60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni.

60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni (De Post 6 mei 1962)

60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni (De Post 6 mei 1962)

60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni (De Post 6 mei 1962)

60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni (De Post 6 mei 1962)

60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni (De Post 6 mei 1962)

50 jaar geleden, te gast bij Beeldhouw Leopold Pol Scrayen en zijn dochter Jeny

Leopold (alias Pol) Scrayen werd geboren in Hechtel (Vlaams Limburg) op 7 december 1920.

Leopold Scrayen was als beeldende kunstenaar een selfmade man die in de wereld van de ‘grote kunst’ in eigen land niet altijd de waardering kreeg die hij verdiende.

Pas op latere leeftijd nam hij hamer en beitel ter hand om zijn eerste kunstcreaties vorm te gegeven.

Voordien was hij werkzaam als bovengrondse arbeider in een van de Limburgse koolmijnen.

Hij verdiende er als lasser de kost tot hij in 1959, op 39-jarige leeftijd, ziek werd.

Een ernstige hartkwaal die gepaard ging met verlammingsverschijnselen belette hem zijn beroep nog langer uit te oefenen.

Het duurde drie jaar vooraleer hij opnieuw te been was.

Op zoek naar geschikt werk, kwam hij eerder toevallig terecht bij een bedrijf in Bree waar grafzerken werden gemaakt.

Hij zag er een beeldhouwer aan de slag en zelfverzekerd beweerde Scrayen, die nooit eerder als beeldhouwer of als tekenaar enige opleiding had genoten: ‘dat kan ik ook’…

Het klonk zo overtuigend dat de grafsteenmaker Scrayen bij wijze van proef een Christuskop liet beitelen. Raar maar waar, het werkstuk voldeed aan alle vereisten van de kunst en Leopold werd in dienst genomen.

De eenvoudige arbeider had in zich het oertalent ontdekt.

Al vlug experimenteerde hij ook met het maken van portretten in zachtere materie.

Een vriend bezorgde hem de geschikte essen-, linden- en beukenhouten planken en Scrayen vond zijn ware roeping in het maken van houtsculpturen.

Na een paar jaar liet hij het steenhouwen voor wat het was om zich voltijds toe te leggen op het hakken van houten bas-reliëfs, hoofdzakelijk portretten.

Geregeld maakte hij ook wand- en sierpanelen voor het bouwbedrijf in opdracht van architecten.

De eigenzinnige ‘filosoof’ en would-be-kunstenaar die Scrayen in de ogen van zijn dorpsgenoten was, oogstte aanvankelijk enige spot, maar al vlug erkenden vriend en vijand de hoogstaande kwaliteit van zijn werk.

Het duurde geen tijd of de bestellingen liepen in die mate binnen dat Leopold zich voltijds aan zijn kunst kon wijden.

Leopold Scrayen slaagde erin om van zijn kunst te leven en zijn gezin te onderhouden.

Op geregelde tijdstippen wist hij zich in de belangstelling te plaatsen met het portretteren van nationale en internationale figuren zoals lukraak Jozef Muls, Stijn Streuvels, Beethoven, J.P. Belmondo, W. Churchill, H. Ford, C. De Gaulle, E. Hemingway, J.F. Kennedy, de pausen Paulus VI en Johannes Paulus II, J. Sibelius en vele andere.

Tussen de bedrijven door maakte Leopold ook af en toe kopergravures met Bijbelse taferelen als thema.

Dikwijls werkte hij in opdracht van officiële besturen of bedrijven maar ook en vooral creëerde hij de portretten omdat hij grote bewondering had voor de uitgebeelde personaliteiten.

De kunstwerken werden dan meestal via de betrokken ambassades of bij officiële ontvangsten aan de geportretteerde overhandigd.

Dit bracht de artiest Scrayen heel wat nationale en internationale bekendheid en erkenning.

Te bescheiden en te streekgebonden, ging Leopold zelden in op uitnodigingen – ook van vermaarde internationale galerijen, onder andere in Londen – voor deelname aan tentoonstellingen.

Hij had lak aan officieel gedoe: hij bleef afwezig.

Hij maakte een uitzondering voor het officiële Belgische paviljoen op de Wereldtentoonstelling van Montreal (1967) waar bas-reliëfs te zien waren met portretten van Salvador Dali, Martin Luther King en Orson Welles en ook een zelfportret.

Leopold Scrayen ontwikkelde een sterk persoonlijke stijl, ‘kubistisch’ zoals hijzelf de neo-art-decostijl definieerde waarin hij portretten uit het hout hakte.

Hij was getrouwd met Maria Vandebroek en had drie dochters.

De jongste dochter, Gabriëlle, was aanvankelijk operazangeres bij de Koninklijke Opera van Antwerpen.

Na een reeks gastoptredens in januari 1980 in de opera van Sidney kwam zij niet meer naar Vlaanderen terug en bleef zij in Australië wonen.

In Perth ging zij weer studeren en na haar studies kon.

Zij achtereenvolgens als lerares en chemica aan de slag in haar nieuwe thuisland.

In 1986 emigreerde ook Leopolds oudste dochter Jenny.

Zij had een echtscheiding achter de rug en vertrok met haar drie kinderen om in Australië, als kunstenares, een nieuwe toekomst op te bouwen.

In februari 1989 ging ook de derde dochter met haar man en twee kinderen zich in Australië vestigen.

Leopold en zijn echtgenote bleven als verweesd achter.

Al vlug konden zij het verlangen naar hun kinderen, klein- en achterkleinkinderen niet langer onderdrukken en uiteindelijk, op 16 februari 1990, waagde ook het ouderpaar de overtocht en werd de hele familie er weer herenigd.

Nadat Leopold in Hechtel had bewezen een begenadigde kunstenaar, een oertalent te zijn, viel de artistieke creativiteit van de ruim 70-jarige man, na de emigratie naar Australië wat stil, maar zijn al even getalenteerde dochter Jenny zette er de traditie verder. In haar jeugd uitsluitend opgeleid door haar vader, maakt zij zich nu nog verdienstelijk met, zoals gezegd, het geven van lessen ‘wood-carving’ aan diverse kunstacademies.

In Australië maakte zij onder meer ook naam door het maken van houtsculpturen voor replica’s van historische schepen naar middeleeuwse modellen.

Verteerd door heimwee naar zijn geboortedorp, overleed vader Scrayen er op 79-jarige leeftijd.

Hij overleed te Marangaroo (Perth, West-Australië) op 21 augustus 1999.(Diverse bronnen, Paul Thiers en De Post van 2 mei 1971)

50 jaar geleden, te gast bij Beeldhouw Leopold Pol Scrayen en zijn dochter Jeny
50 jaar geleden, te gast bij Beeldhouw Leopold Pol Scrayen en zijn dochter Jeny
50 jaar geleden, te gast bij Beeldhouw Leopold Pol Scrayen en zijn dochter Jeny

60 jaar geleden, te gast bij de Franse beeldhouwer César Baldaccini.

In 1943 kwam de jonge kunstenaar Baldaccini, geboren uit Italiaanse ouders, naar Parijs om er als smid een lange academische vorming door te maken.

Zijn eerste expositie was bij galerie Lucien Durand, te Parijs in 1955. Zijn insecten, zijn personages, zijn uit oud ijzer gelaste portretten trokken meteen de aandacht.

Zijn succes werd twee jaar later hernieuwd bij galerie Claude Bernard, ook in Parijs.

César was een meester in de metaalsculptuur. Virtuoos smeedde hij ingenieuze beelden zoals Punaise en Bas-relief à l’insecte in 1955, Aile in 1956, L’Homme de Draguignan en La Tortue in 1958.

Met zijn vrouw Rosine en zijn dochter Anna woonde César in de Rue Boulard van het Quartier du Montparnasse in het 14e arrondissement.

Al in 1960 had César opzien gebaard, toen hij voor de jaarlijkse ‘Salon de Mai’ drie blokken van geperste autowrakken had ingestuurd.

Het Franse tijdschrift Paris Match stuurde een fotograaf, de burgerij had haar schandaal. Is dit kunst? César vond van wel. In 1962 zei hij tegen Vrij Nederland: ‘Mij komt het vaderschap toe van het nieuwe materiaal. Op een dag zag ik dat blok, dat bestond uit vermorzelde auto’s. Ik zag het… ik ben ernaar toegegaan en heb het getekend met mijn naam: César. Het was van mij. Ik had het gezien.’

César heeft zijn autowrakken, zijn compressies, nooit verlaten. Net zo min als hij zijn expansions – zijn soms fallische uitstulpingen van gestold polyethuraan – zijn empreintes, lichaamsafdrukken van vooral zijn eigen duim, en zijn academische beginnersbeeldjes van naakten, mannen en dieren vaarwel kon zeggen.

Zelfs ontwierp hij in 1976 de ‘César’, de Franse Oscar, die de Franse filmindustrie jaarlijks uitreikt.

Enkele van zijn werken zijn: Zittend naakt, waarmee César verwees naar de versteende slachtoffers van de Pompeïaanse vulkaanuitbarsting; Le Centaure, een hommage aan zijn vriend Picasso; Le Pouce; Compression Motobécane; Compression de voiture; Le Sein; Françis Bacon; Grosse Ginette of de Venus de Villateneuse; Gustave Eiffel en een reeks Marionettes.

Met Gérard Blandin, een juwelier uit Nice, verwerkte hij goud en edelstenen van gedragen juwelen tot compressies die goed verkochten.

In 1988 ontmoette César op 67-jarige leeftijd zijn nieuwe partner, de jonge Stéphanie Busutti.

Hij overleed in 1998 op 77-jarige leeftijd in zijn woning te Parijs aan de gevolgen van kanker. (diverse bronnen en Wikipedia)

60 jaar geleden, te gast bij de Franse beeldhouwer César Baldaccini.
60 jaar geleden, te gast bij de Franse beeldhouwer César Baldaccini.
60 jaar geleden, te gast bij de Franse beeldhouwer César Baldaccini.
60 jaar geleden, te gast bij de Franse beeldhouwer César Baldaccini.

50 jaar geleden, prins Albert te gast bij de Waalse schilder en beeldhouwer Charles Delporte.

Wereldwijd zijn meer dan 300 van zijn beeldende kunstwerken tentoongesteld in museums, organisaties, kerken en steden, zoals de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, het Koninklijk Paleis van Brussel, het Élysée-paleis en de Nationale Bibliotheek in Parijs, het Museum voor Hedendaagse Kunst in Tokio, het Museum voor Moderne Kunst in São Paulo, het Museum voor Schone Kunsten in Montevideo, de Belgische ambassade in Peking, de Universiteit van Houston, Sint-Pauluskerk (Antwerpen) en veel meer.

Daarnaast geniet Delporte ook erkenning als dichter en zanger.

Hij werd door paus Johannes Paulus II verheven tot de Orde van Sint-Silvester, een pauselijke ridderorde.

Charles Delporte was de broer van zanger en schrijver Paul Louka en van dichter Jacques Viesvil, en een volle neef van stripscenarist Yvan Delporte. (Diverse bronnen, Wikipedia en foto’s De Post van 5 juli 1970)

50 jaar geleden, prins Albert te gast bij de Vlaamse kunstenaar Charles Delporte