Boy George, ik wil weer op eigen kracht door het leven (Joepie 5 april 1987)

Everything I own is een nummer geschreven door David Gates en uitgebracht door zijn groep Bread in 1971.

Drie jaar later coverde Ken Booth het nummer en maakte er een reggaeversie.

In Groot-Brittannië goed voor een eerste plaats in de hitparade.

Ook andere artiesten zoals Andy Williams, Olivia Newton-John, Kamahl, Marcia Griffiths en Jack Jones coverde het nummer.

In Vlaanderen en Nederland was het nummer pas een groot succes in 1987 dankzij de cover van Boy George.

Zo bereikte zijn versie in Vlaanderen de tweede plaats in de Brt Top 30.

In Nederland was het nummer goed voor een vierde plaats in de hitparade.

Boy George, ik wil weer op eigen kracht door het leven (Joepie 5 april 1987)

40 jaar geleden, Cat Stevens spoorloos verdwenen (Joepie 21 maart 1982)

Cat Stevens (geboren als Stephen Demetre Georgiou) is de zoon van een Grieks-Cypriotische vader en een Zweedse moeder.

Hij groeide op in Londen, waar zijn vader een restaurant had.

Hij schreef al op jonge leeftijd liedjes en trad gedurende de jaren zestig op, zonder veel succes.

Op zijn 19e kreeg hij tuberculose en moest gedurende lange tijd naar het ziekenhuis. Tussen 1967 en 1977 verkocht hij zo’n 40 miljoen lp’s.

Bij vrijwel elk lied werd hij bijgestaan door Alun Davies, die meestal de tweede gitaar speelde.

Cat Stevens is in de zomer van 1977 in de buurt van Malibu in een dronken bui aan het zwemmen.

De zanger komt in moeilijkheden, maar wordt door een golf teruggeworpen op het strand.

Cat Stevens ziet hierin een geschenk van God, en nadat hij van zijn broer een versie van de Koran heeft gekregen, bekeert hij zich tot de Islam, doet zijn artiestennaam in de ban en neemt op 23 December 1973 de naam Yusuf Islam aan. (diverse bronnen en Wikipedia)

40 jaar geleden, Cat Stevens spoorloos verdwenen (Joepie 21 maart 1982)

40 jaar geleden, Robert Palmer verwerpt versierders imago helemaal.

De cover Some Guys Have All The Luck van Robert Palmer is geschreven door Jeff Fortgang in 1973 en toen uitgebracht door de Amerikaanse groep The Persuaders. Het bereikte toen de negenendertigste plaats in de Amerikaanse hitparade.

De single van Robert Palmer bereikte zowel in Vlaanderen als in Nederland niet de hitparade. Maar was wel een radiohit en ook terug te vinden op de verzamelaar Maybe It’s Live(1981)

40 jaar geleden, Robert Palmer verwerpt versierders imago helemaal.

Robert Palmer wordt als Alan Palmer op 19 januari 1949 in Balley in Yorkshire geboren, zijn jeugd brengt hij door op het eiland Malta.

Terug in Yorkshire leert Palmer gitaar spelen en richt hij zijn eerste bandje op.

Hij doet professionele ervaring op in de Alan Brown Set.

In 1970 versterkt hij de uit twaalf man bestaande jazzrockband Dada. Later werd Dada omgedoopt tot Vinegar Joe.

Vinegar Joe bestaat naast Robert Palmer uit Elkie Brooks, Mike Deacon, Pete Gage, Pete Gavin en Steve York.

Ondanks een ijzersterk repertoire en een aantal prima platen breekt Vinegar Joe niet door, en begin 1974 stopt Vinegar Joe er dan ook mee.

Vanaf 1974 is Robert Palmer actief als soloartiest en scoort zijn eerste hit met Sneakin’ Sally Through The Alley.

In Vlaanderen en Nederland heeft Robert Palmer in 1978 zijn eerste hit met Best Of Both Worlds.

In de jaren tachtig heeft Palmer diverse hits, waaronder: Johnny And Mary, Looking For Clues, Addicted To Love en Bad Case Of Loving You.

In 1985 richt Robert Palmer, samen met John en Andy Taylor van Duran Duran, de gelegenheidsband The Power Station op, en heeft daarmee internationale erkenning met de hits Some Like It Hot en de T.Rex cover Get It On.

Robert Palmer woonde de laatste jaren in Zwitserland en kwam te overlijden op 26 september 2003 en is 54 jaar geworden. (diverse bronnen en Wikipedia)

40 jaar geleden, Robert Palmer verwerpt versierders imago helemaal.

Manager Stig Anderson, de ijzeren vuist achter Abba (Muziek Expres maart 1977)

Stig Anderson heeft in 1963 de platenmaatschappij Polar Music opgericht, omdat hij voor zijn artiesten altijd één vaste locatie voor hun plaatopnamen gewild heeft.

In 1978 werden de Polar Studios opgericht door Benny Andersson en Björn Ulvaeus van ABBA samen met hun manager Stig Anderson.

Het was de bedoeling om een complete studio te hebben zodat ABBA alle opnamefaciliteiten in één studio had.

De studio’s waren dan ook bij hun opening de modernste van de wereld.

Na de dood van Anderson in 1997 worden Tomas en Marie Ledin, naast Lennart Ostlund, de nieuwe eigenaren van de Polar Music Studios aan 58-60 St. Eriksgatan in de Zweedse hoofdstad Stockholm.

De videoclip voor ABBA’s “Gimme! Gimme! Gimme! (A Man After Midnight)” werd in de studio opgenomen.

Op 1 mei 2004 wordt het complex gesloten.

In de Polar Music Studios heeft ABBA de albums Voulez Vous, Super Trouper en The Visitors opgenomen.

Ook Led Zeppelin, Robyn, Roxy Music, Adam Ant, Genesis, The Rolling Stones, The Backstreet Boys en The Cardigans hebben opnamen in deze studio gemaakt. (diverse bronnen en Wikipedia)

Manager Stig Anderson, de ijzeren vuist achter Abba (Muziek Expres maart 1977)

Vandaag 65 jaar geleden, koopt Elvis Presley voor 102,500 dollar in Memphis het aan de 3764 South Bellevue Boulevard gelegen landgoed Graceland.

Op de plaats waar Graceland staat, stond oorspronkelijk een boerderij die eigendom was van Stephen C. Toof, de oprichter van SC Toof & Co, een commerciële drukkerij in Memphis.

De gronden werden genoemd naar Toofs dochter, Grace, die later de boerderij erfde.

Spoedig daarna werd het gedeelte van het land aangewezen als Graceland.

Het was Grace Toofs nichtje, Ruth Moore, dat in 1939 samen met haar echtgenoot dr. Thomas Moore een Amerikaans herenhuis bouwde in een “koloniale” stijl.

Graceland bestaat uit drieëntwintig kamers, waaronder acht slaapkamers en badkamers.

De badkamer waar het ontzielde lichaam van Elvis werd gevonden is pal boven de entree. De ingang wordt ondersteund door vier grote pilaren. Bij de portiek staan aan beide zijden twee grote leeuwen.

Toen Elvis Graceland kocht werden er allemaal aanpassingen verricht.

Zo kwamen er een stenen muur rondom het terrein, een smeedijzeren muziekthemapoort, een zwembad, een tennisbaan en de beroemde “Jungle Room”, die beschikt over een overdekte waterval. In februari en oktober 1976 werd de Jungle Room omgebouwd tot een opnamestudio, waar Elvis bijna alle nummers opnam van zijn laatste twee albums: van Elvis Presley Boulevard Memphis Tennessee en Moody Blue, deze waren zijn laatst bekende opnamen in een studio-omgeving.

Elvis Presley wilde ook een plek hebben in de tuin om tot rust te kunnen komen.

Hij kwam op het idee van een Meditation Garden.

Elvis zal er tot aan zijn dood op 16 augustus 1977 wonen.

Nadat hij overleed, werd Elvis in de Meditatie Garden begraven net als zijn ouders Gladys en Vernon, en zijn grootmoeder.

Ook ligt er een kleine steen die de tweelingbroer van Elvis, Jesse Garon, (die bij de geboorte overleed) gedenkt.

De Meditation Garden was voor het publiek geopend vanaf 1978.

Graceland werd officieel geopend voor het publiek op 7 juni 1982.

Naast de muziek is Graceland, dat inmiddels uitgegroeid is tot een soort van bedevaartplaats, de grootste bron van inkomsten voor zijn nabestaanden.

Vandaag de dag is het landhuis in Memphis in Tennessee met zo’n 600.000 a 700.000 bezoekers per jaar (cijfers voor corona) het op één na meestbezochte ‘museumhuis’ van de Verenigde Staten, na het Witte Huis.

Fans betalen een flinke duit voor een bezoek. Een tour van vier uur door het enorme huis kost 170 dollar, zo’n 153 euro, per persoon.

In 2016 bereikte Graceland een mijlpaal door de 20 miljoenste bezoeker te ontvangen.

40 jaar geleden, Amanda Lear comeback met verf en penseel (Joepie 7 maart 1982)

Amanda Lear begon in de jaren 60 als mannequin. Ze werkte onder anderen samen met Paco Rabanne.

Eind jaren zestig werkte ze als danseres in de Crazy Horse saloon in Parijs. Fotograaf Brian Duffy kwam daar met haar in contact via Monty Landis en fotografeerde haar voor Nova magazine met als onderwerp ‘How to undress in front of your husband’.

Later onthulde diezelfde Monty toen Duffy haar als sexy vrouw had gefotografeerd dat zij transgender was. Iets wat zij zelf altijd is blijven ontkennen.

In dezelfde periode leerde ze de Spaanse surrealistische schilder Salvador Dalí kennen.

Het zou de excentrieke kunstenaar Salvador Dali, met wie Lear meer dan vijftien jaar “een spiritueel huwelijk” had, zijn geweest die de twijfels rond Lears geslacht aanwakkerde als marketingstrategie.

Die twijfels doken al op in de jaren 60, toen Lear bezig was een modellencarrière uit te bouwen. Lear zou toen geen onbekende geweest zijn in het drag-queencircuit.

Lear zelf voedde de controverse door de ene keer te beweren dat het “een zot idee van een journalist” was, dan weer dat “het een publiciteitsstunt van Dali” was of dat “David Bowie ( ze had een affaire met Bowie en het was ook hij die haar aanstuurde om zangeres te worden) het gerucht gestart had”: “Het maakt me mysterieus en aantrekkelijk.

Er is niets wat de muziekwereld liever heeft dan een freak buiten categorie.

Mijn succes bij homo’s is helemaal te danken aan de buitengewone legendes die over mij bestaan.” En dan was er het nummer “I’m a Mistery”, waarbij “Mystery” verkeerd geschreven werd, met verwijzing naar “Mister”.

Door te poseren voor Playboy bewees ze eind jaren 70 dat ze in ieder geval geen travestiet was.

Maar de geruchten werden er niet door gestopt.

Zelfs recent bleef de controverse levend, toen in 2011 een Italiaanse krant uitpakte met een “geboorteakte” van Alain Tap, die geboren was in 1939 – veel vroeger dan altijd gedacht werd: Lear zou eind jaren 40 geboren zijn, maar die gegevens baadden altijd al in een sfeer van geheimzinnigheid – én een foto van een jonge Tap, met een gezicht dat sprekend geleek op dat van Lear.

“Net als alle mensen in de showbizz moet ik altijd acteren”, vertelde ze in 2009 tijdens een bezoek aan Brugge.

Het heeft haar muziekcarrière eind jaren 70 alvast geen kwaad gedaan.

Want Met behulp van de producer Anthony Monn ontpopte ze zich tot de blanke “queen of disco” en verwierf ze in 1978 wereldfaam met de hit “Follow me”.

Ook de volgende singles Queen of China-Town ( uitgebracht in 1977 maar door haar succes in 1978 terug uitgebracht), Enigma (Give a bit of mmmh to me), Gold, The sphinx en Fashion pack waren een groot succes.

In 1979 trouwde ze met de aristocraat Alain-Philippe Malagnac, de geliefde van de Franse schrijver Roger Peyrefitte. Bij een brand in hun huis in 2000 verloor hij het leven.

In 2001 maakte ze een comeback in de internationale muziekwereld met het in Frankrijk geproduceerde album “Heart”. Opvallende singles waren “Love boat” en “I just wanna dance again”.

Nadien volgden er verscheidene duetten (onder andere: “Beats of love” met Get Ready! uit België, “Martini disease” met Jet Lag uit Italië) en werden er enkele singles uitgebracht (onder andere: “Copacabana” en “Paris by night”).

In 2005 scoorden The Housekeepers een clubhit met Go down, een bewerking van Lears Queen of Chinatown.

In 2006 bracht Lear een cd uit met covers van onder anderen Shirley Bassey, Sarah Vaughan, Nina Simone, Dalida, Juliette Gréco, Hildegard Knef, Eartha Kitt: “With Love”.

Buiten het zingen heeft Amanda ook veel succes met haar schilderijen.

Haar eerste expo vond plaats in Rotterdam in de jaren 80. Volgens kenners is ze blijven groeien in haar werk.

In 2007 ontving ze in Frankrijk de titel “Chevalier dans l’ordre des arts et lettres”.

In 2016 bracht ze een album uit met als titel Let me entertain you en met de singles The best is yet to come en Catwalk.

Haar laatste album is van verleden jaar en kreeg als titel Tuberose. Voor mij één van haar beste albums. Een aanrader, helaas niet meer te koop, gelukkig wel in mijn bezit. Maar gelukkig ook te beluisteren op Spotify.(Diverse bronnen, Wikipedia, Joepie en Oor)

40 jaar geleden, Amanda Lear comeback met verf en penseel (Joepie 7 maart 1982)