Vandaag 40 jaar geleden, doden bij bomaanslag in Joodse wijk van Antwerpen (20 oktober 1981)

Vandaag 40 jaar geleden, doden bij bomaanslag in Joodse wijk van Antwerpen (20 oktober 1981)
Vandaag 40 jaar geleden, doden bij bomaanslag in Joodse wijk van Antwerpen (20 oktober 1981)
Vandaag 40 jaar geleden, doden bij bomaanslag in Joodse wijk van Antwerpen (20 oktober 1981)
Vandaag 40 jaar geleden, doden bij bomaanslag in Joodse wijk van Antwerpen (20 oktober 1981)
Vandaag 40 jaar geleden, doden bij bomaanslag in Joodse wijk van Antwerpen (20 oktober 1981)
Vandaag 40 jaar geleden, doden bij bomaanslag in Joodse wijk van Antwerpen (20 oktober 1981)
Vandaag 40 jaar geleden, doden bij bomaanslag in Joodse wijk van Antwerpen (20 oktober 1981)
Vandaag 40 jaar geleden, doden bij bomaanslag in Joodse wijk van Antwerpen (20 oktober 1981)

40 jaar geleden, deskundigen voorspellen, een atoomconflict zal alleen de armen fataal zijn

40 jaar geleden, deskundigen voorspellen, een atoomconflict zal alleen de armen fataal zijn
40 jaar geleden, deskundigen voorspellen, een atoomconflict zal alleen de armen fataal zijn
40 jaar geleden, deskundigen voorspellen, een atoomconflict zal alleen de armen fataal zijn
40 jaar geleden, deskundigen voorspellen, een atoomconflict zal alleen de armen fataal zijn
40 jaar geleden, deskundigen voorspellen, een atoomconflict zal alleen de armen fataal zijn

Vandaag 60 jaar geleden, Slag bij Jadotstad tijdens interventies van de Verenigde Naties in het Katanga-conflict in Congo (De Post 24 september 1961)

Op woensdag 13 september 1961 gaf secretaris-generaal van de VN Dag Hammarskjöld toestemming voor een door de VN geleid militair offensief, genaamd Operatie Morthor.

Doel van de Opération des Nations Unies au Congo (ONUC) was om huursoldaten die onder bevel stonden van de door de in juli 1960 afgescheiden staat Katanga een halt toe te roepen.

Hoewel het mandaat van de VN voorschreef dat de ONUC-eenheden strikt onpartijdig dienden te blijven, meenden de politieke leiders van Katanga dat de VN zijn mandaat had gebroken en partij koos voor de tegenstander van Katanga, de centrale Congolese overheid.

Dag Hammarskjöld overleed ten tijde van het offensief, toen het vliegtuig waarmee hij naar de Katangese president Moïse Tshombe reisde om over een staakt-het-vuren te onderhandelen, boven Congo neerstortte.

Hoewel destijds uitgegaan werd van een ongeluk, zijn er later bewijzen gevonden die theorieën staven dat het hier om een doelbewuste aanslag ging.

Vandaag 60 jaar geleden, Slag bij Jadotstad tijdens interventies van de Verenigde Naties in het Katanga-conflict in Congo (De Post 24 september 1961)

Na de start van Operatie Morthor reageerde het Katangese bewind met een tegenaanval op de geïsoleerde VN-basis bij Jadotstad, ongeveer 100 kilometer van het VN-hoofdkwartier in Elizabethstad (thans Lubumbashi).

Een door de VN uitgezonden compagnie van het 35 bataljon van het Ierse leger werd aangevallen door troepen die loyaal waren aan de Katangese minister-president Moïse Tshombe, gesteund door Belgische, Franse en Rhodesische huurlingen.

Het lichtbewapende Ierse leger hield zes dagen stand en moest zich overgeven toen ammunitie en watervoorraden opraakten

De Ierse compagnie werd bij terugkomst in eigen land stilletjes ontvangen.

Hoewel commandant Pat Quinlan meerdere mannen had aangedragen voor een onderscheiding, is geen van deze destijds uitgereikt.

De publieke opinie vond de vertoning bij Jadotstad vooral vernederend omdat de soldaten zich hadden overgegeven en gevangen waren genomen.

Pas een halve eeuw later heeft de Ierse overheid de compagnie een officieel eerbetoon gegeven.

Quinlan heeft dit niet meegemaakt: hij overleed in 1997.

Het door Declan Power geschreven boek over de gebeurtenissen, getiteld The Siege at Jadotville: The Irish Army’s Forgotten Battle uit 2005 werd in 2016 verfilmd als The Siege of Jadotville.

De première van de film, met daarin onder andere Jamie Dornan en Mark Strong, vond plaats tijdens het Galway Film Festival.

Vandaag 60 jaar geleden, Slag bij Jadotstad tijdens interventies van de Verenigde Naties in het Katanga-conflict in Congo (De Post 24 september 1961)
Vandaag 60 jaar geleden, Slag bij Jadotstad tijdens interventies van de Verenigde Naties in het Katanga-conflict in Congo (De Post 24 september 1961)
Vandaag 60 jaar geleden, Slag bij Jadotstad tijdens interventies van de Verenigde Naties in het Katanga-conflict in Congo (De Post 24 september 1961)

Vandaag is het exact twintig jaar geleden dat terreurgroep Al Qaida aanslagen pleegde in Amerika. (11 september 2001)

Vandaag is het exact twintig jaar geleden dat terreurgroep Al Qaida aanslagen pleegde in Amerika. (11 september 2001)
Vandaag is het exact twintig jaar geleden dat terreurgroep Al Qaida aanslagen pleegde in Amerika. (11 september 2001)
Vandaag is het exact twintig jaar geleden dat terreurgroep Al Qaida aanslagen pleegde in Amerika. (11 september 2001)

Jean Bultot, de voormalige gevangenisdirecteur van Sint-Gillis die zelf in verschillende misdaadzaken betrokken was, is zondag (18.07.2021) overleden in het Afrikaanse land Mozambique

30 jaar geleden, kreeg Jean Bultot voormalig gevangenisdirecteur van Sint-Gillis en militant voor de extreemrechtse groepering Forces Nouvelles veel aandacht in de pers, met zijn uitspraken over de Bende van Nijvel en de Staatsveiligheid.

Jean Bultot belde daags voor de laatste overval van de Bende van Nijvel, op zaterdagavond 9 november 1985 in de Delhaize van Aalst, een informant van de Staatsveiligheid met de vraag of die hem dringend een machinegeweer kon bezorgen.

Zo had hij volgens een artikel in De Morgen op 8 november 1985 een belletje gepleegd naar Antoine Delsaut.

Jean Bultot

Een militaire pensionado, wapenmalloot en informant van de Staatsveiligheid.

Of Antoine nog een mitrailleur voor hem had. Ja, dat had ie wel.

Een Uzi. Maar helaas, die stond geregistreerd en dat was even niet de bedoeling van vriend Bultot.

Zoals afgesproken kwam Bultot op 10 november even langs bij de Delsauts om onder het genot van een alcoholische versnapering wat gezellig te roddelen.

De heer des huizes had een micro verstopt achter een sanseveria en bracht het gesprek listig op de schietpartij in Aalst.

Direct na het gezellig samenzijn nam Delsaut contact op met de Staatsveiligheid.

Daar namen drie speurneuzen kennis van het hele verhaal, luisterden het gesprek af, dronken een glas en lieten de zaak voor wat ie was.

Een kleine anderhalf jaar later werd het intelligente supertrio verhoord door onderzoeksrechter Freddy Troch.

Ja, ja, ze hadden de verklaringen van Delsauts keurig in een file gestopt.

Maar de opnames waren wel verdwenen…..

Een half jaar later maakte Delsaut zelf zijn entree bij Freddy Troch en hij vertelde onder meer het volgende:

De informant nam het gesprek op en alarmeerde de Staatsveiligheid.

De informant zou echter zijn teruggefloten en zijn tape werd niet meer terugbezorgd.

Bultot was geen geheel onbesproken gevangenisdirecteur.

In mei 1985 had hij al zelf in de cel gezeten omdat hij één van zijn gevangenen, Philippe De Staercke, enkele kasbons zou hebben laten stelen bij een pastoor in Wieze.

Léopold Van Esbroeck, in die tijd lid van de bende Philippe De Staercke, blijft tot vandaag zweren dat Bultot hem begin 1985 aansprak met de vraag om toe te treden tot een commando dat tegen een royale vergoeding “schijnovervallen” zou plegen op warenhuizen met als doel een sfeer van terreur te creëren.

Op 14 november 1985 werd aan het parket te Brussel gemeld dat Bultot in zijn woonplaats in de gevangenis van Sint-Gillis wapens en munitie zou hebben verborgen.

Bij een huiszoeking werden verschillende laders van vuurwapens, verscheidene honderden patronen en zes bussen buskruit ontdekt.

Bultot gaf toe aan verschillende personen te hebben verkocht en zelf het merendeel van de bij hem gevonden patronen te hebben gefabriceerd.

Twee dagen later werd Bultot aangehouden wegens illegaal wapenbezit en verrichtte men een huiszoeking in zijn ambtswoning.

Tijdens dit onderzoek verscheen er een man die zich legitimeerde als lid van de Staatsveiligheid.

Hij vroeg inzage in de spullen van Bultot die in beslag zouden worden genomen.

Toen hij Bultots aktetas met documenten wilde meenemen hielden de speurders hem tegen.

Er ontstond een half uur durende discussie tot de man zijn dienstwapen trok en met de tas verdween.

Toen Bultot in zijn schuiloord Paraguay werd verhoord, verklaarde hij dat sommige leden van de Bende van Nijvel bij de Staatsveiligheid behoorden.

Hij voegde eraan toe, hoewel hem dat niet gevraagd werd dat de activiteiten van de Cellules Communistes Combattantes hetzelfde stramien volgden.

Nadat hij naar België terugkeerde trok hij deze verklaringen echter weer in.

Bultot werd ook beschuldigd van betrokkenheid bij de Roze Balletten, legendarische seksfuiven met hoge functionarissen en minderjarigen, eind jaren 70.

Begin jaren 90 doken er foto’s op waar Bultot te zien is terwijl hij in een bad ligt tussen allerlei naakte mannen en vrouwen.

In februari 2008 dook het volledige filmpje op.

Het beeldmateriaal bleef echter heel vaag en de context van wat er op de beelden gaande is blijft giswerk.

Bultot zelf ontkende de aanklachten.

Hij zegt dat hij ontgoocheld is dat de beelden na 20 jaar weer opduiken.

Ook de referenties naar de Roze Balletten schieten bij Bultot in het verkeerde keelgat.

Er kan volgens hem geen sprake zijn van chantage, een denkpiste die door sommigen gehanteerd werd om de link met de Bende van Nijvel te leggen.

De bende, die in de jaren tachtig 28 doden maakte, zou de moorden hebben gepleegd om de mensen die Bultot chanteerden, het zwijgen op te leggen. (diverse bronnen, De Morgen, Humo, Wikipedia)

Bultot en zijn vriendin Dodo ( Dominique Leroy, de ex vrouw van Claude Leroy)

Vandaag 35 jaar geleden, eerste wachtmeester André Goeman werd doodgeschoten tijdens een routinecontrole.

Die nacht, precies twintig jaar geleden nu, bracht de wachtmeester Luc Schuddinck door op zijn knieën in een polderweide in Wenduine.

Gangsters hadden hem daar met zijn eigen handboeien vastgeketend aan een omheiningspaal.

Enkele uren voordien hadden ze zijn collega André Goeman voor zijn ogen koudweg met een nekschot afgemaakt.

Nog eenmaal blikt Luc Schuddinck achterom naar de langste en verschrikkelijkste nacht van zijn leven.André was een vaderfiguur voor mij zoals ik nu ben voor mijn jongere collega’s hier op de Verkeerspost van Wetteren”, zegt Luc Schuddinck.

Hij was elf jaar ouder dan ik en was mijn monitor geweest tijdens mijn opleiding.

Ik had veel van hem geleerd.

Die zondag 13 juli 1986 was ik met hem om 21 uur de nacht opgegaan.

We waren net beginnen te patrouilleren toen we in de onderbrugging van de verkeerswisselaar van Zwijnaarde een motorfiets zagen staan met twee mannen.

Ze spraken Frans. Al snel bleek dat de motorfiets niet was ingeschreven of verzekerd en dat er iets niet pluis was met hun identiteitskaarten.

André had hen gevraagd een document in te vullen.

We stonden met zijn vieren in een halve cirkel over de motorkap gebogen toen een van hen plots een wapen naar me trok.

Ik stak mijn handen omhoog en op dat moment greep André Goeman naar zijn eigen pistool.

De gangster was hem echter te snel af en schoot hem van op een afstand van minder dan twee meter in de nek. Hij was op slag dood.

Ze lieten hem liggen, de schutter sprong in de politiewagen, ik moest naast hem plaatsnemen en de andere kerel ging achter me zitten met een geladen pistool tegen mijn hoofd.

In volle vaart vertrokken we langs de E40 richting kust.

De gangsters waren in paniek en wisten niet waarheen.

Nu eens doofden ze de lichten, daarna staken ze ze weer aan.

De bestuurder zette mijn kepie op om de indruk te wekken dat hij een agent was.

Over de politieradio was duidelijk te horen dat men met man en macht op zoek was naar mij.

Ik stelde voor de radio buiten te gooien, maar ze wilden dat ik zou vertalen wat er gezegd werd.

Ik heb veel met hen geconverseerd.

Ik vroeg wat ze met mij van plan waren en smeekte mij in leven te laten.

Niet voor mezelf, maar voor mijn drie kinderen van zes, vier en twee jaar.

Ondertussen wikte ik mijn ontsnappingskansen.

Toen we in Wenduine voor een rood licht stonden, overwoog ik de deur te openen en uit de wagen te springen, maar ik had schrik dat ik al dood zou zijn nog voor ik op straat lag.

Uiteindelijk verplichtten ze me aan een verlaten weide uit te stappen.

Op dat moment was ik ervan overtuigd dat ik nog maar enkele seconden te leven had.

Wat je dan voelt is pure doodsangst.

Maar ze ketenden me vast aan een zware paal, gooiden mijn fluo-jas over me tegen de regen en reden weg.

Pas na twee uur begon ik een beetje hoop te krijgen dat ik zou overleven.

In de verte zag ik een boerderij staan.

Ik heb urenlang tevergeefs de ziel uit mijn lijf geschreeuwd.

Mijn stembanden waren zo ver uitgerekt dat het nooit meer is goed gekomen.

Uiteindelijk heeft een schapenboer mij om 8.45 uur ’s morgens bevrijd.

Hij kwam langsgereden met zijn wagen.

Het was de man van de boerderij.

Hij zei dat hij wel had horen roepen, maar dat er in het zomerseizoen met al die toeristen altijd nachtlawaai was.

Zijn vrouw is teruggereden om een kniptang en ze hebben me naar het politiekantoor gevoerd.

Mijn eerste telefoontje was naar mijn vrouw om haar gerust te stellen dat ik nog leefde.

Dezelfde dag nog werden de twee gangsters aangehouden in Luik.

Het bleek te gaan om Philippe Gonda en Christian Karko die uit de gevangenis van Hoei waren ontsnapt.

Ik stond er op om het hele proces bij te wonen.

Ze hebben allebei de doodstraf gekregen.

Karko is vermoedelijk al tien jaar vrij maar Gonda niet, denk ik.

Ik hoor er niks meer van en het interesseert me ook niet echt.

Het waren zware jongens. Gonda zou zelfs een cipier gecastreerd hebben in de gevangenis.

Na drie maanden na de feiten heb ik terug de draad weer opgepikt

Ik heb achteraf de weerbots gekregen, maar ik ben uit het dal geklauterd door me op mijn nieuwbouw in Deinze te werpen.

Slachtofferhulp bestond toen nog niet.

Er was zelfs geen sociaal assistente, er was niks.

Soms denk ik: wat zou er gebeurd zijn als André Goeman zijn wapen niet had getrokken?

Wellicht leefde hij dan nog.

Maar zijn reactie was normaal.

Hij heeft gehandeld vanuit een beschermende reflex.

Als je partner in gevaar is, dan doe je iets.(Diverse bronnen, Geert Neyt, Nieuwsblad juli 1986 en De Post 27 juli 1986)

Vandaag 35 jaar geleden, eerste wachtmeester André Goeman werd doodgeschoten tijdens een routinecontrole.
Vandaag 35 jaar geleden, eerste wachtmeester André Goeman werd doodgeschoten tijdens een routinecontrole.
Vandaag 35 jaar geleden, eerste wachtmeester André Goeman werd doodgeschoten tijdens een routinecontrole.

Vandaag 50 jaar geleden, Radio Noordzee Internationaal door Radio Veronica bijna uitgeschakeld via een bom.

Radio Veronica, die in RNI een nieuwe concurrent zag opdagen, bood Meister en Bollier een groot bedrag om met uitzenden te stoppen en zeker geen Nederlandstalige programma’s te verzorgen.

Op zaterdag 15 mei 1971 ontplofte een brandbom aan boord van de Mebo II.

Niet de olieleiding in de machinekamer zoals oorspronkelijk de bedoeling was, werd getroffen, maar de waterleiding van de MEBO II.

Het achterschip vatte vlam. Dj Alan West, die op dat moment een live programma in het Engels – ’s avonds was er een Engelstalige programmering – presenteerde, werd tijdens het draaien van de plaat Melting pot van Blue Mink opgeschrikt door de explosie en ging poolshoogte nemen.

Hij zag nog net een kleine motorboot met buitenboordmotor wegvaren.

Hij rende terug naar de studio en riep over de zender (hij was duidelijk in paniek) om hulp: Mayday, mayday, the Mebo II is on fire, SOS, SOS, we had an explosion on board, mayday, mayday, we need help!

Deze oproep bleef hij verschillende malen herhalen in het Engels, later deed de Nederlandse kapitein nog een oproep.

Er kwam hulp van blusboten die de brand snel wisten te doven.

Het station ging uit de lucht. Er vielen geen gewonden. De schade aan de MEBO II bleef beperkt; het bovendeel van de kombuis en het achterdek waren grotendeels afgebrand.

De volgende dag was de zender terug in de lucht.

Hoewel er aanvankelijk verhalen in de pers verschenen dat de BVD achter de aanslag zat – Meister en Bollier zouden banden hebben met het bewind van de DDR of zelfs Libië, en de korte golfzender gebruiken voor het verzenden van gecodeerde geheime berichten – bleek al spoedig, dat Radio Veronica de schuldige was: er werden drie duikers gepakt, aan wie Veronica 100.000 gulden (€ 45.380) had betaald om het schip binnengaats te krijgen, zodat men beslag op het schip kon leggen omdat RNI de onderlinge overeenkomst niet zou hebben nageleefd.

Maar de aanslag bewerkte precies het tegendeel van wat Veronica beoogd had: het leverde Radio Noordzee veel sympathie van de luisteraars op en het station won enorm aan populariteit.

Het prikkelde echter ook de Nederlandse overheid om de zeezenders nu eens definitief met wetgeving aan te pakken.

Bull Verweij, een van de gebroeders Verweij, eigenaren van Veronica, en Veronica-aandeelhouder Norbert Jürgens werden, net als de drie duikers, tot gevangenisstraffen veroordeeld. (Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 30 mei 1971)

Vandaag 50 jaar geleden, Radio Noordzee Internationaal door Radio Veronica bijna uitgeschakeld via een bom.
Vandaag 50 jaar geleden, Radio Noordzee Internationaal door Radio Veronica bijna uitgeschakeld via een bom.

Vandaag 70 jaar geleden, aankomst van het eerste schip de Kota Inten met Molukkers in de haven van Rotterdam.

De Kota Inten liep op 21 maart 1951 de haven van Rotterdam binnen met aan boord zo’n duizend ex-KNIL-militairen van Indonesische en – grotendeels – Molukse origine.

De Kota Inten was een maand eerder uit Indonesië vertrokken.

Tot 21 juni zouden nog elf ‘Molukse transporten’ in Rotterdam en Amsterdam aankomen, met in totaal ongeveer 12.500 mensen aan boord.

Tot een beloofde en verwachte terugkeer zou het nooit komen.

De Molukkers waren soldaten van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) en hun gezinnen.

Ze waren naar Nederland gehaald omdat hun veiligheid niet langer gegarandeerd kon worden, nu het Indonesische leger de Zuid-Molukken had bezet

De bijna 1000 Molukkers die als eerste voet aan Nederlandse wal zetten, troffen het niet.

Er stond op die eerste lentedag een gure zuidwesten wind en er viel geregeld natte sneeuw.

In Suez hadden de vrouwen en kinderen militaire trainingspakken gekregen, maar dat verhinderde niet dat ze rillend van boord gingen.

Bij aankomst werden ze namens de koningin toegesproken door generaal D.C. Buurman van Vreeden. ‘De zorg die de Nederlandse regering aan u wijdt, terwijl het land in grote moeilijkheden verkeert, vraagt van uw kant ook medewerking’, zo zei hij onder meer.

Verder zei hij te hopen dat het verblijf hier ‘een goede herinnering’ zou blijven.

De Nederlandse regering, maar ook de Molukkers zelf gingen er namelijk van uit dat ze slechts tijdelijk in Nederland zouden blijven.

Na hun aankomst gingen de meeste Molukkers per bus naar het mobilisatiecentrum Amersfoort, waar ze werden onderzocht op tuberculose.

In Amersfoort ontvingen de militairen ook hun ontslagformulier, een gestencild papiertje waarop soms niet eens de naam van de betrokkene was ingevuld.

Sommigen weigerden het te ondertekenen.

Vanuit Amersfoort vertrokken de Molukkers – opnieuw per bus – naar een van de 52 woonoorden.

Achter de term ‘woonoord’ gingen allerlei soorten huisvesting schuil: militaire complexen, kloosters, villa’s en twee voormalige Duitse kampen: Vught en Westerbork.

In de omgeving van Rotterdam waren aanvankelijk geen Molukse woonoorden.

Dat veranderde in 1952 toen een groep Molukse ex-politiemensen zich in Slikkerveer vestigde, waar ze aan de slag konden bij twee scheepswerven en een constructiebedrijf.

De nieuwe werknemers kregen onderdak in een bedrijfsloods die al gauw werd omgedoopt in Kamp Q.

In 1958 vestigde een aantal Molukse gezinnen zich in een barakkenkamp bij Capelle aan den IJssel. Dit kamp, dat IJsseloord werd genoemd, omvatte onder meer een kerkgebouw, een school, een badhuis en een polikliniek.

In 1972 verhuisde een groot deel van de gezinnen in IJsseloord naar de nieuwe Molukse buurt in de wijk Oostgaarde.

Ook elders in de regio, zoals in Krimpen en Ridderkerk, waren inmiddels Molukse wijken gebouwd.(Diverse bronnen en Wikipedia)

Vandaag 70 jaar geleden, aankomst van het eerste schip de Kota Inten met Molukkers in de haven van Rotterdam.

60 jaar geleden, de Gentse film Want alles hebben gezondigd (Ons land december 1960)

Deze film was de eerste Nederlandstalige film over WO II in België.

Want allen hebben gezondigd was een productie van het Gentse Cinébel.

Deze maatschappij was nog erg jong.

In 1958 was de Gentse Belgische Filmonderneming opgericht.

Deze onderneming zorgde ervoor dat Gent zijn eigen productiehuis kreeg, naast de tot 1960 dominante Brusselse en Antwerpse maatschappijen.

De film werd geschreven en geregisseerd door Paul Berkenman.

Deze naam is eigenlijk een pseudoniem voor Roger Thienpondt.

Thienpondt was een Genste dichter, geboren in 1926.

Hij schreef onder andere de succesvolle gedichtenbundel Orfeus achterna in 1949.

Voor dit werk kreeg hij de prijs voor letterkunde van de Stad Gent.

Naast dichter was hij actief in het Vlaamse toneel.

Berkenman had ook een grote passie voor film.

Dit leidde tot enkele filmprojecten, waar Want allen hebben gezondigd een voorbeeld van is.Berkenman werkte voor deze film voor de tweede keer samen met de dramaturg Raymond Cogen.

Hun eerste langspeelfilm was Prelude tot de dageraad, een romantische film die werd uitgebracht in 1959.

Met deze film wouden Berkenman en Cogen de onzin van de oorlog aanklagen.

Hoewel het thema van de Jodenvervolging het uitgangspunt is van het verhaal, zei Cogen dat dit thema slechts de achtergrond is van een klassiek noodlotsverhaal.

Het doel van beide filmmakers was met andere woorden niet een film te maken over de Jodenvervolging in België, maar dit thema was het best geschikt als achtergrond voor wat ze wel wouden vertellen.

De structuur van de film Want allen hebben gezondigd bestaat uit flashbacks van een Joodse vertelster, die tussen de stukken door mijmert over Wereldoorlog II.

Het voornaamste motief in de film is de schuldvraag, die al beantwoord wordt in de titel: Want allen hebben gezondigd. Berkenman en Cogen tonen aan de kijker een meer complexe schuldvraag dan wat ze gewoon zijn uit andere films.

Waar tot dan toe alles zwart- wit werd voorgesteld, een patriottisch volk tegenover een agressieve bezetter, is er in deze film veel meer aandacht voor de grijswaarden.

Zo is de ‘zwarte’ Von Lehndorf helemaal niet zo overtuigend als ‘vijand’, is de notaris ‘schuldig’ omdat hij ver gaat in zijn accommodatie en is de verzetsheld helemaal niet heroïsch wanneer hij totaal overbodig een medemens vermoordt.

De periodisering van de film is moeilijk te bepalen.

Aangezien de jodenvervolging aan bod komt, kunnen we stellen dat het na 1942 is, aangezien dan pas de vervolgingen in België op gang kwamen.

In Want allen hebben gezondigd zien we een heel andere beeldvorming van de Duitsers en het verzet dan in de films van de Franstalige filmmakers die ik tot hiertoe heb besproken.

In de plaats van een verheerlijking van het verzet, zien we een nuancering van hun vermeende heldhaftigheid.

Ook de mythe dat de Duitse bezetters allemaal onmenselijke nazi’s waren, wordt in deze film ontkracht.

Op het eerste zicht is deze film een aanklacht tegen de oorlog en het racisme tegenover de Joden. Maar als we de film plaatsen in de Belgische maatschappelijke context van een gespleten oorlogsherinnering, krijgt de film nog een tweede betekenis.

De film roept namelijk impliciet op om de harde beschuldigingen tegenover collaboratie te herbekijken.

Zo kan Von Lehndorf vergeleken worden met een collaborateur: hij staat weliswaar aan de Duitse kant, maar gaat daarom nog niet akkoord met de nationaal-socialistische theorieën.

De notaris kan op zijn beurt gezien worden als een symbool voor de accommodatiepolitiek van de Belgische elite: ook hen treft schuld.

De moord op Von Lehndorff ten slotte kan gelezen worden als symbool voor de wraakacties van het verzet op collaborateurs of de onrechtvaardige repressie.

Waarom in deze film collaboratie en repressie, thema’s die nochtans nog steeds actueel waren in Vlaanderen, niet expleciet voorkomen, kan verklaard worden door het feit dat er op deze zaken nog steeds een taboe rustte.

De tijd was nog niet rijp voor zo een film. (Ons Land 19 november en scriptie Voor vorst, voor waarheid of voor kijkcijfers? Beeldvorming van Wereldoorlog II in de Belgische film van Maaike Van Melckebeke).

Vandaag 102 jaar geleden, koning Albert en koningin Elisabeth en prins Leopold doen hun plechtige intrede in het pas bevrijde Gent.

De komst van de koning en de koningin was al een dag eerder aangekondigd en Gent was in feeststemming.

Na Brugge is dit de tweede provinciestad waar Albert en Elisabeth, vergezeld van kroonprins Leopold, hun plechtige intrede doen.

Om 11 uur vertrok de optocht in de Gebroeders De Smetstraat, door het stadscentrum, om te eindigen op de Kouter.

Op de Kouter wachtte een zeer grote menigte het koningspaar en de kroonprins op.

Het volk zit er in de bomen en op de daken, balkons en lantaarnpalen.Als de stoet op de Kouter aankomt is er eerst “een ogenblik diepe stilte en dan breekt een gejubel los.

Een indrukwekkende, onbeschrijflijke ovatie.

Men wuift met zakdoeken, hoeden, petten, vlaggen, men weent en juicht, het regent bloemen uit de ramen”, aldus nog de correspondent van NRC

.Ook de Belgische troepen die op de Kouter defileerden, werden toegejuicht.

Een muziekkapel speelt “De Vlaamse leeuw” en de menigte zingt mee.

Daarna is het koninklijk gezelschap ontvangen op het stadhuis. Daar werden ze verwelkomd door waarnemend burgemeester Edward Anseele, de koning antwoordde in het Nederlands en feliciteerde de Gentenaars. “Liever dood dan Duits, dat was de stem van de Vlaamse bevolking.

In naam van het land, in naam van het leger, bedank ik u allen voor uw moed en vaderlandsliefde”, zei de vorst. (Diverse bronnen, Wikipedia en VRTNWS)

Vandaag 102 jaar geleden, koning Albert en koningin Elisabeth en prins Leopold doen hun plechtige intrede in het pas bevrijde Gent.

Vandaag 106 jaar geleden, bezetten de Duitse troepen Gent.

Op 12 oktober 1914 arriveren Duitse troepen in Gent.Als hoofdplaats van het Vierde Etappegebied, een militaire zone die West- en Oost-Vlaanderen en een stukje Henegouwen omvat, staat de stad onder direct militair bestuur, wat betekent dat de bezetting er nog harder is dan in de rest van het land.

Ieder contact met de rest van België is nagenoeg onmogelijk.

Pers en post worden streng gecensureerd, politieke berichtgeving is verboden.

Het dagelijks leven wordt beheerst door voortdurende opeisingen. In het stadscentrum nemen de Duitsers een toenemend aantal gebouwen in beslag, te beginnen met alle kazernes.

De Kouter fungeert als de centrale uitvalsbasis met o.a. de Kommandantur en de Pass-Zentrale.Wapens worden bewaard en hersteld in het Gravensteen, bier en wijn gestockeerd in het Groot Vleeshuis en groenten in het Pand.

Soldaten revalideren in hotels, scholen en in het Casino aan de Coupure.

Het Belfort doet dienst als uitkijkpost voor piloten.

Het wagenpark van het leger wordt ondergebracht in loodsen in de haven.

Met ca. 12.000 militairen is het leger zeer zichtbaar aanwezig.Duitse vlaggen wapperen aan gevels, aan muren en bomen hangt Duitse bewegwijzering en cafés krijgen Duitse namen.

Het station Gent Sint-Pieters is het centrale spoorwegknooppunt voor het transport van troepen en materieel van en naar het front.

De Duitse militaire overheid voert de identiteitskaart met foto in.

Belgen zijn verplicht de kaart bij zich te dragen.

In eerste instantie is een identiteitsbewijs enkel nodig om het Etappegebied te verlaten, vanaf 1916 wordt iedereen verplicht er een te laten maken.

Vier jaar lang komt de Belg dus niet verder meer dan zijn eigen gemeentegrens, tenzij hij of zij de nodige documenten kan voorleggen.

Voor al deze foto’s is een aanzienlijke hoeveelheid fotopapier nodig, maar de voorraad voor beroepsfotografen is beperkt.

Ze nemen daarom vaak een groepsfoto, waaruit de gezichten gesneden worden om op de identiteitskaart te kleven.

Van in het begin van de oorlog is de voedselbevoorrading het grootste probleem.

De binnenlandse productie is ontoereikend, de Britse maritieme blokkade belet de invoer van levensmiddelen en dan zijn er nog de vele Duitse opeisingen.

De Stad Gent richt al op 8 augustus 1914 een Stedelijk Comité der Volksvoeding op, dat gratis soep en brood uitdeelt. In het najaar wordt de voedselsituatie evenwel kritiek.

Op 23 oktober 1914 wordt in Brussel het Nationaal Hulp- en Voedingscomité opgericht, dat uitgroeit tot de motor achter de nationale hulpverlening.

Het voedsel wordt in de Verenigde Staten aangekocht door de Commission for Relief in Belgium.

De distributie in België zelf is, via een netwerk van provinciale en lokale comités, in handen van het Nationaal Comité.

Het voedsel wordt gerantsoeneerd verkocht in ‘Amerikaanse’ winkels.

In 1916 zijn meer dan 60.000 inwoners van Gent afhankelijk van deze voedselhulp.

In de loop van de oorlog neemt het Comité steeds meer taken op zich, zoals de organisatie van soepkeukens, melkuitdelingen en schoolmaaltijden, het uitdelen van kledingstukken, werklozensteun, pakjes voor krijgsgevangen en geïnterneerde soldaten.

Naast het Nationaal Comité zijn er nog een dertigtal kleinere hulporganisaties actief in Gent.Maar de verschillende initiatieven voor hulp tonen slechts een kant van de medaille.

Schaarste betekent in veel gevallen ook hamsteren, zwarte markt en woekerprijzen.

Nieuwe rijken’ worden smalend ‘baron Zeep’ genoemd: door het tekort aan zeep wordt het maken van ersatz zeep bijzonder winstgevend.(Diverse bronnen, Geert Vandamme en Stam)

Vandaag 106 jaar geleden, bezetten de Duitse troepen Gent.

70 jaar geleden, Belgische en Nederlandse vrijwilligers voor Korea (De Post 24 september 1950)

70 jaar geleden, Belgische en Nederlandse vrijwilligers voor Korea (De Post 24 september 1950)

Etienne Gailly, een Belgische vrijwilliger voor de Korea oorlog

Etienne Gailly bereikte op 7 augustus 1948 als eerste het Wembley Stadion.

Toen kreeg hij een inzinking. Meermalen raakte hij van de piste, wankelde in de richting van de eindstreep en werd in de laatste meters nog ingehaald door de Argentijn Delfo Cabrera en de Brit Thomas Richards.

Hij finishte uiteindelijk in 2:35.34. Gailly heeft zelf nooit een verklaring voor de plotselinge inzinking kunnen vinden. Hij kon zich alleen nog herinneren dat hij tijdens de laatste meters van de marathon buiten deze wereld was geweest, en in zijn onderbewustzijn de schaduw van zijn tegenstrevers had waargenomen.

Een tweede olympische kans kreeg hij niet.

Een tweede olympische kans kreeg hij niet. In 1952, toen hij in Helsinki had kunnen starten, verminkte een mijn in de Koreaanse Oorlog één van zijn voeten.

Etienne Gailly kwam op 21 oktober 1971 op 48-jarige leeftijd in Genval nabij Brussel om het leven, nadat hij was aangereden door een auto.

Ter herdenking aan Gailly (ooit luitenant bij de paracommando’s) organiseert Defensie jaarlijks de Challenge Gailly te Eupen.

70 jaar geleden, Belgische en Nederlandse vrijwilligers voor Korea (De Post 24 september 1950)