60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse schilder en beeldhouwer Alfons Van Meirvenne (december 1961)

60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse schilder Alfons Van Meirvenne (december 1961)
60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse schilder Alfons Van Meirvenne (december 1961)
60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse schilder Alfons Van Meirvenne (december 1961)
60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse schilder Alfons Van Meirvenne (december 1961)

60 jaar geleden, te gast bij de Belgische kunstschilder en ontwerper Roger Somville

60 jaar geleden, te gast bij de Belgische kunstenaar Roger Somville
60 jaar geleden, te gast bij de Belgische kunstenaar Roger Somville
60 jaar geleden, te gast bij de Belgische kunstenaar Roger Somville
60 jaar geleden, te gast bij de Belgische kunstenaar Roger Somville
60 jaar geleden, te gast bij de Belgische kunstenaar Roger Somville

Het lang verzwegen vonnis van Pablo Picasso’s kinderen, geniale papa was een mislukking als vader (De Post 25 oktober 1981)

Het lang verzwegen vonnis van Pablo Picasso’s kinderen, geniale papa was een mislukking als vader (De Post 25 oktober 1981)
Het lang verzwegen vonnis van Pablo Picasso’s kinderen, geniale papa was een mislukking als vader (De Post 25 oktober 1981)
Het lang verzwegen vonnis van Pablo Picasso’s kinderen,geniale papa was een mislukking als vader (De Post 25 oktober 1981)

60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Paul Smolders (De Post oktober 1961)

Paul Smolders, geboren te Oostmalle op 7 augustus 1921 en overleden te Berchem op 10 april 1997, is een schilder uit een lange Vlaamse traditie.

Na het behalen van de licentiaatstitel Germaanse talen, schrijft hij zich in voor een artistieke opleiding aan de Antwerpse Koninklijke Academie en vervolgens aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten.

Isodoor Opsomer, Julien Creytens en Albert Van Dyck worden zijn leraars.

Hij leert er dat achter het schilderen van het uiterlijke, of het nu gaat om een landschap of een model, een mens en een ziel aanwezig zijn.

Als intimist is Paul Smolders gepassioneerd door het tekenen en schilderen van kinderen, ballerina’s, jonge vrouwen en hier en daar een landschap.

Ook het moederschap en het circus zijn thema’s die steeds weerkeren. Hij houdt van een dromerige, poëtische vormweergave.

Zijn wereld typeert hij in ontelbare rake schetsen.

Hij observeert en schetst; hij is een buitengewoon knap tekenaar.

Tekenen is voor hem essentieel en betekent bij uitstek de spontane verwerking van zijn denken.

Paul Smolders is standvastig in zijn stijl, sober en synthetisch.

Hij ziet zichzelf niet als een vernieuwer, maar eerder als een liefdevol observator.

Zijn werk is een kunst van pure menselijke tederheid en werd onder andere tentoongesteld in Antwerpen, Brugge, Brussel en Knokke, maar ook in Den Haag, Rotterdam en New York.

In 1952 ontving Smolders de prijs Appel van het Comité voor Artistieke Werking.

Het Provinciaal Centrum Arenberg in Antwerpen organiseerde in 1991 een huldetentoonstelling (Diverse bronnen, website Smolders, De Post 8 oktober 1961 en Wikipedia)

60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar Paul Smolders (De Post oktober 1961)

Vandaag is het ook al 40 jaar geleden dat de Vlaamse dichter en kunstschilder Paul Snoek is overleden.

Paul Snoek was de oudste zoon van Omer William Schietekat en Paula Sylvia Snoeck.

In 1961 trouwde hij met Maria Magdalena Vereecke (Mylène) en samen hadden ze drie kinderen: een tweeling, Jan en Paul in 1963, en Sophie in 1966.

Hij was een middelmatige leerling in de nonnenschool Berkenboom en later in het St. Jozefsinstituut van zijn geboortestad.

Reeds van jongs af ging zijn interesse uit naar de natuur, maar ook naar het schilderen. Zijn vader had gedurende de Tweede Wereldoorlog ook schilderijen gemaakt om deze te ruilen bij de boeren voor voedsel.

Schietekat studeerde aan het Sint-Lievenscollege te Antwerpen en later aan het Sint-Jozef-Klein-Seminarie te Sint-Niklaas.

De priester-dichter Anton Van Wilderode was aldaar zijn leraar Nederlands en introduceerde hem in de poëziekunst.

Hij publiceerde toen als scholier enkele sonnetten in de literaire tijdschriften ‘Nieuwe Stemmen’, ‘De Tafelronde’ en in de ‘Dietsche Warande en Belfort’.

Paul Snoek studeerde rechten aan de Universiteit Gent, maar zijn literaire interesses waren zo opslorpend dat er van studeren zelf minder in huis kwam.

Hij schreef veel en probeerde zijn gedichten te publiceren.

Na een conflict met De Tafelronde besloot hij het pseudoniem Paul Snoek aan te nemen.

Zijn eerste gedichtenbundel “Archipel” verscheen in 1954 (maar geschreven in 1953).

Hij stopte zijn studies in 1956. Paul Snoek was in 1955 een van de medeoprichters van het avant-gardistisch tijdschrift Gard Sivik dat hij reeds in 1957 verliet.

Hij gaf in 1957 een tentoonstelling van zijn schilderijen in de Brusselse kunstgalerij ‘Taptoe’.

In hetzelfde jaar werd hij opgeroepen voor zijn legerdienst. Zoals zovele miliciens in die tijd vervulde hij zijn legerdienst in Duitsland, waar hij een leuke job als redacteur van het legertijdschrift ‘Vici’ kreeg.

Na zijn legerdienst besloot hij om een voltijdse kunstenaar te worden. Al snel stopte hij daar echter mee. Hij ging in zijn vaders textielbedrijf werken en bezocht vele landen als vertegenwoordiger.

In 1963 startte hij zijn eigen importbedrijfje op van Japanse zijde.

In 1965 werd hij vertegenwoordiger in het bedrijf “Atlas”, waar hij als verkoopdirecteur van paalfunderingen aan de slag ging.

In 1967 kocht hij een boerderij in Slijpe en vanaf 1972 begon hij weer volop te schilderen.

Er volgden verschillende succesvolle exposities en de verkoop van zijn schilderijen liep zodanig goed dat hij parttime ging werken bij Atlas.

In 1975 werd hij fulltime kunstschilder, maar de verkoop van zijn schilderijen viel nu tegen, waardoor hij in financiële moeilijkheden kwam.

Nadien probeerde hij de ene job na de andere: public relations, een antiekzaak, een bureau voor copywriting en een meubelzaak.

Hij werd journalist voor het “Nieuw Vlaams tijdschrift”. In zijn vrije tijd verzamelde hij antiek en deed hij aan amateurmotorcross.

Hij was een goede vriend van Gaston Burssens.

In 1975 ging hij ook een nieuwe relatie aan. Hij verliet vrouw en kinderen en verhuisde naar Oostende. De scheiding met zijn vrouw werd uitgesproken in 1976 en hij hertrouwde in 1977.

Hij verhuisde opnieuw, eerst naar Loppem en dan naar Varsenare.

In zijn laatste jaren leed hij aan manisch-depressieve buien en sprak hij tegen zijn vrienden regelmatig over de dood. Hij stierf in een auto-ongeluk in Egem en werd begraven in Varsenare.

35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke

Paul Permeke behoorde tot een kunstzinnige familie.

Hij was de zoon van de kunstschilder Constant Permeke en Marie Delaere, die als oorlogsvluchtelingen verbleven in Sidford, en kleinzoon van de kunstschilder Henri Permeke.

Ook was hij was neef van de kunstfotograaf Maurice Antony, die het gezin van Constant Permeke (en de jonge Paul Permeke) diverse keren fotografeerde tijdens het interbellum.

Hij was ook de neef van Emiel Veranneman, kunstcriticus en meubelontwerper. Paul Permeke heeft drie kinderen, Mark, Cathy en zoon Paul die ook schildert en beeldhouwt.

Zijn broer John Permeke (overleden 1993) manifesteerde zich als kunstschilder en diens zoon James Permeke (Joopie) (geboren 1938) is beeldhouwer.

Als kind woonde Permeke kort in Engeland, want al in 1919 gingen zijn ouders naar Oostende terug, waar ze op diverse adressen woonden alvorens naar hun in 1929-1930 gebouwde woning met atelier in Jabbeke te verhuizen (nu Provinciaal Museum Constant Permeke).

Permeke was autodidact.

35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke

Na meningsverschillen met zijn vader over zijn toekomst en opleiding tot kunstschilder vertrok hij op zestienjarige leeftijd uit het ouderlijke huis.

Hij leefde korte tijd in Lausanne en keerde uiteindelijk terug naar België, waar hij in Dudzele samen met twee bevriende kunstenaars, Rik Slabbinck en Luc Peire, een soort schildersgemeenschap vormde met als naam “Het Luizengevecht’.

Dit trio hield één jaar stand. In 1937 verhuisde hij naar Snellegem (in de buurt van Jabbeke). Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam hij in problemen omwille van het feit dat hij in Engeland was geboren en het “Engels staatsburgerschap” had.

Hij werd hierom in Duitsland geïnterneerd. In de jaren 50 verbleef hij langere tijd in Spanje en Portugal, in Parijs en in Zuid-Frankrijk. Uiteindelijk kwam hij in 1960 in Westkapelle wonen.

Permeke schilderde figuratief en verwerkte invloeden van het expressionisme, het impressionisme, meer specifiek elementen van James Ensor, Marc Chagall en Bernard Buffet.

Hij schilderde met een uitgesproken coloriet volkse taferelen: stads- en dorpsgezichten, boerentaferelen, circusartiesten en variété-kunstenaars, fantasietaferelen, carnavals- en strandscènes.

Na zijn verblijf in de zuidelijke landen verhelderde zijn palet.

Zijn werk wordt als toegankelijke salonkunst beschouwd: wellicht kwamen vele galeriebezoekers destijds onder de indruk van de signatuur “Permeke”, maar een blijvende “indruk” heeft zijn kunst niet nagelaten.

35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke
35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke
35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke
35 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Paul Permeke

40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert.

André Bogaert studeerde aan de Academie van Dendermonde en later aan het Hoger Instituut van Antwerpen.

Om te schetsen en studies te maken, ging hij onder andere in de leer bij Emile Claus, Prosper De Troyer en Albert Saverys.

Hij was assistent bij Floris Jespers en de Amerikaan Steinbech.

In 1953 behaalde hij de Prijs Laurent Meeus en in 1956 de prijs Burgemeester Camille Huysmans.

André Bogaert verkreeg in 1958 de beurs van de Unesco bij atelier Kokoscka voor München en Salzburg.

Verder werd hij vermeld bij de Talensprijs, de Olivettiprijs en de Prijs van de Jonge Belgische Schilderkunst.

In In 1958 trad hij toe tot de “G58”-groep in Antwerpen.

Hij was aanvankelijk actief als schilder, maar vanaf het midden van de jaren 60 begon hij allerlei reliëfs te assembleren, met behulp van verschillende materialen zoals hout, vilt, schuim, polyester, textiel en machineonderdelen.

In België werd assemblage kunst beschouwd als: de metamorfose van het object.

Toonaangevend binnen de Belgische moderne kunst waren de activiteiten van de Antwerpse G58 en de Gentse-Forum tentoonstellingen.

Manifestaties waar Bogaerts werk meermaals vertoond werd en door kunstcritici en pers positief onthaald.

Er begon zich een Belgische groep van assemblagekunstenaars te manifesteren: Camiel Van Breedam, Vic Gentils, Paul Van Hoeydonck, Remo Martini en Annie Debie.

In 1964 werd hun lidmaatschap uitgebreid met Bogaert en enkele andere oude G58ers.

Rond 1974 keerde hij terug naar het schilderen en schilderde hij landschappen, struiken en bomen, waaraan hij vreemde elementen toevoegde zoals witte cirkels, vierkanten of abstracte figuren.

Zijn werken werden geëxposeerd in 32 tentoonstellingen te Antwerpen, Gent, Brussel, Leuven, Sint-Niklaas, Ronse, Lokeren (Parkhotel en galerie De Vuyst), Luik, Rotterdam, Milaan en Londen, zowel tijdens zijn leven als na zijn dood.

In diverse musea zijn werken van hem te vinden, onder andere in het SMAK en in het Museum voor Moderne Kunst te Brussel.

In Zele-Durmen werd de “Durmeboorden Wandelroute” geopend, waarlangs een 25-tal reproducties van werken van Dré Bogaert werden geplaatst. (Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 17 mei 1981)

40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert
40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert
40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert
40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert

50 jaar geleden, ten huize van de dichter Paul Snoek

Paul Snoek wordt gerekend tot de Vijfenvijftigers, een groep experimentele dichters van voornamelijk Vlaamse origine gegroepeerd rond Gard Sivik, zoals Gust Gils en Hugues C. Pernath, die allen zijn gaan publiceren voor 1955.

Deze generatie dichters vormde een reactie op de voornamelijk Nederlandse Vijftigers, waaronder Lucebert, Gerrit Kouwenaar, Jan Elburg, Remco Campert, Simon Vinkenoog, Hans Andreus en Hugo Claus.

Paul Snoek weigerde trouwens ingedeeld te worden bij de Nederlandse Vijftigers.

Zijn werk is moeilijk bij één stroming in te delen of valt moeilijk onder één noemer te vatten.

Begonnen als romantisch dichter, evolueerde hij naar meer agressieve en cynische geschriften.

Op het laatste werd hij een gelaten, pessimistisch dichter, in overeenstemming met zijn manisch-depressieve buien.

Paul Snoek schilderde ook en stelde zijn werken tentoon. Het KaZ in Oostende bezit een viertal schilderijen van hem, onder andere “Little Venus” en “Angry Jupiter”.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post van 21 maart 1971)

50 jaar geleden, ten huize van de dichter Paul Snoek (De Post april 1971)
50 jaar geleden, ten huize van de dichter Paul Snoek (De Post april 1971)
50 jaar geleden, ten huize van de dichter Paul Snoek (De Post april 1971)
50 jaar geleden, ten huize van de dichter Paul Snoek (De Post april 1971)

40 jaar geleden, kunstschilder Lucien Van Den Driessche in de Post van 15 maart 1981

Kunstenaar Lucien Van Den Driessche (Deinze, 1926 – Jette, 1991) was de zoon van René Van Den Driessche, eveneens een kunstschilder uit Deinze.

Lucien was een autodidact die aanvankelijk schilderde onder invloed van de Latemse School (Saverys, De Smet, Permeke).

Hij begon in ’59 met materieschilderijen.

40 jaar geleden, kunstschilder Lucien Van Den Driessche in de Post van 15 maart 1981
40 jaar geleden, kunstschilder Lucien Van Den Driessche in de Post van 15 maart 1981