40 jaar geleden, Jan Piers stopt na 21 jaar als Burgemeester van Oostende

Het bewind onder Jan Piers werd gekenmerkt door volledige steun aan het massatoerisme en weinig begrip voor het architecturaal patrimonium van Oostende.

Onder zijn bewind werd 50% van de Belle Époque-woningen gesloopt, vandaar de Engelse bijnaam ‘The Butcher of the Belle Epoque’.

De afbraak van het stedelijk theater, na jaren van verwaarlozing, werd door velen betreurd.

In de plaats kwam een torengebouw, jarenlang verkozen tot lelijkste gebouw van de kust.

Tot het einde van zijn leven bleef Piers zijn beleid en de bouw van de ‘Appletise’-toren verdedigen: “In die villa’s van die Franstalige Brusselaars woonde er één gezin dat af en toe naar de kust kwam, nu verblijven er op dezelfde oppervlakte 20 families die geld spenderen …”

Jan Baptist Leo Piers (Oostende, 13 juni 1920 – aldaar, 9 oktober 1998), in de Oostende volksmond “De Lange Suisse” genoemd, was een Belgisch politicus voor de CVP en advocaat.

Jan Piers was de zoon van bankdirecteur Frans Piers en Eugenie Nierinck.

Hij trouwde met Marguerite Sap, dochter van minister en krantenuitgever Gustave Sap (1886-1940) en was daardoor een schoonbroer van de bekende Vlaamse ondernemers Albert De Smaele en André Vlerick (hoogleraar en CVP-minister).

De burgemeester van Zomergem Felix Lampaert jr. was eveneens zijn schoonbroer.

Deze was gehuwd met Marie-José Piers (1915-1957).

Piers deed middelbare studies in het Onze-Lieve-Vrouwcollege in Oostende en behaalde het diploma van doctor in de rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven in 1945.

Van 1945 tot 1981 was hij ingeschreven als advocaat aan de Balie van Brugge.

Hij was ook nationaal bestuurslid van het NCMV Hij vervulde verschillende politieke mandaten.

In 1946 werd hij voor de CVP-provincieraadslid van West-Vlaanderen en bleef dit tot in 1949.

Hij werd in 1968 nogmaals verkozen maar verzaakte aan dit mandaat.

Vanaf 1947 was hij gemeenteraadslid van Oostende en bleef dit tot in 1980.

In 1953 werd hij schepen in een coalitie met de liberalen onder het burgemeesterschap van Adolphe Van Glabbeke.

Vanaf 1959 werd hij zelf burgemeester, aan het hoofd van een coalitie met de socialisten.

Van 1949 tot 1965 zetelde Piers voor het arrondissement Veurne-Diksmuide-Oostende in de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Daarna zetelde hij van 1965 tot 1971 in de Senaat als rechtstreeks gekozen senator.

Hij was van 1966 tot 1968 eveneens minister-staatssecretaris voor Openbaar Ambt en Toerisme in de eerste regering geleid door Paul Vanden Boeynants.

Het was vooral in het mandaat van burgemeester dat hij opging en waar hij grote populariteit mee verwierf, in- en buiten Oostende.

Hij was een volkse en charmante man, die door zijn kwinkslagen en zijn vrolijk karakter overal onmiddellijk aanvaard werd.

Hij bestuurde intussen de stad met een stevige hand en zette zich in voor de verdere wederopbouw en ontwikkeling ervan.

Piers was beheerder in verschillende vennootschappen, meer bepaald in de Standaardgroep, Sabena, Bank van Brussel en Hypothecaire Kredietbank van Oostende.

Hij was co-voorzitter van de Koninklijke Touringclub en vicevoorzitter van Touring Wegenhulp.

Nadat hij aan het burgemeesterschap had vaarwel gezegd, was de leiding van deze organisaties zijn voornaamste activiteit.

Kleine anecdote: in de jaren ’70 van de vorige eeuw ging een meisjeklas van de Hendrik Conscienceschool op schoolreis naar Brussel, waar er o.m. een bezoek aan het Parlement op het programma stond. In de Kamer der Volksvertegenwoordigers zat burgemeester Jan Piers te slapen, en de onderwijzeres maakte haar leerlingen daarop attent.

Blijkbaar werd één en ander thuis doorverteld, want de goedmenende onderwijzeres mocht het enkele dagen later op het Stadhuis komen uitleggen!

In Oostende is naar hem het Jan Piersplein genoemd. (Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 12 september 1980)

40 jaar geleden, Jan Piers stopt na 21 jaar als Burgemeester van Oostende
40 jaar geleden, Jan Piers stopt na 21 jaar als Burgemeester van Oostende
40 jaar geleden, Jan Piers stopt na 21 jaar als Burgemeester van Oostende
40 jaar geleden, Jan Piers stopt na 21 jaar als Burgemeester van Oostende
40 jaar geleden, Jan Piers stopt na 21 jaar als Burgemeester van Oostende
40 jaar geleden, Jan Piers stopt na 21 jaar als Burgemeester van Oostende

70 jaar geleden, Oostende maakt zich klaar voor het nieuwe toeristenseizoen.

De sporen van de tweede oorlog zijn nog duidelijk merkbaar en bunkers worden gebruikt als horecazaken.

70 jaar geleden, Oostende maakt zich klaar voor het nieuwe toeristenseizoen.
70 jaar geleden, Oostende maakt zich klaar voor het nieuwe toeristenseizoen.
70 jaar geleden, Oostende maakt zich klaar voor het nieuwe toeristenseizoen.
70 jaar geleden, Oostende maakt zich klaar voor het nieuwe toeristenseizoen.
70 jaar geleden, Oostende maakt zich klaar voor het nieuwe toeristenseizoen.
70 jaar geleden, Oostende maakt zich klaar voor het nieuwe toeristenseizoen.

De Vlaamse zanger Ron Davis verongelukt (De Post 8 november 1970)

Ron Davis, pseudoniem van Ronny David, werd geboren in 1946 (23 november 1946) en kwam van jongs af aan in contact met de showbizz via zijn vader Oscar die een eigen revuegezelschap had.

Davis was veelzijdig, zong en schreef liedjes en was manager. Canzonissima 1970-1971, waaraan hij zou deelnemen met de liedjes ‘Katialinda‘ en ‘Mona Lisa‘, beloofde zijn grote kans te worden door te breken, maar amper drie weken na de start van de wedstrijd, op 21 oktober 1970, kreeg Ron een zwaar verkeersongeval.

In Oostende ging zijn wagen aan het slippen, waarbij hij een zware schedelbreuk opliep.

Hij leefde nog drie maand in coma, maar ontwaakte niet meer en overleed op 22 januari 1971.

Op de begrafenis droeg zijn Davis Sextet de kist.Op zijn uitvaart was zowat de hele Vlaamse showbizz aanwezig.

Kort voor zijn ongeluk had Ron voor Decca het liedje ‘Mijn Leven‘ opgenomen, een vertaling van ‘My Way’.

Decca bracht na zijn dood als eerbetoon de elpee ‘Ron Davis’ uit.(Diverse bronnen, De Post 8 november 1970)

50 jaar geleden, Vlaamse zanger Ron Davis verongelukt (De Post 8 november 1970)