De Vlaamse zangeres Nicole Josy, van Nicole & Hugo, is overleden.

Nicole Josy stond al in 1961, op haar vijftiende, op de bühne en bracht in de jaren 60 liefst 23 solosingles uit: twaalf Franstalige, drie Duitstalige, zeven Vlaamstalige en zelfs eentje in het Italiaans.

Ze trok in die jaren ook internationaal op tournee met Adamo, Vince Taylor, Johnny Hallyday en Richard Anthony.

In 1968 wint ze samen met onder anderen Ann Christy de Europabeker voor Zangvoordracht in Knokke.

Toen in 1970 de Brt vroeg aan Hugo Sigal om een zieke presentator van een liedjesshow te vervangen, maakte hij daar tijdens de repetities kennis met Nicole.

Het was meteen raak, of zoals Hugo later zou zeggen, het was een coup de foudre en ook Nicole wist het meteen, dit is de man van mijn leven.

Een jaar later, op 1 december 1971, trouwde het koppel en zou vanaf dan tot vandaag altijd bij elkaar blijven.

Voor hun huwelijk deden Nicole en Hugo deel aan “Canzonissima”, de toenmalige Vlaamse preselecties voor het Eurovisiesongfestival.

Met “Goeiemorgen morgen” halen ze het van onder anderen Ann Christy en Johnny White.

In de week voorafgaand aan het festival moesten ze echter verstek laten gaan, vanwege de geelzucht.

Het waren toen Lily Castel en Jacques Raymond die het nummer uiteindelijk vertolkten.

Twee jaar later in 1973 kregen ze terug de kans om ons land te verdedigen.

Ondanks hun leuke paarse kostuums en hun act eindigen Nicole en Hugo op de zeventiende en laatste plaats met het nummer Baby Baby.

Daarna zijn ze vaak te gast in verschillende showprogramma’s op de BRT.

Vanaf 1983 entertainen ze het publiek ook jarenlang op cruises over de hele wereld.

In een interview zeiden ze daar het volgende over: “25 jaar hebben wij de wereld gezien. Praktisch alles wat aan het water ligt, hebben we gezien. In die tijd hebben we een héél mooi leven gehad”.

In 2005, tijdens de viering van de 50e verjaardag van het Songfestival, zijn Nicole en Hugo de hoofdgasten in de verjaardagsshow “Congratulations” die vanuit Kopenhagen in heel Europa wordt uitgezonden.

Na 32 jaar zijn ze daar terug te zien in hun paarse kostuums.

Drie jaar later winnen ze de coverwedstrijd “Zo is er maar één”, met hun versie van “Pastorale”, oorspronkelijk gezongen door Liesbeth List en Ramses Shaffy.

Met hun “Pastorale” staan ze op nummer 1 in de Vlaamse Top Tien, winnen ze de Radio 2 Zomerhittrofee en een MIA in de categorie populair.

Vier jaar later bereiken ze terug de eerste plaats in de Vlaamse Top 10 dankzij het nummer “Schietgebed”.

Het nummer is geschreven door Bart Herman.

Met dit nummer winnen ze ook de prijs voor het beste Nederlandstalige lied tijdens Zomerhit 2012.

In dat jaar verscheen ook hun laatste album met de toepasselijke titel Bedankt Vlaanderen.

Eind 2016 besliste het koppel om te stoppen met optredens.

Nicole kreeg twee keer de diagnose kanker.

Dit jaar raakt bekend dat ze ook leed aan de ziekte van Alzheimer.

Nicole is gisteravond in hun woning overleden nadat ze gevallen was.

Ze is 76 geworden.

De Vlaamse zanger Ignace Baert mag vandaag 72 kaarsjes uitblazen

Ignace Baert komt uit een muzikale Kortrijkse familie en zit al op zijn negende op een muziekschool in Kortrijk waar hij o.a. pianoles krijgt van François Glorieux en accordeonles krijgt hij privé in Heule van Hugo Hoste.

Vanaf 1967, Ignace is dan 16 jaar oud, speelt hij op het orgel en zingt bij het dansorkest “The Top Players”, waar ook zijn vader als saxofonist-klarinettist in meespeelt.

In 1968 gaat Ignace doorstuderen aan het Koninklijk Conservatorium in Gent.

In 1968 komt zanger en journalist Erik Marijsse bij het orkest. Hij wordt er gastzanger. Ignace gaat intensief samenwerken met Marijsse als manager, hetgeen uiteindelijk eindigt in 1976 als Ignace zijn legerdienst gaat doen. Marijsse neemt “Liefde” (melodie door Ignace en eerste compositie die op een plaat verschijnt) op, dat de B-kant wordt van zijn eerste grote hit “Leven, leven, laten leven”. De door Ignace geschreven opvolger “Kijk naar omhoog” met als B-kant “Beter geven dan krijgen”; wordt voor Erik Marijsse het grootste succes uit zijn carrière en komt op nummer 1 van de Vlaamse hitparade, waar hij moest opboksen tegen Will Tura met “Het kan niet zijn”.

Marijsse investeert een deel van zijn kapitaal in het orkest en Ignace verandert de naam in 1970 in Lilac Street Band.

In eigen beheer wordt de single “Lilac” opgenomen. De volgende single “Annelise” (een cover van een Duitstalig nummer) wordt een hit in Vlaanderen en verschijnt op het platenlabel RKM (Roland Klüger).

Al in 1971, wanneer de single “Bestseller” scoort en Radio 2 Zomerhit wordt, valt de Lilac Street Band uiteen vanwege onterechte jaloersheid. Een groep van drie rondom Ignace gaat verder onder dezelfde naam terwijl Erik Marijsse manager wordt.

In 1972 verkiest hij op de solotoer te gaan, met nog steeds Erik Marijsse als manager.

Daarnaast componeert hij in samenwerking met Erik Marijsse voor zichzelf en anderen. Hun eerste compositie voor anderen is “Baby baby” voor het duo Nicole & Hugo die er voor België mee naar het Eurovisiesongfestival trekken.

Anderen voor wie zij liedteksten schrijven zijn onder anderen Rita Deneve en Micha Marah.

Zijn eerste solohit in België scoort Ignace in 1973 met “More than sympathy”, dat ook de Nederlandse hitparades bereikt (Veronica top 40).

Het is een productie van Roland Kluger. Het jaar erop komt zijn album uit, “With more than sympathy”.

In samenwerking met Claude François maakt hij in 1974 onder de naam “Jérémy” de plaat “Michèle” (vertaling van “Jo-Ann”, de single die volgde op “More than sympathy”).

Het lied “A sad sad song” wordt in het Frans “Pauvre chanson d’amour”, maar dit komt niet meer uit bij Claude François. De samenwerking wordt stopgezet doordat de deals tussen de twee platenmaatschappijen niet overeenstemmen.

In 1975 vormt hij een gelegenheidstrio met Micha Marah en Raymond van het Groenewoud dat op Yes-Festival in Oostende de tweede plaats behaalt.

Hetzelfde jaar doet het trio ook mee aan het Nordringfestival in Oslo als vertegenwoordigers van de BRT-radio. Het jaar daarna lijft het Belgisch leger hem in voor het vervullen van zijn dienstplicht. Vanwege zijn bekendheid in Vlaanderen wordt hij in Wallonië gelegerd.

Omdat het met zijn zang-, tekstschrijf- en componeercarrière niet echt vlot, besluit Ignace in 1977 muziekles te gaan geven aan diverse scholen rondom Roeselare en verlaat, tijdelijk blijkt later, de showbusiness; hij gaf muziekles aan het VISO in Roeselare en is sedert 1 november 2015 met pensioen.

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en vanaf 1984 neemt Ignace de muzikale pen weerom in de hand om voor artiesten als Jimmy Frey (“Mon amour (Voor ons allebei)”), Niels William, Liliane Saint-Pierre, Marjolein en Gunther Levi liederen in elkaar te sleutelen en hun platen te produceren.

Het zet hem er vier jaar later toe aan weer op te gaan treden; hij gaat van start met een heropname van “More than sympathy”.

Vanaf 2002 treedt hij op als pianist-zanger met Bart Kaëll en het kwartet van Claire Berthorelly; gaandeweg wordt hij meer en meer begeleider van hen.

Zoon Yuri Baert is ook musicus, en ook bij hem neemt Ignace de rol van tekstschrijver en achtergrondzanger op zich.

Ignace is getrouwd met schoonheidsspecialiste Hilde Manderveld. Zij hebben samen twee kinderen, Anouk en Yuri. Het gezin woont in Deerlijk.(Diverse bronnen en Wikipedia)