50 jaar geleden, te gast bij het majorettekorps The Queens uit Hoboken (De Post 1 augustus 1971)

50 jaar geleden, te gast bij het majorettekorps The Queens uit Hoboken (De Post 1 augustus 1971)
50 jaar geleden, te gast bij het majorettekorps The Queens uit Hoboken (De Post 1 augustus 1971)
50 jaar geleden, te gast bij het majorettekorps The Queens uit Hoboken (De Post 1 augustus 1971)
50 jaar geleden, te gast bij het majorettekorps The Queens uit Hoboken (De Post 1 augustus 1971)
50 jaar geleden, te gast bij het majorettekorps The Queens uit Hoboken (De Post 1 augustus 1971)

50 jaar geleden, Bintje Jansma is niet fier op de aardappel die haar naam draagt (De Post 1 augustus 1971)

Bintje is een aardappelras dat in 1905 door de hoofdonderwijzer Kornelis Lieuwes de Vries uit het Friese Suameer als een kruising van het ras ‘Munstersen’ met ‘Fransen’ werd gekweekt.

Het ras kwam in 1910 voor het eerst in de handel.

Het bintje was als onderdeel van de dagelijkse warme maaltijd in Vlaanderen en Nederland lang een populaire aardappel en werd ook veel verkocht naar andere landen.

De Vries noemde zijn nieuwe aardappelrassen naar zijn kinderen, leerlingen en oud-leerlingen.

Zo werd in 1905 het bintje vernoemd naar de toen 17-jarige Bintje Jansma, dochter van Minke en Teade Jansma.

Ze werd in 1888 geboren en was 88 jaar oud toen ze in 1976 in een rusthuis in Franeker stierf.

De ontwikkelaar van aardappelrassen Kornelis Lieuwes de Vries werd op 25 februari 1854 in Hardegarijp geboren.

Hij werkte tot zijn eenentwintigste op de boerderij en ging daarna voor onderwijzer studeren.

Vanaf 1883 was De Vries hoofdonderwijzer aan de openbare lagere school van Suameer.

In 1894 haalde hij de landbouwakte en in 1901 de tuinbouwakte.

Naast zijn werk als schoolmeester gaf hij ook landbouwwintercursussen.

De Vries was lid van de Friese Maatschappij van Landbouw.

In 1898 vroeg de Maatschappij hem een proefveld voor de aardappelteelt in te richten, dat hij 25 jaar beheerde.

Hij kweekte in vijfentwintig jaar ongeveer 150 rassen, waarvan alleen het bintje een succes werd.

In 1881 trouwde De Vries met Grietje Hommes de Jong.

Uit dit huwelijk werden zes kinderen geboren. Na het overlijden van zijn eerste vrouw (1895) hertrouwde hij in 1897 met Afke de Glee.

Uit dit huwelijk werden nog twee kinderen geboren. De Vries overleed op 20 november 1929.

Het is een middenvroeg rijpend ras met een goede knolvorm en uitstekende consumptiekwaliteit.

De aardappels zijn zowel geschikt voor de verse consumptie als voor de aardappelindustrie (friet en chips).

De blanke knollen zijn groot, lang-ovaal en vrij vlakogig. Ze zijn lichtgeelvlezig van kleur.

Ze hebben een neutrale smaak en zijn vrij vast in de kook.

De plant is zeer gevoelig voor aantasting door phytophthora, zowel in het loof als in de knol. Hij is ook vatbaar voor wratziekte.

Vanwege deze kwetsbaarheden, die het gebruik van pesticiden met zich meebrengen, hebben de Nederlandse grootwinkelbedrijven op aandringen van de milieubeweging de verkoop van het bintje gestaakt.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 1 augustus 1971)

50 jaar geleden, oma Pebesma is niet fier op de aardappel die haar naam draagt (De Post 1 augustus 1971)
50 jaar geleden, oma Pebesma is niet fier op de aardappel die haar naam draagt (De Post 1 augustus 1971)
50 jaar geleden, oma Pebesma is niet fier op de aardappel die haar naam draagt (De Post 1 augustus 1971)

70 jaar geleden, te gast bij Oom Hein, de laatste porder van Amsterdam.

In de jaren 1930 waren er in Amsterdam nog drie porders actief.

Een porder liep een woonwijk af en sloeg dan met een soort hengelstok tegen het slaapkamerraam van de arbeider.

Ook werden er wel knuppels gebruikt om op de deuren te slaan.

Dit slaan of tikken werd ‘porren’ genoemd.

De porder ‘porde’ als het ware de arbeiders wakker.

Vaak hadden porders van de adressen waar ze langs gingen de huissleutels (de huizen waren van de fabrieksbaas) en konden ze naar binnengaan als de arbeiders niet hun bed uitkwamen.

Naast mannen oefenden ook veel vrouwen het beroep van porder uit. Vooral weduwes die het niet echt breed hadden, in tijden zonder pensioenen en verzekeringen.

Naast slecht weer (vorst en regen) was dat namelijk een groot nadeel van het ‘porren’: ‘Hoe kom ik zelf op tijd uit mijn bed?’

Daarom waren er zelfs porders die zelf een andere porder inschakelden om op tijd hun bed uit te komen.

Meestal moesten de porders namelijk tussen 3 en 5 uur ‘s nachts paraat staan om aan hun werk te beginnen.

Als in steden een gebrek aan porders was, schakelden fabriekseigenaren ook weleens stadsomroepers in, die met een mechanische megafoon mensen wakker riepen.

Omstreeks de jaren 1940 werden wekkers betaalbaar, wat meteen het einde betekende voor dit vergeten beroep.

Voor fabriekseigenaar was de aanschaf van wekkers namelijk lucratiever dan het inhuren van een porder.

Al na drie weken had hij de kosten van een wekker al terugverdiend.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post van 26 november 1950)

70 jaar geleden, te gast bij Oom Hein, de laatste porder van Amsterdam.
70 jaar geleden, te gast bij Oom Hein, de laatste porder van Amsterdam.