60 jaar geleden, Nancy Kwan te gast in Parijs om de film The World of Suzie Wong te promoten.

De film is genomineerd voor twee Golden Globe Awards en twee Laurel Awards.

Robert Lomax wil zijn leven een andere draai geven.

Hij verhuist voor een jaar naar Hongkong om daar als kunstschilder te kunnen leven.

Aangekomen in Hongkong neemt hij de veerboot en op de boot ontmoet hij Suzie Wong.

Zij wijst hem een hotel waar hij goedkoop een kamer kan huren.

Het blijkt een behoorlijk aftands hotel en hij komt er al snel achter dat het hotel vooral voor prostitutie wordt gebruikt.

Ook Suzie werkt er als prostituee.

Hij wekt de nieuwsgierigheid van de dames doordat hij als enige van de gasten nooit interesse toont voor hun diensten.

Na verloop van tijd huurt hij Suzie om model te staan voor een van zijn schilderijen.

De twee worden verliefd maar aangezien ze beiden geld nodig hebben, moet hij accepteren dat zij toch doorgaat met haar werk.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 16 april 1961)

60 jaar geleden, Nancy Kwan te gast in Parijs om de film The World of Suzie Wong te promoten.
60 jaar geleden, Nancy Kwan te gast in Parijs om de film The World of Suzie Wong te promoten.

60 jaar geleden, dubbel debuut op het Parijse toneel van Romy Schneider en Alain Delon (De Post 9 april 1961)

60 jaar geleden, dubbel debuut op het Parijse toneel van Romy Schneider en Alain Delon (De Post 9 april 1961)
60 jaar geleden, dubbel debuut op het Parijse toneel van Romy Schneider en Alain Delon (De Post 9 april 1961)
60 jaar geleden, dubbel debuut op het Parijse toneel van Romy Schneider en Alain Delon (De Post 9 april 1961)
60 jaar geleden, dubbel debuut op het Parijse toneel van Romy Schneider en Alain Delon (De Post 9 april 1961)
60 jaar geleden, dubbel debuut op het Parijse toneel van Romy Schneider en Alain Delon (De Post 9 april 1961)

Vandaag 132 jaar geleden, de Eiffeltoren officieel ingehuldigd.

De Eiffeltoren werd gebouwd als een attractie op de wereldtentoonstelling van 1889, een tentoonstelling die gehouden werd op de honderdste verjaardag van de Franse Revolutie in 1789.

De toren stond symbool voor de Franse technologische vooruitgang

De bouw van de ijzeren constructie werd met veel protest onthaald.

Het werd in die tijd aanzien als een monsterlijk gevaarte dat niet paste bij de architectuur van Parijs.

Ondanks alle protesten van de inwoners van Parijs en vele critici werd de toren tijdig voor de opening van de tentoonstelling afgewerkt.

Het was oorspronkelijke de bedoeling dat de Eiffeltoren na het einde van de wereldtentoonstelling zou afgebroken worden maar de opkomst van de radio bracht redding: doordat de toren boven de stad uitstak was het een uitstekende zendmast en zodoende werd besloten om de toren toch niet af te breken.

De ontwerpers architecten-ingenieurs die de Eiffeltoren ontwierpen zijn Maurice Koechlin en Emile Nougier die het ontwerp in 1884 lieten zien aan Eiffel die het ontwerp maar niets vond.

Koechlin en Nougier waren werknemers van de firma Eiffel.

Zij zullen het concept en het idee van de toren patenteren op hun eigen naam (met goedkeuring van Gustave Eiffel, hun grote baas).

Bij de vraag van de Franse Regering voor een opvallend bouwwerk voor de wereldtentoonstelling zal Eiffel dit idee terug opnemen, zal hij het patent terugkopen van de twee ingenieurs en de toren bouwen.

De twee werden aangesteld als werfopzichters van de Eiffeltoren. Maurice Koechlin was eerder al verantwoordelijk voor de metaalconstructie binnenin het vrijheidsbeeld. 

Gustave Eiffel, was indertijd gekend van zijn revolutionaire technieken gebruikt bij het bouwen van bruggen zoals het viaduct van Garabit, gebouwd in 1884.

Deze technieken zouden de basis vormen bij de constructie van de Eiffeltoren.

Gustave Eiffel is ook bekend vanwege zijn constructie van het ijzeren geraamte van het Vrijheidsbeeld in New York.

Het duurde meer dan twee jaar vooraleer de toren afgewerkt was.

Elk van de ongeveer 12.000 ijzeren stukken werden afzonderlijk ontworpen om ze precies de juiste vorm te geven.

De stukken werden op voorhand geconstrueerd en ter plekke in elkaar gezet met behulp van zo’n 7 miljoen spijkers.

Afhankelijk van de omgevingstemperatuur kan de toren 15 cm in hoogte veranderen door het uitzetten of krimpen van het metaal

Toen de Eiffeltoren op 31 maart 1889 officieel ingehuldigd werd was het hoogste bouwwerk ter wereld.

Het zou deze titel behouden tot de Chrysler Building in 1930 voltooid werd in New York.

Op 6 mei werd de Eiffeltoren officieel geopend.

Dit door de prins van Wales, Koning Edward VII van Engeland. (diverse bronnen, Ludovik Manivelle Dornez en Wikipedia)

Vandaag 132 jaar geleden, de Eiffeltoren officieel ingehuldigd.
Vandaag 132 jaar geleden, de Eiffeltoren officieel ingehuldigd.
Vandaag 132 jaar geleden, de Eiffeltoren officieel ingehuldigd.
Vandaag 132 jaar geleden, de Eiffeltoren officieel ingehuldigd.
Vandaag 132 jaar geleden, de Eiffeltoren officieel ingehuldigd.
Vandaag 132 jaar geleden, de Eiffeltoren officieel ingehuldigd.

60 jaar geleden, de Gentse kunstenaar Oscar Bonnevalle met zijn tentoonstelling Ballet op een palet in de galerij Bernheim in Parijs

Oscar Bonnevalle werd geboren op 16 februari 1920 in Gent, hij was de zoon van de fabrieksarbeider Hector Bonnevalle en de huishoudster Eliza Monsart.

Zijn vader sterft als Oscar nog zeer jong is en zijn moeder neemt de zorg voor hem op zich. Ze ontdekt al vroeg zijn talent en stimuleert hem om dit te ontwikkelen, wat niet evident was voor het milieu waarin ze leefde.

Vanaf 1933 volgt hij de lessen aan de Academie in Gent bij Jos Verdegem en Oscar Coddron en aan de school Arts et Métiers in Gent bij Herman Verbaere.

Op zijn zeventien stelt hij voor het eerst tentoon en behaald een eerste prijs schilderkunst en de gouden medailles voor schilderkunst en tekenen naar levend model.

Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, vlucht hij naar de Auvergne in Frankrijk, maar heimwee doet hem terugkeren en hij debuteert als theaterdecorateur en kostuumontwerper.

Om aan de opeising voor werk in Duitsland te ontsnappen gaat hij in 1942 in dienst bij de Tussengemeentelijke Maatschappij voor Waterbedeling van Vlaanderen in Gent, waar hij uiteindelijk dertig jaar zal blijven werken.

Oscar wordt onder de wapens geroepen in 1945 en vervult zijn dienstplicht in Engeland.

Tijdens zijn diensttijd schildert hij kantines maar ook aquarellen en onder het pseudoniem Bonny publiceert hij karikaturen, wat hij jaren zal blijven doen voor het dagblad Vooruit.

Hij treedt in het huwelijk met Marie-Louise Guyssens in 1949.

In die periode reist hij frequent naar het buitenland om zijn kunst te vervolmaken en in 1953 heeft hij een eerste buitenlandse tentoonstelling in Parijs samen met Frans Masereel

Oscar Bonnevalle was ook zeer actief in het ontwerpen van postzegels.

Hij kwam voor het eerst in contact met de filatelie in 1962 en het bleef vanaf dan een van zijn grote passies.

In 1962 vroeg men hem een postzegel te ontwerpen voor de voor de 350ste verjaardag van de Gentse Schermersgilde Sint Michiels. Zin zegels zijn een groot succes en dat is het begin van een uitzonderlijke carrière op dat domein.

Voor de Belgische post ontwerpt hij meer dan 155 zegels en voor het buitenland een veelvoud daarvan, vooral voor Afrika.

In 1967 ontvangt hij in Lissabon de prijs van de Europese Postunie voor zijn Europazegels.

Op 30 maart 1996 wordt er een postzegel gewijd aan Oscar Bonnevalle uitgegeven ter herinnering aan hem.

De zegel is een ontwerp van P.P.G. De Schutter, met op de achtergrond het schilderij Gelatenheid van Bonnevalle uit 1981.

Het werk toont de vervuilende moderne tijd die ongenadig oprukt naar een vervlogen Bonnevalle landschap.

60 jaar geleden, de Gentse kunstenaar Oscar Bonnevalle met zijn tentoonstelling Ballet op een palet in de galerij Bernheim in Parijs

60 jaar geleden, te gast in de nieuwe internationale meisjes kostschool in Parijs voor adellijke of rijke families.

De meisjes (vijftien leerlingen gekozen uit 1500 kandidaten) leren alles over de fijne keuken, de geheimen van de mode en cultuur.

Het schoolgeld bedroeg toen 190000 Bfr. per cursus.

De school voor de rijke erfdochters was gelegen op de bovenste verdieping van het gekende Parijse restaurant Maxim’s.

De directrice was dan ook mevrouw Maggie Vaudable, afgestudeerd aan de Universiteit van Lyon en echtgenote van Louis Vaudable, eigenaar en manager van het restaurant Maxim’s beneden.

Een van de leerlingen was de Amerikaanse negentienjarige Charlotte Ford, erfgename van van de oprichter van de gelijknamige autofabriek.

Ze moet een goede leerling geweest zijn, want 20 jaar later schreef ze har eerste bestseller Charlotte Ford’s Book of Modern Manners.

60 jaar geleden, te gast in de nieuwe internationale meisjes kostschool in Parijs voor adellijke of rijke families.
60 jaar geleden, te gast in de nieuwe internationale meisjes kostschool in Parijs voor adellijke of rijke families.
60 jaar geleden, te gast in de nieuwe internationale meisjes kostschool in Parijs voor adellijke of rijke families.
60 jaar geleden, te gast in de nieuwe internationale meisjes kostschool in Parijs voor adellijke of rijke families.
Charlotte Ford’s Book of Modern Manners

70 jaar geleden, de Franse actrice Martine Carol in Parijs als model om hoedjes te promoten (juni 1950)

70 jaar geleden, de Franse actrice Martine Carol in Parijs als model om hoedjes te promoten (juni 1950)
70 jaar geleden, de Franse actrice Martine Carol in Parijs als model om hoedjes te promoten (juni 1950)
70 jaar geleden, de Franse actrice Martine Carol in Parijs als model om hoedjes te promoten (juni 1950)
70 jaar geleden, de Franse actrice Martine Carol in Parijs als model om hoedjes te promoten (juni 1950)

60 jaar geleden, Parijs maakt kennis met de toen zeventienjarige Franse actrice Françoise Dorléac in het toneelstuk Gigi.

Ze is de één jaar oudere zus van de actrice Catherine Deneuve.

Hun ouders, Maurice Dorléac en Renée Simonot, waren eveneens acteurs.

Françoise Dorléac debuteerde in 1960 op de planken én op het grote scherm.

In het theater speelde ze een eerste titelrol in Gigi, een stuk waarvoor scenariste Anita Loos inspiratie gevonden had in de gelijknamige roman van Colette.

Haar filmdebuut, het drama Les Loups dans la bergerie, liep ongeveer gelijktijdig in de zalen.

Ze was een tijdje verloofd met Jean-Pierre Cassel.

In 1962 deelde ze twee keer de affiche met hem in de komedies Arsène Lupin contre Arsène Lupin en La Gamberge.

Daarna was ze even de partner van François Truffaut.

Ze was ook mannequin voor Christian Dior.

In 1964 werd ze een echte vedette dankzij de vrouwelijke hoofdrol in de avonturenfilm L’Homme de Rio, waar ze Jean-Paul Belmondo als tegenspeler had.

De film kende ongelooflijk veel succes en andere belangrijke rollen volgden.

In de François Truffaut-film La Peau douce vertolkte ze de minnares van Jean Desailly en in de Polański-thriller Cul-de-sac werd ze samen met haar oudere echtgenoot Donald Pleasence bedreigd door twee gewonde misdadigers op de vlucht.

Ze verscheen drie keer aan de zijde van Catherine Deneuve, onder meer in de muziekfilm Les Demoiselles de Rochefort (1967), haar voorlaatste en bekendste film.

Dorléac kwam op 25-jarige leeftijd om het leven toen ze in een gehuurde Renault 10 op hoge snelheid en bij hevige regen de afslag naar de luchthaven van Nice miste.

Ze verloor de macht over het stuur en sloeg meermalen over de kop.

In Nice had ze het vliegtuig naar Londen willen nemen voor de vertoning van de Engelse versie van Les Demoiselles de Rochefort.

Ze is begraven in Seine-Port.(Diverse bronnen, Wikipedia en foto’s april 1960)

60 jaar geleden, Parijs maakt kennis met de toen zeventienjarige Franse actrice Françoise Dorléac in het toneelstuk Gigi
60 jaar geleden, Parijs maakt kennis met de toen zeventienjarige Franse actrice Françoise Dorléac in het toneelstuk Gigi
60 jaar geleden, Parijs maakt kennis met de toen zeventienjarige Franse actrice Françoise Dorléac in het toneelstuk Gigi

Vandaag 60 jaar geleden, te gast bij de Franse actrice en schrijfster Cécile Aubry en haar jarige zoon Mehdi El Glaoui.

Haar zoon was toen vier jaar geworden en mag dus vandaag 64 kaarsjes uitblazen.

Aubry kende haar eerste grote succes bij haar debuut als actrice in de bekroonde film Manon (1949) van Henri-Georges Clouzot.

Ze werd op de cover geplaatst van het tijdschrift Life (26 juni 1950).

Ze hield er een contract aan over bij 20th Century Fox.

In The Black Rose (1950) speelde Aubry samen met Tyrone Power en Orson Welles, en in Barbe-Bleue (1951) speelde zij de rol van de laatste vrouw van Blauwbaard (gespeeld door Hans Albers in het Duits en Pierre Brasseur in de Franse versie).

In 1956 trouwde ze in de moskee van Parijs met Si Brahim el Glaoui, zoon van Thami El Glaoui, pacha van Marrakech, en was niet langer meer actrice.

Na de geboorte van hun zoon, Mehdi El Glaoui vestigde ze zich in Frankrijk en werd romanschrijfster en auteur van kinderboeken.

Sommige van haar werken werden herwerkt tot tv-series.

Ze bewerkte ook zelf een paar van haar boeken voor televisie, zoals de kinderboekenserie met de pony Poly en de jongens Vincent en Pascal in de hoofdrol.

Vooral ook Belle et Sébastien, waarin de rol van Pascal werd gespeeld door haar zoon Mehdi. Belle et Sébastien, werd een feuilleton in 39 episodes, (1965-1970), uitgezonden op de Franse tv, en ook op de Nederlandse tv (1968-1972).

In 2013 werd het boek verfilmd door Nicolas Vanier.

Deze verfilming kwam er pas na de dood van Aubry, omdat zij er zich steeds tegen had verzet.

Aubry overleed twee weken voor haar 82e verjaardag aan longkanker.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post van 12 juni 1960)

60 jaar geleden, te gast bij de Fanse actrice en schrijfster Cécile Aubry
60 jaar geleden, te gast bij de Fanse actrice en schrijfster Cécile Aubry
60 jaar geleden, te gast bij de Fanse actrice en schrijfster Cécile Aubry

De Franse acteur, filmregisseur, scenarist en schrijver Jean-Claude Brialy.

Jean-Claude Brialy werd geboren in Aumale, een stad in Algerije.

Zijn vader was een hoge legerofficier die daar op het ogenblik van zijn geboorte was gekazerneerd.

In Algerije werd zijn vader verscheidene keren overgeplaatst.

In 1943 kwam de familie terecht in Frankrijk, eerst in Marseille en daarna in Angers.

Hij en zijn broer Jacques kregen een zeer strenge opvoeding.

Hij voelde zich enkel gelukkig als hij zijn vakanties mocht doorbrengen bij zijn grootouders die dicht bij Angers woonden en als hij zijn fantasie de vrije loop kon geven.

Zijn vader werd echter opnieuw overgeplaatst, naar Duitsland.

Daarna vestigde de familie zich uiteindelijk in Straatsburg. Ondertussen was Brialy bezeten geraakt door de wereld van het spektakel en door de film.

Daarom haalde hij slechts na veel moeite zijn ‘baccalauréat’.

Hij volgde toneellessen wat niet naar de zin was van zijn vader die droomde van een militaire carrière voor zijn zoon.

Hij kreeg de eerste prijs voor toneel aan het conservatorium en hij werd als acteur geëngageerd aan het ‘centre d’art dramatique de l’Est’.

Tijdens zijn legerdienst werkte hij op de afdeling programmatie van de filmdienst. Dit liet hem toe verder de wereld van de film te verkennen.

Eind 1954 trok hij naar Parijs waar hij leefde van allerlei klusjes vermits zijn ouders weigerden hem geld toe te stoppen.

Hij kwam er in contact met de redactieleden van Cahiers du cinéma.

Zo kreeg hij de kans te spelen in de korte film Le Coup du berger van Jacques Rivette.

Hij deed regie-ervaring op bij Jean Renoir als stagiair regieassistent voor French Cancan.

Hij bemachtigde rollen in enkele andere korte films van onder meer Godard, Truffaut en Rohmer, allen toekomstige voormannen van de opkomende Nouvelle Vague, en in langspeelfilms zoals Un amour de poche (Pierre Kast, 1957) en Le Triporteur (Jack Pinoteau, 1957).

Zijn vertolkingen in de komedie L’Ami de la famille (Jack Pinoteau, 1957) en in het drama Christine (Pierre Gaspard-Huit, 1958) waren zijn eerste belangrijke rollen in films die ook uitgroeiden tot een commercieel succes.

Het waren echter vooral Le Beau Serge en Les Cousins (Claude Chabrol, 1958) die hem (en de Nouvelle Vague) bekend maakten.

Zijn naambekendheid werd zo groot dat hij tussen 1957 en 1987, zijn topperiode, in ongeveer honderddertig films speelde.

In de eerste plaats bleef hij samenwerken met de Nouvelle Vaguecineasten: met Chabrol in de tragikomedie Les Godelureaux (1961) en in de misdaadfilm Inspecteur Lavardin (1985), met Godard in de komedie Une femme est une femme (1961), met Truffaut in het drama La mariée était en noir (1968), met Rohmer in de zedenstudie Le Genou de Claire (1970) of met Agnès Varda in de tragikomedie Cléo de 5 à 7 (1962).

Hij was daarnaast te zien in verscheidene films van meer lichtvoetige regisseurs als Edouard Molinaro, Roger Vadim, Philippe de Broca en Claude Lelouch.

Bij André Téchiné en Claude Miller bewees hij dan weer meermaals dat hij niet enkel in staat was elegante en leuke rollen te vertolken maar dat hij ook serieuze en duistere rollen aankon.

Zo verwachtte het publiek hem bijvoorbeeld niet meteen als de ernstige procureur in het historisch drama Le Juge et l’Assassin (Bertrand Tavernier, 1976) maar zijn prestatie leverde hem wel een Césarnominatie op.

Hetzelfde gold voor zijn vertolking van de alcoholverslaafde en biseksuele dirigent die het niet meer ziet zitten in het drama Les Innocents (1987) van Téchiné.

Voor die prestatie werd Brialy wel beloond met een César.

Van meet af aan werd hij ook gevraagd door buitenlandse cineasten (voornamelijk Italianen, onder meer Mauro Bolognini en Alberto Lattuada).

Later deden ook Luis Buñuel, Ettore Scola, Costa-Gavras en Roberto Benigni een beroep op hem.

In de jaren negentig kreeg hij het wat moeilijker om geschikte rollen te vinden.

Zijn geraffineerde acteerstijl kwam het best tot zijn recht in de historische films La reine Margot (Patrice Chéreau, 1994) en Beaumarchais, l’insolent (Edouard Molinaro, 1995). Vermeldenswaardig in de jaren 2000 was vooral zijn rol in de komedie C’est le bouquet! (Jeanne Labrune, 2001).

De innemende Brialy was de vriend van heel wat collega’s uit de filmwereld en van talrijke kunstenaars.

Hij was een algemeen erkend en heel populair figuur.

In Parijs was hij de eigenaar van een door de beau monde uit binnen- en buitenland gefrequenteerd nachtrestaurant.

Hij woonde in Parijs ook heel trouw de begrafenisplechtigheden bij van heel wat beroemdheden.

Dit leverde hem de bijnaam ‘la Mère Lachaise’ op.

In 2007 overleed Jean-Claude Brialy in Monthyon op 74-jarige leeftijd aan kanker.

Hij ligt begraven op het cimetière de Montmartre. (Diverse bronnen en Wikipedia)

Claude Brialy (juni 1960)
Claude Brialy (juni 1980)
De Franse acteur, filmregisseur, scenarist en schrijver Jean-Claude Brialy.
Serge Gainsbourg & Jean-Claude Brialy