Vandaag 70 jaar geleden, aankomst van het eerste schip de Kota Inten met Molukkers in de haven van Rotterdam.

De Kota Inten liep op 21 maart 1951 de haven van Rotterdam binnen met aan boord zo’n duizend ex-KNIL-militairen van Indonesische en – grotendeels – Molukse origine.

De Kota Inten was een maand eerder uit Indonesië vertrokken.

Tot 21 juni zouden nog elf ‘Molukse transporten’ in Rotterdam en Amsterdam aankomen, met in totaal ongeveer 12.500 mensen aan boord.

Tot een beloofde en verwachte terugkeer zou het nooit komen.

De Molukkers waren soldaten van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) en hun gezinnen.

Ze waren naar Nederland gehaald omdat hun veiligheid niet langer gegarandeerd kon worden, nu het Indonesische leger de Zuid-Molukken had bezet

De bijna 1000 Molukkers die als eerste voet aan Nederlandse wal zetten, troffen het niet.

Er stond op die eerste lentedag een gure zuidwesten wind en er viel geregeld natte sneeuw.

In Suez hadden de vrouwen en kinderen militaire trainingspakken gekregen, maar dat verhinderde niet dat ze rillend van boord gingen.

Bij aankomst werden ze namens de koningin toegesproken door generaal D.C. Buurman van Vreeden. ‘De zorg die de Nederlandse regering aan u wijdt, terwijl het land in grote moeilijkheden verkeert, vraagt van uw kant ook medewerking’, zo zei hij onder meer.

Verder zei hij te hopen dat het verblijf hier ‘een goede herinnering’ zou blijven.

De Nederlandse regering, maar ook de Molukkers zelf gingen er namelijk van uit dat ze slechts tijdelijk in Nederland zouden blijven.

Na hun aankomst gingen de meeste Molukkers per bus naar het mobilisatiecentrum Amersfoort, waar ze werden onderzocht op tuberculose.

In Amersfoort ontvingen de militairen ook hun ontslagformulier, een gestencild papiertje waarop soms niet eens de naam van de betrokkene was ingevuld.

Sommigen weigerden het te ondertekenen.

Vanuit Amersfoort vertrokken de Molukkers – opnieuw per bus – naar een van de 52 woonoorden.

Achter de term ‘woonoord’ gingen allerlei soorten huisvesting schuil: militaire complexen, kloosters, villa’s en twee voormalige Duitse kampen: Vught en Westerbork.

In de omgeving van Rotterdam waren aanvankelijk geen Molukse woonoorden.

Dat veranderde in 1952 toen een groep Molukse ex-politiemensen zich in Slikkerveer vestigde, waar ze aan de slag konden bij twee scheepswerven en een constructiebedrijf.

De nieuwe werknemers kregen onderdak in een bedrijfsloods die al gauw werd omgedoopt in Kamp Q.

In 1958 vestigde een aantal Molukse gezinnen zich in een barakkenkamp bij Capelle aan den IJssel. Dit kamp, dat IJsseloord werd genoemd, omvatte onder meer een kerkgebouw, een school, een badhuis en een polikliniek.

In 1972 verhuisde een groot deel van de gezinnen in IJsseloord naar de nieuwe Molukse buurt in de wijk Oostgaarde.

Ook elders in de regio, zoals in Krimpen en Ridderkerk, waren inmiddels Molukse wijken gebouwd.(Diverse bronnen en Wikipedia)

Vandaag 70 jaar geleden, aankomst van het eerste schip de Kota Inten met Molukkers in de haven van Rotterdam.

60 jaar geleden, de Gentse film Want alles hebben gezondigd (Ons land december 1960)

Deze film was de eerste Nederlandstalige film over WO II in België.

Want allen hebben gezondigd was een productie van het Gentse Cinébel.

Deze maatschappij was nog erg jong.

In 1958 was de Gentse Belgische Filmonderneming opgericht.

Deze onderneming zorgde ervoor dat Gent zijn eigen productiehuis kreeg, naast de tot 1960 dominante Brusselse en Antwerpse maatschappijen.

De film werd geschreven en geregisseerd door Paul Berkenman.

Deze naam is eigenlijk een pseudoniem voor Roger Thienpondt.

Thienpondt was een Genste dichter, geboren in 1926.

Hij schreef onder andere de succesvolle gedichtenbundel Orfeus achterna in 1949.

Voor dit werk kreeg hij de prijs voor letterkunde van de Stad Gent.

Naast dichter was hij actief in het Vlaamse toneel.

Berkenman had ook een grote passie voor film.

Dit leidde tot enkele filmprojecten, waar Want allen hebben gezondigd een voorbeeld van is.Berkenman werkte voor deze film voor de tweede keer samen met de dramaturg Raymond Cogen.

Hun eerste langspeelfilm was Prelude tot de dageraad, een romantische film die werd uitgebracht in 1959.

Met deze film wouden Berkenman en Cogen de onzin van de oorlog aanklagen.

Hoewel het thema van de Jodenvervolging het uitgangspunt is van het verhaal, zei Cogen dat dit thema slechts de achtergrond is van een klassiek noodlotsverhaal.

Het doel van beide filmmakers was met andere woorden niet een film te maken over de Jodenvervolging in België, maar dit thema was het best geschikt als achtergrond voor wat ze wel wouden vertellen.

De structuur van de film Want allen hebben gezondigd bestaat uit flashbacks van een Joodse vertelster, die tussen de stukken door mijmert over Wereldoorlog II.

Het voornaamste motief in de film is de schuldvraag, die al beantwoord wordt in de titel: Want allen hebben gezondigd. Berkenman en Cogen tonen aan de kijker een meer complexe schuldvraag dan wat ze gewoon zijn uit andere films.

Waar tot dan toe alles zwart- wit werd voorgesteld, een patriottisch volk tegenover een agressieve bezetter, is er in deze film veel meer aandacht voor de grijswaarden.

Zo is de ‘zwarte’ Von Lehndorf helemaal niet zo overtuigend als ‘vijand’, is de notaris ‘schuldig’ omdat hij ver gaat in zijn accommodatie en is de verzetsheld helemaal niet heroïsch wanneer hij totaal overbodig een medemens vermoordt.

De periodisering van de film is moeilijk te bepalen.

Aangezien de jodenvervolging aan bod komt, kunnen we stellen dat het na 1942 is, aangezien dan pas de vervolgingen in België op gang kwamen.

In Want allen hebben gezondigd zien we een heel andere beeldvorming van de Duitsers en het verzet dan in de films van de Franstalige filmmakers die ik tot hiertoe heb besproken.

In de plaats van een verheerlijking van het verzet, zien we een nuancering van hun vermeende heldhaftigheid.

Ook de mythe dat de Duitse bezetters allemaal onmenselijke nazi’s waren, wordt in deze film ontkracht.

Op het eerste zicht is deze film een aanklacht tegen de oorlog en het racisme tegenover de Joden. Maar als we de film plaatsen in de Belgische maatschappelijke context van een gespleten oorlogsherinnering, krijgt de film nog een tweede betekenis.

De film roept namelijk impliciet op om de harde beschuldigingen tegenover collaboratie te herbekijken.

Zo kan Von Lehndorf vergeleken worden met een collaborateur: hij staat weliswaar aan de Duitse kant, maar gaat daarom nog niet akkoord met de nationaal-socialistische theorieën.

De notaris kan op zijn beurt gezien worden als een symbool voor de accommodatiepolitiek van de Belgische elite: ook hen treft schuld.

De moord op Von Lehndorff ten slotte kan gelezen worden als symbool voor de wraakacties van het verzet op collaborateurs of de onrechtvaardige repressie.

Waarom in deze film collaboratie en repressie, thema’s die nochtans nog steeds actueel waren in Vlaanderen, niet expleciet voorkomen, kan verklaard worden door het feit dat er op deze zaken nog steeds een taboe rustte.

De tijd was nog niet rijp voor zo een film. (Ons Land 19 november en scriptie Voor vorst, voor waarheid of voor kijkcijfers? Beeldvorming van Wereldoorlog II in de Belgische film van Maaike Van Melckebeke).

Vandaag 102 jaar geleden, koning Albert en koningin Elisabeth en prins Leopold doen hun plechtige intrede in het pas bevrijde Gent.

De komst van de koning en de koningin was al een dag eerder aangekondigd en Gent was in feeststemming.

Na Brugge is dit de tweede provinciestad waar Albert en Elisabeth, vergezeld van kroonprins Leopold, hun plechtige intrede doen.

Om 11 uur vertrok de optocht in de Gebroeders De Smetstraat, door het stadscentrum, om te eindigen op de Kouter.

Op de Kouter wachtte een zeer grote menigte het koningspaar en de kroonprins op.

Het volk zit er in de bomen en op de daken, balkons en lantaarnpalen.Als de stoet op de Kouter aankomt is er eerst “een ogenblik diepe stilte en dan breekt een gejubel los.

Een indrukwekkende, onbeschrijflijke ovatie.

Men wuift met zakdoeken, hoeden, petten, vlaggen, men weent en juicht, het regent bloemen uit de ramen”, aldus nog de correspondent van NRC

.Ook de Belgische troepen die op de Kouter defileerden, werden toegejuicht.

Een muziekkapel speelt “De Vlaamse leeuw” en de menigte zingt mee.

Daarna is het koninklijk gezelschap ontvangen op het stadhuis. Daar werden ze verwelkomd door waarnemend burgemeester Edward Anseele, de koning antwoordde in het Nederlands en feliciteerde de Gentenaars. “Liever dood dan Duits, dat was de stem van de Vlaamse bevolking.

In naam van het land, in naam van het leger, bedank ik u allen voor uw moed en vaderlandsliefde”, zei de vorst. (Diverse bronnen, Wikipedia en VRTNWS)

Vandaag 102 jaar geleden, koning Albert en koningin Elisabeth en prins Leopold doen hun plechtige intrede in het pas bevrijde Gent.

Vandaag 106 jaar geleden, bezetten de Duitse troepen Gent.

Op 12 oktober 1914 arriveren Duitse troepen in Gent.Als hoofdplaats van het Vierde Etappegebied, een militaire zone die West- en Oost-Vlaanderen en een stukje Henegouwen omvat, staat de stad onder direct militair bestuur, wat betekent dat de bezetting er nog harder is dan in de rest van het land.

Ieder contact met de rest van België is nagenoeg onmogelijk.

Pers en post worden streng gecensureerd, politieke berichtgeving is verboden.

Het dagelijks leven wordt beheerst door voortdurende opeisingen. In het stadscentrum nemen de Duitsers een toenemend aantal gebouwen in beslag, te beginnen met alle kazernes.

De Kouter fungeert als de centrale uitvalsbasis met o.a. de Kommandantur en de Pass-Zentrale.Wapens worden bewaard en hersteld in het Gravensteen, bier en wijn gestockeerd in het Groot Vleeshuis en groenten in het Pand.

Soldaten revalideren in hotels, scholen en in het Casino aan de Coupure.

Het Belfort doet dienst als uitkijkpost voor piloten.

Het wagenpark van het leger wordt ondergebracht in loodsen in de haven.

Met ca. 12.000 militairen is het leger zeer zichtbaar aanwezig.Duitse vlaggen wapperen aan gevels, aan muren en bomen hangt Duitse bewegwijzering en cafés krijgen Duitse namen.

Het station Gent Sint-Pieters is het centrale spoorwegknooppunt voor het transport van troepen en materieel van en naar het front.

De Duitse militaire overheid voert de identiteitskaart met foto in.

Belgen zijn verplicht de kaart bij zich te dragen.

In eerste instantie is een identiteitsbewijs enkel nodig om het Etappegebied te verlaten, vanaf 1916 wordt iedereen verplicht er een te laten maken.

Vier jaar lang komt de Belg dus niet verder meer dan zijn eigen gemeentegrens, tenzij hij of zij de nodige documenten kan voorleggen.

Voor al deze foto’s is een aanzienlijke hoeveelheid fotopapier nodig, maar de voorraad voor beroepsfotografen is beperkt.

Ze nemen daarom vaak een groepsfoto, waaruit de gezichten gesneden worden om op de identiteitskaart te kleven.

Van in het begin van de oorlog is de voedselbevoorrading het grootste probleem.

De binnenlandse productie is ontoereikend, de Britse maritieme blokkade belet de invoer van levensmiddelen en dan zijn er nog de vele Duitse opeisingen.

De Stad Gent richt al op 8 augustus 1914 een Stedelijk Comité der Volksvoeding op, dat gratis soep en brood uitdeelt. In het najaar wordt de voedselsituatie evenwel kritiek.

Op 23 oktober 1914 wordt in Brussel het Nationaal Hulp- en Voedingscomité opgericht, dat uitgroeit tot de motor achter de nationale hulpverlening.

Het voedsel wordt in de Verenigde Staten aangekocht door de Commission for Relief in Belgium.

De distributie in België zelf is, via een netwerk van provinciale en lokale comités, in handen van het Nationaal Comité.

Het voedsel wordt gerantsoeneerd verkocht in ‘Amerikaanse’ winkels.

In 1916 zijn meer dan 60.000 inwoners van Gent afhankelijk van deze voedselhulp.

In de loop van de oorlog neemt het Comité steeds meer taken op zich, zoals de organisatie van soepkeukens, melkuitdelingen en schoolmaaltijden, het uitdelen van kledingstukken, werklozensteun, pakjes voor krijgsgevangen en geïnterneerde soldaten.

Naast het Nationaal Comité zijn er nog een dertigtal kleinere hulporganisaties actief in Gent.Maar de verschillende initiatieven voor hulp tonen slechts een kant van de medaille.

Schaarste betekent in veel gevallen ook hamsteren, zwarte markt en woekerprijzen.

Nieuwe rijken’ worden smalend ‘baron Zeep’ genoemd: door het tekort aan zeep wordt het maken van ersatz zeep bijzonder winstgevend.(Diverse bronnen, Geert Vandamme en Stam)

Vandaag 106 jaar geleden, bezetten de Duitse troepen Gent.

70 jaar geleden, Belgische en Nederlandse vrijwilligers voor Korea (De Post 24 september 1950)

70 jaar geleden, Belgische en Nederlandse vrijwilligers voor Korea (De Post 24 september 1950)

Etienne Gailly, een Belgische vrijwilliger voor de Korea oorlog

Etienne Gailly bereikte op 7 augustus 1948 als eerste het Wembley Stadion.

Toen kreeg hij een inzinking. Meermalen raakte hij van de piste, wankelde in de richting van de eindstreep en werd in de laatste meters nog ingehaald door de Argentijn Delfo Cabrera en de Brit Thomas Richards.

Hij finishte uiteindelijk in 2:35.34. Gailly heeft zelf nooit een verklaring voor de plotselinge inzinking kunnen vinden. Hij kon zich alleen nog herinneren dat hij tijdens de laatste meters van de marathon buiten deze wereld was geweest, en in zijn onderbewustzijn de schaduw van zijn tegenstrevers had waargenomen.

Een tweede olympische kans kreeg hij niet.

Een tweede olympische kans kreeg hij niet. In 1952, toen hij in Helsinki had kunnen starten, verminkte een mijn in de Koreaanse Oorlog één van zijn voeten.

Etienne Gailly kwam op 21 oktober 1971 op 48-jarige leeftijd in Genval nabij Brussel om het leven, nadat hij was aangereden door een auto.

Ter herdenking aan Gailly (ooit luitenant bij de paracommando’s) organiseert Defensie jaarlijks de Challenge Gailly te Eupen.

70 jaar geleden, Belgische en Nederlandse vrijwilligers voor Korea (De Post 24 september 1950)

70 jaar geleden, de film Odette met in de hoofdrol Anna Neagle, Peter Ustinov en Trevor Howard.

De film gaat over Odette Sansom die tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte voor het Engelse Special Operations Executive (SOE)

Deze moedige vrouw en moeder van drie kinderen verliet haar gezin en England om in 1942 te gaan spioneren in Frankrijk.

In de nacht van 14 en 15 april 1943 werd ze gevangen genomen door de Gestapo.

Ondanks de martelingen tijdens de veertien verhoren, waar men al haar nagels hadden uitgetrokken en met een gloeiende hete pook haar rug verbrande.

Weigerde ze de namen te geven van haar vrienden.

Daarna stuurde men haar naar het Concentratiekamp van Ravensbrück.

In Ravensbruck werd Sansom vastgehouden in een strafcel, op een hongerdieet.

Tijdens haar gevangenschap was ze getuige van een geval van kannibalisme van een dode gevangene door uitgehongerde gevangenen.

Na haar bevrijding, zei ze in een interview dat ze niet dapper, niet moedig was, maar gewoon een besluit nam over bepaalde zaken.

Sansom was de eerste vrouw die het George Cross ontving door het Verenigd Koninkrijk en is bekroond met de Légion d’honneur door Frankrijk.

Op 23 februari 2012 bracht de Royal Mail een postzegel uit ter ere van Hallowes.

Op 6 maart 2020 vernoemde Great Western Railway een trein naar haar, de ceremonie ter ere van Odette werd gehouden op Paddington Station in Londen en werd bijgewoond door prinses Anne. (foto van Odette Sansom met de actrice Anna Neagle)

70 jaar geleden, de film Odette met in de hoofdrol Anna Neagle, Peter Ustinov en Trevor Howard.
70 jaar geleden, de film Odette met in de hoofdrol Anna Neagle, Peter Ustinov en Trevor Howard. (De Post 20 augustus 1950)

Vandaag 35 jaar geleden, vliegtuigkaping in Athene met onder ander zanger Demis Roussos als passagier.

In Athene vertrekt TWA-vlucht 847 van Athene naar Londen.

Binnen een paar minuten verandert een gewone vlucht in een nachtmerrie, als twee kapers de controle over het vliegtuig overnemen.


Een derde terrorist, Ali Atwa, moet noodgedwongen in Athene achterblijven, omdat het toestel vol was.


Aan boord zijn 153 passagiers, waaronder de Griekse zanger Demis Roussos.


Het vliegtuig werd aan de grond gehouden door de twee kapers die lid waren van de Hezbollah.

De gijzelnemers eisten de vrijlating van 776 in Israël gevangen gehouden sjiieten.

Demis Roussos en 7 andere Grieken werden na onderhandeling door de Griekse regering na vijf dagen van gijzeling vrijgelaten.


Het vliegtuig werd dagenlang gebruikt om te reizen tussen Beiroet en Algiers en een van de passagiers, een US Marine-duiker, werd gedood tijdens een stop in Beiroet.

De passagiers en bemanning werden stukje bij beetje vrijgelaten tijdens wekenlange intense onderhandelingen.

Zeven Amerikaanse passagiers met kennelijk joods klinkende namen werden van het vliegtuig gehaald en in Beiroet gevangen gehouden door Hezbollah.

Negenendertig Amerikanen werden drie weken lang gegijzeld.


Op 30 juni 1985 werden de Amerikaanse gijzelaars uiteindelijk vrijgelaten.

De gijzelnemers ontsnapten of volgens sommige bronnen was dit één van de voorwaarden om de Amerikaanse gijzelaars vrij te laten.


Ze werden bij verstek in de VS aangeklaagd voor hun rol in de kaping.
Een van de drie was Mughniyeh, voormalig hoofd veiligheid van Hezbollah.

34 jaar na de kaping, arresteerde de Griekse autoriteiten één van de kapers.

Naar verluidt reisde de man per cruiseschip naar Mykonos en stond hij op het punt om terug te keren naar Turkije toen zijn naam werd ontdekt door de autoriteiten.

Er rijzen vragen bij het feit of een internationaal gezochte terrorist onder zijn eigen naam zou reizen.

Er werden twee films gemaakt naar aanleiding van deze gebeurtenis The Taking of Flight 847: The Uli Derickson Story die het verhaal vertelt van de stewardess Uli Derickson (Lindsay Wagner) en de film the Delta Force met Chuck Norris die losjes gebaseerd was op de kaping van het vliegtuig.

Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.

Op 28 mei 1940 werden duizenden Belgische soldaten door de Duitsers krijgsgevangen genomen rond Gent.

Ze werden overgebracht naar Zeeuws-Vlaanderen en met vier schepen op transport gezet naar krijgsgevangenenkampen in Duitsland.

Op 30 mei voer het konvooi via de Westerschelde, het kanaal door Zuid-Beveland en de Oosterschelde naar het Hollands Diep.

Omstreeks 19.20 uur op 30 mei 1940 klonk er plots een luide knal die in Willemstad de huizen deed daveren: de “Rhenus 127” was op één van de magnetische mijnen gelopen die de Duitsers hadden gedropt!

Het was een hels tafereel: de “Rhenus 127”, de kiel opengereten, richtte zich met de voorsteven even op en vormde met de achtersteven als het ware een rechte hoek. Er ontstond grote paniek op het overvolle, zinkende schip: geschreeuw, gekrijs, angstkreten en daar bovenuit het aanhoudende gehuil van de scheepssirene …

Daar geen inschepinglijsten werden opgesteld, is niet exact geweten hoeveel Belgische militairen aan boord waren.

Bij het bergen van de “Rhenus 127”, einde augustus 1940, werden nog 22 zwaar verminkte lijken gevonden, waaronder de Duitse schipper.

Vijf onder hen konden niet meer worden geïdentificeerd.

De begrafenis van deze slachtoffers vond plaats in een massagraf.

De lijken waren niet gekist, werden met twee op elkaar gestapeld en vervolgens bestrooid met ongebluste kalk …

We mogen hierbij niet uit het oog verliezen dat deze lichamen reeds een drietal maanden, in volle zomer, in het water lagen.

De “Rhenus 127” werd later geborgen en hersteld (!) en is onder de naam “Grebbeland” terug in de vaart gekomen.

Later werd deze boot omgebouwd tot “Kerkschip”.

Op de plaats van de ramp werd in 1950 een monument met een breedte van 26 meter onthuld.(Diverse bronnen, koen.luts, Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, en De Post van 4 juni 1950)

Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.
Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.
Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.
Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.
Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.
Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.
Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.
Vandaag 80 jaar geleden, de rijnaak ‘Rhenus 127’ met meer dan 1.200 krijgsgevangenen voer op een Duitse magnetische mijn en bijna 200 Belgen verdronken.

Ook al vijf jaar geleden, terreur treft cartoonisten.

Op 7 januari 2015 vielen de broers Chérif en Saïd Kouachi binnen op de redactie van het satirische blad Charlie Hebdo.

Daar vonden twaalf mensen de dood. De interventietroepen schoten de broers twee dagen later dood.

Daags na de aanslag op de redactie, vermoordde Amédy Coulibaly een agent van de gemeentepolitie in Montrouge, nabij Parijs.

Nog een dag later doodde Coulibaly vier joodse mannen in Hyper Cacher, een joodse supermarkt in het oosten van de Franse hoofdstad.

Toen de politie binnenviel, schoot ze hem dood.

In december 2018 werd het vermoedelijke brein achter de aanslag, Peter Chérif, ook wel bekend onder de naam Abu Hamza, gearresteerd in Djibouti en uitgeleverd aan Frankrijk.

Volgens de Franse minister van Defensie Jean-Yves Le Drian speelde hij een “belangrijke organiserende rol” bij de aanslag.

Hij was een goede vriend van de broers Saïd en Chérif Kouachi, en ontsnapte in 2011 uit een Franse gevangenis, waarna hij naar Jemen vluchtte. Daar sloot hij zich aan bij Al Qaida.

Het proces voor deze aanslagen zal plaatsvinden vanaf 20 april tot 3 juli 2020.

Het betreft een proces voor een speciaal hof van assisen. Veertien lieden staan terecht op verdenking van logistieke steun, in meerdere of mindere mate, aan de gebroeders Kouachi en Amédy Coulibaly.(Diverse bronnen, Nieuwsblad en Wikipedia)

Vandaag 100 jaar geleden, mocht Nieuwpoort de toenmalige Franse president Raymond Poincaré ontvangen.

Ook koning Albert was aanwezig op deze ceremonie aan de voet van het kapotgeschoten Stadhuis, op de hoek van de Langestraat en de Oostendestraat waar zich nu het Vredegerecht bevindt.

De Franse president schonk toen aan de stad het Frans Oorlogskruis.

Dit is een militaire onderscheiding die uitgereikt wordt aan Franse soldaten, onder andere voor moed op het slagveld.

De Franse overheid zorgde ervoor dat ook door oorlogsgeweld verwoeste steden en gemeenten aanspraak konden maken op de medaille.Nieuwpoort kreeg het Croix de Guerre omwille van zijn uitzonderlijke bijdrage tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Tijdens de vier jaar dat er in onze contreien strijd werd geleverd, lag de stad bijna pal op de frontlijn. Het resultaat was een gestage, maar complete vernietiging. Nieuwpoort kreeg de status van martelaarsstad.

Met de toekenning van het Oorlogskruis betuigde de Franse overheid ook eer aan al wie betrokken was bij de onderwaterzetting van de IJzervlakte, gerealiseerd vanuit het Nieuwpoortse sluizencomplex De Ganzepoot.

  • Daags na zijn bezoek aan de stad kreeg Nieuwpoort nog een extraatje van de Franse overheid toegestuurd: een steunbedrag van 1.000 frank, ten hoeve van de meest noodlijdende inwoners.
  • Het ereteken en het sierkussen waarop de medaille gepresenteerd werd, worden zorgvuldig bewaard in het Stadsarchief. Deze kleinoden behoren tot de historisch meest waardevolle artefacten die de stad Nieuwpoort in zijn bezit heeft. (Bron Stadsbestuur Nieuwpoort en foto’s Ons Volk van 15 februari 1920 )
Vandaag 100 jaar geleden, mocht Nieuwpoort de toenmalige Franse president Raymond Poincaré ontvangen.
Vandaag 100 jaar geleden, mocht Nieuwpoort de toenmalige Franse president Raymond Poincaré ontvangen.
Vandaag 100 jaar geleden, mocht Nieuwpoort de toenmalige Franse president Raymond Poincaré ontvangen.
Vandaag 100 jaar geleden, mocht Nieuwpoort de toenmalige Franse president Raymond Poincaré ontvangen.
Vandaag 100 jaar geleden, mocht Nieuwpoort de toenmalige Franse president Raymond Poincaré ontvangen.