Vandaag 147 jaar geleden, de geboorte van de Franse kunstschilder Jacques Villon.

Duchamp was de oudste uit een kunstenaarsgezin van zes kinderen, waaronder zijn broers Raymond Duchamp-Villon, beeldhouwer, Marcel Duchamp, schilder, en zijn zus Suzanne Duchamp, schilderes.

In 1894 nam Gaston als pseudoniem de naam over van zijn geliefde dichter. Hij liet zich voortaan Jacques Villon noemen.

Hij gaf heel jong zijn studies in de rechten op, om de artistieke weg op te gaan.

Hij kreeg een eerste tekenopleiding in Montmartre, in het atelier van Fernand Cormon, waar hij Henri Toulouse-Lautrec ontmoette.

Invloeden van deze, van Théophile Steinlen, van Jean-Louis Forain of van de Nabis ontgingen Villon niet.

In 1906 vestigde hij zich in Puteaux en waagde hij zich aan een voorzichtig cézanniaans kubisme.

In het atelier van Puteaux ontpopte Villon zich vanaf 1911 als de voortrekker van de Section d’or-groep, met zijn broers, met Albert Gleizes, met František Kupka, met Albert Metzinger, met Francis Picabia en met Fernand Léger.

Binnen deze Puteaux-groep vierde een synthetisch kubisme hoogtij.

In 1912 werden al zijn ingebrachte doeken verkocht aan het Amerikaanse publiek op de Armory Show.

In 1956 kreeg hij de opdracht tot het uitwerken van de kartons voor 5 glasramen in de Sacré-Coeur-kapel van de kathedraal te Metz.

Villon noemde zichzelf Cubiste impressionniste (impressionistisch kubist).

Hij overleed op 87-jarige leeftijd.(Wikipedia en foto’s Paris Match 2 april 1960, foto 2 Jacques Villon (7 jaar) met zijn broer Raymond (6 jaar), foto 1 Jacques Villon (9 jaar)met zijn mama en foto . met zijn broers Raymond (in het midden) en Marcel (rechts)

Vandaag 145 jaar geleden, de geboorte van de Franse kunstschilder Jacques Villon.

Vandaag 147 jaar geleden, de geboorte van de Franse kunstschilder Jacques Villon.
Vandaag 147 jaar geleden, de geboorte van de Franse kunstschilder Jacques Villon.

Vandaag 147 jaar geleden, de geboorte van de Franse kunstschilder Jacques Villon

Vandaag 28 jaar geleden, overlijdt schilder Paul Delvaux in Veurne.

Zijn vader was advocaat in Brussel en de jonge Paul was voorbestemd voor de architectuur.

Hij volgde daartoe de Brusselse Academie, maar kreeg tezelfdertijd een opleiding in het schildersatelier van Constant Montald, net als zijn tijdgenoot René Magritte.

Begin van de jaren dertig laat de kunstschilder zich onder andere inspireren door de Zuidfoor in Brussel en het Spitznermuseum.

Het surrealisme ontdekt hij in 1934 door het werk van de kunstschilder Giorgio De Chirico, The Melancholy and mystery of a street .

Hij schildert vervolgens de serie Femmes en dentelle en stelt zijn werken in 1938 tentoon op de Internationale Expositie van het Surrealisme in Parijs.

Delvaux schildert de vrouw, het mysterie, droombeelden en -werelden, de bezinning en de eenzaamheid

Vandaag 28 jaar geleden, overlijdt schilder Paul Delvaux in Veurne.

Hij waagt zich ook aan grote muurschilderingen, zoals in het Congrespaleis in Brussel of het Zoölogisch Instituut in Luik.

In 1954 nam hij deel aan de XXVIIste Biënnale van Venetië. De Italiaanse Reggio Emilia-prijs viel hem te beurt in 1955. In 1956 reisde hij naar Griekenland, het land van zijn zo vaak geschilderde tempelgalerijen.

Op 5 juli werd hij opgenomen in de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België.

Vandaag 28 jaar geleden, overlijdt schilder Paul Delvaux in Veurne.

Tien jaar later ontving hij de Belgische Staatsprijs voor zijn gezamenlijk werk en werd hij benoemd tot Voorzitter van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten.

Vanaf 1966 woonde hij al de helft van het jaar in het Park te Veurne. Henri Storck realiseerde in 1971 een nieuwe film: Paul Delvaux ou les femmes défendues, ditmaal naar een draaiboek van René Micha.

De Franse Académie beloonde hem als Officier de l’Ordre des Arts et des Lettres de France in 1972.

Vandaag 28 jaar geleden, overlijdt schilder Paul Delvaux in Veurne.

In 1973 ontving hij de Rembrandt-prijs van de Johann Wolfgang von Goethe-Stiftung te Bazel.

Tezelfdertijd organiseerde het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam zijn grote overzichtstentoonstelling. Deze expositie werd hernomen, het jaar daarop, in Japan, in de Nationale Musea van Tokio en van Kioto.

In het Beurs-metrostation, te Brussel, maakte hij de monumentale wandschildering, in 1978.

Dat jaar werd hij ook ereburger van de stad Veurne.

De Brusselse Université Libre nam Paul Delvaux op als Doctor Honoris Causa in 1979.

De Amerikaanse pop-kunstenaar Andy Warhol ontmoette Delvaux te Brussel, in 1981, en maakte een reeks portretten van de schilder.

Vandaag 28 jaar geleden, overlijdt schilder Paul Delvaux in Veurne.

Op 26 juni 1982 werd te Sint-Idesbald het Paul Delvaux Museum geopend.

In de 10 jaar voor zijn dood volgden nog exposities in Parijs, Ferrara, München, Tokio, Osaka, Yokohama en Himeji. (Diverse bronnen en Wikipedia)

prinses Paola bij Paul Delvaux

60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni.

60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni (De Post 6 mei 1962)

60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni (De Post 6 mei 1962)

60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni (De Post 6 mei 1962)

60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni (De Post 6 mei 1962)

60 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse schilder en beeldhouwer Pietro Annigoni (De Post 6 mei 1962)

90 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Jules De Bruycker

Jules De Bruycker werd op 29 maart 1870 geboren in de Jan Breydelstraat in Gent, in de schaduw van het Gravensteen, het Sint-Veerleplein en de Vismarkt.

De dood van zijn vader in 1884 noodzaakte de jonge Jules te gaan werken als hulpstoffeerder.

In 1893 trekt hij naar de Academie, en in zijn vrije tijd begint hij te tekenen en te aquarelleren.

Het is pas na de eeuwwisseling dat de eerste beroemde werken ons kunstpatrimonium sieren.

In 1903 exposeert hij voor het eerst in het Driejaarlijks Salon van Gent.

90 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Jules De Bruycker

De regering koopt zijn aquarel “Voddenmarkt”.

Hij is 35 als hij in het Museum van Gent de etser Albert Bartsoen ontdekt.

De eerste platen dateren van 1906, maar zijn nog zeer leeg.

Werk per werk ziet men de evolutie.

De platen worden steeds groter en het etsen neemt het meeste van zijn tijd in beslag.

Sommige werken worden rechtstreeks op de plaat gegrift, zonder voorafgaande tekening.

Vandaar het bestaan van verschillende platen die het werk in spiegelbeeld weergeven.

In 1913 komen er onder invloed van Prosper Böss een 8-tal olieverfwerken, waaronder het volksfeest aan Sint-Jacobs “De Lochte Genteneers” genoemd.

Had Jules De Bruycker in deze trend verder gewerkt dan hadden nu slechts enkele bevoorrechten een werk van hem. “De Lochte Genteneers” moet immers niet onderdoen voor de werken van de andere “Moderne Meesters”.

In 1914 wijkt hij uit naar Londen.

Hier leert hij zijn echtgenote Raphaëlle kennen, en ontstaat zijn vriendschap met Peter Bonnel.

Hij tekent en etst er in het atelier van Whistler, maakt er zijn oorlogstekeningen die gekocht worden door de heer De Graaff (verzameling De Graaff-Bachienne) en wordt bevriend met Brangwijn.

90 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Jules De Bruycker

In 1919 vindt hij zijn Gent terug, maar zijn stijl is nu niet meer dezelfde als voor de oorlog, alles wordt meer veredeld.

Onder invloed van zijn echtgenote maakt hij ook enkele korte trips naar Frankrijk, voornamelijk naar Parijs.

Hier gaat zijn interesse vooral naar de oudste brug van de stad “Le Pont Neuf”.

Te Bourges, Rouen en Amiens inspireert het stenen kantwerk van de kathedralen hem tot het maken van enkele schitterende werken.

In 1927 kent de Belgische regering hem de grote Prijs voor Beeldende Kunst toe.

De lange ziekte en dood van zijn moeder onderbreken zijn carrière.

In die periode houdt hij zich schuil in zijn atelier, waar hij tal van werken etst van vroegere tekeningen, vooral de Sint-Niklaaskerk, zijn obsessie.

In 1932 geeft hij zijn eerste bundel uit: “Sites et Visions de Gand”.

In 1933 verschijnt “l’Oeuvre Gravé” van Jules De Bruycker door Grégoire Le Roy.

Daarna legt hij zich volledig toe op zijn Sint-Niklaaskerk en maakt de prachtigste tekening uit zijn loopbaan.

90 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Jules De Bruycker

Vele Gentenaars zijn ervan overtuigd dat de redding van deze vervallen monumentale kerk grotendeels te wijten is aan Jules De Bruycker.

Het etsen wordt om gezondheidsredenen drastisch verminderd. De zuren die gebruikt worden hebben bij de man veel schade aangericht.

In 1940 tekent hij tientallen schetsen vanop het terras van de “ Wilson” in Gent.

De beste ervan etst hij en brengt hij uit in een album “Gens de chez nous – 1942”.

Ook werkt hij aan een ander album “Gens pas de chez nous”.

De tekeningen zijn af, zes exemplaren zijn geëtst.

Na zijn overlijden op 5 september 1945 geeft zijn weduwe Raphaëlle deze postuum uit.

Enkele dagen voor zijn dood – in het ziekenhuis Toevlucht van Maria aan de Coupure in Gent – komt zijn dochter, zijn beste vriendin, zich tonen in haar bruidsjurk.

Het overlijden van Jules De Bruycker is een zware klap voor de Gentse kunstwereld, die na zijn begrafenis plechtig een stille wandeling maakt door zijn Gent.

Allen herinneren zich de woorden van Frans Heilens:

“Zijn gehechtheid aan zijn geboortegrond stond ongetwijfeld zijn internationale doorbraak in de weg, hij had moeten reizen, deelnemen aan eigentijdse bewegingen, maar Gent weerhield hem volledig…” (Diverse bronnen, Tijdschrift De Stad 26 februari 1932, John De Bruycker en Wikipedia)

90 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Jules De Bruycker

60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse schilder en beeldhouwer Alfons Van Meirvenne (december 1961)

60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse schilder Alfons Van Meirvenne (december 1961)
60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse schilder Alfons Van Meirvenne (december 1961)
60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse schilder Alfons Van Meirvenne (december 1961)
60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse schilder Alfons Van Meirvenne (december 1961)

60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Paul Smolders (De Post oktober 1961)

Paul Smolders, geboren te Oostmalle op 7 augustus 1921 en overleden te Berchem op 10 april 1997, is een schilder uit een lange Vlaamse traditie.

Na het behalen van de licentiaatstitel Germaanse talen, schrijft hij zich in voor een artistieke opleiding aan de Antwerpse Koninklijke Academie en vervolgens aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten.

Isodoor Opsomer, Julien Creytens en Albert Van Dyck worden zijn leraars.

Hij leert er dat achter het schilderen van het uiterlijke, of het nu gaat om een landschap of een model, een mens en een ziel aanwezig zijn.

Als intimist is Paul Smolders gepassioneerd door het tekenen en schilderen van kinderen, ballerina’s, jonge vrouwen en hier en daar een landschap.

Ook het moederschap en het circus zijn thema’s die steeds weerkeren. Hij houdt van een dromerige, poëtische vormweergave.

Zijn wereld typeert hij in ontelbare rake schetsen.

Hij observeert en schetst; hij is een buitengewoon knap tekenaar.

Tekenen is voor hem essentieel en betekent bij uitstek de spontane verwerking van zijn denken.

Paul Smolders is standvastig in zijn stijl, sober en synthetisch.

Hij ziet zichzelf niet als een vernieuwer, maar eerder als een liefdevol observator.

Zijn werk is een kunst van pure menselijke tederheid en werd onder andere tentoongesteld in Antwerpen, Brugge, Brussel en Knokke, maar ook in Den Haag, Rotterdam en New York.

In 1952 ontving Smolders de prijs Appel van het Comité voor Artistieke Werking.

Het Provinciaal Centrum Arenberg in Antwerpen organiseerde in 1991 een huldetentoonstelling (Diverse bronnen, website Smolders, De Post 8 oktober 1961 en Wikipedia)

60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Paul Smolders (De Post oktober 1961)

35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke

Paul Permeke behoorde tot een kunstzinnige familie.

Hij was de zoon van de kunstschilder Constant Permeke en Marie Delaere, die als oorlogsvluchtelingen verbleven in Sidford, en kleinzoon van de kunstschilder Henri Permeke.

Ook was hij was neef van de kunstfotograaf Maurice Antony, die het gezin van Constant Permeke (en de jonge Paul Permeke) diverse keren fotografeerde tijdens het interbellum.

Hij was ook de neef van Emiel Veranneman, kunstcriticus en meubelontwerper. Paul Permeke heeft drie kinderen, Mark, Cathy en zoon Paul die ook schildert en beeldhouwt.

Zijn broer John Permeke (overleden 1993) manifesteerde zich als kunstschilder en diens zoon James Permeke (Joopie) (geboren 1938) is beeldhouwer.

Als kind woonde Permeke kort in Engeland, want al in 1919 gingen zijn ouders naar Oostende terug, waar ze op diverse adressen woonden alvorens naar hun in 1929-1930 gebouwde woning met atelier in Jabbeke te verhuizen (nu Provinciaal Museum Constant Permeke).

Permeke was autodidact.

35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke

Na meningsverschillen met zijn vader over zijn toekomst en opleiding tot kunstschilder vertrok hij op zestienjarige leeftijd uit het ouderlijke huis.

Hij leefde korte tijd in Lausanne en keerde uiteindelijk terug naar België, waar hij in Dudzele samen met twee bevriende kunstenaars, Rik Slabbinck en Luc Peire, een soort schildersgemeenschap vormde met als naam “Het Luizengevecht’.

Dit trio hield één jaar stand. In 1937 verhuisde hij naar Snellegem (in de buurt van Jabbeke). Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam hij in problemen omwille van het feit dat hij in Engeland was geboren en het “Engels staatsburgerschap” had.

Hij werd hierom in Duitsland geïnterneerd. In de jaren 50 verbleef hij langere tijd in Spanje en Portugal, in Parijs en in Zuid-Frankrijk. Uiteindelijk kwam hij in 1960 in Westkapelle wonen.

Permeke schilderde figuratief en verwerkte invloeden van het expressionisme, het impressionisme, meer specifiek elementen van James Ensor, Marc Chagall en Bernard Buffet.

Hij schilderde met een uitgesproken coloriet volkse taferelen: stads- en dorpsgezichten, boerentaferelen, circusartiesten en variété-kunstenaars, fantasietaferelen, carnavals- en strandscènes.

Na zijn verblijf in de zuidelijke landen verhelderde zijn palet.

Zijn werk wordt als toegankelijke salonkunst beschouwd: wellicht kwamen vele galeriebezoekers destijds onder de indruk van de signatuur “Permeke”, maar een blijvende “indruk” heeft zijn kunst niet nagelaten.

35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke
35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke
35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke
35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke

Vandaag 550 jaar geleden, de geboorte van Albrecht Dürer ( Duits kunstschilder, tekenaar, maker van houtsneden en kopergravures, kunsttheoreticus en humanist uit de Noordelijke renaissance)

Door de dood van Keizer Maximiliaan I eindigde ook zijn jaarlijkse toelage.

Daardoor maakte Dürer in juli 1520 een reis om zich te verzekeren van de gunst van de nieuwe keizer van het Heilige Roomse Rijk, keizer Karel V (kleinzoon van Keizer Maximiliaan I), die in Aken gekroond zou worden.

Dürer reisde met zijn echtgenote Agnes Frey en haar dienstmeid Johanna via de Rijn naar Keulen en daarna naar Antwerpen, waar hij met veel eer ontvangen werd.

Hij verbleef in Antwerpen vanaf 3 augustus 1520 tot en met 2 juli 1521.

Hij verbleef in het hotel Engelenborch, gelegen in de huidige Wolstraat 19 in Antwerpen.

De kunstenaar wilde zoveel mogelijk invloedrijke personen ontmoeten die voor hem konden pleiten bij Karel V.

Antwerpen had in Dürers tijd 8600 huizen en het bevolkingscijfer bedroeg 100000 inwoners en was daarmee even groot als Parijs.

In die periode ontmoette Dürer enkele malen Joachim Patinir, grondlegger van de Nederlandse landschapschilderkunst.

In juni 1521 ontmoetten Dürer en Lucas van Leyden elkaar in Antwerpen, ze wisselden prenten uit, en Dürer tekende bij die gelegenheid Van Leydens portret met zilverstift.

Tijdens zijn elf maanden durende verblijf in de Nederlanden, waarvan acht maanden in Antwerpen, tekende Dürer meer dan honderd portretten.

Het Antwerpse bestuur stelde aan hem voor, om definitief in Antwerpen te verblijven.

Hij zou daarvoor een jaarlijks inkomen krijgen van 300 gulden en een gratis woning.

Daarop zei hij, liever 100 gulden, maar dan in Neurenberg leven.

Het beeld van de kunstenaar is het enige overblijfsel van het huis dat ooit gebouwd is door Jan Adriaensens in de Lange Nieuwstraat 29 in Antwerpen.

Het beeld (hoofd) versierde daar de voorgevel omdat de bouwheren van mening waren dat deze kunstenaar veel voor Antwerpen gedaan had.

Het betreffende huis is afgebroken in 1852.

Hij bezocht ook Nijmegen, ‘s-Hertogenbosch, Brugge (waar hij Michelangelo’s beeldhouwwerk de Madonna van Brugge zag), Gent (waar hij Van Eycks Lam Gods bewonderde) en Zeeland.

In juni 1521 bracht hij een bezoek aan Margaretha van Oostenrijk in haar woning Hof van Savoye in Mechelen. Daar toonde ze haar collectie schilderijen aan hem.

Vooral de steun die hij ontving van Margareta van Oostenrijk, een dochter van keizer Maximiliaan, tante van Karel V en landvoogdes van de Nederlanden, zou daarbij van groot belang blijken te zijn.

In Brussel schilderde Dürer het portret van koning Christiaan II van Denemarken.

In Brussel zag hij ‘De dingen die naar de koning zijn gezonden uit het gouden land’, de Azteekse schatten, die Hernan Cortés naar Karel V stuurde na de val van Mexico.

Hij schreef dat de schat ‘voor mij mooier was dan wonderen.

Deze zaken zijn zo kostbaar dat hun waarde geschat wordt op 100.0000 florijnen’.

Het dagboek dat hij tijdens zijn reis door de Nederlanden bijhield, vormt een rijke bron van informatie voor kunsthistorici.

Dankzij zijn dagboek, komen we te weten dat dieven met de geldbeurs van zijn vrouw aan de haal gingen en dat tijdens een bezoek aan de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen.

Ook krijgen we een beeld van Albrecht Dürer zijn karakter, want hij was toch een beetje aan de gierige kant.

Zo vermeldt hij elke stuiver en gulden die hij uitgeeft.

Zelfs het verlies tijdens een spelletje in de kroegen noteerde hij.

In zijn dagboek schreef hij ook, Antwerpen daar is geld genoeg, maar hij kon van deze rijkdom niet delen.

Want hij stelde vast dat buiten enkele mooie geschenken, hem in het geheel niets opgebracht had.

Toch met een verzekerde toeslag van 100 gulden, maar mogelijk besmet met malaria, keerde Dürer terug naar Neurenberg.

Hij werd na zijn overlijden in 1528 op de begraafplaats van het Johannisfriedhof ter aarde besteld en liet zijn weduwe een groot huis na, thans het Albrecht Dürer Huis, waar hij ook zijn atelier had gehad.

Zij stierf er in 1539.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 16 mei 1971)

Vandaag 550 jaar geleden, de geboorte van Albrecht Dürer ( Duits kunstschilder, tekenaar, maker van houtsneden en kopergravures, kunsttheoreticus en humanist uit de Noordelijke renaissance)
Vandaag 550 jaar geleden, de geboorte van Albrecht Dürer ( Duits kunstschilder, tekenaar, maker van houtsneden en kopergravures, kunsttheoreticus en humanist uit de Noordelijke renaissance)
Vandaag 550 jaar geleden, de geboorte van Albrecht Dürer ( Duits kunstschilder, tekenaar, maker van houtsneden en kopergravures, kunsttheoreticus en humanist uit de Noordelijke renaissance)
Vandaag 550 jaar geleden, de geboorte van Albrecht Dürer ( Duits kunstschilder, tekenaar, maker van houtsneden en kopergravures, kunsttheoreticus en humanist uit de Noordelijke renaissance)

40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert.

André Bogaert studeerde aan de Academie van Dendermonde en later aan het Hoger Instituut van Antwerpen.

Om te schetsen en studies te maken, ging hij onder andere in de leer bij Emile Claus, Prosper De Troyer en Albert Saverys.

Hij was assistent bij Floris Jespers en de Amerikaan Steinbech.

In 1953 behaalde hij de Prijs Laurent Meeus en in 1956 de prijs Burgemeester Camille Huysmans.

André Bogaert verkreeg in 1958 de beurs van de Unesco bij atelier Kokoscka voor München en Salzburg.

Verder werd hij vermeld bij de Talensprijs, de Olivettiprijs en de Prijs van de Jonge Belgische Schilderkunst.

In In 1958 trad hij toe tot de “G58”-groep in Antwerpen.

Hij was aanvankelijk actief als schilder, maar vanaf het midden van de jaren 60 begon hij allerlei reliëfs te assembleren, met behulp van verschillende materialen zoals hout, vilt, schuim, polyester, textiel en machineonderdelen.

In België werd assemblage kunst beschouwd als: de metamorfose van het object.

Toonaangevend binnen de Belgische moderne kunst waren de activiteiten van de Antwerpse G58 en de Gentse-Forum tentoonstellingen.

Manifestaties waar Bogaerts werk meermaals vertoond werd en door kunstcritici en pers positief onthaald.

Er begon zich een Belgische groep van assemblagekunstenaars te manifesteren: Camiel Van Breedam, Vic Gentils, Paul Van Hoeydonck, Remo Martini en Annie Debie.

In 1964 werd hun lidmaatschap uitgebreid met Bogaert en enkele andere oude G58ers.

Rond 1974 keerde hij terug naar het schilderen en schilderde hij landschappen, struiken en bomen, waaraan hij vreemde elementen toevoegde zoals witte cirkels, vierkanten of abstracte figuren.

Zijn werken werden geëxposeerd in 32 tentoonstellingen te Antwerpen, Gent, Brussel, Leuven, Sint-Niklaas, Ronse, Lokeren (Parkhotel en galerie De Vuyst), Luik, Rotterdam, Milaan en Londen, zowel tijdens zijn leven als na zijn dood.

In diverse musea zijn werken van hem te vinden, onder andere in het SMAK en in het Museum voor Moderne Kunst te Brussel.

In Zele-Durmen werd de “Durmeboorden Wandelroute” geopend, waarlangs een 25-tal reproducties van werken van Dré Bogaert werden geplaatst. (Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 17 mei 1981)

40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert
40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert
40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert
40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert

50 jaar geleden, te gast bij Beeldhouw Leopold Pol Scrayen en zijn dochter Jeny

Leopold (alias Pol) Scrayen werd geboren in Hechtel (Vlaams Limburg) op 7 december 1920.

Leopold Scrayen was als beeldende kunstenaar een selfmade man die in de wereld van de ‘grote kunst’ in eigen land niet altijd de waardering kreeg die hij verdiende.

Pas op latere leeftijd nam hij hamer en beitel ter hand om zijn eerste kunstcreaties vorm te gegeven.

Voordien was hij werkzaam als bovengrondse arbeider in een van de Limburgse koolmijnen.

Hij verdiende er als lasser de kost tot hij in 1959, op 39-jarige leeftijd, ziek werd.

Een ernstige hartkwaal die gepaard ging met verlammingsverschijnselen belette hem zijn beroep nog langer uit te oefenen.

Het duurde drie jaar vooraleer hij opnieuw te been was.

Op zoek naar geschikt werk, kwam hij eerder toevallig terecht bij een bedrijf in Bree waar grafzerken werden gemaakt.

Hij zag er een beeldhouwer aan de slag en zelfverzekerd beweerde Scrayen, die nooit eerder als beeldhouwer of als tekenaar enige opleiding had genoten: ‘dat kan ik ook’…

Het klonk zo overtuigend dat de grafsteenmaker Scrayen bij wijze van proef een Christuskop liet beitelen. Raar maar waar, het werkstuk voldeed aan alle vereisten van de kunst en Leopold werd in dienst genomen.

De eenvoudige arbeider had in zich het oertalent ontdekt.

Al vlug experimenteerde hij ook met het maken van portretten in zachtere materie.

Een vriend bezorgde hem de geschikte essen-, linden- en beukenhouten planken en Scrayen vond zijn ware roeping in het maken van houtsculpturen.

Na een paar jaar liet hij het steenhouwen voor wat het was om zich voltijds toe te leggen op het hakken van houten bas-reliëfs, hoofdzakelijk portretten.

Geregeld maakte hij ook wand- en sierpanelen voor het bouwbedrijf in opdracht van architecten.

De eigenzinnige ‘filosoof’ en would-be-kunstenaar die Scrayen in de ogen van zijn dorpsgenoten was, oogstte aanvankelijk enige spot, maar al vlug erkenden vriend en vijand de hoogstaande kwaliteit van zijn werk.

Het duurde geen tijd of de bestellingen liepen in die mate binnen dat Leopold zich voltijds aan zijn kunst kon wijden.

Leopold Scrayen slaagde erin om van zijn kunst te leven en zijn gezin te onderhouden.

Op geregelde tijdstippen wist hij zich in de belangstelling te plaatsen met het portretteren van nationale en internationale figuren zoals lukraak Jozef Muls, Stijn Streuvels, Beethoven, J.P. Belmondo, W. Churchill, H. Ford, C. De Gaulle, E. Hemingway, J.F. Kennedy, de pausen Paulus VI en Johannes Paulus II, J. Sibelius en vele andere.

Tussen de bedrijven door maakte Leopold ook af en toe kopergravures met Bijbelse taferelen als thema.

Dikwijls werkte hij in opdracht van officiële besturen of bedrijven maar ook en vooral creëerde hij de portretten omdat hij grote bewondering had voor de uitgebeelde personaliteiten.

De kunstwerken werden dan meestal via de betrokken ambassades of bij officiële ontvangsten aan de geportretteerde overhandigd.

Dit bracht de artiest Scrayen heel wat nationale en internationale bekendheid en erkenning.

Te bescheiden en te streekgebonden, ging Leopold zelden in op uitnodigingen – ook van vermaarde internationale galerijen, onder andere in Londen – voor deelname aan tentoonstellingen.

Hij had lak aan officieel gedoe: hij bleef afwezig.

Hij maakte een uitzondering voor het officiële Belgische paviljoen op de Wereldtentoonstelling van Montreal (1967) waar bas-reliëfs te zien waren met portretten van Salvador Dali, Martin Luther King en Orson Welles en ook een zelfportret.

Leopold Scrayen ontwikkelde een sterk persoonlijke stijl, ‘kubistisch’ zoals hijzelf de neo-art-decostijl definieerde waarin hij portretten uit het hout hakte.

Hij was getrouwd met Maria Vandebroek en had drie dochters.

De jongste dochter, Gabriëlle, was aanvankelijk operazangeres bij de Koninklijke Opera van Antwerpen.

Na een reeks gastoptredens in januari 1980 in de opera van Sidney kwam zij niet meer naar Vlaanderen terug en bleef zij in Australië wonen.

In Perth ging zij weer studeren en na haar studies kon.

Zij achtereenvolgens als lerares en chemica aan de slag in haar nieuwe thuisland.

In 1986 emigreerde ook Leopolds oudste dochter Jenny.

Zij had een echtscheiding achter de rug en vertrok met haar drie kinderen om in Australië, als kunstenares, een nieuwe toekomst op te bouwen.

In februari 1989 ging ook de derde dochter met haar man en twee kinderen zich in Australië vestigen.

Leopold en zijn echtgenote bleven als verweesd achter.

Al vlug konden zij het verlangen naar hun kinderen, klein- en achterkleinkinderen niet langer onderdrukken en uiteindelijk, op 16 februari 1990, waagde ook het ouderpaar de overtocht en werd de hele familie er weer herenigd.

Nadat Leopold in Hechtel had bewezen een begenadigde kunstenaar, een oertalent te zijn, viel de artistieke creativiteit van de ruim 70-jarige man, na de emigratie naar Australië wat stil, maar zijn al even getalenteerde dochter Jenny zette er de traditie verder. In haar jeugd uitsluitend opgeleid door haar vader, maakt zij zich nu nog verdienstelijk met, zoals gezegd, het geven van lessen ‘wood-carving’ aan diverse kunstacademies.

In Australië maakte zij onder meer ook naam door het maken van houtsculpturen voor replica’s van historische schepen naar middeleeuwse modellen.

Verteerd door heimwee naar zijn geboortedorp, overleed vader Scrayen er op 79-jarige leeftijd.

Hij overleed te Marangaroo (Perth, West-Australië) op 21 augustus 1999.(Diverse bronnen, Paul Thiers en De Post van 2 mei 1971)

50 jaar geleden, te gast bij Beeldhouw Leopold Pol Scrayen en zijn dochter Jeny
50 jaar geleden, te gast bij Beeldhouw Leopold Pol Scrayen en zijn dochter Jeny
50 jaar geleden, te gast bij Beeldhouw Leopold Pol Scrayen en zijn dochter Jeny

Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden.

Albert Servaes werd in april 1883 geboren in Gent.

Servaes werkte aanvankelijk als handelsreiziger.

Hij volgde in de jaren 1901 en 1902 avondlessen aan de Academie voor Beeldende Kunst (Gent)In 1905 trok hij naar Sint-Martens-Latem waar hij zich in een houten keet vestigde.

In Latem leerde Servaes een aantal kunstenaars kennen zoals Gustave Van de Woestyne en George Minne.

Hun religieussymbolistisch oeuvre inspireerde Servaes, maar tegelijk ging hij op zoek naar een eigen beeldtaal die brak met het werk van deze eerste Latemse kunstenaarsgroep.

Een zeer donker kleurenpalet en een expressieve verftoets werden zijn handelsmerk.

Met zijn werk beïnvloedde Servaes onder meer kunstenaars zoals Constant Permeke en Albert Saverys.

De expressieve stijl die Servaes vanaf 1910 ontwikkelde, kwam tot een hoogtepunt in de reeksen die hij in de periode 1918-1922 maakte rond het Passieverhaal en de Kruisweg van Christus.

Ook al werd dit werk verworpen door de Rooms-Katholieke Kerk, het bevestigde zijn reputatie van moderne kunstenaar die religieuze thema’s herinterpreteert, net als tijdgenoten Emil Nolde in Duitsland en Georges Rouault in Frankrijk.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in 1917 gaf hij opdracht aan architect August Desmet om op de plaats van een 18de-eeuws boerderijtje een woonhuis en atelier te bouwen.

In het ontwerp inspireerde architect A. Desmet in samenspraak met Servaes zich op romaanse kloosterarchitectuur en de traditionele hoevebouw.

Het Torenhuis, naam van het pand draagt het jaaranker 1917, maar werd pas na het einde van de oorlog, in 1919, voltooid.

In 1982 verkocht Piet Servaes, zoon van de schilder het pand.

Na de verkoop van het huis werd de atelierwoning omgebouwd tot hotel.

Vanwege sympathieën die hij openlijk koesterde voor de Duitse cultuurpolitiek tijdens het nationaalsocialisme.

Uit angst voor juridische vervolging, verliet hij in 1944 ons land en vestigde zich in 1945 te Lüzern en verwierf hij in 1961 de Zwitserse nationaliteit

In 2005 was hij ook een van de kansmakers op de titel De Grootste Belg, maar haalde de uiteindelijke nominatielijst niet en strandde op nr. 71 van diegenen die net buiten de nominatielijst vielen.

Servaes is de overgrootvader van Valerie De Booser. (Diverse bronnen, Museum Dhondt-Dhaenens, De Post 30 april 1961 en Wikipedia)

Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden
Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden
Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden
Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden