Vandaag is het al 25 jaar geleden dat de Cobra-schilder Jan Cobbaert overleden is

Jan Cobbaert wordt geboren te Heverlee op 24 juni 1909.

Hij stamt uit een welgestelde familie.

Hij was een schilder, tekenaar, graficus, beeldhouwer, keramist en ontwerper van glasramen en juwelen

Opleiding aan de Academie te Leuven, aan het Brussels Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis, aan de Academie te Brussel o.l.v. A. Carte en A. Bastien (1933-1936).

In 1937 mag hij de Prix de Rome in ontvangst nemen.

Naar aanleiding hiervan wordt zijn werk in het openbaar getoond in het stadhuis van Leuven.

Dit is zijn eerste tentoonstelling.

Zijn werk stuit echter op veel onbegrip bij de Leuvense bevolking.

Het wordt te vooruitstrevend gevonden.

Zijn jeugdwerken vergeleek C. Heyman met het oeuvre van G. De Smet.

De kunstenaar zelf noemde zijn stijl ‘krachtig maar nooit agressief, gevoelig maar nooit sentimenteel’.

Hij liet zich inspireren door de Brabantse heuvels en door persoonlijke waarnemingen.

Hij is ook medestichter van de Groep Apport.

Vond zijn draai echter niet in de Jeune Peinture Belge-beweging, die uit deze groep en ging zijn eigen weg.

Hij koos voor vereenvoudigde figuratie.Leunde vanaf 1959 aan bij de Cobra-beweging, maar bracht zijn kleuren minder brutaal op het doek aan dan bv. Appel, Corneille of Alechinsky.

Met het verlies van zijn zoon Marc in 1958 en acht jaar later ook dat van zijn vrouw, is zijn creativiteit even zoek.

Na enige tijd vindt hij de moed om de draad weer op te pakken.

Enkele jaren later ontmoet hij Vika Lambrechts, met wie hij trouwt.Cobbaert heeft zijn levensoptimisme teruggevonden.

Dit vindt een weerspiegeling in zijn werk, dat een metamorfose ondergaat.

Was vanaf 1961 leraar schilderkunst aan de Academie te Leuven, tot aan zijn pensioen in 1974.

Cobbaert sterft op 3 oktober 1995, maar zijn werken vindt men nog steeds in verschillende galerieën.

Zijn werken bevinden zich in de musea te Bergen (Noorw.),
Brussel, Luik, Leuven, Verviers, Zürich, Oostende, Gent,
Silkeborg (Denemarken), Museum Luxembourg (G.H.)

In oktober 2010 werd het Jan Cobbaertplein in Leuven naar hem vernoemd. (Diverse bronnen en Wikipedia)

Vandaag is het al 25 jaar geleden dat de Cobra-schilder Jan Cobbaert overleden is
Vandaag is het al 25 jaar geleden dat de Cobra-schilder Jan Cobbaert overleden is
Vandaag is het al 25 jaar geleden dat de Cobra-schilder Jan Cobbaert overleden is

40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.

Landuyt werd geboren op 26 december 1922 in Gent. Vanwege het werk van zijn vader moest het gezin vaak verhuizen.

Zo woonden de Landuyts in Eeklo (1929) en Kortrijk (1931).

Uit de kleiputten haalde hij materiaal om grote figuren te boetseren.

De grote metalen voorwerpen waaraan schepen zich ankeren langs het kanaal Kortrijk-Bossuit zouden later zijn typische vormen laten ontstaan voor vele werken.

Naast de wetenschappelijke humaniora doorliep hij met succes de teken- en schilderacademie van Kortrijk.

Hij kreeg een technisch-ambachtelijke vorming die in heel zijn verdere œuvre te zien is. In 1946 en 1947 behaalde hij de hogere diploma’s aan de middenjury.

In 1954 werd in België de eerste afdeling Plastische Kunsten opgericht: voor het eerst werden tekenleraars gevormd. Landuyt stond aan de wieg van deze afdeling aan de Rijksnormaalschool van Gent (nu departement Lerarenopleiding van de Hogeschool Gent) en was er de eerste leraar.

In 1965 vestigt hij zich definitief in Heusden bij Gent.In het begin zocht Landuyt inspiratie binnen droom- en waanbeelden.

Zijn onderwerpen verwijzen vaak naar dood, dreiging en verval.Zijn vroege werk sloot nauw aan bij de nationaal en internationaal sterk aanwezige magisch-realistische en surrealistische stromingen.

Later produceerde hij abstract werk (uitvergrotingen) met een voorkeur voor het tragische.

Begin de jaren 60 keerde hij terug naar de figuratie en schilderde hij enkele monumentale gezichten en dieren. Dit was het belangrijkste fragment van zijn oeuvre.

Leven en dood staan centraal.

In 1973 organiseerde het Gentse Stadsbestuur samen met het toenmalige Ministerie van Nederlandse Cultuur de “Retrospectieve tentoonstelling Octave Landuyt” in de Sint-Pietersabdij.

Vierendertig jaar later, van 11 mei tot en met 26 augustus 2007, organiseerde de Stad Gent in Kunsthal Sint-Pietersabdij opnieuw een Landuyt-tentoonstelling onder de naam Ricorso; dit was een totaaloverzicht van zijn œuvre.

Ongeveer in dezelfde periode was er ook werk te zien in het Caermersklooster te Gent en in het “Museum van Deinze en de Leiestreek”.

Bewonderaars van Landuyts kunst scharen hem onder de renaissance-kunstenaars of noemen hem een wedergeboorte van de Vlaamse Primitieven. (Diverse bronnen, De Post en Wikipedia)

Octave Landuyt
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstenaar Octave Landuyt.

Vandaag 130 jaar geleden, overlijdt de Nederlandse schilder Vincent van Gogh.

Op de nacht van 23 november 1888, sneed in een moment van razernij het hele lichaamsdeel af, en niet een stukje van zijn oor.

Dit zijn we te weten te komen dankzij de tekening die werd opgediept door de Britse, in de Provence woonachtige onderzoeker Bernadette Murphy.Louis van Tilborgh, senior onderzoeker van het museum, en Murphy’s raadspersoon spreekt van een mooie vondst. “Deze tekening komt in iedere toekomstige biografie.”

De oorspronkelijke functie van het document, uitvoerig door Murphy beschreven in haar vandaag verschijnende werk Van Gogh’s Oor (het ware verhaal), spreekt tot de verbeelding.

Het diende als research-materiaal voor het boek dat het beeld van Vincent van Gogh als heethoofdige schilder bij een groot publiek deed postvatten: Lust for Life, Irving Stone’s bestseller uit 1934 (later gelijknamig verfilmd met rollen van Vincente Minelli en Kirk Douglas).

De schrijver deed in de zomer van 1930 onderzoek voor zijn boek in de Provence en vroeg Rey, die als stagiair veertig jaar eerder Van Gogh’s hoofdwond had behandeld een tekeningetje van het oor te maken.

Het document is terug gevonden in de bibliotheek van Berkeley, San Francisco, Californië, waar Murphy het opspoorde.

De vondst maakt een eind aan een van de meest emotioneel geladen, en ook een van de meest bediscussieerde voetnoten in de kunstgeschiedenis.

Een discussie die des te verwarrender was daar verschillende ooggetuigen elkaar tegenspraken.Waar Gauguin, Vincents huisgenoot in Arles in zijn latere biografie beschreef dat Van Gogh zijn hele oor had afgesneden (“Hij moest een tijdlang hebben geprobeerd om de bloeding te stoppen, want de volgende dag lagen her en der een heleboel natte handdoeken over de tegelvloer van de benedenkamers verspreid”); observeerden de schilder Signac en van Jo van Gogh-Bonger, de weduwe van Vincents broer Theo, dat het enkel om de lel ging.

Aan dat meningsverschil komt nu een eind.De vondst heeft ook sterke implicaties voor ons beeld van de schilder, stelt Murphy: “Een: het incident met het oor was geen ongeluk, zoals nog wel geopperd werd; immers: zo’n grote wond verraad planning. En twee: Van Gogh was al gek in de periode dat hij zijn beste werk maakte.”

Je zou daar een derde aan toe kunnen voegen: Paul Gauguin, die door kunsthistorici nogal eens als een verzinner is neergezet, blijkt een meer betrouwbare bron dan werd aangenomen.

Er zitten meer onthullingen in Murphy’s boek.Zo wist de voormalige docent door handschriften- onderzoek de ondertekenaars van de petitie die Van Gogh na zijn daad van zelfverminking uit zijn buurt moest weren te identificeren.

Het gaat niet om “grote delen van de gemeenschap” zoals vaak is geschreven, maar een mannetje of dertig, die ‘onderlinge connecties hadden alsof ze deel uitmaakten van een reusachtig netwerk’ en allen links of rechtsom gelieerd blijken aan de eigenaar van Vincents woning en die van de aanpalende kruidenierszaak.Bernadette Murphy: “Die twee zagen in Het Gele Huis mooi onroerend goed, en beschouwden Vincent als een sta-in-de-weg.Een scam zal ik het niet noemen, maar er waren zeker economische belangen in het spel.”

Een andere vondst is de identificatie van de ‘prostituee’ aan wie Van Gogh zijn afgesneden – en inmiddels schoongewassen – oor aanbood.Zij heette in werkelijkheid geen Rachel, zoals tot op heden werd aangenomen, maar Gabrielle, en zou geen prostituee, maar schoonmaakster zijn geweest; ze reinigde onder meer de kantoren bij Vincent in de buurt.Tenminste, zo wil het verhaal van Gabrielle’s achterkleinkinderen, die Murphy verscheidene malen bezocht, en wier naam de onderzoekster niet bekendmaakt; een verhaal met sociaal wenselijke trekken.Louis van Tilborgh: “Een theorie als deze moet je als historicus kritisch tegen het licht houden.

Ik bedoel: als Gabrielle schoonmaakster was, waarom hing ze dan zo laat nog rond bij het bordeel?” (Stefan Kuiper)

Vincent van Gogh

40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq.

Samen met Marcel Mayer, Roger Wittewrongel en Antoon de Clercq behoorde Maurice de Clercq tot de belangrijkste vertegenwoordigers van het hyperrealisme in Vlaanderen.

Het hyperrealisme is als stroming in de schilderkunst in het begin van de jaren zeventig vanuit Amerika naar Europa overgewaaid.

Zo was hij voor het eerst te zien op de zevende Biënnale der Jongeren te Parijs in 1971 en op de vijfde Documenta te Kassel in 1972.

Hij had gewoon de term ‘hyperrealisme’ tijdens een gesprek opgevangen en onmiddellijk stond hem voor ogen hoe hij voortaan zou schilderen.

Het woord zelf werkte op een wonderlijke wijze inspirerend. Het was een revelatie voor de schilder, die steeds aan de spits van de avant-garde had gestaan.

Een schilder als Maurice de Clercq spitst zijn aandacht toe op het detail.

Niet alleen zijn de onderwerpen typisch Vlaams, maar ook de sfeer van deze werken is helemaal anders.

Maurice de Clercq vraagt steeds de aandacht voor één enkel voorwerp, dat volledig op de voorgrond wordt gebracht: een oude verroeste pomp, een vermolmd houten poortje met een hangslot, een plas water op de weg, een dweil die aan een touw te drogen hangt, een tafelkleed vol vouwen, een stuk buis.

Het allereenvoudigste voorwerp wordt uit de banaliteit geheven en tot kunstwerk gepromoveerd.

Het spreekt vanzelf dat alleen een echte kunstenaar daarin slaagt.

En Maurice de Clercq behoorde daar ongetwijfeld toe, ook al heeft hij in zijn geboortestad Gent steeds weinig erkenning gekregen.

Zoals voor vele anderen moest die erkenning ook weer uit het buitenland komen.

Aan de academie in Gent studeerde hij samen met Roger Raveel, Pierre Vlerick, Antoon de Clercq en Camille D’havé.

Hij kreeg er les van Jos Verdegem.

Het typisch Vlaamse karakter van Maurice de Clercqs hyperrealisme verklaart ongetwijfeld zijn succes in het buitenland.

De werkelijkheid was voor hem spannender geworden dan de rijkste fantasie.(Diverse bronnen, Ons Erfdeel nr 24, 1981 en De Post 6 juli 1980)

40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq.
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq. (De Post 6 juli 1960)
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq. (De Post 6 juli 1960)
40 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Maurice de Clercq. (De Post 6 juli 1960)

50 jaar geleden, prins Albert te gast bij de Waalse schilder en beeldhouwer Charles Delporte.

Wereldwijd zijn meer dan 300 van zijn beeldende kunstwerken tentoongesteld in museums, organisaties, kerken en steden, zoals de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, het Koninklijk Paleis van Brussel, het Élysée-paleis en de Nationale Bibliotheek in Parijs, het Museum voor Hedendaagse Kunst in Tokio, het Museum voor Moderne Kunst in São Paulo, het Museum voor Schone Kunsten in Montevideo, de Belgische ambassade in Peking, de Universiteit van Houston, Sint-Pauluskerk (Antwerpen) en veel meer.

Daarnaast geniet Delporte ook erkenning als dichter en zanger.

Hij werd door paus Johannes Paulus II verheven tot de Orde van Sint-Silvester, een pauselijke ridderorde.

Charles Delporte was de broer van zanger en schrijver Paul Louka en van dichter Jacques Viesvil, en een volle neef van stripscenarist Yvan Delporte. (Diverse bronnen, Wikipedia en foto’s De Post van 5 juli 1970)

50 jaar geleden, prins Albert te gast bij de Vlaamse kunstenaar Charles Delporte

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Felix De Boeck.

In 1905 werd in Ukkel een college gesticht, waar De Boeck mocht studeren.

Hij eindigde de Grieks-Latijnse humaniora als primus met de hoogste onderscheiding.

De directeur hoopte dat hij priester zou worden, maar zijn besluit stond vast: hij koos geen intellectueel beroep maar zou zijn intellect en filosofie kanaliseren als schilder.

Maar hij wilde zijn kunst niet ondergeschikt maken aan brood verdienen. Daarom zocht hij naar een bestaanszekerheid en werd boer op het ouderlijk erf.

Hij trouwde in 1924 met zijn nicht Marieke. Ze kregen vijf kinderen, van wie er vier stierven nog voor zij een jaar oud waren.

Het vijfde kind, Marcelleke, bleef leven, maar was gehandicapt.

Zijn hele leven verliep volgens een vast tijdsschema.

Zes dagen werkte hij op het veld en componeerde hij in gedachten allerlei doeken.

Op zondag stapte hij zijn atelier binnen en schilderde. De romantische voorstelling van Felix De Boeck als boer die schildert, wordt best omgebogen als Felix De Boeck de kunstschilder die de boerenstiel beoefent.

Marieke heeft dat leven in volle overgave van eigen persoon aanvaard en volbracht. Zonder Marieke zou de Felix De Boeck zoals we die kennen nooit mogelijk geweest zijn.

In 1970 werd Felix De Boeck lid van de Koninklijke Academie van België.

Er werd een Felix De Boeckmuseum geopend op de zolderverdieping van het gemeentehuis van Drogenbos en een Vereniging Zonder Winstoogmerk ter bevordering van zijn werk gesticht.

De Boeck heeft de eerste steen gelegd van het nieuwe Museum Felix De Boeck in 1995: FeliXart Museum.

Kort daarna blies hij zijn laatste adem uit.

Hij werd begraven naast zijn geliefde vrouw, die niet lang voordien gestorven was.(Diverse bronnen, De Post van 14 juni 1970 en Wikipedia)

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Felix De Boeck.
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Felix De Boeck.
op de foto minister Frans Van Mechelen met zijn echtgenote

60 jaar geleden, te gast bij de Franse schilder Jacques Villon (april 1960)

Duchamp was de oudste uit een kunstenaarsgezin van zes kinderen, waaronder zijn broers Raymond Duchamp-Villon, beeldhouwer, Marcel Duchamp, schilder, en zijn zus Suzanne Duchamp, schilderes.

In 1894 nam Gaston als pseudoniem de naam over van zijn geliefde dichter. Hij liet zich voortaan Jacques Villon noemen.

Hij gaf heel jong zijn studies in de rechten op, om de artistieke weg op te gaan.

Hij kreeg een eerste tekenopleiding in Montmartre, in het atelier van Fernand Cormon, waar hij Henri Toulouse-Lautrec ontmoette.

Invloeden van deze, van Théophile Steinlen, van Jean-Louis Forain of van de Nabis ontgingen Villon niet.

In 1906 vestigde hij zich in Puteaux en waagde hij zich aan een voorzichtig cézanniaans kubisme.

In het atelier van Puteaux ontpopte Villon zich vanaf 1911 als de voortrekker van de Section d’or-groep, met zijn broers, met Albert Gleizes, met František Kupka, met Albert Metzinger, met Francis Picabia en met Fernand Léger.

Binnen deze Puteaux-groep vierde een synthetisch kubisme hoogtij.

In 1912 werden al zijn ingebrachte doeken verkocht aan het Amerikaanse publiek op de Armory Show.

In 1956 kreeg hij de opdracht tot het uitwerken van de kartons voor 5 glasramen in de Sacré-Coeur-kapel van de kathedraal te Metz.

Villon noemde zichzelf Cubiste impressionniste (impressionistisch kubist).

Hij overleed op 87-jarige leeftijd.(Wikipedia en foto’s Paris Match 2 april 1960)

60 jaar geleden, te gast bij de Franse schilder Jacques Villon (April 1960)
60 jaar geleden, te gast bij de Franse schilder Jacques Villon (April 1960)
60 jaar geleden, te gast bij de Franse schilder Jacques Villon (April 1960)
60 jaar geleden, te gast bij de Franse schilder Jacques Villon (April 1960)

60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters

Kunstschilder Jef Wauters werd op 26 februari 1927 geboren in Mariakerke (Gent) als zoon van een Gents schoenenfabrikant, werd mettertijd één van de bekendste en meest gegeerde hedendaagse Latemse schilders in het buitenland.

In 1950 werd Wauters laureaat van de Grote Prijs voor Monumentale Schilderkunst.

Deze onderscheiding bracht hem in de gerenommeerde Gentse Galerij Vyncke-Van Eyck, tot de tachtiger jaren de trendsetter van de Oost-Vlaamse kunstwereld.

Na zijn opleiding aan Sint-Lucas en later in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent gaf hij jarenlang zelf les aan Sint-Lucas.

Wauters had jarenlang een fascinatie voor Venetië en maakte heel wat schilderijen, tekeningen en collages met het Venetiaanse carnaval als onderwerp.

Elk jaar ging hij er drie weken herbronnen tijdens het carnaval.

Na zijn opleiding aan Sint-Lucas en later in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent gaf hij jarenlang zelf les aan Sint-Lucas.

Wauters had jarenlang een fascinatie voor Venetië en maakte heel wat schilderijen, tekeningen en collages met het Venetiaanse carnaval als onderwerp.

Elk jaar ging hij er drie weken herbronnen tijdens het carnaval.

Naast carnaval zorgden ook bloemen, jazz, justitie en de kerk voor inspiratie.

Hij woonde achtereenvolgens in Gent, Rome, Parijs en Deurle voordat hij in Roeselare terecht kwam.

Na een longontsteking bleef hij met zijn gezondheid sukkelen.

Hij overleed in Roeselare op 19 februari 2013.

Op 23 februari nam Sint-Martens-Latem in de St-Aldegondiskerk afscheid van deze minzame, wat teruggetrokken kunstenaar. (Diverse bronnen, Wikipedia en foto De Post van 20 maart 1960)

60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters
Foto De Post van 20 maart 1960

Vandaag 60 jaar geleden, komt de Franse schilder Jean-Michel Atlan te overlijden en dit door gevolgen van kanker.

Atlan verhuisde naar Parijs in 1930 en studeerde daar filosofie aan de Sorbonne, waar hij later ook les gaf.

Als Jood overleefde hij de Tweede Wereldoorlog door onder te duiken in een tehuis voor geestesziekten, nadat hij eerder gearresteerd was als lid van het Franse verzet.

In dit tehuis leerde hij zich zelf schilderen en schrijven.

In 1944 keerde hij terug naar Parijs, waar hij in 1946 zijn eerste expositie had, samen met schilders als Georges Braque en Henri Matisse.

In dat jaar ontmoette hij Asger Jorn en sloot zich aan bij de Cobra-groep.

Zijn atelier werd een ontmoetingsplaats voor Cobra leden in Parijs.

Zijn werk staat bekend om het gebruik van pasteltinten, waarbij de kleurvlakken met dikke zwarte lijnen zijn omrand.

Er is een duidelijke invloed van Cobra te zien, maar Atlan behield altijd een eigen stijl.

Hij stierf op 12 februari 1960.

Jean-Michel Atlan is 37 jaar geworden.(Diverse bronnen, Wikipedia, foto 2 samen met zijn vrouw en foto 4 zijn atelier)

60 jaar geleden, komt de Franse schilder Jean-Michel Atlan te overlijden en dit door gevolgen van kanker.
60 jaar geleden, komt de Franse schilder Jean-Michel Atlan te overlijden en dit door gevolgen van kanker.
60 jaar geleden, komt de Franse schilder Jean-Michel Atlan te overlijden en dit door gevolgen van kanker.
60 jaar geleden, komt de Franse schilder Jean-Michel Atlan te overlijden en dit door gevolgen van kanker.