art en hij studeerde ook aan de Académie Royale des Beaux-Arts in Luik.

In 1954 studeerde hij af en dit met de nodige onderscheidingen.

In Luik leerde hij zijn vrouw kennen en samen kregen ze twee kinderen.

Namelijk dochter Sandra Gonda (geboren in 1960) en zoon Gary D’Hue (geboren 1962)

Het jonge gezin woonde toen in de Rue de la Cathédrale 88 in Luik.

Hij bouwde een vriendschap op met de Vlaamse toneelschrijver Tone Brulin. Daardoor kreeg hij ook opdrachten om decors en enkele generieken te ontwerpen voor Vlaamse Tv.

Werken van hem zijn te zien in het Museum van Luik, België.

Na enkele jaren te verblijven in ons land ging hij terug naar Californië waar hij werkte als kunstpedagoog en docent.

Hij kwam te overlijden op 20 januari 2007.(Diverse bronnen en Ons Land 10 maart 1962)

De Amerikaanse negersoldaat Robert D’Hue werd kunstschilder in ons land (Ons Land 10 maart 1962)
De Amerikaanse negersoldaat Robert D’Hue werd kunstschilder in ons land (Ons Land 10 maart 1962)

60 jaar geleden, Cartoonist Hugo de Kempeneer, beter gekend als hugOKÉ in de Post van 11 maart 1962

60 jaar geleden, Cartoonist Hugo de Kempeneer, beter gekend als hugOKÉ in de Post van 11 maart 1962
60 jaar geleden, Cartoonist Hugo de Kempeneer, beter gekend als hugOKÉ in de Post van 11 maart 1962
60 jaar geleden, Cartoonist Hugo de Kempeneer, beter gekend als hugOKÉ in de Post van 11 maart 1962

60 jaar geleden, te gast bij cartoonist Steven (Steven Wilsens)

Van 1954 tot 1958 volgde hij les aan het Sint-Lucasinstituut in Brussel onder de vakkundige begeleiding van Luc Verstraete (1928-2008).

Van 1958 tot 1960 volgde hij opleiding aan de Kölner Werkschule.

Zijn eerste tentoonstelling had plaats in Galerie Helikon in Hasselt in 1962. In 1965 was hij er opnieuw te gast.

60 jaar geleden, te gast bij cartoonist Steven (Steven Wilsens)

Steven is vooral bekend als tekenaar van monumenten en stads- of dorpsgezichten.

Steven gaat steeds zijn onderwerpen op die plek bekijken, leest erover en laat zich door specialisten inlichten.

Hij tracht door schetsen de constructie van een gebouw en de lijnen van het landschap meester te worden.

60 jaar geleden, te gast bij cartoonist Steven (Steven Wilsens)

Hij wil de werkelijkheid tekenen, maar ze niet kopiëren. Hij vereenvoudigt lijnen en vlakken en zondert zijn onderwerp af als ze in een lelijke omgeving staan.

Hij laat ruimte zodat we zelf de kleuren van onze verbeelding kunnen schilderen.

60 jaar geleden, te gast bij cartoonist Steven (Steven Wilsens)

Zo draagt hij bij tot monumentenzorg en doet vergeten en verloren hoekjes, straten, gebouwen en pleinen opnieuw ontdekken.

Daarnaast is hij ook cartoonist, graficus, striptekenaar, illustrator van boeken, ontwerper van postzegels en bierviltjes.

Steven werd onderscheiden met de Prijs Pro Civitate (1972), de Culturele Onderscheiding van de provincie Limburg (1994) en de prijs van de Vlaamse Gemeenschap (1994). (Diverse bronnen, De Post 25 februari 1962 en Wikipedia)

60 jaar geleden, te gast bij cartoonist Steven (Steven Wilsens)

Nieuwste werk van ‘Herr Seele’ in de nieuwe Laarnse galerij van Motte

Herr-Peter van Heirseele-Seele en Kamagurka stellen vanaf zondag tentoon in de nieuwe galerij Ridderpad 42 in Laarne.

Het meeste werk draait rond hun gekuifde held Cowboy Henk met daarnaast het nieuwste werk van Herr Seele met absurde mondmaskerssituaties.

Waarom Laarne of all places?

‘Galerijhoudster Motte Claus is een van mijn liefste vriendinnen én ook dat mijn opa het kasteel van Laarne indertijd restaureerde, gaf de doorslag’.

‘L’art ne trompe pas’, luidt het thema van de expo, wat klinkt als ‘Laarne trompe pas’.

‘We kijken naar René Magritte als het over surrealisme gaat, ik voel mij er een erfgenaam van, maar dan misschien nog met ietsje meer absurdisme met al eens een Rubensiaans figuurtje ertussen’, licht Herr Seele (62), kunstenaar-striptekenaar-mediafiguur-pianostemmer, zijn 20-tal werken toe die vanaf zondag te zien zijn in de Laarnse galerij Ridderpad 42 onder de noemer ‘L’art ne trompe pas’, meteen in de uitspraak een verwijzing naar de kasteelgemeente.

‘Ik heb een aloude band met Laarne.

Mijn grootvader uit Nevele restaureerde als aannemer-restaurateur indertijd het kasteel. Een steen met zijn naam erop, even voorbij de kasteelpoort, verwijst daar nog naar.

Komt daarbij dat Motte Claus, decennialang de bazin van de beroemde Gentse Hotsy Totsyclub, een zeer goede vriendin is en ik haar project, een nieuwe galerie in Laarne enorm toejuich’.

Motte Claus (76), geboren Wetterse, opende 5 maanden geleden haar galerij aan de Lepelstraat 42 en gaf het meteen de naam ‘Ridderpad 42’ mee, een hint naar het wandelpad dat via het kasteel langs daar loopt.

Naast een grote groepsexpositie vorig jaar met bekende namen is het nu haar tweede tentoonstelling met kleppers als Herr Seele en Kamagurka (Luc Zeebroek).

Een twintigtal werken van Seele waarvan een tweetal gezamenlijk met ‘Kama’ sieren de muren. Herr Seele toont recent werk en ook splinternieuw werk waar hij tot vandaag, vrijdag nog aan bezig is. ‘Iets met mondmaskers maar dan absurd, actueler kan ik nu toch niet zijn’.

Maar Cowboy Henk is nooit ver weg, een intussen al 40-jarig icoon van de actuele kunst, en een kind van Kama en Herr Seele.

Motte Claus liet prompt een 50 affiches expo-drukken die op termijn een verzamelobject gaan worden, voorspelt ze.

Sinds haar pensioen maakt Motte collages waarmee ze al tentoonstellingen hield.

Haar huis in de Lepelstraat 42, waar ze samen met haar buur-zoon Kobe een kangoeroewoning deelt, puilt uit van al dat moois.

En ze heeft nog plannen: ‘Ik kan niet stilzitten. Het accent zal liggen op kleinschalige groepstentoonstellingen van kunstenaars waar ik achter sta’.

Ook een jazzfestivalletje in Laarne en een vaste poëzieroute, waarin ze graag de kerkruimte wil betrekken, staan nog op haar lijstje.

Nog dit jaar volgt een expo met foto’s van de bekende Gentse fotografe Hilde Braet.

Galerij Ridderpad 42, Lepelstraat42, van 13 februari tem 13 maart, enkel op zondagen van 15 tot 18u. (Wetteren actueel en hvh/cm- foto hvh/fvv/vhp)

60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse glaskunstenaar Michel Martens (De Post 11 februari 1962)

60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse glaskunstenaar Michel Martens (De Post 11 februari 1962)


Zijn werken zijn onder meer te zien in de Sint-Michielskerk en de Sint-Baafskathedraal in Gent.
Michel Martens (Brugge) en Armand Blondeel (Gent) droegen bij tot de nieuwe bloei met hun respectievelijke realisaties voor ‘Expo 58’ waarvoor beiden bekroond werden.
Sinds 1979 was Martens lid van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België.
In 1995 won hij de Henry Van de Velde Prijs voor zijn volledige oeuvre.
Tussen 1947 en 1984 realiseerde Michiel Martens meer dan 6000 m² glasramen ook in samenwerking met ontwerpers L.C.Crespin en L.M.Londot en behoort zo tot de meest productieve glazeniers van ons het land.
Realiseerde ook glasramen in samenwerking met architect Paul Felix in meerdere monumentale opdrachten.
In 1999 werden zijn huis en zijn atelier in Sint-Andries als monument beschermd, met inbegrip van het archief, het meubilair en 126 kunstwerken.
Martens had verhoopt dat dit een permanent museum met kunst- en documentatiecentrum zou kunnen worden, maar na zijn dood (15 december 2006) bleek geen enkele overheidsinstantie of privévereniging, noch de erfgenamen, bereid om de financiële last hiervan op zich te nemen.
De bescherming werd op 21 december 2011 opgeheven en de gebouwen werden gesloopt. Het archief werd toevertrouwd aan het KADOC in Leuven. De kunstwerken werden verspreid.(Diverse bronnen, De Post 11 februari 1962 en Wikipedia)
60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse glaskunstenaar Michel Martens (De Post 11 februari 1962)
60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse glaskunstenaar Michel Martens (De Post 11 februari 1962)




60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse glaskunstenaar Michel Martens (De Post 11 februari 1962)