Deze week 40 jaar geleden, publicatie van het boek De verbijsterde terugblik van een massaregisseur van de Nederlandse regisseur Carel Briels

Hij is vooral bekend geworden door het organiseren van massa-spektakels.

Het leverde hem de bijnaam “De Napoleon van het Massaspel” op.

Hij groeide op in Roosendaal. Al van jongs af speelde hij toneel.

Bijvoorbeeld op zijn middelbare school, het Sint Norbetuslyceum in Roosendaal tijdens Toneelavonden en tijdens een plechtige feestviering ter gelegenheid van zijn communiefeest op het Instituut St. Louis te Oudenbosch.

Hij verhuisde naar Amsterdam en volgde daar de toneelschool en behaalde in 1939 zijn diploma. Eind 1939 richtte hij zijn eigen toneelgezelschap op, Het Nederlands Toneellyceum.

Dit was meer dan een toneelgezelschap, het gezelschap had tot doel “het cultuurbezit te beschermen door begrip en liefde bij het Nederlandse volk aan te kweken voor de grote toneelwerken in de literatuur van alle tijden”.

Hoewel het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (DVK) Briels bij de start van Het Nederlands Toneellyceum gunstig gezind was, was het dat na de zomer van 1941 niet meer.

Het kwam zelfs zo ver dat Briels werd opgepakt en gevangen gezet in het Oranjehotel in Scheveningen (september 1942).

Hij werd gedwongen Het Nederlands Toneellyceum op te heffen waarna hij werd vrijgelaten.

Na de oorlog kreeg hij naamsbekendheid als artistiek leider en regisseur van talloze naoorlogse massaspelen.

Zo organiseerde hij in 1946 in het Olympisch Stadion in Amsterdam het spektakelstuk Het drama der bezetting.

In 1947 bracht hij het massaspel De waterweg heroverd in het Feyenoordstadion.

Bij het gouden regeringsjubileum van koningin Wilhelmina in 1948 leidde hij wederom in Amsterdam zo’n evenement.

Later regisseerde Briels onder meer het massaspel Zevenhonderd Jaar en één Nacht, bij het 700-jarig bestaan van de stad Breda (1952) en de expositie De Rijn in de RAI (1952).

In 1962 was opnieuw het Feyenoordstadion het podium voor One world or none, een vierdaags massaspel over het atoomtijdperk.

Deze productie werd via Eurovisie in vele landen uitgezonden en er waren ook filmploegen uit Amerika. Briels was een evenementenman avant la lettre en werd ook wel de Nederlandse Cecile B. de Mille genoemd. (Diverse bronnen, Theaterencyclopedie en De Post van 9 november 1980)

Deze week 40 jaar geleden, publicatie van het boek De verbijsterde terugblik van een massaregisseur van de Nederlandse regisseur Carel Briels

Vandaag 100 jaar geleden, verschijnt de Vlaamse literaire klassieker De Witte van Ernest Claes.

De figuur die Claes koos als type voor zijn verhaal heeft werkelijk bestaan, maar de enkele details uit het echte leven van de echte Witte werden ruimschoots aangevuld met verbeelding, observatie en eigen belevenissen van de schrijver.

Dat is ook het geval voor de andere figuren die een rol spelen in het verhaal. Claes schreef de eerste hoofdstukken al in 1908 voor het besloten gezelschap De Violier, een kleine vriendenkring van literatuurliefhebbers die Claes met enkele medestudenten van de Katholieke Universiteit Leuven had opgericht.

Daarna volgden nog enkele voorlezingen ervan in de studentenstad.

Pogingen om het verhaal te laten opnemen in De Nieuwe Gids of in Jong Dietschland mislukten.

Lodewijk Dosfel, hoofdredacteur van dit laatste tijdschrift, vond enkele passages toch te onkies en ongepast.

De volgende hoofdstukken kon Claes wel laten verschijnen in het Leuvense studentenblad Ons Leven, wat hem op een reprimande van de vice-rector kwam te staan.

Vanaf 1911 verschenen het vierde en de volgende hoofdstukken in diverse tijdschriften, zoals Het Land (opgericht in 1911 door Juul Grietens), Dietsche Warande, Groot Nederland en Vlaamsche Arbeid.

Tijdens de oorlogsjaren schreef Claes andere verhalen, waaronder enkele oorlogsnovellen. In 1919 hervatte hij het schrijven aan De Witte en schreef nog twee bijkomende hoofdstukken.

Het boek werd ten slotte afgewerkt toen Emmanuel de Bom hem in 1919 vroeg of hij de novelle De Witte uit kon brengen in de nieuwe serie Vlaamse Bibliotheek, als onderdeel van de Wereldbibliotheek.

Claes schreef toen de laatste vijf hoofdstukken.

Het boek verscheen met 12 pentekeningen van Jos Leonard. De oplage van vijfduizend exemplaren was na enkele maanden uitverkocht.

In totaal zijn er al 128 drukken van deze bijzondere schelmenroman gemaakt.

Hij werd twee keer verfilmd, in 1934 door Jan Vanderheyden (De Witte) en in 1980 door Robbe De Hert onder de titel De Witte van Sichem. (Diverse bronnen en Wikipedia)

Jef Bruyninckx

Vandaag is het ook al vijf jaar geleden dat de Vlaamse schrijver Jos Vandeloo is overleden.

Jos Vandeloo begon zijn schrijverscarrière met tientallen verhalen en reportages voor tijdschriften en kranten als De Zweep, Ons Volk en Het Belang van Limburg.

In 1953 publiceerde de auteur uit Zonhoven zijn eerste kortverhalenbundel “Mensen strijden elke dag”.

Eind jaren 50, begin jaren 60 brak hij door met de verhalenbundel “De muur” en de romans “Het gevaar” en “De vijand”.

In “Het gevaar” uit 1960 waarschuwt de schrijver voor de gevaren van nucleaire energie.

“Het gevaar” was decennialang verplichte leesstof op de leeslijsten van de middelbare scholen. “Dat ik in de lijst met meest gehate boeken sta, kan ik begrijpen. Mensen die niet graag lezen, willen graag kiezen wat ze lezen.

Als je op de lijst met verplichte literatuur staat, kan dat veel weerstand oproepen. Ik zou zelf ook liever de vrije keuze hebben”, zei Vandeloo daarover in 2004.

Jos Vandeloo schreef niet alleen romans en kortverhalen, hij was ook een gelauwerde dichter en schreef scenario’s voor de Vlaamse en de Nederlandse televisie en toneelstukken.

Walter van den Broeck heeft jarenlang samen met Vandeloo onderdak gevonden bij uitgeverij Manteau. “Ik herinner me Jos Vandeloo als een heel aimabele man die vol verhalen zat.

Hij had altijd wel iets te vertellen”, aldus Van den Broeck.”Jos Vandeloo is een van de eerste auteurs die de moderniteit en de gevaren van de moderniteit heeft toegelaten in de Vlaamse letteren.

Zijn boek “Het gevaar” is daar een mooi voorbeeld van. Dat gaat over een ongeval met kernenergie.

Zijn oeuvre gaat ook over de angst en de eenzaamheid die de moderniteit met zich meebrengt”, klinkt het.Jos Vandeloo heeft in zijn boeken een weinig optimistische levensvisie, waarin de mens het moet afleggen tegen de gevaren van de modernisering van de maatschappij.

Het werk van Vandeloo werd bekroond met verscheidene literaire prijzen en vertaald in meerdere Europese talen, onder meer in het Russisch.

In de stripreeks Nero (strip) door Marc Sleen waren in Nero’s boekenkast regelmatig boeken van Jos Vandeloo te zien. In “De Gele Gorilla” (1971) leest Nero in strook 27 een boek door Jos Vandeloo.

Marc Sleen was zelf een fan van Vandeloo.

Jos Vandeloo werd negentig jaar.(Diverse bronnen, Ludwig De Wolf, Wikipedia

Jos Vandeloo

Vandaag is het ook al 35 jaar geleden, dat de Franse actrice Simone Signoret is overleden.

Signoret was niet alleen een bewonderd actrice, ze bleek ook te kunnen schrijven.

Zij publiceerde haar autobiografie in 1976: La nostalgie n’est plus ce qu’elle était, die een bestseller werd.

In 1979 verscheen haar eerste roman: Le lendemain, elle était souriante…, waarvan de titel een verwijzing is naar een chanson uit 1908 over een jonge vrouw die tegen de klippen op vrolijk en optimistisch blijft.

Postuum, in 1985, verscheen haar in 1984 voltooide roman Adieu Volodia, over Russische en Poolse joden die zich aan het begin van de 20e eeuw in Frankrijk vestigden, over haar eigen wortels dus.

Ook dit boek was een groot verkoopsucces en de literaire kritiek was positief.

Vandaag is het ook al 35 jaar geleden, dat de Franse actrice Simone Signoret is overleden.
Simone Signoret in de film Les Sorcières de Salem van Raymond Rouleau 1956
Vandaag is het ook al 35 jaar geleden, dat de Franse actrice Simone Signoret is overleden.
Vandaag is het ook al 35 jaar geleden, dat de Franse actrice Simone Signoret is overleden.
Vandaag is het ook al 35 jaar geleden, dat de Franse actrice Simone Signoret is overleden.

Vandaag is het ook al vijftien jaar geleden dat de Gentse kursiefjesschrijver Prosper De Smet is gestorven.

Ongeveer 20 jaar geleden, leerde ik hem kennen dankzij Coenraed de Waele en ik nodigde hem dan ook uit om zijn gedichten bundel Gekke gedachten, stille gepeinzen voor te stellen in de Hotsy Totsy.

Hij werd geboren in het ouderlijk huis te Gent, in de Roggestraat.

Zijn vader, August, was dokwerker, zijn moeder, Cordula D’haese, naaister.Vader De Smet overleed in 1928.

Vanaf dat jaar, 9 jaar oud, tot oktober 1932, verbleef Prosper in het Stedelijk Weeshuis voor Jongens (“Kuldershuis” genoemd) op de Martelaarslaan te Gent.

Toen zijn moeder hertrouwde kon hij, vanaf november 1932, opnieuw bij haar en zijn stiefvader wonen, in de Roggestraat.

Na de Lagere Hoofdschool aan de Van Monckhovenstraat, volgde De Smet de beroepsschool aan de Martelaarslaan te Gent.

Tot de leeftijd van 17 jaar volgde hij daar een opleiding “letterzetter”. Hij ging naar de avondschool om zich te bekwamen in het Frans, Engels en Duits.Rond zijn veertiende jaar ontdekte hij het werk van Felix Timmermans, James Oliver Curwood en vooral Multatuli.

Na het verlaten van de school, in 1936, werkte hij in de drukkerij Heuvelmans aan de Lindelei. Kort daarop, 18 jaar oud, werd hij als soldaat gelegerd te Brussel.

Na 17 maanden dienst werd hij gemobiliseerd te velde.Het gezin verhuisde in januari 1940 naar de Hoppestraat (nu Poperingestraat).

In het ouderlijk gezin werd, met uitzondering van de krant Vooruit, niet gelezen. Prosper had vrij vroeg belangstelling voor de dagelijkse rubriek Boekuil (van Raymond Herreman) en voor de wekelijkse bladzijde Geestesleven.

In april 1946, na zijn huwelijk, verhuisde hij naar de Rooigemlaan.

In 1951 trok het gezin naar de Grensstraat en juli 1960 vestigden zij zich in de Bosuilstraat te Wondelgem, waar hij woonde tot aan zijn dood.

Vanaf 1945 werkte hij als drukker-letterzetter, eerst bij de Gentse firma Collier in de Jutestraat en vanaf 1948 bij het dagblad Vooruit, in de Sint-Pietersnieuwstraat.

Na een paar jaar verzorgde hij ook de lay-out van de krant. Na het stopzetten van Vooruit (1978) was hij nog enkele jaren verbonden aan de krant De Morgen.

In 1980 ging hij met pensioen.Van 1952 tot 1965 schreef hij – nog steeds letterzetter en lay out-man in de drukkerij – onder pseudoniem PDS boekbesprekingen voor de rubriek Geestesleven van Vooruit.

Van 1953 tot 1975 leverde hij (nu onder pseudoniem Polke Pluim) humoristische bijdragen voor de sportbladzijden.

In 1961 voegde hij daaraan nog een dagelijks cursiefje toe (ondertekend met P. Pluim).Dertig jaar lang zou hij dit volhouden, ook nadat Vooruit opging in De Morgen. In laatstgenoemde krant vertraagde het ritme iets: vanaf 1991 verschenen er wekelijks nog drie cursiefjes, dan twee en ten slotte nog één.

In september 2001 stopte hij definitief met zijn bijdragen.

De Smet schreef dus bijna 50 jaar voor de krant.In 1988 werd een bundel cursiefjes uitgegeven onder de titel In de Krabbel.

Zijn meestal optimistische stukjes hebben soms een vleugje weemoed.

Ze gaan vooral over het dagelijkse leven van de gewone man. Ze zijn vaak een milde, maar tezelfdertijd rake commentaar op de samenleving.

Tussen 1963 en 1965 publiceerde De Smet, onder zijn eigennaam, een tiental novellen in Elseviers weekblad.Novellen werden ook opgenomen o.m.in het Nieuw Vlaams tijdschrift, in Dietsche Warande & Belfort en in De Vlaamse gids.Tussen 1955 en 1990 werden ook een achttal romans, een toneelstuk, een verhalenbundel en enkele dichtbundels gepubliceerd.

In 1999 gaf hij, in eigen beheer, nog een dichtbundel uit: Gekke gedachten, stille gepeinzen.In 1957 werd de eerste roman van De Smet, De ontploffing, uitgegeven.

Hij werd ervoor onderscheiden met de publieksprijs, het zgn. Referendum van Vlaamse letterkundigen.

De Groene Amsterdammer riep dit werk uit tot boek van de maand.

Een jaar later verscheen het verhalend gedicht Aan de voet van ‘t Gravensteen; nog in hetzelfde jaar kende de stad Gent er hem haar Letterkundige prijs voor toe.

Zijn toneelstuk De ondernemingsraad werd in 1968 onderscheiden met de Visser Neerlandiaprijs; het werd nog in 1968 opgevoerd door de Gentse Multatulikring

In 1969 kreeg hij een tweede maal de Letterkundige prijs van zijn geboortestad, dit keer voor zijn verhalenbundel Prinses en coverboy.

Het geweer zonder kogels (1985) is een roman over zijn soldatentijd tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Met zijn romans en zijn novellen bevestigt De Smet dat hij een rasecht verteller is.

Zijn werk getuigt van rechtvaardigheidsgevoel en van een sterke sociale betrokkenheid.

Scherpzinnigheid en humor, naast wijsheid en mededogen, laten hem toe de kleinmenselijke kantjes liefdevol te relativeren.

Prosper De Smet stierf in 2005 op zesentachtigjarige leeftijd (diverse bronnen, Helena de Vetter en Wikipedia)

De Vlaamse schrijver Paul Koeck mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen.

Na zijn studies aan de Rijksnormaalschool te Lier en het Instituut voor Journalistiek te Brussel, werkte hij tot 1971 in het Antwerps onderwijs om vanaf toen fulltime schrijver te worden.

Hij volgde cursussen voor het schrijven van film- en televisiescripts in Hilversum, Londen, Brussel en Sydney.

Hij doceerde scriptwriting bij Maatwerk, Brussel.

Van 1990 tot 2000 adviseerde hij onder andere de VTM voor de afdeling Eigen Drama.

In mei 2001 werd hij voorzitter van P.E.N.-centrum Vlaanderen.Romans en verhalen van hem werden vertaald in het Frans, Duits Engels en Litouws.

Toneelstukken in het Engels, Duits en Catalaans. Films die naar zijn scripts werden gedraaid, werden in het Engels, Duits en Spaans nagesynchroniseerde versies uitgezonden in ongeveer dertig landen.(Diverse bronnen, Foto’s juni 1990 en Wikipedia)

De Vlaamse schrijver Paul Koeck mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen.
De Vlaamse schrijver Paul Koeck mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen
De Vlaamse schrijver Paul Koeck mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen
De Vlaamse schrijver Paul Koeck mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen

60 jaar geleden, te gast op het landgoed te Nohant in Frankrijk, waar kasteelvrouw, schrijfster en feministe avant la lettre George Sand woonde.

Op 11 december 1822, op achttienjarige leeftijd, werd George Sand uitgehuwelijkt aan baron Casimir Dudevant, een jongeman die zich al vroeg uit het leger had teruggetrokken en zijn tijd doorbracht als herenboer.

Sand was dit huwelijk niet echt uit liefde aangegaan, maar meer om te ontsnappen aan de druk van haar familie.

Het verschijnen van Jean-Pierre Aurélien de Sèze, advocaat-generaal te Bordeaux, zorgde voor instabiliteit in het huwelijk van George Sand.

Zij ontmoette hem voor het eerst in 1825.

Vijf jaar lang onderhielden zij een levendige briefwisseling.

Tijdens deze periode ontmoetten ze elkaar echter vrij zelden.

De relatie was platonisch, maar wist toch de jaloezie van Sands man op te wekken. De eerste scheuren in hun huwelijk manifesteerden zich. Sand realiseerde zich dat haar man meer interesse had voor zijn vee en de jacht dan voor haar.

Op zijn beurt vond baron Dudevant het moeilijk getrouwd te zijn met een vrouw die intellectueel duidelijk zijn meerdere was.

Al die tijd had George Sand ook een innige band met Stéphane Ajasson de Gransagne, die zij al sinds haar jeugd kende.

Hun relatie was steeds een onderwerp van roddel geweest, maar rond 1827 werden de roddels rond een buitenechtelijke relatie zo sterk dat men zelfs het vaderschap van haar dochter Solange (geboren op 13 september 1828) aan Gransange toeschreef.

Vanaf ongeveer 1830 tot aan haar dood schreef George Sand elke dag.

Toen zij in 1831 brak met haar man, trok zij samen met haar twee kinderen naar Parijs om zich aan de literatuur te wijden.

De romans die zij vervolgens schreef, voortaan onder het pseudoniem George Sand, vertoonden dezelfde romantische inslag: Valentine (1832) en Lélia (1833).

In deze jaren werd zij een graag gezien persoon in de Parijse literaire kringen.

Sainte-Beuve was gedurende een korte periode de vertrouwenspersoon van haar gevoelsleven én haar literair raadgever.

Zij had een kortstondige romance met Prosper Mérimée.

De ‘losbandige’ levenswandel van Sand en haar vele kortstondige romances zorgden voor heel wat schandaal. Bovendien kleedde ze zich als een man – zij droeg een broek en rookte pijp – wat haar eveneens tot onderwerp van gesprek maakte.

Sand ontmoette Alfred de Musset tijdens een diner in 1833.

Een tijd daarna begonnen de twee een amoureuze relatie. In 1833-34 maakten zij een reis naar Venetië.

Het paar kon het in eerste instantie uitstekend met elkaar vinden, maar geleidelijk aan irriteerden ze elkaar. Sand schreef gedurende grote delen van de dag, soms zelfs acht uur aan één stuk, en Musset zocht verstrooiing in cafés, bars en bij prostituees.

Toen Musset echter ziek werd, verpleegde Sand hem met de grootste zorg. Tegelijkertijd had zij een romance met de dokter die hem verpleegde, Pietro Pagello.

Toen Musset genezen was, keerde hij terug naar Parijs. Sand bleef in Venetië en kwam uiteindelijk ook naar Parijs terug, samen met Pagello.

De romance was echter een kort leven beschoren en Sand dong al vlug weer naar de aandacht van Musset, onder andere door haar haar af te snijden en het hem toe te sturen.

Musset gaf echter niet toe en vergaf haar haar ontrouw niet. Ze hadden voortaan wat men nu een knipperlichtrelatie zou noemen, maar in maart 1835 kwam het tot een definitief einde.

De relatie vormde de inspiratie tot het schrijven van twee werken van literair belang: La Confession d’un enfant du siècle van Musset en Elle et lui van Sand.

Tijdens haar verblijf in Italië schreef Sand ook nog de volgende werken: Leone Leoni, André, Le Secrétaire intime, Jacques, en Les Lettres d’un voyageur, die zij stuurde naar de Revue des Deux Mondes.

Na Musset volgde een meer duurzame relatie met Michel de Bourges, een advocaat die Sand ontmoette in april 1835.

De Bourges was een autoritair man, die haar fascineerde en haar politiek bewust maakte. Zij deelde zijn republikeinse passie en nam zelfs het risico om haar appartement tot een republikeinse verzamelplaats te maken.

Toch nam ze uiteindelijk afstand van deze oudere man, die overigens virieler was dan haar vorige minnaars. Hij had haar ontgoocheld toen hij een vurig pleidooi hield voor een radicale en bloedige revolutie.

Door haar sociaal engagement stond zij ook positief tegenover de Revolutie van 1848 en wierp ze zich in de politieke actie aan de zijde van de republikeinse politicus Alexandre Auguste Ledru-Rollin.

Toch ontgoochelde de revolutie haar tijdens het Junioproer en trok zij zich terug uit de politiek.

In de salons ontmoette Sand, die ook een grote liefde voor de muziek had, in 1836 haar volgende grote liefde: de Poolse componist-pianist Frédéric Chopin.

Maar tot een echte verhouding kwam het pas drie jaar later. Hun relatie was vrij discreet, aangezien Chopin de reactie van zijn familie vreesde.

Ze zou negen jaar duren, tot 1847, en zou nu als een latrelatie te boek staan.

De zomer van 1839 brachten ze door te Nohant.

Chopin bezat een gecompliceerd, egocentrisch karakter en had moeite met de socialistische vriendschapsbanden van Sand.

Bovendien stelde Maurice, Sands zoon, zijn moeders relatie met Chopin niet op prijs. Op zijn beurt was de componist juist erg ingenomen met Sands vrijgevochten dochter Solange.

Daarom was hij ontstemd toen hij vernam dat Sand had ingestemd met het huwelijk (in 1847) van haar dochter met de beeldhouwer Jean-Baptiste Clésinger, een vrij brutale, aan alcohol verslaafde man.

Kort daarop werd Chopin ziek.

Hij was niet in Nohant toen er een geweldige ruzie ontstond tussen Clésinger aan de ene kant en George Sand en Maurice aan de andere kant.

George Sand brak volledig met haar dochter en eiste van Chopin dat hij dat ook zou doen. Dat deed hij echter niet en op 24 juli 1847 pleitte hij in een brief aan George Sand voor een verzoening tussen haar en haar dochter.

In reactie hierop verbrak Sand in een brief van 28 juli de relatie die negen jaar had geduurd.

Chopin was niet de enige componist die door Sand werd bewonderd.

Zij had ook een grote bewondering voor Franz Liszt, die zij via Musset had leren kennen.

Sands laatste minnaar, die in 1849 haar leven binnenkwam, was Alexandre Manceau.

Manceau, die door Sands zoon Maurice aan haar werd voorgesteld, werd Sands privésecretaris en later ook haar geliefde. Maurice kon echter maar moeilijk Manceaus rol in het leven van zijn moeder verteren.

Sand zou echter Manceau trouw blijven en hem tijdens zijn ziekte verzorgen tot diens dood op 21 augustus 1865.

Sand onderhield ook nauwe vriendschapsbanden met de actrice Marie Duval, wat leidde tot nooit bewezen geruchten over een lesbische relatie.

Sand stierf uiteindelijk in 1876, 71 jaar oud, op haar landgoed.George Sand maakte deel uit van de eerste generatie schrijvers die daadwerkelijk van hun pen konden leven in de negentiende eeuw.

Deze generatie omvatte schrijvers als Honoré de Balzac, Victor Hugo, Alexandre Dumas père en Eugène Sue.

Sand was de enige vrouw in dit selecte gezelschap.

60 jaar geleden, te gast op het landgoed te Nohant in Frankrijk, waar kasteelvrouw, schrijfster en feministe avant la lettre George Sand woonde.
60 jaar geleden, te gast op het landgoed te Nohant in Frankrijk, waar kasteelvrouw, schrijfster en feministe avant la lettre George Sand woonde.
60 jaar geleden, te gast op het landgoed te Nohant in Frankrijk, waar kasteelvrouw, schrijfster en feministe avant la lettre George Sand woonde.
60 jaar geleden, te gast op het landgoed te Nohant in Frankrijk, waar kasteelvrouw, schrijfster en feministe avant la lettre George Sand woonde.

40 jaar geleden, te gast bij journalist, columnist en schrijver Hugo Camps.

40 jaar geleden, te gast bij journalist, columnist en schrijver Hugo Camps.
40 jaar geleden, te gast bij journalist, columnist en schrijver Hugo Camps.
40 jaar geleden, te gast bij journalist, columnist en schrijver Hugo Camps.
40 jaar geleden, te gast bij journalist, columnist en schrijver Hugo Camps.

Vandaag 40 jaar geleden, overlijdt de Amerikaanse schrijver Henry Miller.

Vandaag 40 jaar geleden, overlijdt de Amerikaanse schrijver Henry Miller.
Vandaag 40 jaar geleden, overlijdt de Amerikaanse schrijver Henry Miller.
Vandaag 40 jaar geleden, overlijdt de Amerikaanse schrijver Henry Miller.
Vandaag 40 jaar geleden, overlijdt de Amerikaanse schrijver Henry Miller.
Vandaag 40 jaar geleden, overlijdt de Amerikaanse schrijver Henry Miller.
Vandaag 40 jaar geleden, overlijdt de Amerikaanse schrijver Henry Miller.