40 jaar geleden, lp bespreking The Concert In Central Park van Simon & Garfunkel (Joepie 14 maart 1982)

Het concert is door 400.000 fans bijgewoond. De opbrengst van t-shirts, buttons e.d. gaat naar de plantsoenendienst van de bijna failliete stad New York.

Daarom vraagt het duo aan burgemeester Edward Koch om hen voor aanvang aan te kondigen.

Het is voor het eerst in elf jaar dat Paul Simon en Art Garfunkel weer samen op een podium staan.

De dubbel-LP met de registratie van dit optreden komt op 13 maart 1982 binnen in de albumlijst van Billboard. The Concert In Central Park bereikt de zesde plaats.

40 jaar geleden, lp bespreking The Concert In Central Park van Simon & Garfunkel (Joepie 14 maart 1982)

40 jaar geleden, Patrick Juvet sliep in de lift in New York (Joepie 1 juni 1980)

In 1972 had hij een grote hit in Frankrijk met La Musica. Een jaar later vertegenwoordigde hij Zwitserland op het Eurovisiesongfestival 1973 met het lied Je vais me marier, Marie. Hij werd twaalfde en had er een hit mee in Frankrijk.

Met zijn volgende single Sonia gooide hij nog hogere ogen. Ook zijn albums konden op succes rekenen.

Eind jaren 70 scoorde hij hits met Got A Feeling, I Love America (1978) en Lady Night (1979).

Daarna werd het stil rond de zanger en hij trok zich terug uit de showbizz. In de jaren 90 trad hij nog weleens op en bracht hij een compilatiealbum uit. (Diverse bronnen en Wikipedia)

Patrick Juvet sliep in de lift in New York (Joepie 1 juni 1980)
Patrick Juvet sliep in de lift in New York (Joepie 1 juni 1980)

60 jaar geleden, op bezoek bij New York’s kerkhof Der Verlatenen op het Hart Island (november 1959)

Sinds het einde van de negentiende eeuw begraaft New York zijn arme en anonieme doden op Hart Island.

Het is een morzel grond van 50 hectare – zo’n 80 voetbalvelden groot – tussen The Bronx en Long Island.

Het is de finale rustplaats voor wel één miljoen zielen: slachtoffers van de gele koorts, aidsdoden uit de jaren 80 van de vorige eeuw, drugverslaafden uit de jaren 60, zwervers, illegalen, armen en doodgeboren baby’s.

Het is letterlijk een soort onderwereld, een godverlaten plek die alleen met een onregelmatig varende ferry bereikbaar is.

Al die verzamelde lichamen in de grond, er komen er altijd maar nieuwe bij. Verdriet dat zich al anderhalve eeuw opstapel.

De doden op het eiland worden begraven door ongevaarlijke gedetineerden van Rikers Island.

50 dollarcent per uur krijgen ze betaald en ze graven verschillende grote putten voor zo’n 1.500 lijken per jaar.

De dennenhouten kisten worden in massagraven gedumpt.

Eén grafkruis voor 150 lijken: rijen van twee kisten breed, telkens drie kisten op mekaar gestapeld, zo’n drie tot vier meter diep in de grond.

Vier keer per week komen de gevangenen de verse lijken uit verschillende mortuaria ter aarde bestellen.

Het lijkt een grimmig tafereel uit een Victoriaanse roman van Charles Dickens.Tot voor kort mocht amper iemand het eiland bezoeken.

New York schermt het gebied af en heeft het beheer ervan in handen gegeven van het gevangeniswezen.

Het is een Potter’s Field, een armenbegraafplaats.Op de zijkant van elke kist staat een nummer en de naam (als die al bekend is). 

Soms zijn er enkel lichaamsdelen.

Doodgeboren of te vroeg geboren baby’s worden begraven in een put met duizend kistjes.

Soms duurt het meer dan een jaar voor die put helemaal tot de rand is gevuld en kan worden afgedekt.

De doden op het eiland worden begraven door ongevaarlijke gedetineerden van Rikers Island.

50 dollarcent per uur krijgen ze betaald en ze graven verschillende grote putten voor zo’n 1.500 lijken per jaar.

De dennenhouten kisten worden in massagraven gedumpt.Eén grafkruis voor 150 lijken: rijen van twee kisten breed, telkens drie kisten op mekaar gestapeld, zo’n drie tot vier meter diep in de grond.

Vier keer per week komen de gevangenen de verse lijken uit verschillende mortuaria ter aarde bestellen.

Het lijkt een grimmig tafereel uit een Victoriaanse roman van Charles Dickens.Tot voor kort mocht amper iemand het eiland bezoeken.

New York schermt het gebied af en heeft het beheer ervan in handen gegeven van het gevangeniswezen.

Het is een Potter’s Field, een armenbegraafplaats.

Op de zijkant van elke kist staat een nummer en de naam (als die al bekend is).  Soms zijn er enkel lichaamsdelen.

Doodgeboren of te vroeg geboren baby’s worden begraven in een put met duizend kistjes.

Soms duurt het meer dan een jaar voor die put helemaal tot de rand is gevuld en kan worden afgedekt.

Het is een vreemd gevoel om zomaar rond te kuieren op Hart Island.

De meesten van ons slagen er vrij makkelijk in om zwervers en armen te negeren als ze nog leven.Als ze dood zijn, is dat nog makkelijker.

Nee, New York gaat niet zo respectvol om met mensen die het niet hebben gemaakt in deze stad waar je verzuipt als je het niet maakt.

Zonder succes en triomf eindig je in de hoofdstad van de wereld onherroepelijk op Hart Island.

De lichamen worden niet gecremeerd zoals in vele andere Amerikaanse steden. Je weet nooit dat ze lichamelijke resten moeten opgraven voor één of ander gerechtelijk onderzoek.

Soms laat een godsdienst het verassen van een lijk ook niet toe.

Hart Island heeft een lange geschiedenis. Er was ooit een gevangenis gevestigd, een ziekenhuis voor tbc-lijders, een gekkenhuis, een armentehuis, en een ontwenningscentrum voor drugverslaafden.

Ik zag er tijdens mijn bezoek zelfs verlaten raketsilo’s uit de Koude Oorlog. Allemaal ruïnes uit een verdampte tijd.

Soms spoelen er schedels aan op de oever, of stukken sleutelbeen, of dijbeenderen. Door weer, wind en erosie vermolmen de goedkope houten kisten in de zompige grond van de massagraven en spoelen ze het eiland af, om vervolgens weer aan te spoelen.

Een beetje luguber noemen ze het strand van Hart Island wel een keer Bones Beach.Hart Island is geen ordelijk kerkhof, met mooi geplaveide paadjes, sierlijke zerken of getrimde gazonnetjes.

Slechts hier en daar zie je een paar bleekgekleurde, melancholische scheve kruisen in het moerassige gras.(Diverse bronnen, Björn Soenens, Wikipedia en Foto’s november 1959)

John Lennon monument onthuld in New York (Joepie 16 april 1984)

Strawberry Fields is een 10.000 m² groot deel van Central Park in New York, opgedragen aan John Lennon. Het gebied is vernoemd naar het Lennon-McCartney-lied Strawberry Fields Forever.

De gedenkplaats in Central Park is ontworpen door Bruce Kelly, hoofd landschapsarchitect voor de Central Park Conservancy.

Het park Strawberry Fields is een jaar later onthuld op de dag dat Lennon 45 zou worden, 9 oktober 1985, door zijn weduwe Yoko Ono.