50 jaar geleden, ten huize van de dichter Paul Snoek

Paul Snoek wordt gerekend tot de Vijfenvijftigers, een groep experimentele dichters van voornamelijk Vlaamse origine gegroepeerd rond Gard Sivik, zoals Gust Gils en Hugues C. Pernath, die allen zijn gaan publiceren voor 1955.

Deze generatie dichters vormde een reactie op de voornamelijk Nederlandse Vijftigers, waaronder Lucebert, Gerrit Kouwenaar, Jan Elburg, Remco Campert, Simon Vinkenoog, Hans Andreus en Hugo Claus.

Paul Snoek weigerde trouwens ingedeeld te worden bij de Nederlandse Vijftigers.

Zijn werk is moeilijk bij één stroming in te delen of valt moeilijk onder één noemer te vatten.

Begonnen als romantisch dichter, evolueerde hij naar meer agressieve en cynische geschriften.

Op het laatste werd hij een gelaten, pessimistisch dichter, in overeenstemming met zijn manisch-depressieve buien.

Paul Snoek schilderde ook en stelde zijn werken tentoon. Het KaZ in Oostende bezit een viertal schilderijen van hem, onder andere “Little Venus” en “Angry Jupiter”.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post van 21 maart 1971)

50 jaar geleden, ten huize van de dichter Paul Snoek (De Post april 1971)
50 jaar geleden, ten huize van de dichter Paul Snoek (De Post april 1971)
50 jaar geleden, ten huize van de dichter Paul Snoek (De Post april 1971)
50 jaar geleden, ten huize van de dichter Paul Snoek (De Post april 1971)

Vandaag is het 45 jaar geleden dat de beloftevolle Vlaamse dichter Jotie T’Hooft in het huwelijk trad met Ingrid Weverbergh, dochter van uitgever Julien Weverbergh.

Johan Geeraard Adriaan (Jotie) T’Hooft was een voorbeeldig enig kind tot hij op de middelbare school ernstige aanpassingsproblemen begint te vertonen: door zijn onhandelbaar gedrag, werd hij van verscheidene scholen gestuurd.

Hij zocht zijn toevlucht in de literatuur (vooral poëzie, maar ook ook Franz Kafka en Hermann Hesse) en in de muziek (David Bowie, Nico, Frank Zappa, Lou Reed).

Maar vooral in de drugs.

Op zijn veertiende was hij al verslaafd. De interesse van T’Hooft voor drugs zou naar eigen zeggen (in “Restant”) voortgekomen zijn uit “De blauwe lotus” van Kuifje…

Op 17-jarige leeftijd verliet hij het ouderlijk huis.

Hij ging in Gent op kamers wonen om de kunstacademie te volgen.

Van de geplande studies kwam niks terecht en kwam hij in het drugsmilieu terecht, waar hij zijn geldnood trachtte op te lossen door drugs te verkopen en allerlei baantjes aan te nemen.

Eind 1973 nam hij slaappillen in en probeerde zelfmoord te plegen door zich te kerven met scheermesjes.

Deze zelfmoordpoging mislukte en zijn ouders haalden hem terug naar huis.

De allereerste gedichten van Jotie stonden in het Gentse tijdschrift Restant.

Lukas De Vos was de eerste hoofdredacteur die T’Hooft een kans gaf in Restand.

Als dusdanig was hij van het grootste belang in de doorbraak van de piepjonge dichter.

In 1974 werd T’Hooft echter opnieuw voor drugbezit opgepakt door de politie en ter beschikking van de jeugdrechter.

Na deze periode ontmoette hij Ingrid Weverbergh, een dochter van Julien Weverbergh, uit diens eerste huwelijk.

Jotie en Ingrid traden op 29 augustus 1974 in het huwelijk.

Zijn schoonvader, directeur van uitgeverij Manteau, bezorgde hem niet alleen werk als lector bij uitgeverij Manteau, maar zorgde er ook voor dat zijn eerste bundel Schreeuwlandschap in 1975 gepubliceerd werd.

In Tliedboek van oktober 1975 schreef Frank De Crits hierover: “Ik ben ervan overtuigd dat hij het in ons poëtenwereldje nog ver zal schoppen.
Harde teksten over harde dingen; hij heeft alle kleuren van de regenboog gezien.”

Het druggebruik overheerste echter meer en meer zijn leven en maakte een ander mens van de zachtaardige T’Hooft.

Omdat hij haar mishandelde verliet Ingrid Weverbergh haar man.

De doodsdrift van T’Hooft won het uiteindelijk en in de nacht van 5 op 6 oktober 1977 diende hij zichzelf in een kleine kamer in Brugge een overdosis cocaïne toe en stapte zo uit het leven.

T’Hooft werd begraven op het kerkhof te Oudenaarde.

Na zijn dood werd nog een aantal ongepubliceerde werken van T’Hooft uitgegeven, meestal gedichten maar toch ook wat proza: Poezebeest (1978), Heer van de poorten (1978 – verhalen), Verzamelde gedichten (1981), Verzameld proza (1982), In bossen op eenzame plekken (1995), In mij is onstuitbaar de doodsbloem ontloken (1997) en Verzameld werk (2010).
Toen Julien Weverbergh het archief van T’Hooft in 2004 wilde verkopen stapte de weduwe T’Hooft-Weverbergh naar de rechter, die vervolgens op 18 januari 2005 de verkoop verbood.

Datzelfde jaar eindigde hij op nr. 251 in de Vlaamse versie van De Grootste Belg. (Diverse bronnen, Ronny De Schepper,Lucas Vanclooster en Wikipedia)

Vandaag is het 45 jaar geleden dat de beloftevolle Vlaamse dichter Jotie T’Hooft in het huwelijk trad met Ingrid Weverbergh, dochter van uitgever Julien Weverbergh.
Vandaag is het 45 jaar geleden dat de beloftevolle Vlaamse dichter Jotie T’Hooft in het huwelijk trad met Ingrid Weverbergh, dochter van uitgever Julien Weverbergh.

De Nederlandse schrijver en dichter Willem van Iependaal, pseudoniem van Willem van der Kulk (Rotterdam, 24 maart 1891 – Baarn, 23 oktober 1970)

De Nederlandse schrijver en dichter Willem van Iependaal, pseudoniem van Willem van der Kulk
De Nederlandse schrijver en dichter Willem van Iependaal, pseudoniem van Willem van der Kulk
De Nederlandse schrijver en dichter Willem van Iependaal, pseudoniem van Willem van der Kulk
De Nederlandse schrijver en dichter Willem van Iependaal, pseudoniem van Willem van der Kulk