40 jaar geleden, portret van het Gentse anti-sterretje Caroline Vlerick (De Post 15 februari 1981)

40 jaar geleden, portret van het Gentse anti-sterretje Caroline Vlerick (De Post 15 februari 1981)
40 jaar geleden, portret van het Gentse anti-sterretje Caroline Vlerick (De Post 15 februari 1981)

De laatste film die in het zogenaamde ‘wonderjaar van de Vlaamse film’, het jaar 1980, werd geproduceerd, is Peter Simons’ Het einde van de reis. Van Simons, die als assistent-realisator van Roland Verhavert (o.m. bij de realisatie van Rolande met de bles en De Loteling) en als t.v.-regisseur van de Dienst Drama van de B.R.T. in tegenstelling met heel wat andere jonge cineasten de gelegenheid kreeg om filmervaring op te doen, werd in het vlak van de lange speelfilm heel wat verwacht.

De teleurstelling kwam des te harder aan. Het einde van de reis bleek in vergelijking met zijn t.v.-films als De zuiverste nacht, Mijn mooie bioscoop (beide van 1979) en De eerste sleutel (1980), alle drie naar interessante scenario’s van filmfreak Pierre Platteau, een miskleun.

De oorzaak van dit falen ligt zowel in de keuze van het scenario, een werkstuk van Willy van Sompel (enkele jaren geleden bekroond met de Prijs voor het beste filmscenario door het Ministerie van Nederlandse Cultuur), als in het onvermogen van de cineast om dat script in overtuigende filmtaal om te zetten.

De film is een psychologisch portret van een veertigjarige vrouw, Maria Levy (een soms theatrale Chris Lomme), die verlaten door haar echtgenoot (een eens te meer overtuigende Hugo van den Berghe) en haar achttienjarige dochter Lily, ook haar jongere dochter Valérie vreest te verliezen.

Het hoofdpersonage stort psychisch in elkaar wanneer aan het slot uiteindelijk ook Valérie besluit haar eigen weg te gaan. Maria’s ziekelijke hoop op de terugkeer van Lily uit Amerika en haar redeloze angst en bezorgdheid om Valérie vormen de thematiek van de film.

Het spreekt voor zich dat een dergelijk intimistisch portret vol familiale tafereeltjes en waarin elke dramatische actie tot een minimum herleid is, hoge eisen stelt aan een cineast. ‘Maria Levy’s uitzichtloze verlangen naar betere tijden, toen Lily nog bij haar was,’ zou, althans volgens Simons’ interpretatie van het scenario in de persmap, een metafoor zijn waarachter de wanhoop schuilt van de generatie van mei ’68. Of hoe een cineast zijn film een dubbele bodem toedicht.‘Weinig zag ik bij ons een scenario met zulk een gave tekstuur zulk een fascinerende sfeer, zulk een indringende karaktertekening, en dat met zulk een economie der middelen,’ luidt daarenboven zijn in gebrekkig Nederlands gestelde apologie voor het scenario.

Het bedenkelijke feit dat een terecht of ten onrechte bekroond scenario nu eenmaal gemakkelijker door de mazen van de filmcommissie, die de subsidiëringskoek – in casu 9.800.000 fr. – verdeelt, glipt, speelde misschien wel een grotere rol…

In vergelijking met Hellegat en De Proefkonijnen is Peter Simons’ film een stap terug op de weg naar een volwaardige filmproduktie. De film vertoont in wezen de zwakheden van zovele vroegere Vlaamse films: een weinig origineel scenario, losse toneelscènes met onnatuurlijke dialogen, technisch vakwerk dat te weinig sfeerscheppend werkt.

Enkel de spontane vertolking van Valérie door de debuterende veertienjarige Caroline Vlerick en de muziek (Alain Pierre), die Maria’s levensangst treffend suggereert, houden de film overeind.

Echt storend werken in deze door zijn langdradigheid irriterende produktie twee scènes waarin de cineast tot misplaatste filmische spielereien overgaat.

De slow motion-scène waarin Maria Levy in nachtjapon door de drukke winkelstraat met een brief van Lily Valérie achternazweeft, is gewoonweg potsierlijk.

Een gratuit filmisch intermezzo is ook de verwelkomingsscène op de pier te Oostende, waar Maria en Valérie de ferry-boot met Lily verwachten: een serie korte shots, vooral zwenkende luchtopnamen en een dubbeldruk (het gezicht van Maria op de over de zee scherende camera, die de boot nadert). Moeilijk te achterhalen is daarenboven de betekenis van de talrijke tussenshots van het Brusselse justitiepaleis, badend in een rode gloed.

Kortom, Het einde van een reis brengt vooral de beperktheden van een cineast aan het licht, die op grond van enkele behoorlijke t.v.-films wellicht werd overschat. (film bespreking door Wim de Poorter in 1991 en artikel uit de Post van 15 februari 1991)

40 jaar geleden, de Gentse schilder Jean Verame spuit de woestijn blauw (De Post 7 februari 1981)

40 jaar geleden, de Gentse schilder Jean Verame spuit de woestijn blauw (De Post 7 februari 1981)
40 jaar geleden, de Gentse schilder Jean Verame spuit de woestijn blauw (De Post 7 februari 1981)
40 jaar geleden, de Gentse schilder Jean Verame spuit de woestijn blauw (De Post 7 februari 1981)
40 jaar geleden, de Gentse schilder Jean Verame spuit de woestijn blauw (De Post 7 februari 1981)

Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.

De op 12 juli 1932 als Eduard Van de Walle in Zelzate geboren entertainer groeide op in een arbeidersgezin.

Vader Henri, die zelf in de streek regelmatig optrad, werkte in de plaatselijke teerfabriek.

Hij leerde de jonge Eduard accordeon, gitaar en mondharp spelen.

Wanneer Henri op 49-jarige leeftijd overlijdt, wordt de dan 14-jarige Eduard kostwinner in een weverij.

Ook treedt hij na zijn werkuren op en neemt deel aan crochetwedstrijden, de talentenjachten van toen.Op een van die wedstrijden leert hij Mariëtte kennen, met wie hij in 1956 huwt.

Een jaar later wordt hun enige dochter Marina geboren.

Begin jaren 60 opent de tot Eddy Wally herdoopte zanger in Ertvelde de dancing Paris-Las Vegas en gaat hij handtassen verkopen op de Vlaamse markten.

Wanneer Eddy in 1966 de Nederlandse producer Johnny Hoes leert kennen, is dat het begin van zijn succes.

De eerste single ‘Chérie’ wordt meteen een enorme hit, n°1 in Ultratop en goed voor 50.000 exemplaren.

Daarna volgen liedjes als ‘Ik Spring Uit Een Vliegmachien’, ‘Als Marktkramer Ben Ik Geboren’ en ‘Dans Met Mij De Laatste Tango!’.

Opmerkelijk voor een Vlaams charmezanger: hij wordt ook gevraagd in het buitenland, tot in Las Vegas en Rusland. ‘Chérie’ wordt zelfs in het Chinees ‘Baobei’.

Naarmate zijn carrière vorderde, dankte Eddy zijn populariteit steeds meer aan zijn opgemerkte verschijningen in tv-programma’s, waarin hij zich gretig uitspraken als “Geweldig!” of “Eddy Wally is in the house” liet ontvallen.

Legendarisch is zijn bijdrage in 1989 aan het absurdistische comedyprogramma Lava, waarin hij naast Kamagurka en Herr Seele als Kapitein Wally te zien is in de Star Trek-parodie Wally In Space.

Eddy presenteerde met de twee artiesten ook Studio Kafka op StuBru en in de 70s het Radio 2-programma Onvergetelijk.

In 2014 was hij het onderwerp in de docureeks Kroost van Eric Goens.

In 1995, tijdens de hoogdagen van Tien Om Te Zien, maakt Eddy Wally een opmerkelijke comeback in Ultratop met een house-uitvoering van zijn debuuthit. ‘Chérie (Is In Da House)’ wordt een gigantische hit, n°3 en 19 weken notering, en schopt het zelfs tot de Nederlandse Mega Chart.Hierna volgden nog succesvolle danceversies van ‘Als Marktkramer Ben Ik Geboren’ (hertiteld tot ‘Als Housekramer Ben Ik Geboren’) en ‘Ik Spring Uit Een Vliegmachien’.In 1994 wordt Planetoïde (2025) Eddywally naar hem vernoemd.

In 2013 krijgt hij als eerste het statuut van ereburger van de Gentse Feesten.

Hij draaft ook in strips van Urbanus, Nero en Suske & Wiske en in F.C. De Kampioenen.(Diverse bronnen en Wikipedia)

Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.
Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.
Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.
Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.
Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.
Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.
Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.
Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.
Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.

Deze week: het Gentse jazzcafé Damberd vraagt faillissement aan.

Sinds 1750 is hier ononderbroken een café gevestigd onder de naam Damberd.

Dammen was toen een populair tijdverdrijf.

Het gebouw zelf dateert uit de 13de eeuw en heeft nog dienst gedaan als graanopslagplaats,

Het Damberd was voor 1978 een van de vele bourgeoiscafés.

Maar gezien de leeftijd van de bazin, die toen 77 jaar oud was besliste ze om de zaak te koop te stellen.

De ‘Zwitser’ Guido Bas, de ‘Hollander’ Willem Zuidhof en Francis Jorissen waren de oprichters van het huidige Jazzcafé.

Francis Jorissen zei deze week op zijn fb pagina het volgende: Het café opende zijn deuren op 3 februari 1978 om 20.00 uur en het was er vanaf de eerste dag over de koppen lopen. In die tijd was er immers niet veel ‘alternatief’ caféleven in Gent.

Ja, je had onder andere de Skoop (die naar wat ik mij toen heb laten vertellen die avond bijzonder leeg was).

Een pint kostte in het Damberd 17 frank. Voor de jongeren onder ons, iets meer dan 0,42 euro.

Je kon er ook een glas melk krijgen, dat kostte 10 frank, 25 cent.

Ik lees ook dat brouwerij Haacht, die eigenaar is van het pand hoopt nu vlug iemand te vinden die de traditie wil voortzetten.

Dat was indertijd wel even anders.

Toen we op zoek waren naar een goede locatie voor een jazzcafé in Gent (en waarvoor iedereen ons gek verklaarde – een jazzcafé in Gent, stel je voor – en voorspelde dat we het geen twee maand zouden volhouden, stootten we op het Damberd.

Het café stond al een tijdje leeg nadat de eigenares was overleden. Het gebouw was in handen van brouwerij Haacht maar het handelsfonds dan weer in handen van een, wat heet bedrijfsmakelaar, Agimmo.

De Brouwerij was absoluut niet happig om hun pand te verhuren aan drie hippies die er waarschijnlijk de ‘kostbare muurschilderingen’ gingen slopen en er een… ja, wat van gingen maken. Ze weigerden aanvankelijk.

Agimmo, geloofde wel in ons project. Doordat zij het handelsfonds in handen hadden kon de brouwerij het niet verhuren zonder dat het handelsfonds mee verkocht werd.Agimmo heeft het dan hard gespeeld.

Ze vertelden Haacht dat als ze het niet aan ons verhuurden, zij het handelsfonds de komende maanden ook niet zouden verkopen aan kandidaten die wel in de smaak vielen bij de brouwerij.

Uiteindelijk gooide de brouwerij dan de handdoek in de ring.

Zij wilden dan wel aan ons verhuren maar onder strenge voorwaarden.

Eén van die voorwaarden was dat we alle drank (koffie incluis) die we in het café verkochten verplicht bij hen moesten aankopen.Ook hun niet-te-drinken-cola.

Het heeft trouwens heel wat voeten in de aarde gehad voor we dat mochten vervangen door pepsi.

Die we uiteraard ook bij hen moesten afnemen.

Voor de eerste avond had de bieruitzetter de, natuurlijk op voorhand betaalde, drank binnengebracht.

Als ik het mij goed herinner 6 vaten, wat bakken andere bieren en wat water en frisdranken.

‘Tot volgende week’, zei hij bij zijn vertrek.De volgende dag mocht hij opnieuw komen leveren. Alle drank (behalve het water) was op. De zaterdag leverde hij 10 vaten, de maandag stond hij er weer. Dit keer met 25 vaten.

Paul Feyaerts ging in 1979 als barman aan de slag in het Damberd en enkele jaren later nam hij de zaak over.

Op 20 februari 2011 hield Feyaerts het voor bekeken en gaf de tapkraan door aan Ann Krüger, al twaalf jaar medevennoot van café Damberd.

Ann Krüger is de dochter van een Duitse beroepsmilitair.

Ze begon als barmeid in 1996, werd medevennoot in 1999 en is eigenaar sinds 2011.

Waarom de zaak juist failliet ging, wil uitbaatster Ann Krüger niet toelichten.Ze is naar eigen zeggen te geëmotioneerd op dit moment en zit samen met de curator om alle paperassen af te handelen. Brouwerij Haacht zoekt momenteel volop naar een nieuwe overnemer.

Sinds het nieuws bekend raakte, regent het in Gent reacties.

Onder meer Sofie Bracke, schepen van Economie, hoopt dat de zaak blijft voortbestaan. “Mijn hart breekt”, schrijft ze. “Uren heb ik gesleten in het Damberd, zowel op het grote terras met een fles rosé en de eerste lentezon op mijn gezicht als binnen genietend van de muziek. (…)

Als stadsbestuur (…) ondersteunen we waar mogelijk. Dat is iets waar ik letterlijk elke dag van het begin tot het einde mee bezig ben. En dan de krant openslaan en dit lezen.

Dju!”“Dit maakt me erg triest”, vult Gents filosoof Ignaas Devisch aan. “Als student maar ook daarna talloze mooie concerten meegemaakt, nachtelijke discussies gevoerd en geleerd om naar jazz te luisteren. Hopelijk wordt er een overnemer gevonden.” “Als er een overnemer komt ,hoop ik dat de naam, het interieur en de muziek blijft.

En de yoghurt in een flesje”, klinkt het op Twitter tot slot.(Diverse bronnen, Cedric Matthys, Het Nieuwsblad en Wikipedia)

Deze week: het Gentse jazzcafé Damberd vraagt faillissement aan.
Deze week: het Gentse jazzcafé Damberd vraagt faillissement aan.
Deze week: het Gentse jazzcafé Damberd vraagt faillissement aan.
Deze week: het Gentse jazzcafé Damberd vraagt faillissement aan.
Deze week: het Gentse jazzcafé Damberd vraagt faillissement aan.

Vandaag 30 jaar geleden, laatste voorstelling Jungleboek in het NTG in regie van Dirk Tanghe.

Jan de Vuyst (bewerking) en Lieven Coppieters (muziek) maakten deze klassieker van Nobelprijswinnaar Rudyard Kipling tot een succesvol muzikaal familiespektakel in regie van Dirk Tanghe.

De voorstelling speelde in het Tolhuis, een sportcomplex met een scène van 20 meter breed en een heus zwembad.

Mowgli werd vertolkt door Michael Pas, in de rest van de uitgebreide cast vinden we naast de toenmalige ensembleleden Roger Bolders, Chris Boni, Karen de Visscher, Eddy Spruyt, Chris Thys, Cyriel van Gent, Erik van Herreweghen, Nolle Versyp en Mark Willems ook de gastacteurs Brenda Bertin, Frank Hoelen en Karin Tanghe, en liefst 60 figuranten.

Jungleboek speelde gedurende twee seizoenen in totaal 120 voorstellingen en bracht bijna 64.000 toeschouwers op de been, wat deze voorstelling tot een van de grootste publiekssuccessen van het Gentse stadstheater maakte. (Diverse bronnen, Lustrumboek deel 4 Ntg en Ntg site)

Vandaag 30 jaar geleden, laatste voorstelling Jungleboek in het NTG in regie van Dirk Tanghe.

Ik werkte toen in het Ntg en alle medewerkers kregen toen een persoonlijk aandenken van deze voorstelling. De tekening is van de Vlaamse acteur Nolle Versyp.

Vandaag 30 jaar geleden, laatste voorstelling Jungleboek in het NTG in regie van Dirk Tanghe.

60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters.

Jef Wauters werd in 1927 geboren te Mariakerke als zoon van een Gents schoenenfabrikant.

Na zijn studies aan het Gentse Sint-Lievenscollege lokte een opendeurdag hem naar het Gentse Sint-Lucasinstituut.

Hij volgde er de lessen sierkunst, tekenen en schilderen bij Gerard Hermans en Maurice Tilley.

Later kreeg hij Jules De Sutter als leraar aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent.

Jef Wauters zou van 1949 tot 1959 zelf doceren aan het Hoger Instituut Sint-Lucas te Gent, waar hij die eerste stappen naar de kunstwereld had gezet.

Jef Wauters was de schilder van Venetië, een stad waar hij zich jaarlijks herbronde.

De schetsen die hij daar maakte vormden zijn archief voor mysterieuze olieverven met kleurrijke figuren en beelden van het architecturale erfgoed van Venetië.

Daarnaast was Wauters bekend als schilder van ontroerende, expressieve kinderkopjes, verveelde strenge rechters, statige bisschoppen, fleurige boeketten, swingende jazzmusici en van de schoonheid van zijn lievelingsbloem, de iris.

Hij ligt begraven op het kerkhof van het Vlaamse kunstenaarsdorp Deurle, een deelgemeente van Sint-Martens-Latem.

Zijn oeuvre bevindt zich thans in binnen- en buitenlandse musea en in privéverzamelingen.(Diverse bronnen, De Post 25 december 1960 en Wikipedia)

60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters
60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters
60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters
60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters
60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters
60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters

60 jaar geleden, de Gentse film Want alles hebben gezondigd (Ons land december 1960)

Deze film was de eerste Nederlandstalige film over WO II in België.

Want allen hebben gezondigd was een productie van het Gentse Cinébel.

Deze maatschappij was nog erg jong.

In 1958 was de Gentse Belgische Filmonderneming opgericht.

Deze onderneming zorgde ervoor dat Gent zijn eigen productiehuis kreeg, naast de tot 1960 dominante Brusselse en Antwerpse maatschappijen.

De film werd geschreven en geregisseerd door Paul Berkenman.

Deze naam is eigenlijk een pseudoniem voor Roger Thienpondt.

Thienpondt was een Genste dichter, geboren in 1926.

Hij schreef onder andere de succesvolle gedichtenbundel Orfeus achterna in 1949.

Voor dit werk kreeg hij de prijs voor letterkunde van de Stad Gent.

Naast dichter was hij actief in het Vlaamse toneel.

Berkenman had ook een grote passie voor film.

Dit leidde tot enkele filmprojecten, waar Want allen hebben gezondigd een voorbeeld van is.Berkenman werkte voor deze film voor de tweede keer samen met de dramaturg Raymond Cogen.

Hun eerste langspeelfilm was Prelude tot de dageraad, een romantische film die werd uitgebracht in 1959.

Met deze film wouden Berkenman en Cogen de onzin van de oorlog aanklagen.

Hoewel het thema van de Jodenvervolging het uitgangspunt is van het verhaal, zei Cogen dat dit thema slechts de achtergrond is van een klassiek noodlotsverhaal.

Het doel van beide filmmakers was met andere woorden niet een film te maken over de Jodenvervolging in België, maar dit thema was het best geschikt als achtergrond voor wat ze wel wouden vertellen.

De structuur van de film Want allen hebben gezondigd bestaat uit flashbacks van een Joodse vertelster, die tussen de stukken door mijmert over Wereldoorlog II.

Het voornaamste motief in de film is de schuldvraag, die al beantwoord wordt in de titel: Want allen hebben gezondigd. Berkenman en Cogen tonen aan de kijker een meer complexe schuldvraag dan wat ze gewoon zijn uit andere films.

Waar tot dan toe alles zwart- wit werd voorgesteld, een patriottisch volk tegenover een agressieve bezetter, is er in deze film veel meer aandacht voor de grijswaarden.

Zo is de ‘zwarte’ Von Lehndorf helemaal niet zo overtuigend als ‘vijand’, is de notaris ‘schuldig’ omdat hij ver gaat in zijn accommodatie en is de verzetsheld helemaal niet heroïsch wanneer hij totaal overbodig een medemens vermoordt.

De periodisering van de film is moeilijk te bepalen.

Aangezien de jodenvervolging aan bod komt, kunnen we stellen dat het na 1942 is, aangezien dan pas de vervolgingen in België op gang kwamen.

In Want allen hebben gezondigd zien we een heel andere beeldvorming van de Duitsers en het verzet dan in de films van de Franstalige filmmakers die ik tot hiertoe heb besproken.

In de plaats van een verheerlijking van het verzet, zien we een nuancering van hun vermeende heldhaftigheid.

Ook de mythe dat de Duitse bezetters allemaal onmenselijke nazi’s waren, wordt in deze film ontkracht.

Op het eerste zicht is deze film een aanklacht tegen de oorlog en het racisme tegenover de Joden. Maar als we de film plaatsen in de Belgische maatschappelijke context van een gespleten oorlogsherinnering, krijgt de film nog een tweede betekenis.

De film roept namelijk impliciet op om de harde beschuldigingen tegenover collaboratie te herbekijken.

Zo kan Von Lehndorf vergeleken worden met een collaborateur: hij staat weliswaar aan de Duitse kant, maar gaat daarom nog niet akkoord met de nationaal-socialistische theorieën.

De notaris kan op zijn beurt gezien worden als een symbool voor de accommodatiepolitiek van de Belgische elite: ook hen treft schuld.

De moord op Von Lehndorff ten slotte kan gelezen worden als symbool voor de wraakacties van het verzet op collaborateurs of de onrechtvaardige repressie.

Waarom in deze film collaboratie en repressie, thema’s die nochtans nog steeds actueel waren in Vlaanderen, niet expleciet voorkomen, kan verklaard worden door het feit dat er op deze zaken nog steeds een taboe rustte.

De tijd was nog niet rijp voor zo een film. (Ons Land 19 november en scriptie Voor vorst, voor waarheid of voor kijkcijfers? Beeldvorming van Wereldoorlog II in de Belgische film van Maaike Van Melckebeke).

60 jaar geleden, de Gentse kunstenaar Oscar Bonnevalle met zijn tentoonstelling Ballet op een palet in de galerij Bernheim in Parijs

Oscar Bonnevalle werd geboren op 16 februari 1920 in Gent, hij was de zoon van de fabrieksarbeider Hector Bonnevalle en de huishoudster Eliza Monsart.

Zijn vader sterft als Oscar nog zeer jong is en zijn moeder neemt de zorg voor hem op zich. Ze ontdekt al vroeg zijn talent en stimuleert hem om dit te ontwikkelen, wat niet evident was voor het milieu waarin ze leefde.

Vanaf 1933 volgt hij de lessen aan de Academie in Gent bij Jos Verdegem en Oscar Coddron en aan de school Arts et Métiers in Gent bij Herman Verbaere.

Op zijn zeventien stelt hij voor het eerst tentoon en behaald een eerste prijs schilderkunst en de gouden medailles voor schilderkunst en tekenen naar levend model.

Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, vlucht hij naar de Auvergne in Frankrijk, maar heimwee doet hem terugkeren en hij debuteert als theaterdecorateur en kostuumontwerper.

Om aan de opeising voor werk in Duitsland te ontsnappen gaat hij in 1942 in dienst bij de Tussengemeentelijke Maatschappij voor Waterbedeling van Vlaanderen in Gent, waar hij uiteindelijk dertig jaar zal blijven werken.

Oscar wordt onder de wapens geroepen in 1945 en vervult zijn dienstplicht in Engeland.

Tijdens zijn diensttijd schildert hij kantines maar ook aquarellen en onder het pseudoniem Bonny publiceert hij karikaturen, wat hij jaren zal blijven doen voor het dagblad Vooruit.

Hij treedt in het huwelijk met Marie-Louise Guyssens in 1949.

In die periode reist hij frequent naar het buitenland om zijn kunst te vervolmaken en in 1953 heeft hij een eerste buitenlandse tentoonstelling in Parijs samen met Frans Masereel

Oscar Bonnevalle was ook zeer actief in het ontwerpen van postzegels.

Hij kwam voor het eerst in contact met de filatelie in 1962 en het bleef vanaf dan een van zijn grote passies.

In 1962 vroeg men hem een postzegel te ontwerpen voor de voor de 350ste verjaardag van de Gentse Schermersgilde Sint Michiels. Zin zegels zijn een groot succes en dat is het begin van een uitzonderlijke carrière op dat domein.

Voor de Belgische post ontwerpt hij meer dan 155 zegels en voor het buitenland een veelvoud daarvan, vooral voor Afrika.

In 1967 ontvangt hij in Lissabon de prijs van de Europese Postunie voor zijn Europazegels.

Op 30 maart 1996 wordt er een postzegel gewijd aan Oscar Bonnevalle uitgegeven ter herinnering aan hem.

De zegel is een ontwerp van P.P.G. De Schutter, met op de achtergrond het schilderij Gelatenheid van Bonnevalle uit 1981.

Het werk toont de vervuilende moderne tijd die ongenadig oprukt naar een vervlogen Bonnevalle landschap.

60 jaar geleden, de Gentse kunstenaar Oscar Bonnevalle met zijn tentoonstelling Ballet op een palet in de galerij Bernheim in Parijs