Vandaag is het ook al dertig jaar geleden dat de Franse componist, organist en pianist Olivier Messiaen is overleden.(27 april 1992)

Zijn moeder was de dichteres Cécile Sauvage.

Zijn vader Pierre Messiaen, docent Engels en was afkomstig uit Zuid-Wervik.

Zijn jongere broer Alain Messiaen werd dichter.

Olivier Messiaen begon jong met componeren en ging op elfjarige leeftijd aan het Conservatoire de Paris studeren bij onder anderen Maurice Emmanuel, Charles-Marie Widor, Marcel Dupré en Paul Dukas.

In 1931 werd hij op 22-jarige leeftijd aangesteld als organist-titularis van de Église de la Sainte-Trinité te Parijs, een post die hij tot aan zijn zou dood bekleden.

Hij had er de beschikking over een drie-klaviersorgel, gebouwd door Aristide Cavaillé-Coll.

In 1936 was hij met onder anderen André Jolivet medeoprichter van de muziekbeweging La Jeune France.

In 1940 werd hij bij Verdun krijgsgevangen gemaakt door de Duitsers.

In het gevangenkamp te Görlitz schreef hij voor enkele toevallig aanwezige professionele instrumentalisten (een violist, een cellist en een klarinettist, met hemzelf als pianist) het introspectieve Quatuor pour la fin du temps, dat een van zijn meestgespeelde werken werd.

Messiaen was een overtuigde rooms-katholiek van West-Vlaamse afkomst.

Zijn grootste inspiratiebron was de schoonheid van Gods schepping en dan met name het gezang van vogels.

Dit verklaart ook zijn affiniteit met de heilige Franciscus van Assisi, aan wiens persoon hij de omvangrijke opera Saint François d’Assise heeft gewijd.

Messiaen trok regelmatig de natuur in om opnames te maken van vogelzang.

In veel van zijn composities heeft hij die vogelzang verwerkt.

Titels als Abîme des Oiseaux (uit het ‘Quatuor pour la fin du temps’) en Oiseaux exotiques spreken voor zich.

Hij heeft ook de zang van een groot aantal vogels getoonzet voor piano (Catalogue d’oiseaux).

Ook in een van zijn laatste orkestwerken (Éclairs sur L’Au-delà…) zijn geluiden van vooral Australische vogelsoorten verwerkt.

Messiaen ontwikkelde een persoonlijke muzikale taal, die hij uiteenzette in zijn Traité de mon langage musical.

Daarin zijn vooral melodische en ritmische vernieuwingen te onderscheiden.

Melodisch staan de modes à transpositions limitées (beperkt transponeerbare modi) centraal.

Dat zijn toonreeksen die zichzelf overlappen als ze minder dan een octaaf getransponeerd worden.

Op het gebied van het ritme introduceerde hij ingewikkelde structuren uit Griekenland, India en het Verre Oosten, en hanteerde hij diverse eigen innovaties.

Belangrijk zijn de valeur ajoutée (toegevoegde waarde) en de rythmes non-rétrogradables.

Hij kende aan elke letter van het alfabet een toonhoogte en lengte toe. Het geheel noemde hij zijn langage communicable.

Hij had een bijzondere voorkeur voor de ondes-Martenot, een elektronisch muziekinstrument, een vroege vorm van de synthesizer.

Jeanne Loriod, de zuster van Messiaens tweede echtgenote Yvonne Loriod, was een van de bekendste bespelers van dit instrument.

Messiaen heeft vaak gecomponeerd voor groot orkest.

Een van zijn belangrijkste werken is de Turangalîla-symfonie (1947-1949), een meditatie over de vreugde van de liefde.

De naam komt uit het Sanskriet en betekent zoveel als ‘liefdeslied en hymne van vreugde, tijd, beweging, ritme, leven en dood’.

Het van levensvreugde overlopende, tiendelige stuk is geschreven voor een orkest uitgebreid met solopiano en ondes-Martenot (die beide een aantal opvallende cadensen spelen), en vereist 8 à 11 slagwerkers.

Het oratorium La Transfiguration de Notre Seigneur Jésus-Christ (1965-1969) wordt uitgevoerd door een zeer groot gemengd koor, circa 100 zangers, zeven instrumentale solisten en een orkest van meer dan honderd man.

Nog omvangrijker is de enige opera die Messiaen geschreven heeft Saint-François d’Assise (1975-1983), die door negen solisten wordt uitgevoerd, begeleid door een honderdkoppig koor en een zeer groot orkest, met als ongewone elementen drie piccolo’s, een basklarinet, contrabasklarinet en contrabasfagot, contrabastuba, en drie ondes-Martenot.

De rijk van gevarieerde instrumenten voorziene slagwerksectie bestaat uit vijf spelers.

De opera behandelt het leven van Franciscus van Assisi na diens bekering.

In de structuur zijn twee belangrijke elementen te herkennen: het door Richard Wagner geïntroduceerde Leitmotiv en aan de andere kant de vogelzang, altijd prominent bij Messiaen aanwezig.

In 1942 werd Messiaen benoemd tot docent compositie aan het Conservatoire de Paris, waar hij meer dan veertig jaar les gaf.

Hij was een geliefde docent, die in zijn muziekanalyseklas studenten uit vele landen onderwees.

Tot zijn leerlingen behoorden Pierre Boulez, Iannis Xenakis, Karlheinz Stockhausen, Witold Lutosławski, George Benjamin, Kent Nagano, Toru Takemitsu en Ton de Leeuw.

In 1971 werd aan Messiaen de Erasmusprijs uitgereikt.

Hij was commandeur van het Franse Legioen van Eer. (Diverse bronnen, Paris Match 24 maart 1962 en Wikipedia)

Deze week 60 jaar geleden, verplichte sluiting van bioscopen, schouwburgen en geen carnaval en bals in het arrondissement Verviers wegens pokken.

Mensen die de grens wilde oversteken van Duitsland naar ons land moesten een certificaat kunnen voorleggen dat ze een vaccinatie hebben gehad tegen de pokken. Indien ze niet beschikte over een certificaat mochten ze niet binnen in ons land.

Elk douane gebouw was tevens ook een vaccinatiecentrum.

Meer dan 350000 mensen kregen toen een vaccin tegen poken.

Voor mensen die contact hadden met iemand die de pokken had, was er een verplichte quarantaine.

Deze week 60 jaar geleden, verplichte sluiting van bioscopen, schouwburgen en geen carnaval en bals in het arrondissement Verviers wegens pokken.
Deze week 60 jaar geleden, verplichte sluiting van bioscopen, schouwburgen en geen carnaval en bals in het arrondissement Verviers wegens pokken.
Deze week 60 jaar geleden, verplichte sluiting van bioscopen, schouwburgen en geen carnaval en bals in het arrondissement Verviers wegens pokken.

Vandaag 60 jaar geleden, de Frans journalist en romanschrijver Pierre Benoit komt te overlijden (3 maart 1962)

Benoit schreef een 45-tal avonturenromans aan een ritme van ongeveer één roman per jaar.

Opvallend is dat de romans steeds goed gedocumenteerd zijn en dat zijn karakters scherp afgelijnd zijn.

De heldinnen uit zijn romans dragen steeds namen die beginne met de letter A: Allegria (Pour don Carlos), Aurore (Kœnigsmark), Antinéa (L’Atlantide).

Verscheidene van zijn romans werden verfilmd en bewerkt voor ballet, opera of toneel.

Omstreeks 1910 publiceerde Benoit zijn eerste gedichten.

Daarvoor kreeg hij een prijs van de Société des gens de lettres.

Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Benoit gemobiliseerd.

Nadat hij deelnam aan de Slag bij Charleroi werd hij ziek en bracht hij maanden door in het ziekenhuis.

Na zijn ontslag werd Benoit gedemobiliseerd.

Zijn oorlogservaringen leidden ertoe dat Benoit een overtuigde pacifist werd.

In 1918 maakte Benoit zijn romandebuut met Kœnigsmark dat, ondanks de uitgave bij een kleine uitgeverij, een succes werd.

De roman gaat over de liefde van een jonge Franse professor voor een Duitse prinses.

Het werk werd genomineerd voor de Prix Goncourt, maar Benoit greep net naast de prijs.

De roman werd later verscheidene malen verfilmd en in 1953 gekozen als eerste werk in de literaire collectie Le Livre de Poche in pocketformaat.

In 1919 verscheen L’Atlantide bij Éditions Albin Michel.

Deze avonturenroman handelt over twee officieren die gegijzeld worden in een onbekend koninkrijk in de Sahara.

Aangeprezen door Maurice Barrès kreeg de roman de Grand Prix du roman de l’Académie française voor 1919.

Ook dit boek werd verscheidene malen verfilmd, onder andere door Jacques Feyder.

In 1954 schreef Henri Tomasi een opera op basis van deze roman.

De schrijverscarrière van Benoit was vanaf het verschijnen van L’Atlantide gelanceerd.

Vanaf dat moment publiceerde hij ongeveer één roman per jaar en in totaal een 45-tal avonturenromans bij de Éditions Albin Michel.

Hij schreef ook meer diepgaande literaire werken zoals Mademoiselle de La Ferté uit 1923, over de vriendschap tussen twee vrouwen.

Benoit was naast schrijver ook bibliothecaris op het ministerie van Openbaar Onderwijs.

Hij wilde eigenlijk werk waarbij hij veel kon reizen.

In 1923 ging hij voor de krant Le Journal werken als journalist en buitenlands verslaggever.

Benoit doorkruiste Anatolië dat op dat moment in oorlog was. Hij interviewde Mustafa Kemal Atatürk in Ankara.

Daarna deed hij Palestina en Syrië aan.

Als verslaggever werkte Benoit daarna voor verscheidene andere kranten, waaronder France-Soir.

Daarvoor reisde hij de hele wereld af en interviewde onder andere Haile Selassie, Benito Mussolini, Hermann Göring en António de Oliveira Salazar.

In 1931 werd Benoit verkozen tot lid van de Académie française.

Hij roerde zich op politiek gebied door zijn verzet tegen het Volksfront, een alliantie van centrum-linkse partijen.

Met zijn vrouw

Als academicus ijverde Benoit in 1938 voor de verkiezing van zijn vriend Charles Maurras in de Académie française.

In september 1944 werd Benoit gearresteerd op verdenking van collaboratie met de Duitsers.

Na zes maanden gevangenschap werd hij in april 1945 vrijgesproken, maar hij kreeg wel een publicatieverbod opgelegd.

Door bemiddeling van Jean Paulhan en Louis Aragon werd Benoits naam geschrapt van de zwarte lijst.

Met de roman Agriates die in 1950 verscheen, knoopte Benoit weer aan bij het succes.

In 1957 werd de verkoop van het vijf miljoenste exemplaar van zijn romans gevierd.

Nadat generaal de Gaulle in 1959 zijn vetorecht had uitgeoefend tegen de verkiezing van Paul Morand tot lid van de Académie française, diende Benoit een aanvraag in om ontslagen te worden uit de academie.

Het ontslag werd door de Académie française geweigerd en Benoit, een goede vriend van Morand, woonde geen zittingen van de academie meer bij.(Diverse bronnen, Wikipedia en foto’s Paris Match 24 maart 1962)